Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Summary

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda zaakgegevens: C/02/429204 / FA RK 24-5562 datum uitspraak: 17 december 2025 nadere beschikking in de zaak van [minderjarige 1] hierna te noemen [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , mr. E.M.G. VAN NUENEN-MEULESTEEN , kantoorhoudende in Hilvarenbeek, in haar hoedanigheid als bijzondere curator over [minderjarige 1] , hierna te noemen de bijzondere curator. De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de procedure. 1 Het verdere verloop van het geding 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van 22 januari 2025 en alle daarin vermelde stukken; - de e-mailberichten van de bijzondere curator van 18 maart 2025, 15 april 2025, 28 mei 2025 en 9 september 2025; - het verslag van de bijzondere curator van 6 oktober 2025. 1.2 De kinderrechter heeft op 19 november 2025 opnieuw met [minderjarige 1] gesproken. 1.3 De behandeling van de zaak is op de zitting van 27 november 2025 met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen en gehoord de ouders, de bijzondere curator en een vertegenwoordigster van de Raad. 2 De verdere beoordeling 3.1 Bij beschikking van 22 januari 2025 is mr. Van Nuenen-Meulesteen benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] . Aan haar is gevraagd de volgende vragen te onderzoeken en te beantwoorden en rechtbank daarover te rapporteren: - Wat zijn de wensen en behoeften van [minderjarige 1] ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de ouders nu en in de toekomst? - Is het belang van [minderjarige 1] gediend met een wijzing van de huidige zorgregeling zoals neergelegd in het ouderschapsplan van 16 juni 2021 en zo ja, hoe zou de zorgregeling eruit moeten zien? - Hoe verloopt het contact op dit moment tussen [minderjarige 1] en de vader en wat zijn de mogelijkheden voor contact tussen de vader en [minderjarige 1] nu en in de toekomst? Indien het contact tussen [minderjarige 1] en de vader voor verbetering vatbaar is, op welke wijze kan dit worden bewerkstelligd? - Hoe verloopt de communicatie tussen de ouders en indien deze voor verbetering vatbaar is, op welke wijze kan dit worden bewerkstelligd? - Zijn er nog andere aandachtspunten of opmerkingen die in het belang van [minderjarige 1] naar voren moeten worden gebracht? 3.2 De bijzondere curator heeft op 6 oktober 2025 verslag uitgebracht van het onderzoek dat zij heeft verricht. In dit verslag is - kort samengevat - het volgende door de bijzondere curator naar voren gebracht. Voor een goede emotionele ontwikkeling van een kind is het essentieel dat het kind contact heeft met beide ouders. Alleen door het onderhouden van contact met beide ouders kan een kind zich identificeren met de ouders. Karaktertrekken en andere eigenschappen kan een kind bij zichzelf herkennen in de ouders en daardoor kan het kind zichzelf beter begrijpen. Dit maakt dat contact tussen [minderjarige 1] en de vader belangrijk is voor (de ontwikkeling van) [minderjarige 1] . Voorwaarde is wel dat het contactherstel rustig wordt opgebouwd, iedereen dezelfde motivatie heeft en een actieve houding aanneemt. De wensen en behoeften van [minderjarige 1] staan daar echter op dit moment lijnrecht tegenover. [minderjarige 1] staat niet langer open voor een contactregeling met haar vader. Er was in het begin van het jaar twijfel bij [minderjarige 1] over contact met haar vader, maar nadat de vader [minderjarige 1] niet heeft meegenomen op vakantie afgelopen zomer is bij haar de deur helemaal dichtgegaan. [minderjarige 1] is ervan overtuigd dat meer contact, hulpverlening of gedwongen contact met haar vader alleen maar resulteert in meer teleurstellingen op dit gebied en dat gevoel wil zij niet meer hebben. Daarnaast is [minderjarige 1] van mening dat zij geen contact met haar vader hoeft te onderhouden om hem beter te leren kennen of om zichzelf beter te leren kennen. Ze weet wie haar vader is en wat zij van hem kan verwachten. Contactherstel kan alleen slagen als een kind, vooral in de leeftijd van [minderjarige 1] , daarvoor gemotiveerd is. Bij [minderjarige 1] ontbreekt inmiddels de wens en motivatie tot contact met haar vader. Zij heeft geen zin om een nieuw hulpverleningstraject aan te gaan als het gaat om het verbeteren van het contact met haar vader of om