Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8103 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 11-08-2026 (13-161866-26)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Tussenuitspraak. Maltees vervolgings-EAB. Genoegzaamheidsverweer verworpen. Dubbele strafbaarheid. Aanhouden gelet op de detentieomstandigheden in Malta. De aanhouding van de behandeling van de zaak stelt de raadsman tevens in de gelegenheid om voor de volgende zitting (alsnog) middels objectieve stukken te onderbouwen dat de opgeëiste persoon gedurende een periode van vijfjaren ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en 1, Vreemdelingenwet 2000 en hiermee haar (mogelijke) verblijfsrecht niet is verloren. Het gegeven dat het feit wordt geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd vormt onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond van artikel 13, onderdeel a), OLW toe te passen.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-161866-26 Datum uitspraak: 11 augustus 2026 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 8 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 juni 2026 door de Court of Magistrates Malta, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Peru), Peruaanse en Italiaanse nationaliteit, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 juli 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. H.O. de Boer, advocaat in Rijen, en door een tolk in de Spaanse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Italiaanse en Peruaanse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt Part III Warrant issued by the Court of Magistrates (Malta); on the 04/06/2026 in terms of Article 62 of Subsidiary Legislation 276.05, Extradition (Designated Foreign Countries) Order, 2004. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Maltees recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. Voorzover het verweer van de raadsman omtrent de genoegzaamheid mede ziet op de grondslag van het EAB wordt dit verweer verworpen. De ‘warrant’ zoals weergegeven is afgegeven door een rechterlijke autoriteit en daarmee overeenkomstig de eisen in het Kaderbesluit EAB. 3.1 Genoegzaamheid Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB niet genoegzaam is en de overlevering dient te worden geweigerd. Het EAB vermeldt een rechterlijk bevel tegen de opgeëiste persoon, waarin staat dat hun dochter de grenzen van Malta niet mocht verlaten, maar maakt niet duidelijk wie dit bevel heeft uitgevaardigd, wanneer dit is gebeurd en wat de exacte inhoud van het bevel is. Daarnaast wordt in het EAB gesproken over een rechterlijk bevel ( Court Order ), maar in de verdenking wordt ook vermeld: “ in breach of an order issued by a Maltese Court and/or of a Care Order issued by a competent authority in accordance with the Minor Protection (Alternative Care) Act ”. Door niet duidelijk te maken of het een rechterlijk bevel dan wel een “care order” betreft, ontbreekt een duidelijke beschrijving van de omstandigheden. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. In het EAB is duidelijk omschreven waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht en waarvoor de overlevering wordt gevraagd. Hiermee is het specialiteitsbeginsel gewaarborgd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor haar overlevering wordt gevraagd. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. De verdenking ziet erop dat de opgeëiste persoon tussen 3 april en 25 mei 2026 zonder toestemming van de vader met het kind naar Nederland is gegaan, terwijl er een gerechtelijk bevel tegen haar was uitgevaardigd waarin staat dat hun dochter Malta niet mag verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank is – mede in aanmerking genomen dat sprake is van een overlevering in het kader van strafrechtelijk onderzoek – met de omschrijving in het EAB voldoende duidelijk voor de opgeëiste persoon waarvoor haar overlevering wordt verzocht. Het specialiteitsbeginsel is dan ook voldoende gewaarborgd. De rechtbank verwerpt het verweer en ziet geen aanleiding om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. 4 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit niet aangeduid als lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag / bevoegd opzicht. