ECLI:NL:RBGEL:2025:11803 Rechtbank Gelderland , 30-06-2025 / 05/329609-24
Rechtbank Gelderland
Case Summary
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/329609-24 Datum uitspraak : 30 juni 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , raadsvrouw: mr. M. Nentjes, advocaat in Rotterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode 1 januari 2024 tot en met 17 oktober 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum en/of Wageningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer persoonsgegevens (naam, functie/beroep en/of foto’s) van anderen, te weten [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (zijnde medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Gelderland en/of [bedrijf] ), zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om voornoemde personen - vrees aan te (laten) jagen en/of - ernstige overlast aan te (laten) doen en/of - in de uitoefening van hun ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen; 2. hij in of omstreeks de periode 1 november 2023 tot en met 17 oktober 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum en/of Wageningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van een of meerdere personen (zijnde medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Gelderland en/of [bedrijf] ), te weten [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of een of meerdere openbare lichamen of instellingen, te weten de Raad voor de Kinderbescherming en/of Jeugdbescherming Gelderland, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, door op sociale media, Google review en/of Youtube, althans op het internet, meermaals berichten, geluidsfragmenten en/of filmpjes te plaatsen met intimiderende, beschuldigende en/of belastende teksten aan het adres van voornoemde personen en/of openbare lichamen/instellingen, onder andere (betreffende een selectie uit het procesdossier met zaakregistratienummer PL0600-2024353744): - “ PAS OP VOOR [slachtoffer] . Ze wordt vaker genoemd en is partijdig en zelfingenomen! Een grote bedreiging deze mevrouw en de RvdK!” en/of ‘ [bedrijf] en rvdk is terreur! Traumazorg, Falende Jeugdzorg en hulpverlening’ “…. Vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een smerig kutwijf”. (procesdossier, p. 14), - “ Traumaregie. Het zijn mensen! het zijn burgers. Ze vallen onder de NL wetgeving! Stop corrupte rechtszaken onder invloed van deze criminelen. Pak ze op en breng ze voor de tuchtcommissie!! Leugens van jeugdzorg! Fuck [slachtoffer] ". (procesdossier, p. 48), - " Ik zei nog VRIENDJES VAN [slachtoffer] . Ik zei ook dit corrupte clickje is verdeeld over meerdere hoge functies binnen jeugdzorg en justitie. Ons kent ons en ons DEKT ons". (procesdossier, p. 64), - " Je hebt verkeerd berekend dat ik me focus op haar zal hebben [slachtoffer] . Mijn focus is op jou, [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] . Mijn focus is op de [bedrijf] . Daarna op jullie vrienden bij de RvdK en de Gemeente Renkum. Stop corrupte Jeugdzorg!" en/of “Fxck [slachtoffer] ” (procesdossier, p. 66), - " Als ik zo verdwijn of wordt opgepakt en je hoort niks meer van mij. Weet dan dat ik nergens over heb gelogen. Ik en mijn kinderen worden ernstig bedreigd door een valse melding VT gemaakt door [slachtoffer] . Omdat [slachtoffer] door de mand valt en zo dus [slachtoffer] zijn vrouw ook komt er een heel netwerk voor de dag van corrupte Jeugdzorg en Staatsmedewerkers. Het tweede wat ik tegenkwam in de jaarverslagen is ernstiger. In 2022 is door de eigenaar [slachtoffer] een privé opname gedaan uit het vermogen van het bedrijf. Door hem is 231.906 euro aan zorggeld uit het bedrijf getrokken. In 2023 dezelfde actie, een privé opname van 245.737 euro aan zorggeld in privé opgenomen". (procesdossier, p. 67), - een foto van de medewerkers van [bedrijf] met daarbij de tekst: “Feitelijke feiten! Ondermijnen van gezag, zorgfraude, valsheid in geschrifte, AVG overtredingen, belangenverstrengeling, ernstige nalatigheid, meineed, dubbelfunctie, dubieuze nevenactiviteiten, smaad & laster.” (procesdossier, p. 68), - “ [slachtoffer] bestuurder, deelt privacy gevoelige informatie ver mijn casus op LinkedIn en liegt met de informatie die hij verder geeft. [slachtoffer] , MSc regiomanager JBG, onderzoekt, concludeert, doet verder niks maar veranderd wel de gespreksonderwerp(en) van het komende (klachten)gesprek 2 september. [slachtoffer] liegt tegen de rechter en de Rechtspraak. Hij is onderdeel van de grote groep corrupte Jeugdzorg district Arnhem (…)”. (procesdossier, p. 146), - "(…) Manager [naam] , [slachtoffer] , [naam] weten