Rechtbank Rotterdam
Rechtbank Rotterdam
Case Summary
Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.172720.24 Datum uitspraak: 15 november 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam], raadsman mr. R.A.L.F. Frijns, advocaat te Rotterdam. 1 Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2024. 2 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3 Eis officier van justitie De officier van justitie mr. D.D.B. Reuter heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uur met aftrek van voorarrest (3 dagen), waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling. 4 Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (feit 2 en feit 3) Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Vrijspraak (feit 1) 4.2.1. Standpunt officier van justitie Feit 1 kan wettig en overtuigend worden bewezen. Uit de aangifte van [aangeefster] blijkt dat zij de verdachte binnenliet en hem later vroeg om weg te gaan. Zij kregen ruzie en de verdachte zou de bedreigingen hebben geuit. De verdachte heeft delen van de woorden bekend bij de rechter-commissaris en de politie. Hoewel de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de bedreigingen niet mondeling heeft geuit, maar enkel per telefoon, gaat de officier van justitie uit van de eerdere verklaringen van de verdachte. Deze zijn in lijn met de andere bewijsmiddelen in het dossier, te weten de aangifte en de verklaring van [getuige]. 4.2.2. Beoordeling De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de ten laste gelegde bewoordingen van de bedreiging niet mondeling tegen aangeefster heeft uitgesproken. Hij heeft deze alleen later tegen haar geuit via de (whatsapp) berichten aan haar via zijn telefoon. Ten laste is gelegd dat de verdachte tegen aangeefster zou hebben gezegd: “Ik heb een fucking gun in mijn huis hé. En niemand gaat kogels tegenhouden. Ik ga je strot doorsnijden.” Deze bewoordingen komen grotendeels overeen met de bedreigingen die via whatsapp zijn geuit (feit 2). De rechtbank volgt de verdachte in zijn verklaring dat, daar waar hij bij de politie en bij de rechter-commissaris heeft verklaard hij deze woorden tegen aangeefster heeft gezegd, hij heeft bedoeld dat hij die woorden enkel via whatsapp naar haar heeft gestuurd. [getuige] heeft wel verklaard (samengevat) dat verdachte boos en agressief was, maar niet welke woorden hij tegen aangever zou hebben gezegd. 4.2.3. Conclusie Het onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 4.3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 2 hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Rotterdam en/of Oostvoorne, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en /of met zware mishandeling, door middels WhatsApp één of meerdere tekstberichten te sturen met onder meer woorden en /of teksten: "Ik ga een vuurwerkbom in je huis gooien. Ik ben er over 39 minuten. Tot zo. Je gaat u zien." en /of "Ik snijd je strot door" en /of "We gaan zien of je kogels kan tegen houden. I kkommu nu. Ik neem je mee na hell hoer" , althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking ; 3 hij, op of omstreeks in de periode van 23 mei 2024 tot en met 25 mei 2024 te Rotterdam en/of Oostvoorne, althans in Nederland, een of meer dere persoonsgegevens van een ander /of een derde , te weten naam en /of telefoonnummer en /of foto's van (het gezicht van) [slachtoffer], zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, door voornoemde persoonsgegevens te (doen) publiceren via een voor anderen toegankelijk Badoo-profiel met het oogmerk om die [slachtoffer] - vrees aan te (laten) jagen - ernstige overlast aan te (laten) doen en/of - in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen . Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken. 5 Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: t.a.v. feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; t.a.v. feit 3: het verspreiden van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen en ernstige overlast aan te doen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6 Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7 Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en aan ‘doxing’. De verdachte kreeg ruzie met het slachtoffer waarna hij per telefoon bedreigende berichten heeft verstuurd aan haar. Daarmee heeft hij bij het slachtoffer gevoelens van angst veroorzaakt. Vervolgens heeft de verdachte het slachtoffer naar eigen zeggen ‘terug willen pakken’ door een profiel op datingapp Badoo aan te maken met haar foto, naam en telefoonnummer. Daarmee heeft de verdachte het slachtoffer de controle ontnomen om zelf te bepalen welke informatie zij met derden deelt. Dit heeft bij haar overlast veroorzaakt, onder meer doordat zij ongewenste berichten ontving van een persoon die zij niet kende. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij heeft gehandeld met de bedoeling om een ander te schaden en niet heeft nagedacht over de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. 7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juli 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Gelet op het tijdsverloop wordt dit niet in het nadeel van de verdachte meegewogen. 