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de opgeëiste persoon gelijk te stellen met een Nederlander. Op die manier kan de opgeëiste persoon de straf in Nederland ondergaan mocht zij in Malta worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet met een Nederlander kan worden gelijkgesteld. Oordeel van de rechtbank Ter zitting heeft een uitvoerige gedachtewisseling plaatsgevonden omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de opgeëiste persoon en de daaraan te verbinden gevolgen. Van de zijde van de rechtbank zijn daaraan ter zitting voorlopige conclusies verbonden. Tijdens de raadkamer en in aanloop naar de tussenuitspraak zijn meerdere (mogelijk relevante) overige aspecten aan de orde gekomen die vergen dat ten aanzien van de verblijfspositie het onderzoek ter zitting wordt heropend. Zoals de rechtbank hierna onder rubriek 6. overweegt zal de rechtbank de behandeling van de zaak aanhouden gelet op de detentieomstandigheden in Malta. De aanhouding van de behandeling van de zaak stelt de raadsman tevens in de gelegenheid om voor de volgende zitting (alsnog) middels objectieve stukken te onderbouwen dat de opgeëiste persoon van 2017 tot 2023 gedurende een periode van vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en dat de opgeëiste persoon gedurende de drie jaren daarna is teruggekeerd naar Nederland en hiermee haar (mogelijke) verblijfsrecht niet is verloren. De rechtbank zal ten behoeve van de volgende zitting mogelijk nog aanvullende vragen formuleren voor partijen. 6 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Inleiding Het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) heeft op 17 juli de volgende nadere vragen gesteld aan de Maltese autoriteiten: “1. In which prison in Malta will the requested person most likely be detained after his/her surrender, awaiting and during the enforcement of the custodial sentence? 2.Will the requested person be placed in a single-occupancy cell or in a shared cell? 3. What is the current occupancy rate (single or double occupancy) of the detention facility where the requested person will be placed, and what is the specific occupancy rate of the unit in which the requested person will be detained after surrender? 4. How much personal space—excluding the area of the sanitary facilities—is available to inmates in the various units, both in single-occupancy and multi-occupancy cells? Are the sanitary facilities in the cells adequately screened off? 5. If detainees have an individual living space (personal space)—excluding bathroom facilities—measuring between 3 m² and 4 m², could you—in light of the Dorobantu judgment (ECLI:EU:C:2019:857, paragraph 73)—answer the following questions? a. How many hours a day do inmates spend in their cells? b. What opportunities do inmates have for outdoor recreation, work, sports, education, and other activities outside their cells? c. Are these opportunities available to all inmates? d. How many hours a day can inmates participate in these activities? (Assuming they also sign up for the available options.) e. Does the detention facility where the person sought will be placed generally offer decent detention conditions, and will the person sought be subject to other factors considered aggravating circumstances contributing to poor detention conditions? 6. If detainees have less than 3 m² of personal space—excluding the area of the bathroom facilities—could you, in light of the Dorobantu judgment (ECLI:EU:C:2019:857, paragraph 73), answer the following questions? a. Is this restriction on personal living space limited to short periods, occasional instances, and a minor deviation from the required minimum of 3 m²? b. Is sufficient freedom of movement provided outside the cell, and are appropriate activities offered outside the cell? c. Are detention conditions in the detention facility generally decent, and is the person concerned not subjected to other factors considered to be aggravating circumstances contributing to poor detention conditions? 7. Do all detainees at the detention facility where the person in question is being held have access to their own bed with a mattress and bedding? We have taken note of the response provided by the Maltese authorities to the report dated July 10, 2025, in light of the findings in the CPT report of July 10, 2025, regarding conditions in Maltese detention facilities. We note in this response that the Maltese authorities have announced measures and have paid particular attention to the measures concerning: a. the implementation of electronic monitoring, b. the physical conditions of detention facilities, c. overcrowding, d. the use of force by prison staff against detainees, e. interpersonal violence among detainees, f. the intake process, g. access to healthcare and psychological support, h. continuous video surveillance, i. equal treatment regarding access to work outside the prison, j. training for staff who work directly with female detainees, with a focus on the gender-specific needs of female detainees, k. the shortage of medical staff. l. the lack of complaint procedures for detainees. 8. Could you please explain, with regard to these specific issues, what the situation is like at the detention facility where the person subject to extradition will be placed, what concrete improvements have since been implemented at that facility in response to the CPT report, and what measures are still planned?” Op 27 juli 2026 is door Correctional Services Agency de volgende informatie verstrekt: “(…) Subject will be placed at Corradino Correctional Facility under the management of the Correctional Services Agency, which is the national prison authority. Subject will be placed in a double occupancy cell. Average double-occupancy cell size is of 4m x 3m inclusive of a lm2 area for portioned sanitary facility. 11m2 of living space remain of maximum number of 2 persons. In line with Council of Europe standards, there are 4m2 of living space per prisoner in a double-occupancy cell. Persons in prison, may spend from 8:00 to 12:00 and from 14:00 to 19:00 outside of their prison cell in common areas, provided that no aggravated offence against discipline would have been committed. Each division is allocated scheduled periods for outdoor exercise and recreational activities, and all inmates, both in remand and sentenced, are encouraged to participate. Opportunities for education, vocational training, and participation in rehabilitation programmes are available to support personal development and reintegration into society. Persons in prison may also participate in organised sports activities held on the prison sports grounds and may have access to gym equipment. Additionally, and subject to good conduct and operational requirements, sentenced persons may be assigned work within the facility in areas such as catering, cleaning, maintenance, workshops, or gardening. A gratuity is awarded for such work assignments. Opportunities for education, vocational training, and participation in rehabilitation programmes are available to support personal development and reintegration into society. Persons in prison may also participate in organised sports activities held on the prison sports grounds and may have access to gym equipment. Additionally, and subject to good conduct and operational requirements, sentenced persons may be assigned work within the facility in areas such as catering, cleaning, maintenance, workshops, or gardening. A gratuity is awarded for such work assignments. The CSA is currently finalizing the installation of a Heating. Ventilation and Airconditioning (HVAC) system across all divisions with the prison, with the aim of improving living conditions in prison cells. In the meantime, all cells are equipped with fans and have adequate natural light as well as artificial light. On average, two fans per person are given. - All persons admitted to the facility are provided with basic hygiene and grooming items. All persons are given their own bed with a mattress and bedding. Shower facilities are available. and laundry services are conducted on designated days each week. Inmates are required to maintain the cleanliness of their cells on a daily basis. Upon admission, each inmate is issued a uniform. which must be worn correctly at all times. - The facility provides access to comprehensive healthcare services, including dentistry, a medical clinic, nursing services, podiatry, psychiatric care, and an infectious disease clinic. Where specialised medical treatment is required, the medical officer may arrange referrals to government health services. As per internal policy, inmates shall, within twenty-four hours of their arrival at prison, be examined by a nurse or doctor from the Medical Intervention Clinic, which examination includes medical history, physical assessment and basic checks such as weight, blood pressure and temperature. Any vulnerabilities, such as mental health issues, will be identified at this stage and the CSA shall ensure adequate placement and inform staff of any requirements. Persons with mental illnesses will receive immediate medical support at the specialised Forensic Unit. The Care, Reintegration and Education Unit conducts psychosocial screening in the initial stages following each admission. Further support and therapy are provided according to the needs identified. - In addition to the standard divisions, CSA has specialised units for continuous monitoring. If required, a dedicated division within a psychiatric hospital is available for more intensive psychiatric management and evaluation in the most demanding cases. All vulnerable inmates receive regular psychiatric and psychological reviews, tailored to their needs, progress and treatment plan. With regard to observations concerning the measures announced in response to the CPT report dated 10 July 2025, the following clarifications are hereby provided: a. Electronic monitoring Electronic monitoring has been introduced into Maltese law through the Electronic Monitoring Act, 2025, Act XXIV of 2025, now Chapter 651 of the Laws of Malta. The Act was brought into force by virtue of Legal Notice 4 of 2026. b. Physical conditions of detention facilities The improvement of physical conditions within facilities administered by the CSA is an ongoing process. Maintenance, refurbishment and infrastructural works are carried out continuously, with the aim of ensuring that celis and communal areas are maintained to the best possible