Skip to content
Case Law
NL

Beperkte kennisname persoonsgegevens medewerkers ACM gerechtvaardigd

CBb

CBb

Case Summary

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/2033 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van [naam] , te [woonplaats] , ( [naam] ) (gemachtigden: mr. C.E. Schillemans, mr. H.M. Pannekoek en mr. J.M. Mater), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2023, kenmerk ROT 23/3, in het geding tussen [naam] en de Autoriteit Consument en Markt , (ACM) (gemachtigden: mr. A. Bouman, L.M. Brokx, JD. LL.M. en mr. M. Rekker). Procesverloop [naam] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:10490). De ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft (delen van) de dossierstukken die zijn vermeld op de inventarislijst met een codering in de kolom ‘vertrouwelijk’ en vijf van zeven nagezonden stukken. [naam] heeft op het verzoek om beperking van de kennisneming gereageerd. Overwegingen 1. De ACM heeft aan het verzoek om beperking van de kennisneming van de gedingstukken vermeld in de inventarislijst ten grondslag gelegd dat het grootste deel van de weggelakte stukken betrekking heeft op andere lopende onderzoeken van de ACM. Deze grond is nader omschreven onder code D in de ‘standaardtabel motivering vertrouwelijkheid’, die is aangehecht bij het verzoek. Daarnaast bevatten de stukken concurrentiegevoelige gegevens die inmiddels ouder dan 5 jaar zijn. Deze grond is nader omschreven onder code A1 van de standaardtabel. Volgens de ACM bevatten deze gegevens gedetailleerde bedrijfsgevoelige informatie waaruit ook de huidige positie van betrokkenen te herleiden is. Het betreft gegevens van detailhandelaren die veelal nog steeds een commerciële relatie met [naam] hebben. Ter beschikking stelling van deze gegevens zal volgens de ACM hun commerciële belangen mogelijk aantasten. Tot slot ziet het verzoek van de ACM voor een beperkte hoeveelheid informatie op de wijze waarop de ACM onderzoek doet (code C in de standaardtabel) en op een beperkte hoeveelheid persoonsgegevens (code B in de standaardtabel). Het verzoek om beperking van de kennisneming van (delen van) de stukken 2, 3, 5, 6 en 7 van de zeven nagezonden stukken heeft de ACM afzonderlijk gemotiveerd. 2 [naam] heeft in haar reactie op het verzoek meegedeeld dat zij geen bezwaar heeft tegen het verzoek om beperking van de kennisneming van de gedingstukken als vermeld in de inventarislijst, met uitzondering van de delen van de stukken met volgnummers 89, 111 en 117, voor zover het daarbij gaat om concurrentiegevoelige gegevens die inmiddels ouder zijn dan vijf jaar. Het gaat in die stukken om detailhandelaren die inmiddels failliet zijn verklaard. [naam] heeft verder bezwaar tegen de beperking van de kennisneming van (delen van) stukken 5, 6 en 7 van de zeven nagezonden stukken. 3 In reactie hierop heeft de ACM dossierstukken met volgnummers 89, 111 en 117 vrijgegeven voor zover het geheimhouding op grond van code A1 betreft. Voor het overige heeft de ACM het verzoek om beperking van de kennisneming gehandhaafd. 4.1 Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. H.S.J. Albers opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. 4.2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Gedingstukken vermeld in de inventarislijst 5.1 Over de stukken met code D uit de inventarislijst oordeelt de rechter-commissaris dat de beperkte kennisneming hiervan gerechtvaardigd is. Het gaat in de weggelakte delen van deze stukken om informatie die relevant is voor andere lopende onderzoeken van de ACM. Onbeperkte kennisneming van deze informatie zou die lopende onderzoeken kunnen schaden. 5.2 Over de stukken met code A1 uit de inventarislijst oordeelt de rechter-commissaris dat de beperkte kennisneming hiervan gerechtvaardigd is. Het gaat in de weggelakte delen van de stukken om informatie die meer dan vijf jaar oud is. Informatie die minstens vijf jaar oud is, verliest door tijdsverloop in beginsel het vertrouwelijk karakter, tenzij de partij die zich op de vertrouwelijkheid beroept, aannemelijk maakt dat deze informatie ondanks de ouderdom ervan nog steeds een wezenlijk onderdeel van haar commerciële positie of van die van een betrokken derde vormt (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 maart 2017 in de zaak Evonik Degussa GmbH, C-162/15 P, ECLI:EU:C:2017:205). Naar het oordeel van de rechter-commissaris heeft de ACM aannemelijk gemaakt dat de betreffende concurrentiegevoelige gegevens nog steeds inzicht kunnen geven in de commerciële positie en de marktstrategieën van de detailhandelaren. Daarbij is van belang dat het gegevens van detailhandelaren betreft die nog steeds een commerciële relatie met [naam] hebben. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten. 5.3 Van de stukken met code C uit de inventarislijst acht de rechter-commissaris een beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd. In deze stukken, in de inventarislijst genummerd als stukken 12, 25, 42 en 48, is alleen de naam van het team weggelakt. De namen van de teamleden zijn echter zichtbaar. De ACM heeft niet gemotiveerd waarom dit informatie betreft die ziet op de wijze waarop de ACM onderzoek doet. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom de naam van het team, zeker vijf jaar na dato, niet bekend mag worden gemaakt. 5.4 Over de stukken met code B uit de inventarislijst oordeelt de rechter-commissaris dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten persoonsgegevens en gegevens die raken aan de persoonlijke levenssfeer van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De zeven nagezonden stukken 5.5 Stukken 2 en 3 betreffen verklaringen van retailers. De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. De weggelakte delen betreffen de namen van de personen die verklaringen hebben afgelegd en passages waaruit hun identiteit kan worden afgeleid. De vertrouwelijke behandeling is in het belang van de bescherming van vertrouwelijke gegevens over de strategie en/of bedrijfsvoering van de retailers en in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van hun medewerkers. Daarnaast zou openbaarmaking afbreuk doen aan de effectiviteit van toekomstig onderzoek van de ACM, omdat dit de bereidwilligheid van bedrijven om informatie te verstrekken kan verminderen. 5.6 Stukken 5 en 6 betreffen de uitkomsten en de methode van de prijsdata-analyse die de ACM heeft gemaakt. De rechter-commissaris acht de beperking van de kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd. Het gaat bij de uitkomsten van de prijsdata-analyse om een vooronderzoek dat zich niet heeft beperkt tot de televisiemarkt en ook niet tot alleen [naam] . De analyse bevat informatie over verschillende producten, fabrikanten en retailers. Het stuk over de methode geeft inzage in de methoden die de ACM gebruikt voor het doen van onderzoek naar mededingingsbeperkingen. Gedeeltelijke vrijgave van alleen de gegevens die zien om [naam] is niet mogelijk zonder inzage te geven in de wijze waarop de ACM verticale mededingingsbeperkingen opspoort en kan afbreuk doen aan de effectiviteit van onderzoek door de ACM in de toekomst. De rechter-commissaris neemt daarbij in aanmerking dat de informatie uit de prijsdata-analyse niet ten grondslag heeft gelegen aan het rapport, het boetebesluit en het besluit op bezwaar en dat de ruwe prijsdata wel zijn opgenomen in de openbare stukken van het dossier. 5.7 Stuk 7 met de naam “Brainstorm sessie – 9 september 2020” betreft een memo met aantekeningen van een intern juridisch beraad bij de ACM. De rechter-commissaris oordeelt dat ook de beperking van de kennisneming van dit stuk gerechtvaardigd is. In het stuk worden de door de ACM gehanteerde onderzoeksmethode en interne werkwijze nader uiteen gezet. Ook worden enkele subjectieve ervaringen en persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad gedeeld. Het belang van de ACM om onpartijdig, onbevangen en onafhankelijk eerste indrukken van een zaak onderling te delen en voor intern gebruik aan papier toe te vertrouwen weegt zwaarder dan het belang van [naam] bij de vrijgave van de informatie. 6 Het College heeft [naam] bij brief van 25 april 2025 gevraagd of zij er bij voorbaat mee instemt dat, voor zover het verzoek van de ACM zou worden gehonoreerd, het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van deze stukken uitspraak doet op het hoger beroep. [naam] heeft hierop bij brief van 30 april 2025 gereageerd en die toestemming gegeven. 7 De rechter-commissaris stuurt de stukken die in de inventarislijst zijn genummerd als stukken 12, 25, 42 en 48 terug aan de ACM. De ACM is verplicht deze stukken in te sturen en dient binnen twee weken na de verzending van deze beslissing een nieuwe versie van deze stukken aan het College en de andere partij toe te sturen. Stuurt de ACM een of meer stukken niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen. Beslissing De rechter-commissaris: - beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken uit de inventarislijst met codes D, A1 en B gerechtvaardigd is; - beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van stukken 2, 3, 5, 6 en 7 van de zeven nagezonden stukken gerechtvaardigd is; - beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken uit de inventarislijst met code C, in de inventarislijst genummerd als stukken 12, 25, 42 en 48, niet gerechtvaardigd is; - bepaalt dat de documenten genoemd onder het vorige aandachtsstreepje worden teruggezonden aan de ACM; - verzoekt de ACM binnen twee weken na heden een nieuwe versie van de stukken 12, 25, 42 en 48 uit de inventarislijst aan het College en de andere partij toe te sturen. Aldus genomen door mr. H.S.J. Albers, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Bosman als griffier, op w.g. H.S.J. Albers w.g. M.L. Bosman