Weigering van verdachte tot het (laten) delen van (medische) gegevens die mogelijk de privacy van ex-vriending zou schenden. Artikel 37a(7) Sr.
Hoge Raad
Case Summary
De zaak betreft een beschikking van de Hoge Raad over de machtiging tot het gebruik van gegevens door het openbaar ministerie in het kader van een strafzaak tegen de verdachte, die ervan beschuldigd wordt verschillende ernstige misdrijven te hebben gepleegd, waaronder poging tot verkrachting. De verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek en vreest dat het delen van zijn medische gegevens de privacy van zijn ex-vriendin zou schenden. De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat het verstrekken van de persoonsgegevens noodzakelijk is voor de beoordeling van de geestelijke gesteldheid van de verdachte tijdens het begaan van de feiten. De HR verwerpt het beroep. De voorzitter van de AGWO heeft verklaard ‘dat als zich (medische) persoonsgegevens van de ex-vriendin van de verdachte tussen de persoonsgegevens van de verdachte bevinden hij erop zal toezicht dat die [gegevens, AB] zullen worden verwijderd zonder dat het verwijderen [daarvan, AB] afdoet aan “de context” van de persoonsgegevens van de verdachte. (…) Tot het (doen) verrichten van nader onderzoek was het hof niet gehouden”.. (r.o. 2.5)