het nog beter! Bespreken jullie met elkaar welk gezin makkelijk te pakken is. Ik ga graag met jullie allemaal het gesprek aan. [naam] wilt hier ook vast bij zijn. [slachtoffer] , MSc en [naam] Jeugdbescherming Gelderland willen hier vast ook bij zijn. Misschien is het handig om ook de Politie Nederland erbij te hebben, aangezien we het moeten gaan hebben over ernstige strafbare feiten gepleegd door werknemers, managers en directieleden van Jeugdzorg. Dit moet per direct stoppen en de verantwoordelijke mensen dienen te worden aangeklaagd, aangehouden en veroordeeld!". (procesdossier, p. 145) en/of - Jeugdbescherming Gelderland en hun coordinator/teammanager, die wel erg lang is, maar ook niet. Al die vlekken op zijn lichaam zijn kenmerken van alle kinderen, die hij ruineert samen met zijn corrupte collega's van de Raad voor de Kinderbescherming. Liegen en bedriegen en vervolgens dit opsturen naar de Rechtbank. De corrupte Rechtbank” (procesdossier, p. 147); 3. hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2024 tot en met 27 maart 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] door een toegezonden geschrift heeft beledigd door een mail te sturen aan (een medewerker van) de Raad voor de Kinderbescherming met daarin onder andere de tekst: “(…) God heeft een hekel al vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een vies kutwijf (…)” (procesdossier, p. 41). 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ten aanzien van feit 1 geldt dat op basis van de tenlastelegging niet vast kan worden gesteld dat en zo ja, op welke manier, sprake is van doxing. Bovendien heeft verdachte enkel gebruik gemaakt van openbare informatie of informatie uit zijn eigen correspondentie. Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsvrouw een beroep gedaan op het derde lid van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Tot slot heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt gesteld dat de verdediging meent dat enige uitlating van verdachte onder de gegeven heftige omstandigheden waarin hij verkeerde op het moment dat hij deze uitlating heeft gedaan, niet moet leiden tot een veroordeling. Beoordeling door de rechtbank De bewijsmiddelen [naam] heeft aangifte gedaan namens [slachtoffer] , die werkzaam is als raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) en in die hoedanigheid te maken had met verdachte. Op 16 januari 2024 werd met het e-mailadres [e-mail address] een e-mail verstuurd aan medewerkers van de RvdK. Hierin stond onder andere: ‘ God heeft een hekel al vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een vies kutwijf (…)’. Hierdoor voelde [slachtoffer] zich in haar eer en goede naam aangetast. Volgens [naam] heeft een wijkagent op 1 februari 2024 een normstellend gesprek met verdachte gevoerd, waarbij hem duidelijk is gemaakt dat er mogelijk aangifte zou worden gedaan als hij zich opnieuw beledigend of dreigend zou uitlaten ten opzichte van medewerkers van de RvdK. Verdachte zou hebben beloofd dat hij niets nieuws online zou plaatsen. Het door aangeefster [slachtoffer] aangeleverde bewijsmateriaal is door de politie bekeken. De bevindingen van de politie met betrekking tot dit bewijsmateriaal zijn onder andere de volgende. Verdachte heeft in meerdere openbare berichten op LinkedIn de voor- en achternaam van [slachtoffer] genoemd. Op een Youtube-account zijn meerdere filmpjes te zien (geweest) waarop de gegevens van [slachtoffer] en andere medewerkers van de Jeugdzorg worden of werden genoemd en waarin zij zeer negatief neer worden gezet. Op de profielfoto’s van de accounts die de foto’s en video’s hebben geplaatst, is een foto te zien van mogelijk verdachte. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan tegen verdachte namens het bedrijf [bedrijf] . [slachtoffer] is medewerker van dit bedrijf, dat betrokken was bij de begeleiding van het gezin van verdachte. Hierbij waren onder andere mede-eigenaar [slachtoffer] , en medewerkers [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] betrokken. Op 1 november 2023 is deze begeleiding gestopt. Daarna heeft verdachte e-mailberichten verstuurd, waarin hij volgens [slachtoffer] intimiderend over kwam. Ook heeft hij filmpjes en negatieve berichten geplaatst op Facebook en YouTube. Op 1 februari 2024 heeft de wijkagent een stopgesprek met verdachte gevoerd, maar iedere keer als er een beslissing wordt genomen over zijn kinderen, blijft hij berichten en filmpjes plaatsen op YouTube. Zo heeft hij een bericht op YouTube geplaatst met de foto’s van de medewerkers die bij zijn gezin betrokken waren. Ook hun namen worden genoemd. Verder heeft hij een bericht geplaatst met de volgende tekst: ‘ Traumaregie. Het zijn mensen! het zijn burgers. Ze vallen onder de NL wetgeving! Stop corrupte rechtszaken onder invloed van deze criminelen. Pak ze op en breng ze voor de tuchtcommissie!! Leugens van jeugdzorg! Fuck [slachtoffer] ’. De medewerkers voelen zich als [bedrijf] in hun eer en goede naam aangetast, omdat meerdere mensen de berichten op YouTube kunnen lezen en ook omdat er dingen in staan die pertinent onwaar zijn. De rechtbank begrijpt uit de later ingediende klachten dat [slachtoffer] in haar verklaring spreekt over [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] . [slachtoffer] heeft onder andere een screenshot aan de politie overgelegd met de volgende tekst: ‘ Ik zei nog VRIENDJES VAN [slachtoffer] . Ik zei ook dit corrupte clickje is verdeeld over meerdere hoge functies binnen jeugdzorg en justitie. Ons kent ons en ons DEKT ons ’ Daarbij stond een foto, waarop medewerkers van [bedrijf] te zien waren met de tekst: ‘ [bedrijf] , Wij realiseren uw trauma ’. Op een ander screenshot stonden foto’s van medewerkers van [bedrijf] , waarbij hun namen staan genoemd. Ook waren er foto’s met de namen van medewerkers van de RvdK. Verder is op een screenshot van de Facebook-pagina van verdachte te zien dat op zijn profielfoto de medewerkers van [bedrijf] staan. Op 8 juli 2024 ontving een verbalisant een foto van een Facebook-bericht van verdachte, waarin onder andere stond: ‘ Ik beroep mij op mijn recht: Vrijheid van meningsuiting. Ik beroep mij op mijn recht: Mijn kinderen en leven beschermen. Je hebt verkeerd berekend dat ik me focus op haar zal hebben [slachtoffer] . Mijn focus is op jou, [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] . Mijn focus is op de [bedrijf] . Daarna op jullie vrienden bij de RvdK en de Gemeente Renkum. Stop corrupte Jeugdzorg! ’. Daaronder stond nog: ‘ Fxck [slachtoffer] ’. Op 25 juli 2024 stuurde [slachtoffer] een bericht door aan de politie dat afkomstig was van verdachte. Hierin stond andere: ‘ Als ik zo verdwijn of wordt opgepakt en je hoort niks meer van mij. Weet dan dat ik nergens over heb gelogen. Ik en mijn kinderen worden ernstig bedreigd door een valse melding VT gemaakt door [slachtoffer] . Omdat [slachtoffer] door de mand valt en zo dus [slachtoffer] zijn vrouw ook komt er een heel netwerk voor de dag van corrupte Jeugdzorg en Staatsmedewerkers. Het tweede wat ik tegenkwam in de jaarverslagen is ernstiger. In 2022 is door de eigenaar [slachtoffer] een privé opname gedaan uit het vermogen van het bedrijf. Door hem is 231.906 euro aan zorggeld uit het bedrijf getrokken. In 2023 dezelfde actie, een privé opname van 245.737 euro aan zorggeld in privé opgenomen ’. Op 29 juli 2024 liet [slachtoffer] weten dat verdachte een LinkedIn-account had aangemaakt. Hierbij stuurde ze een bericht van verdachte door, waarin onder andere stond: ‘Beste Raad voor de Kinderbescherming met bijzonder attentie voor die in Arnhem en de manager [naam] en de grote beïnvloeder ( ik ken [slachtoffer] [bedrijf] en [slachtoffer] niet privé) maar kom daar gereld over de vloer [slachtoffer] . Ik heb jullie laten zien dat ik geen vrees heb. Al bedreigen, intimideren en beïnvloeden jullie mijn hele wereld. Ik bepaal zelf of hij zwart word zoals jullie hart en hersens. Hier is altijd kleur en leven! Daarom bestrijden jullie mij ook! Stan aanbidders! Stop corrupte Jeugdzorg! ’. Op 30 juli 2024 stuurde aangeefster berichten van verdachte door naar de politie. Het ging om een foto van de medewerkers van [bedrijf] Arnhem met daarbij de tekst: ‘ Feitelijke feiten! Ondermijnen van gezag, zorgfraude, valsheid in geschrifte, AVG overtredingen, belangenverstrengeling, ernstige nalatigheid, meineed, dubbelfunctie, dubieuze nevenactiviteiten, smaad & laster. ’ En verder een bericht met de tekst: ‘ Die smerige mensen! In juni'22 ging de OTS eraf. [slachtoffer] - [bedrijf] zou samen met vader en een ondersteunende verklaring van de gezinsvoogd het ouderlijk gezag aan gaan vragen. Werd mij gevraag hier even mee te wachten. Dat had in nooit moeten doen ’. De politie heeft verder onderzoek gedaan naar de informatie die [slachtoffer] heeft aangeleverd en die openbaar kenbaar zou zijn gemaakt. Als er wordt gesproken over de zes personen genoemd in de aangifte, dan worden de volgende personen bedoeld: [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] . Het betrof in totaal 22 afbeeldingen. Het gaat onder andere om de tekst: ‘ Ik ken de ouders van [slachtoffer] en [slachtoffer] , ik ken hun kinderen ’ bij een foto van [slachtoffer] die op LinkedIn en YouTube stond. Verder zag de verbalisant een screenshot van YouTube met een afbeelding van aangeefster [slachtoffer] , inclusief haar voor- en achternaam, en de hoofden van de zes personen genoemd in de aangifte. Daarnaast een screenshot van YouTube met een afbeelding van [slachtoffer] , inclusief haar voor- en achternaam, met daarbij de tekst: ‘ Misdadigers in de jeugdhulpverlening ontnemen vrijheid ’. Verder waren er twee screenshots van YouTube met een afbeelding van [slachtoffer] en de hoofden van de zes personen uit de aangifte die op poppetjes waren geplakt. Ook was er een screenshot van YouTube, waarop elf profielen zichtbaar waren die afkomstig waren van LinkedIn. Hierbij worden hun voor- en achternaam genoemd en de functie die ze op dat moment bekleedden. De vijf personen die genoemd worden in de aangifte, bevonden zich onder de profielen, evenals het profiel van [slachtoffer] . Er was ook een afbeelding die vermoedelijk afkomstig was van Instagram, waarbij de vijf namen worden genoemd. Op een andere afbeelding die vermoedelijk van Instagram kwam, stonden de hoofden van de zes personen uit de aangifte op zes poppetjes geplakt met daarbij de tekst: ‘ Ondermijnen van gezag/ zorgfraude / valsheid in geschrifte/ AVG overtredingen/ belangenverstrengeling/ ernstige nalatigheid/ meineed/ dubbele functie/ dubieuze nevenactiviteiten/ smaad & laster ’. Daarnaast was er een afbeelding van LinkedIn, waarop de namen van [slachtoffer] en [slachtoffer] worden genoemd. Tot slot was er een screenshot van YouTube, waar de namen van [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] worden genoemd. [slachtoffer] , werkzaam bij Jeugdbescherming Gelderland, heeft aangifte gedaan tegen verdachte, die cliënt is van Jeugdbescherming Gelderland. Verdachte deelt herhaaldelijk profielfoto’s, functienamen, audiofragmenten en de inhoud van WhatsApp- en e-mailberichten van medewerkers van Jeugdbescherming Gelderland. In week 24 van 2024 heeft [slachtoffer] telefonisch aan verdachte laten weten dat dit niet is toegestaan, omdat dit wordt aangemerkt als doxing. Desondanks bleef verdachte persoonsgegevens en audiofragmenten op sociale media plaatsen. Daarom heeft [slachtoffer] in week 28 van 2024 opnieuw telefonisch contact gehad met verdachte, waarbij hij dezelfde boodschap heeft gegeven, die bovendien schriftelijk is bevestigd. In week 36 is verdachte in een persoonlijk stopgesprek gesommeerd om te stoppen met het delen van voornoemde gegevens op sociale media. Eén van de gemaakte afspraken is dat Jeugdbescherming Gelderland aangifte zal doen van doxing, nu verdachte duidelijk heeft aangegeven zijn gedrag niet aan te zullen passen. Volgens [slachtoffer] wordt Jeugdbescherming Gelderland door de veelvuldige doxing gehinderd in het veilig uitvoeren van haar publieke taak. Van de doxing is een tijdlijn opgesteld, lopende van 11 januari 2024 tot en met 3 september 2024. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte hem op verschillende momenten op negatieve wijze benoemt op sociale media. Naar zijn mening doet verdachte dit op respectloze wijze, waarmee hij probeert om [slachtoffer] - [slachtoffer] in een negatief daglicht te stellen. De teksten van verdachte komen intimiderend over op [slachtoffer] - [slachtoffer] , waarbij deze de indruk heeft dat verdachte hem emotioneel probeert te raken en hij zo zijn functie niet meer naar behoren kan uitoefenen. Ondanks de waarschuwingen die verdachte heeft gehad, heeft hij de negatieve en foutieve teksten en geluidsfragmenten over [slachtoffer] - [slachtoffer] niet verwijderd. Volgens [slachtoffer] - [slachtoffer] wordt verdachte juist steeds persoonlijker door fysieke kenmerken te benoemen in negatieve combinatie met zijn werkzaamheden. De politie heeft nader onderzoek gedaan naar de tijdlijn die [slachtoffer] heeft aangeleverd. Hieruit blijkt dat er op 9 juli 2024 een filmpje op YouTube wordt gepubliceerd, waarin de volledige naam van [slachtoffer] wordt gedeeld, evenals een foto en de volledige naam van [slachtoffer] . Op 10 juli 2024 worden 4 filmpjes op YouTube geplaatst, waarin telkens een foto en de volledige naam van [slachtoffer] worden gedeeld. De verbalisant die één van de links heeft geopend, ziet vervolgens een foto van een man met daarbij de volgende gegevens: [slachtoffer] , teammanager bij Jeugdbescherming Gelderland, Hedel, Gelderland, Nederland. Op 20 augustus 2024 plaatste verdachte een bericht op LinkedIn met de volgende tekst: ‘ Beste meneer [naam] en de overige genoemde van de Raad voor