Hoist geeft geen gehoor, dus beroep op art. 21 AVG valt in voordeel betrokkene uit. BRK registratie moet worden verwijderd.
Rechtbank
Case Summary
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/768661 / HA RK 25-145 Beschikking van 16 oktober 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , advocaat: mr. L. Hennink, tegen de besloten vennootschap HOIST FINANCE AB , gevestigd te Amsterdam, verwerende partij, hierna te noemen: Hoist, niet verschenen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het e-mailbericht met bijlagen van mr. Hennink van 7 mei 2025; het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie op 9 mei 2025; de brief van de rechtbank aan Hoist van 13 mei 2025 met de mededeling dat een pro-forma zitting op 5 juni 2025 is bepaald; de brief van de rechtbank aan mr. Hennink en Hoist van 11 juni 2025 waarin is medegedeeld dat er een beschikking zal worden gewezen. 1.2. Beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld. 2 De feiten 2.1. Op een opgave van het Bureau Krediet Registratie (hierna: BKR) van 4 december 2023 staan de bijzonderheidscodering A (geregistreerd op 6 september 2012) en 2 (geregistreerd op 8 november 2013) vermeld bij een doorlopend krediet van € 70.000 op naam van [verzoeker] . 2.2. Ingevolge een schermafdruk van [internetsite] is de werkelijke einddatum van het krediet 21 mei 2024. 2.3. Bij brief van 13 februari 2025 heeft [verzoeker] , Hoist aangeschreven en verzocht om verwijdering van zijn gegevens bij het Centraal Krediet Informatiesysteem waar het BKR de registratie heeft verwerkt. 2.4. Bij e-mailbericht van 27 maart 2025 heeft Hoist bericht dat de door haar gemaakte belangafweging in het nadeel van [verzoeker] uitvalt en dat de gegevens niet worden verwijderd. 2.5. Bij e-mailbericht van 29 april 2025 heeft [verzoeker] een reactie op het bericht van 27 maart 2025 aan Hoist verzonden. In reactie hierop heeft Hoist haar standpunt gehandhaafd. 3 Het verzoek 3.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank Hoist te bevelen om, binnen twee weken na betekening van de beschikking, de registratie in het CKI, dan wel afzonderlijk alle (bijzonderheids)codering(en) op zijn naam te (doen laten) verwijderen, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Hoist in de kosten van de procedure. 3.2. [verzoeker] stelt dat Hoist als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) geldt. 3.3. [verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat het gaat om een krediet dat hij met zijn toenmalige partner heeft afgesloten. Toen zijn ex-partner na een onenigheid haar financiële verplichtingen niet meer nakwam, stond [verzoeker] er alleen voor en heeft hij ook het deel van zijn toenmalige partner moeten aflossen. Hierdoor ontstonden er achterstanden. Uiteindelijk is er van 2013 tot 2017 door middel van een loonbeslag € 851,48 per maand afgelost. In 2017 is het [verzoeker] gelukt om zelf een regeling van € 500,00 per maand af te spreken en na te komen. [verzoeker] en zijn huidige partner bevinden zich inmiddels in een financieel stabiele situatie. Vanwege deze financieel stabiele situatie is de registratie volgens hem niet langer noodzakelijk. [verzoeker] beroept zich daarnaast op de disproportionele gevolgen die de handhaving van de BKR-registratie momenteel voor hem heeft. [verzoeker] verblijft met zijn partner en kind in een huurwoning, waar het benodigde onderhoud niet is gepleegd. Om de problemen met het onderhoud op te kunnen lossen heeft [verzoeker] de verhuurder moeten dagvaarden. Door de rechter is [verzoeker] deels in het gelijk gesteld, maar daarmee is de moeilijke verhouding met de verhuurder volgens hem niet opgelost. Hij wil daarom een huis kopen. Na jaren van aflossen is [verzoeker] toe aan deze volgende stap met zijn gezin. Vanwege zijn registratie bij het BKR kan hij momenteel geen financiering krijgen om een huis te kunnen kopen. 3.4. Hoewel Hoist op grond van artikel 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering juist is opgeroepen, heeft de rechtbank geen reactie van haar ontvangen. 4 De beoordeling Toetsingskader 4.1. Bij de BKR-registratie zijn persoonsgegevens van [verzoeker] verwerkt. Artikel 6 lid 1 AVG bepaalt dat de verwerking van persoonsgegevens alleen rechtmatig is indien en voor zover aan ten minste een van de in dat artikel genoemde voorwaarden is voldaan. De vraag of de verwerking van persoonsgegevens in het CKI van het BKR rechtmatig is, moet worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf van artikel 6 lid 1, aanhef en onder f AVG. Dit betekent dat de verwerking noodzakelijk moet zijn voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval Hoist) of van een derde, en de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen (in dit geval [verzoeker] ) niet zwaarder mogen wegen dan die belangen. 4.2. Tussen partijen is in geschil of het gerechtvaardigd is dat de registratie blijft gehandhaafd totdat de (in het Algemeen Reglement CKI van het BKR opgenomen) vijfjaarstermijn is verstreken, in dit geval op 21 mei 2029. 4.3. In zijn beschikking van 9 september 2011 (Santander-beschikking) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat elke gegevensverwerking moet voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt mee dat de inbreuk op de belangen van de betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden bereikt. Art. 21 lid 1 AVG bepaalt dat de betrokkene te allen tijde het recht heeft om bezwaar te maken tegen een gegevensverwerking vanwege redenen die verband houden met zijn ‘specifieke situatie’. Hierin ligt besloten dat het in eerste instantie aan [verzoeker] is om nadere gegevens te verschaffen die tot een hernieuwde belangenafweging kunnen leiden. Hoist zal ofwel dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking moet aanvoeren en zo nodig aantonen, dat die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van [verzoeker] , ofwel de verwerking van de persoonsgegevens moeten staken. 4.4. Bij de op grond hiervan te maken belangenafweging, moeten alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken. Omstandigheden die hierbij een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld: de omvang van de schuld die is kwijtgescholden; of een eventuele betalingsregeling goed is nagekomen; de reden voor (het ontstaan en het voortbestaan van) de achterstand en de mate van verwijtbaarheid daarbij; de reden voor (het ontstaan en het voortbestaan van) de achterstand en de mate van verwijtbaarheid daarbij; de huidige financiële situatie van betrokkene (waaronder het inkomen), waarbij ook naar de periode voor de einddatum wordt gekeken; of betrokkene andere schulden heeft; of sprake is geweest van ernstige of structurele wanbetaling; omstandigheden die maken dat betrokkene niet kan wachten tot de vijfjaarstermijn is verstreken (bijvoorbeeld vanwege gezins- en woonsituatie); het verstrijken van de tijd sinds het inlossen van de schuld. Belangenafweging 4.5. [verzoeker] is van mening dat zijn belang bij verwijdering zwaarder dient te wegen dan het belang van Hoist bij het handhaven van de registratie. In het kort (zie verder nummer 3.3), stelt hij dat de bewuste kredietschuld na een betalingsregeling is afgelost en dat hij zich al enkele jaren in een stabiele financiële positie bevindt. Hij heeft sinds 2017 een vast contract in loondienst en momenteel geen betalingsachterstanden. Het belang van [verzoeker] bij verwijdering van de registratie is met name gelegen in zijn wens om op korte termijn een eigen woning te kunnen aanschaffen. De registratie belemmert [verzoeker] in zijn mogelijkheden daartoe. 4.6. Hoist heeft niet gereageerd op de brieven van de rechtbank en heeft dus geen verweer gevoerd. Dat betekent dat de door [verzoeker] gestelde omstandigheden niet zijn weersproken en vaststaan. Omdat Hoist geen verweer heeft gevoerd, is ook niet gebleken van dwingende gerechtvaardigde gronden voor de (handhaving van de) verwerking aan haar zijde. In het verlengde hiervan, kan de rechtbank bij de te maken belangenafweging dan ook geen rekening houden met omstandigheden die volgens Hoist zwaarder moeten wegen dan de door [verzoeker] genoemde belangen bij verwijdering. Dat betekent dat de belangenafweging in zijn voordeel uitvalt, nu de omstandigheden die [verzoeker] aan zijn belang bij verwijdering ten grondslag heeft gelegd het verzoek kunnen dragen. Slotsom en kosten 4.7. Slotsom is dat het verzoek van [verzoeker] zal worden toegewezen, de registraties moeten door Hoist worden verwijderd. [verzoeker] heeft verzocht of aan dat bevel een dwangsom kan worden verbonden, maar verder niet toegelicht waarom hiertoe aanleiding bestaat. De rechtbank zal daarom geen dwangsom opleggen. 4.8. Hoist zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op: - griffierecht € 331,- - salaris gemachtigde € 614,- (1 punt × € 614,-) - nakosten € 178,- plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.123,- 5 De beslissing De rechtbank 5.1. beveelt Hoist om binnen een week na betekening van deze beschikking de onder 2.1 genoemde bijzonderheidscoderingen in het CKI van het BKR op naam van [verzoeker] te verwijderen en verwijderd te doen houden; 5.2 veroordeelt Hoist in de proceskosten van € 1.123, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92 plus de kosten van betekening als Hoist niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en de beschikking daarna wordt betekend; 5.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.F. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna: AVG).