7.3.2. Rapportages Psycholoog Psycholoog [naam] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 23 september 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De verdachte heeft deels meegewerkt aan het onderzoek. Enige vijandigheid en achterdocht (voortkomend uit zijn problematiek) zijn hieraan mogelijk debet geweest. Er is sprake van een stoornis in cannabisgebruik, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken en van aanwezigheid van ADHD kenmerken. Ook zijn er aanwijzingen voor gedeeltelijke intellectuele beperkingen. Deze stoornissen bestonden ook ten tijde van het ten laste gelegde, hetgeen zijn gedragskeuzes en gedragingen beïnvloedde. De verdachte heeft een belast verleden met onveilige en ambivalente hechting. Dit heeft zijn ontwikkeling geschaad. Daardoor heeft de verdachte minder vaardigheid in het omgaan met relationele conflicten en kunnen vijandigheid (achterdocht) en angst al eens snel de overhand krijgen wanneer zulks het geval is. De verdachte kon de relatiebreuk met de aangeefster niet verdragen en het ten laste gelegde is een uitwerking van de beschreven problematiek van de verdachte in deze. Gelet op het bovenstaande, adviseert de psycholoog om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Geschat met het vigerende risicotaxatie-instrument, de HKT-R, is er sprake van een hoog recidiverisico. Op klinische gronden is in te schatten dat het recidiverisico (althans wat gelijkaardige feiten betreft) eveneens hoog is. De psycholoog adviseert de rechtbank, bij bewezenverklaring van het ten laste gelegde, om de verdachte te laten behandelen in een forensisch psychiatrische polikliniek en tevens te laten begeleiden door de reclassering. Dit binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel. Reclassering Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 november 2024. Dit rapport sluit aan bij de conclusies van de psycholoog. De reclassering conformeert zich tevens aan het strafadvies en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling bij De Waag. 7.4. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De rechtbank houdt er daarom in de strafoplegging rekening mee dat de bewezenverklaarde feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. Bij de bepaling van de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend, ondanks dat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde onder 1. Nu het NIFP en de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. 8 In beslag genomen voorwerpen 8.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft in eerste instantie gevorderd de in beslag genomen mobiele telefoon, betreffende een zwarte Nokia met goednummer [nummer], terug te geven aan de verdachte. Omdat een fout is gemaakt bij het beslaghuis is deze reeds vernietigd en ligt er dan ook helaas geen beslag meer voor. 8.2. Beoordeling Nu voornoemde zwarte Nokia inmiddels is vernietigd kan deze niet worden teruggegeven aan de verdachte. De verdachte kan een verzoek tot schadevergoeding bij de officier van justitie indienen. 9 Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 285 en 285d van het Wetboek van Strafrecht. 10 Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11 Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis , waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan; bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaren, na te melden voorwaarden overtreedt. beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 34 uren te verrichten taakstraf resteert; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen ; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; stelt als bijzondere voorwaarden: de veroordeelde zal zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak; de veroordeelde zal zich laten behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. C.G. van de Grampel, voorzitter, en mrs. mr. F. Damsteegt en H.C. van Vuren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 15 november 2024. De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij, op of omstreeks 23 mei 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: “Ik heb een fucking gun in mijn huis hé. En niemand gaat kogels tegenhouden. Ik ga je strot doorsnijden." ,althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 2 hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Rotterdam en/of Oostvoorne, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door middels whats-app één of meerdere tekstberichten te sturen met onder meer woorden en/of teksten: "Ik ga een vuurwerkbom in je huis gooien. Ik ben er over 39 minuten. Tot zo. Je gaat u zien." en/of "Ik snijd je strot door" en/of "We gaan zien of je kogels kan tegen houden. I kkommu nu. Ik neem je mee na hell hoer", althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking; 3 hij, op of omstreeks de periode van 23 mei 2024 tot en met 25 mei 2024 te Rotterdam en/of Oostvoorne, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten naam en/of telefoonnummer en/of foto's van (het gezicht van) [slachtoffer], zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, door voornoemde persoonsgegevens te (doen) publiceren via een voor anderen toegankelijk Badoo-profiel met het oogmerk om die [slachtoffer] - vrees aan te (laten)jagen - ernstige overlast aan te (laten) doen en/of - in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen.