Weigerende observandus, doorbreking bereoepsgeheim op grond van advies Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi
Hoge Raad
Case Summary
Verwijzing ook naar ECLI:NL:HR:2022:1200. De "Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi; hierna: AGWO) heeft toegelicht dat de in het advies van de AGWO genoemde persoonsgegevens “uitermate bruikbaar” zijn voor de rapporteurs van het PBC “als aanvulling op de informatie die al bekend is” en dat, “bij beschikbaarheid van die gegevens, de rapporteurs tot een duidelijke conclusie kunnen komen over de aan- of afwezigheid van een stoornis”. Op grond van dit alles heeft het hof geoordeeld dat de te verstrekken gegevens een “substantiële toegevoegde waarde” zullen hebben voor nader onderzoek naar, kort gezegd, een stoornis, de toerekenbaarheid en het recidivegevaar, en dat de doorbreking van het medisch beroepsgeheim wordt gerechtvaardigd door een dwingende eis in het algemeen belang. Bij dit oordeel heeft het hof betrokken het standpunt van de raadsman van de verdachte dat de noodzaak voor een machtiging tot het verstrekken van de gegevens niet bestaat. In het licht van wat onder 2.4 is vooropgesteld en gelet op de vaststellingen van het hof over de betekenis die deze gegevens volgens de voorzitter van de AGWO kunnen hebben voor de conclusie van de onderzoekers van het PBC, is dat oordeel toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt de Hoge Raad ook in aanmerking dat door de raadsman van de verdachte bij de behandeling in raadkamer in de kern genomen niet meer is aangevoerd dan dat het “stuk van [instelling B] (...) veel indruk [maakte]” en dat het PBC “ook veel [heeft] geschreven”." (r.o. 2.5.3-2.5.4)