Skip to content
Case Law · Rechtbank NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Geen spoedeisend belang bij verzoek om opdragen Autoriteit Persoonsgegevens corrigerende maatregelen te nemen

Rechtbank
Summary

Verzoek om voorlopige voorzeining jegens Autoriteit Persoonsgegevens om corrigerende maatregelen te nemen afgewezen. In bezwaar was het gegrond verklaard en heeft er “een interventie plaatsgevonden die ertoe heeft geleid dat de derde-partij alsnog de vereiste aanpassingen heeft gedaan om het came...

How it connects

Full text

Verzoek om voorlopige voorzeining jegens Autoriteit Persoonsgegevens om corrigerende maatregelen te nemen afgewezen. In bezwaar was het gegrond verklaard en heeft er “een interventie plaatsgevonden die ertoe heeft geleid dat de derde-partij alsnog de vereiste aanpassingen heeft gedaan om het cameratoezicht in lijn te brengen met de AVG. De overtreding is daarmee beëindigd en er bestaat volgens verweerder geen gegronde vrees voor herhaling. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.” (r.o. 1.2) Geen spoedeisend belang nu “Zonder een inhoudelijk oordeel te geven over dit onderdeel van het geschil, overweegt de voorzieningenrechter dat zij uit de stukken opmaakt dat de derde-partij uiteen heeft gezet dat de camerabeelden niet live worden bekeken maar alleen achteraf, als sprake is geweest van een incident en dat slechts een beperkt aantal medewerkers binnen de woningcorporatie toegang heeft tot de camerabeelden. Daarnaast worden de beelden slechts voor een beperkte periode van zeven dagen bewaard. Verzoeker heeft niet toegelicht welke (onomkeerbare) nadelige gevolgen hij desalniettemin ondervindt van het cameratoezicht. Het is de voorzieningenrechter daarom niet gebleken dat verzoeker een uitspraak in de bodemprocedure niet kan afwachten.” (r.o.

Similar Content