ManpowerGroup
Raad van State
Case Summary
202502207/2/A3. Datum beslissing: 10 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellante], wonend in Amsterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025 in zaak nr. 22/3746 in het geding tussen: [appellante] en Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP). Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025 in zaak nr. 22/3746. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar klacht over de verwerking van haar persoonsgegevens door ManpowerGroup Netherlands B.V. (hierna: MPG), ongegrond verklaard. De AP heeft de vertrouwelijke versie van Antwoorden Vragenlijst Bijlage 1 (hierna: bijlage 1) en het hele document ManpowerGoup’s Information Security Policy (hierna: bijlage 2) overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. [appellante] heeft een reactie ingediend. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] heeft de AP gevraagd om handhavend op te treden tegen Jefferson Wells B.V., een onderdeel van MPG. Zij vindt dat het door MPG gebruikte systeem FlexService onvoldoende haar privacy beschermt. De AP heeft onderzoek gedaan of MPG genoeg technische en organisatorische maatregelen heeft getroffen. In dat kader heeft MPG de bijlagen 1 en 2 opgestuurd naar de AP. Na het onderzoek heeft de AP de klacht afgewezen. Verzoek 2. De AP heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongeschoonde bijlage 1 en van bijlage 2 kennis zal nemen. Volgens de AP gaat het voor een groot deel om bedrijfsgegevens die vertrouwelijk aan haar zijn meegedeeld. Verstrekking van deze gegevens zou de beveiliging en het voorkomen van sabotage benadelen. Reactie 3. [appellante] stelt dat de AP het verzoek onvoldoende en niet concreet genoeg heeft gemotiveerd. De AP had bovendien per passage moeten motiveren. De AP had moeten bezien of gedeeltelijke verstrekking of verstrekking in andere vorm mogelijk is. Volgens [appellante] komt haar procespositie in het gedrang. Beoordeling 4. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. bijlage 1 5. De Afdeling oordeelt dat de AP haar verzoek om beperkte kennisneming van bijlage 1 voldoende heeft gemotiveerd. Van bijlage 1 heeft de AP alleen de antwoorden op de vragen 4b, 4c, 10b en 10c weggelakt. De AP heeft per weggelakt antwoord aangegeven om welke informatie het gaat en per soort informatie uiteengezet waarom die niet aan [appellante] kan worden verstrekt. 6. De Afdeling heeft kennis genomen van bijlage 1. De antwoorden die zijn weggelakt, gaan over het aantal betrokkenen in de systemen FlexService en de opvolger daarvan MySolution en welke rollen/functies binnen MPG toegang hebben tot die gegevens. De Afdeling oordeelt dat de weggelakte gegevens bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten en deels ook inzicht geven in de werkprocessen binnen MPG. Verstrekking van die gegevens kan leiden tot misbruik ervan, waardoor de veiligheid van de systemen in gedrang komt. Het voorkomen daarvan weegt in dit geval zwaarder dan het belang van [appellante] om kennis te nemen van de weggelakte antwoorden van de vragen. Bij dat oordeel weegt ook mee dat in de bodemzaak vooral ter discussie staat of de AP met een beroep op haar prioriteringsbeleid mocht afzien van nader onderzoek. De Afdeling acht het verzoek van de AP tot beperkte kennisneming van bijlage 1 gerechtvaardigd. bijlage 2 7. De Afdeling heeft ook kennis genomen van bijlage 2. Dat bevat grotendeels de inhoud van het informatiebeveiligingsbeleid van MPG en geeft in zoverre inzicht in de maatregelen en processen die MPG heeft om informatie vertrouwelijk te houden. Verstrekking van die gegevens kan leiden tot misbruik ervan waardoor de veiligheid van de systemen in gedrang komt. Het voorkomen daarvan weegt in dit geval zwaarder dan het belang van [appellante] om kennis te nemen van een groot deel van bijlage 2. Dat heeft de AP ook in zoverre voldoende gemotiveerd. Dit geldt echter niet voor de eerste en laatste bladzijde van bijlage 2. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming in zoverre niet gerechtvaardigd. 7.1. De Afdeling bepaalt dat de AP binnen 14 dagen een overeenkomstig overweging 7 geschoonde versie van bijlage 2 aan de Afdeling en aan [appellante] toestuurt. Als de AP geen gehoor geeft aan het in dictumonderdeel II. aangeduide verzoek kan de Afdeling daaraan gevolgen verbinden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek af wat betreft de eerste en laatste bladzijde van het document ManpowerGoup’s Information Security Policy; II. verzoekt de Autoriteit Persoonsgegevens binnen 14 dagen na heden een geschoonde versie van dit document aan de Afdeling en de andere partij toe te sturen; III. wijst het verzoek voor het overige toe. Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier. w.g. Van den Biggelaar lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. Van Tuyll van Serooskerken griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025