contactherstel met hem. Evenmin wenst zij alleen voor zichzelf, en zonder de aanwezigheid van haar vader, met hulpverleners in gesprek te gaan. [minderjarige 1] is in de afgelopen maanden erg teleurgesteld geraakt in de vader. Eerst doordat zij wederom niet mee mocht op vakantie en daarna doordat haar vader haar uit de familie-app heeft verwijderd. Dit heeft [minderjarige 1] heel veel pijn gedaan. Uit de gesprekken met de ouders en [minderjarige 1] maakt de bijzonder curator op dat de vader en [minderjarige 1] in het verleden wel een goed contact met elkaar hebben gehad. Sinds de puberteit lukt het de vader niet om aan te sluiten bij de wensen en leefwereld van [minderjarige 1] en is [minderjarige 1] niet in staat tegemoet te komen aan de wensen dan wel eisen van de vader. Er is een kloof tussen de vader en [minderjarige 1] ontstaan, die alleen maar groter is geworden. Dat er nu nagenoeg geen contact is tussen de moeder en [minderjarige 2] maakt de situatie niet beter. Er zijn als het ware twee ‘kampen’ ontstaan, namelijk [minderjarige 1] en de moeder tegenover [minderjarige 2] en de vader. [minderjarige 1] kiest er op dit moment bewust voor geen contact te onderhouden met haar vader. Dat is pijnlijk, maar is voor haar de enige manier om zichzelf te beschermen tegen meer teleurstellingen. De vader heeft de juiste intenties en wil graag dat [minderjarige 1] deel uitmaakt van zijn leven. Helaas lukt het hem niet [minderjarige 1] de ruimte te geven die zij nodig heeft en in dat geval de zomervakantie ook te beschouwen als een manier om hun contact te verbeteren. De juiste hulpverlening zou de vader en [minderjarige 1] kunnen helpen nader tot elkaar te komen. Omdat [minderjarige 1] daar niet langer voor openstaat, ziet de bijzondere curator echter geen mogelijkheden meer. Met betrekking tot de ouders valt nog wel veel winst te behalen. Er is geen gedegen communicatie tussen de ouders en inmiddels lijkt ook [minderjarige 2] meer en meer slachtoffer te worden van de ouderstrijd. Het is aan de ouders om het goede voorbeeld aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te geven en samen een hulpverleningstraject aan te gaan om nader tot elkaar te komen, waarbij wellicht een vorm van systeemtherapie de ouders (en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ) kan helpen het tij te keren. Alle feiten en omstandigheden in overweging nemend acht de bijzondere curator het in het belang van [minderjarige 1] dat de zorgregeling zoals neergelegd in het ouderschapsplan wordt gewijzigd, in die zin dat er geen vastgestelde zorgregeling meer zal zijn tussen [minderjarige 1] en de vader. Dat is wat [minderjarige 1] graag wil en de bijzondere curator is van mening dat haar wens moet worden gerespecteerd. Daarbij hoopt zij wel dat het beëindigen van de zorgregeling niet resulteert in nooit meer contact tussen vader en dochter, maar dat er in de toekomst alsnog een hernieuwde band ontstaat tussen de vader en [minderjarige 1] . De ouders zouden hierin het goede voorbeeld kunnen geven door samen actief te werken aan het verbeteren van de onderlinge communicatie. De bijzondere curator adviseert de ouders hierin stappen te gaan ondernemen. 3.3. Het standpunt van de bijzondere curator leidt tot het volgende verzoek namens [minderjarige 1] : de bijzondere curator verzoekt om bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op grond van artikel 1:377a, derde lid, sub c, van het Burgerlijk Wetboek te bepalen dat de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader wordt beëindigd. 3.4. [minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter op 19 november 2025 aangegeven dat zij achter het verzoek van de bijzondere curator staat. Het verzoek komt overeen met haar vraag aan de kinderrechter in het kader van de informele rechtsingang. Nadat haar vader had besloten dat zij niet mee mocht op zomervakantie, hebben zij geen contact meer met elkaar gehad. [minderjarige 1] vindt dit verdrietig, maar tegelijkertijd geeft het niet hebben van contact met haar vader haar op dit moment ook rust. [minderjarige 1] zou graag willen dat de verplichting tot contact met haar vader komt te vervallen. Een verbod op contact is niet nodig. [minderjarige 1] heeft er moeite mee dat haar post bij de vader wordt bezorgd vanwege haar inschrijving in de BasisRegistratie Personen op het adres van de vader. Nu [minderjarige 1] volledig bij haar moeder verblijft, zou zij op het adres van de moeder ingeschreven willen worden. 3.5. De bijzondere curator heeft tijdens de zitting een nadere toelichting op haar rapport gegeven. De bijzondere curator handhaaft, mede gelet op hetgeen [minderjarige 1] in het gesprek met de kinderrechter op 19 november 2025 heeft aangegeven, haar verzoek. Er hebben zich na het verslag van 6 oktober 2025 geen nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. 3.6. De vertegenwoordigster van de Raad heeft de rechtbank tijdens de zitting geadviseerd om het verzoek van de bijzondere curator toe te wijzen. Belangrijk is dat de wens van [minderjarige 1] gehoord wordt. [minderjarige 1] heeft in het contact met de vader meerdere teleurstellingen ervaren, waarbij het besluit van de vader om [minderjarige 1] niet mee te nemen op zomervakantie haar diep heeft geraakt en veel verdriet heeft gedaan. Er bestaat op dit moment geen ruimte bij [minderjarige 1] tot contact met de vader. Het beëindigen van de zorgregeling zal [minderjarige 1] op dit moment de benodigde rust bieden. De vertegenwoordigster van de Raad geeft de ouders, overeenkomstig het advies van de bijzondere curator, wel uitdrukkelijk in overweging om samen (nogmaals) een hulpverleningstraject aan te gaan. Tussen de ouders vindt geen communicatie en samenwerking plaats. Dit heeft geleid tot de huidige situatie, waarbij [minderjarige 1] volledig bij de moeder verblijft en geen contact heeft met de vader, en [minderjarige 2] volledig bij de vader verblijft en nagenoeg geen contact met de moeder heeft. Deze situatie is niet alleen zeer pijnlijk voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , maar ook schadelijk voor hun ontwikkeling. Het is aan de ouders om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en met behulp van hulpverlening te gaan werken aan een verbetering van hun relatie op ouderniveau en de wijze waarop zij het ouderschap invullen. Dit in de hoop dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op termijn weer de ruimte gaan voelen om met hun beide ouders in contact te staan. 3.6 De ouders hebben ter zitting aangegeven dat zij, hoewel zij een verschillende kijk hebben op de gebeurtenissen in de afgelopen periode, het verzoek van de bijzondere curator kunnen begrijpen en hier ook achter staan. Dit betekent niet dat de ouders de huidige situatie wenselijk vinden. De moeder mist [minderjarige 2] en de vader mist [minderjarige 1] . Beide ouders ervaren hiervan veel last en verdriet. De moeder onderschrijft het belang van een hulpverleningstraject zoals geadviseerd door de bijzondere curator en de Raad en zij wil graag samen met de vader een traject aangaan om tot een verbetering van de situatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te komen. De vader ziet de relevantie van een hulpverleningstraject ook in, maar heeft hierover nog vragen zoals de duur en omvang van een dergelijk traject. Beide ouders zijn bereid en voornemens om zich tot [hulpverlening] te wenden voor hulpverlening. 3.7 De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige 1] op het moment dat zij onderhavige zaak startte middels het versturen van een e-mailbericht aan de kinderrechter wisselend was in wat zij wilde in het contact met haar vader. De kinderrechter heeft hierin aanleiding gezien een bijzondere curator over [minderjarige 1] te benoemen. Dit om duidelijkheid te krijgen over de wensen en behoeften van [minderjarige 1] met betrekking tot het contact met haar vader, maar ook om nader te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn in het contact tussen [minderjarige 1] en de vader en in hoeverre hun contact verbeterd zou kunnen worden. De bijzondere curator heeft in dit kader een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek verricht. Zij heeft meerdere gesprekken gevoerd met [minderjarige 1] en met beide ouders. Ondanks de inspanningen van de bijzondere curator, is het niet gelukt om het contact tussen [minderjarige 1] en de vader duurzaam te herstellen en het contact tussen hen minder stroef te laten verlopen. Het besluit van de vader om [minderjarige 1] , om hem moverende reden, niet mee te nemen op zomervakantie, heeft bij [minderjarige 1] tot zoveel teleurstelling en onbegrip geleid dat zij de deur tot contact met de vader zelfs helemaal dicht heeft gedaan. Tot op heden voelt zij nog steeds geen ruimte voor contact met de vader. [minderjarige 1] heeft dit duidelijk verwoord naar de bijzondere curator, en in het gesprek met de kinderrechter op 19 november 2025. 