Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8332 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 13-08-2026 (13-035905-26)

Belgisch vervolgings-EAB; artikel 11 OLW; overlevering toegestaan.

Judgment

Full text 8 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

Procesgang

¶1

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. E.G.S. Rozestraten, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het EAB, maar heeft medegedeeld dat de opgeëiste persoon aanvankelijk gebruik wilde maken van de verkorte procedure en zo snel mogelijk naar België wil. Hij zal daarom afstand doen van zijn aanwezigheidsrecht in het hoger beroep in de lopende Nederlandse strafzaak waarvan de behandeling gepland staat op 28 augustus 2026. De officier van justitie heeft medegedeeld dat de lopende strafzaak in Nederland in dat geval waarschijnlijk geen beletsel voor de feitelijke overlevering zal opleveren. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. De raadsvrouw heeft, gelet op de wens van de opgeëiste persoon zo snel mogelijk naar België te gaan, verzocht direct mondeling uitspraak te doen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, maar heeft medegedeeld in dit geval niet de gebruikelijke twee weken maar over één week, heden, uitspraak te zullen doen.

Identiteit van de opgeëiste persoon

¶2

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

Grondslag en inhoud van het EAB

¶3

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek van "mijn ambt" (de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren) van 27 januari 2026 met kenmerk 25/030. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Belgisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

Strafbaarheid

¶4

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB en de aanvullende informatie van 3 augustus 2026 volgt dat voor dit feit naar het recht van België een strafmaximum van ten minste drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden

¶5

Inleiding Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen. Bij brief van 23 juli 2026, afkomstig van het Directoraat-generaal Wetgeving Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken, Centrale autoriteit, is voor de opgeëiste persoon de volgende detentiegarantie gegeven: “Ter beantwoording van het verzoek om een individuele detentiegarantie uitgaande van het Openbaar Ministerie Amsterdam (dd.15/07/2026.) betreffende de detentieomstandigheden waaraan [de opgeëiste persoon] (° [geboortedag] 1985) zal worden onderworpen na overlevering ingevolge het Europees aanhoudingsbevel (dd. 27/01/2026; ref. 25/030) met oog op de strafvervolging uitgaande de Belgische gerechtelijke autoriteiten, verstrek ik u de volgende informatie. 1 [de opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Hasselt. 2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling? België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [de opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering: - De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. - De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de van de cel door een muur of scherm o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau. - De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. - Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. 3 Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.” Oordeel van de rechtbank De ten aanzien van de opgeëiste persoon verstrekte detentiegarantie van 23 juli 2026 is niet afkomstig van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit. De rechtbank dient daarom de geboden zekerheid in de garantie te toetsen aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt. De rechtbank is, gelet op de garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, omdat hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder met relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden).

Slotsom

¶6

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

Toepasselijke wetsartikelen

¶7

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

Beslissing

¶8

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren, België voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. de Bie, voorzitter, mrs. A.R.P.J. Davids en H.J.H. van Meegen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

How it connects

2 of 8 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓
2025 Study on the secondary use of personal data in the context of scientific research 2 This study has been prepared by Milieu under Contract No EDPS/2019/02 - 04 for the benefit of the EDPB. The study has been carried out by researchers from KU Leuven (CiTiP) and… EDPB Apr 3, 2025 Personal Data Statistics Scientific Research
AEPD: Data subject entitled to identity of professionals who accessed medical records Suspecting unauthorised access to his medical records, a public civil servant, the data subject, requested the Ministry of Defence, the controller, to provide a log copy of… pd-00055-2026 ·Spain ·Art. 5, 12, 15 +2 Sep 15, 2026 Personal Data Healthcare Right of Access
Guidelines 05/2020 consent under Regulation 2016/679 Guidelines on consent Guidelines ·EDPB May 4, 2020 Consent Data Portability Personal Data
€12,000 Garante · 10254256 The data subject was an employee at a detention facility run by the Italian Ministry of Justice (the controller). Following an assessment by the occupational health physician, who… Italy ·Art. 4, 5, 6 +2 Personal Data Health Data Types of Special Categories of Personal Data
DSB Austria: disclosure of health data to court-appointed expert in legal dispute lawful The data subject was involved in a legal dispute before a civil court in which the findings of an expert opinion led to the dismissal of the case. The expert opinion concerned the… DSB-D124.0850/25 ·Art. 9 Jan 28, 2026 Health Data Healthcare Types of Special Categories of Personal Data
Finnish DPA examines anti-doping organization's GDPR compliance over public suspension An athlete (the data subject) gave a doping sample containing a low concentration of a banned substance in August 2020. The national anti-doping organisation (the controller)… TSV/179/2021 ·Finland ·Tietosuojavaltuutettu Aug 4, 2026 Supervisory Authorities Personal Data Retention Period