standard within the limitations of the existing estate. c. Overcrowding Overcrowding remains an operational challenge, as reflected in the Council of Europe SPACE I statistics. In several areas, two persons are accommodated per cell, while a limited number of dormitory-style areas are also in use. The Agency continues to seek accommodation arrangements that remain as closely aligned as possible with applicable Council of Europe standards. d. Use of force by prison staff against detainees The unnecessary or excessive use of force is not tolerated. Force is used only in exceptional circumstances, such as to prevent injury, restore order or separate persons involved in a physical altercation. Any such incident must be proportionate, documented and subject to review. e. Interpersonal violence Incidents of interpersonal violence are limited. Where an incident occurs, staff intervene promptly and the matter is documented, investigated and followed up through the appropriate security, disciplinary, healthcare or psychosocial procedures. f. Intake process Newly admitted persons are initially accommodated in the Admission Hub, generally for approximately two weeks or longer where required. During this period, professionals from the Care, Reintegration and Education Unit assess each person’s needs, strengths, vulnerabilities, risks and rehabilitation requirements. This assessment informs subsequent allocation and care planning. g. Access to healthcare and psychological support Healthcare services and urgent medical assistance are available on a continuous basis. The Correctional Services Agency employs doctors, nurses and other healthcare professionals. h. Video surveillance Video surveillance is used in communal and security-sensitive areas. Privacy is respected in ordinary cells, shower areas and sanitary facilities. Continuous observation may be used in specially designated safe cells where an individual is assessed as presenting 4 serious risk ofself-harm. Such monitoring is based on individual risk assessment and is subject to review. i. Equal treatment regarding access to work outside the prison Eligible persons may be considered for work opportunities outside the facility, subject to security assessment, legal status, suitability, conduct and the availability of placements. Access is determined according to objective operational and rehabilitative considerations. j. Staff training in the female section Staff working directly with female persons in prison receive training and professional guidance concerning gender-specific needs, including trauma, mental health, healthcare, family responsibilities and the maintenance of appropriate professional boundaries. k. Medical staffing The Correctional Services Agency employs full-time doctors, nurses and other healthcare staff. External specialist and hospital services are also used where necessary. Staffing requirements continue to be monitored and recruitment is undertaken where additional capacity is required. l. Complaint procedures Persons in prison have access to both internal and external complaint mechanisms. A confidential complaints form is available within the facility. Persons may also communicate with the independent Office of the Commissioner for Inmates’ Welfare and Development, which monitors the treatment and welfare of persons in prison, conducts inspections and makes recommendations to the competent authorities. These mechanisms operate in addition to access to legal representatives and other available administrative or judicial remedies. The Maltese authorities remain committed to continued engagement with the CPT and to the progressive improvement of conditions, safeguards, accountability and rehabilitation within the correctional system. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de detentieomstandigheden. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er aanvullende vragen moeten worden gesteld ten aanzien de detentieomstandigheden, met name ten aanzien van de hitte en ventilatie in Division A. Oordeel van de rechtbank In zijn arrest van 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru, punt 78) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voorop gesteld dat het beginsel van wederzijds vertrouwen vereist dat elk van de lidstaten, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, ervan uitgaat dat alle andere lidstaten het Unierecht en, meer in het bijzonder, de door dat recht erkende grondrechten in acht nemen. Dergelijke uitzonderlijke omstandigheden doen zich voor indien de uitvoerende rechterlijke autoriteit bewijzen heeft dat er in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. In dat geval moet zij beoordelen of dit gevaar in geval van overlevering voor de opgeëiste persoon aanwezig is. Bij haar oordeel moet zij zich baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen (Aranyosi en Căldăraru, punten 88-89). De rechtbank heeft hiervoor acht geslagen op onder meer het CPT-rapport van 10 juli 2025 en de reactie van de Maltese overheid. Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval van de opgeëiste persoon worden geëerbiedigd, is de rechtbank verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na haar overlevering aan Malta een reëel gevaar zal lopen van schending van haar grondrechten in de detentie instelling waar zij zal worden gedetineerd. De rechtbank constateert dat de uitvaardigende justitiële autoriteiten in de aanvullende informatie van 27 juli 2026 geen (duidelijk) antwoord hebben gegeven op de vraag welke concrete verbeteringen ten aanzien van de materiële omstandigheden in de detentie-inrichting, waar de opgeëiste persoon naar verwachting zal worden gedetineerd, concreet zijn doorgevoerd naar aanleiding van het CPT-rapport van 10 juli 2025, en welke verdere maatregelen nog gepland staan en binnen welke termijn deze gerealiseerd zullen zijn. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden in de vrouwenafdeling van de Corradino Correctional Facility zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen en de officier van justitie verzoeken aan de Maltese justitiële autoriteiten de volgende vraag te stellen over deze afdeling : “Welke concrete verbeteringen ten aanzien van de materiële omstandigheden zijn er na het verschijnen van het CPT-rapport van 10 juli 2025 concreet geweest in de vrouwenafdeling in de penitentiaire inrichting Corradino Correctional Facility en welke maatregelen staan er nog gepland en binnen welke termijn zullen deze zijn gerealiseerd?” 8 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, onderdeel a), OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd, omdat het EAB ziet op een feit dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. Uit het EAB blijkt dat de handelingen van de opgeëiste persoon pas een strafbaar feit opleveren vanaf het moment dat zij met haar minderjarige dochter de grenzen van Malta heeft verlaten. Daarmee is het strafbare feit pas gepleegd zodra zij voet aan de grond zette in Nederland. Dit betekent dat in elk geval een gedeelte van het vermeende strafbare feit in Nederland heeft plaatsgevonden. Stanpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW van toepassing is en verzoekt om van toepassing van deze weigeringsgrond af te zien. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond is ervoor te zorgen dat de opgeëiste persoon wordt vervolgd door die rechterlijke autoriteit – uitvaardigend of uitvoerend – die zich vanuit het oogpunt van een goede strafrechtsbedeling in de meest adequate positie bevindt; - voor het overige beoogt deze facultatieve weigeringsgrond te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. De rechtbank moet bij haar beoordeling rekening houden met de omstandigheden van het geval, zoals: de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele internationale dimensie daarvan of de omstandigheid dat het feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie; de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken; de locatie van de slachtoffers; de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen; en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat. De rechtbank stelt vast dat het onderzoek is aangevangen in Malta en dat de bewijsmiddelen zich daar bevinden. Bovendien ziet het in het EAB genoemde gerechtelijk bevel erop dat de opgeëiste persoon Malta niet mocht verlaten. Daarmee is Malta de rechterlijke autoriteit (uitvaardigend of uitvoerend) die zich, vanuit het oogpunt van een goede rechtsbedeling, in de meest adequate positie bevindt voor de vervolging. In dat licht vormt het gegeven dat het feit wordt geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. Wat de raadsman heeft aangevoerd, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. 9 Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd gelet op hetgeen onder 5. is overwogen en om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder 6. geformuleerde vraag aan de Maltese autoriteiten te stellen. VERLENGT op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen (eindigend op 2 september 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de geschorste overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 30 dagen. BEPAALT dat de zaak opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk twee weken voor 2 september 2026 (het einde van de verlengde beslistermijn); BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan haar raadsman. BEVEELT de oproeping van een tolk in de Spaanse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. E. van den Brink en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.C.M. Burger, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. HvJ EU 12 februari 2026, C-712/25 PPU, ECLI:EU:C:2026:101 ( Rastoshev ) (punt 42). HvJ EU 12 februari 2026, C-712/25 PPU, ECLI:EU:C:2026:101 ( Rastoshev ) (punt 47).

Similar Content