3.8 Er wordt al langere tijd geen uitvoering meer wordt gegeven aan de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader zoals bepaald in het ouderschapsplan van 16 juni 2021. Niet is te verwachten dat dit binnen afzienbare termijn wel gaat gebeuren. [minderjarige 1] staat niet open voor contact met de vader en wijst het contact met de vader op dit moment zelfs helemaal af. Zij heeft ervoor gekozen om volledig bij haar moeder te verblijven. Hoewel contact tussen een kind en zijn beide ouders in beginsel in het belang van een kind wordt geacht, is de kinderrechter voldoende gebleken dat het handhaven van de zorgregeling, die in de praktijk toch niet wordt nagekomen, niet langer in het belang van [minderjarige 1] is. Dit betekent dat de kinderrechter het verzoek van de bijzondere curator, waaraan [minderjarige 1] zich conformeert, zal toewijzen en de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader zal beëindigen. Dit geeft duidelijkheid aan zowel [minderjarige 1] als de beide ouders en brengt [minderjarige 1] de benodigde rust. Dat de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader wordt beëindigd, betekent overigens niet dat de vader het recht op contact met [minderjarige 1] wordt ontzegd. [minderjarige 1] wenst dit ook niet. Wel brengt dit met zich dat er geen vaste afspraken meer gelden voor contact. Indien de vader contact wil met [minderjarige 1] dan zal hij in contact moeten treden met de moeder en/of [minderjarige 1] daarvoor zelf moeten benaderen. 3.9 Met de bijzondere curator en de Raad geeft de kinderrechter de ouders uitdrukkelijk in overweging om, ondanks dat zij in het verleden al hulpverlening hebben ontvangen, opnieuw een hulpverleningstraject aan te gaan om te werken aan hun onderlinge communicatie en de invulling van het ouderschap. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren veel last van de verstoorde verstandhouding tussen hun ouders, en kunnen hierdoor niet op hun beide ouders bouwen. Dit staat een gezonde ontwikkeling van beide kinderen in de weg en zal de verwijdering tussen [minderjarige 1] en de vader en tussen [minderjarige 2] en de moeder alleen maar groter maken. De ouders dragen samen de verantwoordelijkheid om dit te stoppen en de situatie te veranderen. Beide ouders hebben ter zitting aangegeven bereid en voornemens te zijn om zich tot [hulpverlening] te wenden voor hulpverlening. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat beide ouders, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , zich houden aan hun toezegging. 3.10 [minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven het vervelend te vinden dat haar post bij haar vader wordt bezorgd en, nu zij volledig bij haar moeder woont, ingeschreven zou willen worden op het adres van haar moeder in plaats van haar vader. De kinderrechter kan [minderjarige 1] volgen in haar wens, mede nu er geen contact tussen [minderjarige 1] en de vader is. In het ouderschapsplan van 16 juni 2021 is echter bepaald dat [minderjarige 1] staat ingeschreven op het adres van de vader en [minderjarige 2] op het adres van de moeder. Een verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf van [minderjarige 1] ligt bovendien niet ter beoordeling voor aan de kinderrechter. Het is dan ook aan de ouders om hierover, eventueel met behulp van de hulpverlening, nadere afspraken met elkaar te maken. 3.11 Met deze beschikking zal de zaak worden afgesloten. De vraag die [minderjarige 1] aan de kinderrechter in het kader van de informele rechtsingang heeft gesteld is beantwoord en de bijzondere curator heeft de opdracht van de kinderrechter volbracht. De werkzaamheden van de bijzondere curator zijn daarmee dan ook geëindigd, zodat zij zal worden ontslagen van die taak met dank voor haar inspanning. Mocht echter een rechtsmiddel worden ingesteld, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. De kinderrechter zal daarom beslissen als hierna vermeld. 