Recital 51
Content
De lidstaten moeten het gebruik aanmoedigen van innovatieve technologieën, met inbegrip van artificiële intelligentie, waarvan het gebruik de preventie en de opsporing van cyberaanvallen kan verbeteren, zodat de middelen ter bestrijding van cyberaanvallen doeltreffender kunnen worden ingezet. Daarom moeten de lidstaten in hun nationale cyberbeveiligingsstrategie activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling bevorderen met het oog op het gebruik van dergelijke technologieën, met name die welke verband houden met geautomatiseerde of semigeautomatiseerde instrumenten op het gebied van cyberbeveiliging, en, indien nodig, het delen van gegevens om gebruikers van dergelijke technologieën op te leiden en deze te verbeteren. Het gebruik van innovatieve technologieën, met inbegrip van artificiële intelligentie, moet in overeenstemming zijn met het Uniegegevensbeschermingsrecht, met inbegrip van de gegevensbeschermingsbeginselen van nauwkeurigheid van de gegevens, minimale gegevensverwerking, billijkheid en transparantie, en gegevensbeveiliging, zoals geavanceerde versleuteling. Er moet ten volle worden tegemoetgekomen aan de in Verordening (EU) 2016/679 vastgestelde eisen inzake gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen.