College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-08-2026 (25/638)
Verzoek 8:29 Awb. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van het stuk ‘Medisch dossier paard’ gerechtvaardigd is. Dit stuk bevat persoonsgegevens, namelijk een mobiel telefoonnummer, van een medewerker van de LID. Deze persoon is niet bij de procedure betrokken. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkene zal kunnen leiden en een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft ook het belang meegewogen van de staatssecretaris om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij nodig heeft voor een goede uitoefening van zijn taken.
How it connects
Related across sources
Full text
beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 25/638 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) (gemachtigde: mr. C. Karlas) en de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. E.M. Knulst). Procesverloop [naam 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 2 juli 2025. De staatssecretaris heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft (een deel van) het volgende stuk: - de bijlage bij het medisch dossier van dierenarts [naam 2] (‘Medisch dossier paard’) (dossierstuk 8, bijlage 5). Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. H.S.J. Albers opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. De staatssecretaris heeft het verzoek gedaan, omdat de gelakte passage persoonsgegevens betreft van een medewerker van de Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). Volgens de staatssecretaris wordt de persoonlijke levenssfeer van deze medewerker bij kennisgeving van de gegevens door derden dusdanig geraakt dat hiervan moet worden afgezien. In het verleden zijn vervelende incidenten voorgekomen, waarbij sprake was van intimidatie en dreiging. 2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de staatssecretaris er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft. [naam 1] heeft op 27 juli 2026 per e-mail laten weten dat zij er geen bezwaar tegen heeft dat uitsluitend het College kennisneemt van de gelakte passage in het medisch dossier van het paard. 3 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van het stuk ‘Medisch dossier paard’ gerechtvaardigd is. Dit stuk bevat persoonsgegevens, namelijk een mobiel telefoonnummer, van een medewerker van de LID. Deze persoon is niet bij de procedure betrokken. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkene zal kunnen leiden en een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft ook het belang meegewogen van de staatssecretaris om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij nodig heeft voor een goede uitoefening van zijn taken. 4 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Het College leidt uit de reactie van [naam 1] van 27 juli 2026 af dat zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van het ‘Medisch dossier paard’ uitspraak doet op het beroep. Beslissing De rechter-commissaris beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van het stuk ‘Medisch dossier paard’ gerechtvaardigd is. Deze beslissing is genomen op 4 augustus 2026 door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier. w.g. H.S.J. Albers w.g. I.S. Post