3.12 De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] zelf van haar te horen krijgt wat in de onderhavige procedure wordt beslist, maar ook dat de andere betrokkenen weten wat de kinderrechter hierover aan [minderjarige 1] terugkoppelt. Hierna zal de kinderrechter zich daarom tot [minderjarige 1] richten. Deze tekst zal worden overgenomen in een brief die naar [minderjarige 1] wordt gestuurd. Beste [minderjarige 1] , Begin van dit jaar heb ik mr. Eefje van Nuenen-Meulesteen als bijzondere curator over jou benoemd. Met haar heb jij meerdere gesprekken gevoerd over het contact met je vader. Ook heeft zij met jouw ouders gesproken. Van haar onderzoek heeft de bijzondere curator een verslag geschreven. In haar verslag heeft zij verzocht om de zorgregeling tussen jou en jouw vader te beëindigen. Zij vindt het, met alles dat is voorgevallen, op dit moment niet in jouw belang wanneer contact tussen jou en de vader blijft en met vaste omgangsmomenten. Wij hebben voor de tweede keer met elkaar gesproken op 19 november 2025. Tijdens dit gesprek heb jij verteld hoe het met je gaat en wat jij vindt van het verzoek van de bijzondere curator om de zorgregeling tussen jou en jouw vader te beëindigen. Jij hebt aangegeven het eens te zijn met haar verzoek. Op dit moment heb jij geen contact met je vader. Dit geeft jou nu rust. Je staat niet (meer) open voor een verplicht contact met je vader. Op 27 november 2025 was de zitting waarvoor jouw ouders waren uitgenodigd. Ook de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming waren uitgenodigd. Zij zijn allemaal naar de zitting gekomen. Tijdens de zitting is gesproken over het verzoek van de bijzondere curator om de zorgregeling tussen jou en jouw vader te beëindigen. Iedereen, dus ook jouw beide ouders, vinden het het beste voor jou wanneer de zorgregeling tussen jou en jouw vader stopt. Ook ik vind dat op dit moment het beste voor jou. Jij en jouw vader hebben al langere tijd geen contact met elkaar en jij voelt op dit moment ook geen ruimte om dat contact weer aan te gaan. Verplichte contactmomenten tussen jou en jouw vader vind ik daarom ook niet goed voor jou. Ik heb daarom besloten om het verzoek van de bijzondere curator toe te wijzen en de zorgregeling tussen jou en jouw vader stop te zetten. Je bent dus niet meer verplicht tot contact met je vader. Dit betekent overigens niet dat er geen contact tussen jou en jouw vader meer mag zijn. Ik gun het jou dat jij op een gegeven moment weer contact kan hebben met jouw vader. Het is aan jou om te bepalen wanneer jij contact wil met je vader en op welke manier. Met jouw ouders is tijdens de zitting gesproken over hulpverlening waarbij zij gaan leren om weer met elkaar te praten als ouders van twee kinderen en zij vervolgens de zaken rondom jou en [minderjarige 2] weer samen gaan regelen. Jouw beide ouders hebben aangegeven voor hulpverlening open te staan en dat zij daarom contact gaan opnemen met [hulpverlening] . Op jouw vraag of je ingeschreven kan worden op het adres van je moeder in plaats van je vader, kan ik geen beslissing nemen. Hiervoor is geen verzoek ingediend. Het is aan jouw ouders om hierover met elkaar in gesprek te gaan en te overleggen, eventueel met behulp van de hulpverlening die zij gaan benaderen. Ik hoop dat door deze brief voor jou duidelijk is wat mijn beslissing is. Met mijn beslissing is jouw vraag beantwoord. De zorgregeling tussen jou en jouw vader wordt beëindigd. Dit betekent bovendien dat de bijzondere curator geen taak meer heeft. Haar betrokkenheid wordt dus afgesloten.. Ik hoop dat deze beslissing jou rust geeft en ik wens je het beste toe. Vriendelijke groeten, de kinderrechter. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1 beëindigt de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader zoals bepaald in het ouderschapsplan van 16 juni 2021; 4.2 verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.3 ontslaat mevrouw mr. E.M.G. van Nuenen-Meulensteen van haar taak als bijzondere curator voor [minderjarige 1] , tenzij een rechtsmiddel wordt ingesteld. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 in aanwezigheid van mr. Snatersen, griffier. Mededeling van de griffier : Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof: a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking; b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking; c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de beschikking; d. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat. verzonden: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.