de Kinderbescherming [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] . De laatstgenoemde is een hypocriet aangezien ze mij blokkeerd vanwege het brengen van de waarheid. Manager [naam] , [slachtoffer] , [naam] weten het nog beter! Bespreken jullie met elkaar welk gezin makkelijk te pakken is. Ik ga graag met jullie allemaal het gesprek aan. [naam] wilt hier ook vast bij zijn. [slachtoffer] , MSc en [slachtoffer] Jeugdbescherming Gelderland willen hier vast ook bij zijn. Misschien is het handig om ook de Politie Nederland erbij te hebben, aangezien we het moeten gaan hebben over ernstige strafbare feiten gepleegd door werknemers, managers en directieleden van Jeugdzorg. Dit moet per direct stoppen en de verantwoordelijke mensen dienen te worden aangeklaagd, aangehouden en veroordeeld! ’ Op 23 augustus 2024 plaatste verdachte een bericht op LinkedIn, waarin de volledige namen van [slachtoffer] en [slachtoffer] worden gedeeld. Op het meegestuurde screenshot van LinkedIn staat een foto van een man met daarbij de volgende gegevens: [slachtoffer] , Jeugdbescherming Gelderland. Op diezelfde datum heeft verdachte een bericht op LinkedIn geplaatst, waarin staat: ‘ Mijn privacy word geschonden door een bestuurder van [slachtoffer] . Coordinator [slachtoffer] liegt voor de rechtbank, vervolgens weer in een rapportage em tegen de regiomanager [slachtoffer] , MSc ’. Op 24 augustus 2024 heeft verdachte een bericht op LinkedIn geplaatst, waarin hij het volgende schreef: ‘ Wat heb ik vanaf 11 januari tot aan vandaag vaak gebeld met JBG. Vooral met de wachtlijstbeheerder. Al die gesprekken heb ik ook opgenomen wat mijn goed recht is. Feitelijke onjuistheden, leugens, bedrog en manipulatie. De raadsrapporten staan er vol mee. [slachtoffer] bestuurder, deelt privacy gevoelige informatie over mijn casus op Linkedin en liegt met de informatie die hij verder geeft. [slachtoffer] , MSc regiomanager JBG, onderzoekt, concludeert, doet verder niks maar veranderd wel de gesprekonderwerp(en) van het komende (klachten) gesprek 2 september. [slachtoffer] liegt tegen de rechter en de Rechtspraak. Hij is onderdeel van de grote groep corrupte Jeugdzorg district Arnhem ’. Op 6 september 2024 heeft verdachte het volgende bericht op LinkedIn geplaatst: ‘ Jeugdbescherming Gelderland en hun coordinator/teammanager, die wel erg lang is, maar ook niet. Al die vlekken op zijn lichaam zijn kenmerken van alle kinderen, die hij ruineert samen met zijn corrupte collega's van de Raad voor de Kinderbescherming. Liegen en bedriegen en vervolgens dit opsturen naar de Rechtbank. De corrupte Rechtbank’ . De connecties van verdachte kunnen zien, lezen en horen wat hij op LinkedIn deelt. Verdachte heeft verklaard dat hij berichten op sociale media heeft geplaatst over medewerkers van Jeugdbescherming Gelderland, de RvdK en [bedrijf] . In de tenlastegelegde periode was hij actief op LinkedIn en had hij een YouTube-account. De accounts [account] , [account] en [account] zijn van hem. Verdachte heeft de berichten en filmpjes die genoemd worden in de eerste zeven gedachtestreepjes van het onder 2 tenlastegelegde en het bericht dat wordt genoemd in het onder 3 tenlastegelegde verstuurd of geplaatst. Verdachte heeft de namen van medewerkers genoemd om zijn bereik te vergroten. Verdachte wist dat zij daar heel erg mee zaten, waardoor zijn berichten weer verder werden verspreid onder hun netwerk of de politie. Hij wist dat zij dit zouden doen als hij hun namen zou noemen. Hij wilde hen aanpakken. Tot slot heeft hij verklaard dat hij op 16 januari 2024 een e-mailbericht heeft verstuurd met de tekst: ‘ God heeft een hekel al vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een vies kutwijf (…)’. De beoordeling door de rechtbank De oorsprong van de geplaatste berichten, afbeeldingen en filmpjes Verdachte heeft verklaard dat hij een groot aantal van de in het procesdossier genoemde berichten, afbeeldingen en filmpjes heeft geplaatst of geüpload. Tegelijkertijd stelt hij dat sommige uitlatingen niet van hem zijn, maar dat dit door de aangevers wel zo wordt gepresenteerd. De rechtbank vindt deze verklaring niet aannemelijk, te meer nu verdachte niet specifiek heeft aangegeven welke berichten, afbeeldingen en filmpjes dan niet van hem afkomstig zijn. Bovendien heeft verdachte van een groot deel van de berichten en de accounts, waarmee deze uitlatingen zijn gepost, verklaard dat deze van hem zijn. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat alle berichten, afbeeldingen en filmpjes in het procesdossier van verdachte afkomstig zijn. Ten aanzien van feit 1 (doxing) Voor bewezenverklaring van doxing is vereist dat degene die zich persoonlijke gegevens van een ander of een derde verschaft, deze gegevens verspreidt of anderszins ter beschikking stelt (hierna samen aan te duiden als: verspreiden). Dit zijn gedragingen die opzet impliceren. Het verspreiden moet zijn gedaan met het oogmerk om een ander vrees aan te jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of ernstig te hinderen in zijn beroepsuitoefening. Aan het oogmerkvereiste is voldaan als de verdachte op het moment van die gedraging die bedoeling heeft, dan wel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte heeft beseft dat het noodzakelijke gevolg van zijn handeling is dat het slachtoffer vrees zal worden aangejaagd, ernstige overlast zal worden aangedaan of in de uitoefening van zijn ambt of beroep zal worden gehinderd. Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte gedurende bijna een jaar op meerdere momenten berichten, afbeeldingen en filmpjes met persoonsgegevens van de in de tenlastelegging genoemde medewerkers van de RvdK, Jeugdbescherming Gelderland en [bedrijf] , waaronder hun volledige naam, functies bij de diverse instellingen en foto’s van hun gezicht, heeft gedeeld op Facebook, LinkedIn en YouTube. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij deze berichten en afbeeldingen heeft geplaatst. Daarmee heeft verdachte voornoemde persoonsgegevens verspreid. Dat het ook om gegevens uit openbare bronnen zou gaan, zoals de verdediging heeft gesteld, doet daar niet aan af, temeer nu verdachte telkens hun namen heeft gecombineerd met foto’s van hun gezichten, en/of hun functie en/of de organisatie waar zij werkzaam zijn. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit heeft gedaan, zodat zijn boodschap een groter aantal mensen zou bereiken, omdat hij ervan uitging dat de medewerkers wiens gegevens hij noemde de berichten, afbeeldingen en filmpjes zouden delen met hun netwerk of de politie. Hij heeft verklaard te weten dat zij hier heel erg mee zaten. Het kan dan ook niet anders zijn dan dat de verdachte bij het delen van de persoonsgegevens heeft beseft dat zijn handelen de betrokkenen in de uitoefening van hun ambt ernstig zou hinderen, temeer gelet op de teksten die verdachte daarbij plaatste en/of de context waarin hij deze persoonsgegevens deelde. Daarmee is voldaan aan het oogmerkvereiste. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 2 (smaad(schrift)) De rechtbank constateert dat [slachtoffer] geen klacht heeft ingediend ter zake van dit feit. Echter uit zijn verhoor, de door hem ingediende vordering tot schadevergoeding en zijn toelichting ter terechtzitting blijken naar het oordeel van de rechtbank onomstotelijk zijn wens tot vervolging, ook ten aanzien van feit 2. De tenlastegelegde gedragingen Artikel 261 Sr is een specifieke vorm van belediging. Strafbaar wordt gesteld de aanranding van iemands eer of goede naam, door middel van de tenlastelegging van een bepaald feit. Van ‘tenlastelegging van een bepaald feit’ is sprake als de bewering op zodanige wijze door de verdachte is geuit dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst. Daarvan is geen sprake als het feit waarvan iemand wordt beschuldigd niet ziet op een concrete gedraging, maar op een eigenschap die hem wordt toegedicht. De beschuldiging dient verder plaats te vinden met het kennelijke doel van ruchtbaarheid. Verdachte heeft bekend dat hij het bericht in het eerste gedachtestreepje heeft verstuurd. Hoewel dit bericht zeer negatief is, legt verdachte hier geen concrete gedraging ten laste aan de genoemde personen en instellingen. Het eerste gedachtestreepje kan dan ook niet worden gekwalificeerd als smaadschrift. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde gedragingen (in de zin van tenlastelegging van een bepaald feit door verdachte in de zin van artikel 261 Sr) is de rechtbank, gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze heeft verricht en hij dus degene is geweest die deze berichten en filmpjes op sociale media, waaronder LinkedIn, Facebook en Instagram, en YouTube heeft geplaatst. Kennelijke doel van ruchtbaarheid geven aan de berichten Verdachte heeft de tenlastegelegde berichten geplaatst op LinkedIn, Facebook, Instagram en YouTube. De berichten, afbeeldingen en filmpjes op deze websites kunnen door een grote, tamelijk willekeurig samengestelde groep van mensen worden bezocht. Verdachte moet daarvan op de hoogte zijn geweest, nu hij bekend was met deze websites, aangezien hij er accounts had. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte met het plaatsen van berichten via deze (sociale) media het kennelijke doel heeft gehad daaraan ruchtbaarheid te geven. Opzet op aanranding van eer of goede naam De rechtbank moet tevens de vraag beantwoorden of verdachte met het plaatsen van deze berichten opzet had op het aanranden van de eer of goede naam van de genoemde medewerkers en instellingen door tenlastelegging van een bepaald feit. De verdediging heeft in dit kader gesteld dat verdachte zich kan beroepen op het derde lid van artikel 261 Sr, omdat hij zou hebben gehandeld tot noodzakelijke verdediging of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het tenlastegelegde waar was en dat het algemeen belang de tenlastelegging eiste. De rechtbank overweegt dat deze stelling door de verdediging enkel wordt onderbouwd door de (eigen) stelling dat er sprake zou zijn van smaad in de aanvullende verklaring vanuit [bedrijf] (pagina 57 e.v. van het procesdossier). Alleen deze stelling zonder nadere onderbouwing is onvoldoende voor een geslaagd beroep op voornoemde uitzonderingsgrond. De rechtbank overweegt dat de geplaatste berichten, afbeeldingen en filmpjes onder meer inhouden dat de genoemde medewerkers en instellingen zich aan corruptie schuldig zouden maken. Verder zou sprake zijn van belangenverstrengeling. Bovendien zouden zij zich volgens verdachte schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten als fraude, het plegen van valsheid in geschrift, meineed, smaad en laster. Verdachte heeft deze informatie openbaar gemaakt in intimiderende, beschuldigende en belastende teksten aan hun adres. De rechtbank is van oordeel dat het plaatsen van dergelijke berichten, afbeeldingen en filmpjes niet anders geïnterpreteerd kan worden dan dat verdachte opzet had op het aanranden van de eer en goede naam van de genoemde medewerkers en instellingen. Conclusie De rechtbank acht het onder 2 tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 3 De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte gebruikte woorden zonder meer beledigend van aard zijn en dus onmiskenbaar ertoe strekten de eer en goede naam van [slachtoffer] aan te tasten. De omstandigheden waarop verdachte een beroep doet, maken niet dat deze uitspraak kan worden gerechtvaardigd. Daarmee acht de rechtbank de tenlastegelegde belediging wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank constateert ten slotte dat in de tenlastelegging zowel onder feit 1 als onder feit 2 de naam [slachtoffer] staat. Op basis van het procesdossier is zonder meer duidelijk dat hiermee [slachtoffer] wordt bedoeld, nu in het procesdossier telkens over [slachtoffer] wordt gesproken. De rechtbank ziet dit dan ook als een kennelijke schrijffout en zal deze fout in de bewezenverklaring verbeteren. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode 1 januari 2024 tot en met 17 oktober 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum en/of Wageningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer persoonsgegevens (naam, functie/beroep en/of foto’s) van anderen, te weten [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en/of [slachtoffer] ( zijnde medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Gelderland en/of [bedrijf] ) , zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om voornoemde personen - vrees aan te (laten) jagen en/of - ernstige overlast aan te (laten) doen en/of - in de uitoefening van hun ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen; 2. hij in of omstreeks de periode 1 november 2023 tot en met 17 oktober 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum en/of Wageningen, althans in Nederland, meermalen , althans eenmaal, opzettelijk, de eer en /of de goede naam van een of meerdere personen , ( zijnde medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Gelderland en /of [bedrijf] ) , te weten [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en /of [slachtoffer] en /of een of meerdere openbare lichamen of instellingen, te weten de Raad voor de Kinderbescherming en /of Jeugdbescherming Gelderland, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en /of afbeeldingen verspreid, door op sociale media, Google review en /of Youtube, althans op het internet, meermaals berichten, geluidsfragmenten en /of filmpjes te plaatsen met intimiderende, beschuldigende en /of belastende teksten aan het adres van voornoemde personen en /of openbare lichamen/instellingen, onder andere (betreffende een selectie uit het procesdossier met zaakregistratienummer PL0600-2024353744): - “PAS OP VOOR [slachtoffer] . Ze wordt vaker genoemd en is partijdig en zelfingenomen! Een grote bedreiging deze mevrouw en de RvdK!” en/of ‘ [bedrijf] en rvdk is terreur! Traumazorg, Falende Jeugdzorg en hulpverlening’ “…. Vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een smerig kutwijf”. (procesdossier, p. 14), Traumaregie. Het zijn mensen! het zijn burgers. Ze vallen onder de NL wetgeving! Stop corrupte rechtszaken onder invloed van deze criminelen. Pak ze op en breng ze voor de tuchtcommissie!! Leugens van jeugdzorg! Fuck [slachtoffer] ". (procesdossier, p. 48), - " Ik zei nog VRIENDJES VAN [slachtoffer] . Ik zei ook dit corrupte clickje is verdeeld over meerdere hoge functies binnen jeugdzorg en justitie. Ons kent ons en ons DEKT ons". (procesdossier, p. 64), - "Je hebt verkeerd berekend dat ik me focus op haar zal hebben [slachtoffer] . Mijn focus is op jou, [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] . Mijn focus is op de [bedrijf] . Daarna op jullie vrienden bij de RvdK en de Gemeente Renkum. Stop corrupte Jeugdzorg!" en/of “Fxck Joost Kr€chting” (procesdossier, p. 66), - "Als ik zo verdwijn of wordt opgepakt en je hoort niks meer van mij. Weet dan dat ik nergens over heb gelogen. Ik en mijn kinderen worden ernstig bedreigd door een valse melding VT gemaakt door [slachtoffer] . Omdat [slachtoffer] door de mand valt en zo dus [slachtoffer] zijn vrouw ook komt er een heel netwerk voor de dag van corrupte Jeugdzorg en Staatsmedewerkers. Het tweede wat ik tegenkwam in de jaarverslagen is ernstiger. In 2022 is door de eigenaar [slachtoffer] een privé opname gedaan uit het vermogen van het bedrijf. Door hem is 231.906 euro aan zorggeld uit het bedrijf getrokken. In 2023 dezelfde actie, een privé opname van 245.737 euro aan zorggeld in privé opgenomen". (procesdossier, p. 67), - een foto van de medewerkers van [bedrijf] Arnhem met daarbij de tekst: “Feitelijke feiten! Ondermijnen van gezag, zorgfraude, valsheid in geschrifte, AVG overtredingen, belangenverstrengeling, ernstige nalatigheid, meineed, dubbelfunctie, dubieuze nevenactiviteiten, smaad & laster.” (procesdossier, p. 68), - “ [slachtoffer] bestuurder, deelt privacy gevoelige informatie ver mijn casus op LinkedIn en liegt met de informatie die hij verder geeft. [slachtoffer] , MSc regiomanager JBG, onderzoekt, concludeert, doet verder niks maar veranderd wel de gespreksonderwerp(en) van het komende (klachten)gesprek 2 september. [slachtoffer] liegt tegen de rechter en de Rechtspraak. Hij is onderdeel van de grote groep corrupte Jeugdzorg district Arnhem (…)”. (procesdossier, p. 146), - "(…) Manager [naam] , [slachtoffer] , [naam] weten het nog beter! Bespreken jullie met elkaar welk gezin makkelijk te pakken is. Ik ga graag met jullie allemaal het gesprek aan. [naam] wilt hier ook vast bij zijn. [slachtoffer] , MSc en [naam] Jeugdbescherming Gelderland willen hier vast ook bij zijn. Misschien is het handig om ook de Politie Nederland erbij te hebben, aangezien we het moeten gaan hebben over ernstige strafbare feiten gepleegd door werknemers, managers en directieleden van Jeugdzorg. Dit moet per direct stoppen en de verantwoordelijke mensen dienen te worden aangeklaagd, aangehouden en veroordeeld!". (procesdossier, p. 145) en/of - Jeugdbescherming Gelderland en hun coordinator/teammanager, die wel erg lang is, maar ook niet. Al die vlekken op zijn lichaam zijn kenmerken van alle kinderen, die hij ruineert samen met zijn corrupte collega's van de Raad voor de Kinderbescherming. Liegen en bedriegen en vervolgens dit opsturen naar de Rechtbank. De corrupte Rechtbank” (procesdossier, p. 147); 3. hij op 16 januari 2024 te Arnhem en/of Oosterbeek en/of Heelsum, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] door een toegezonden geschrift heeft beledigd door een mail te sturen aan (een medewerker van) de Raad voor de Kinderbescherming met daarin onder andere de tekst: “(…) God heeft een hekel al vieze sluwe slangen en smerige vossen. Dat is wat jullie zijn. [slachtoffer] is een vies kutwijf (…)” (procesdossier, p. 41). Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: meerdaadse samenloop van: feit 1: het verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen, meermalen gepleegd, en feit 2: smaadschrift, meermalen gepleegd, en feit 3: eenvoudige belediging. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van 3 jaar. Verder heeft de officier gevorderd dat aan verdachte de maatregel van artikel 38v Sr wordt opgelegd met betrekking tot aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] in de vorm van een contact- en locatieverbod voor de duur van 3 jaar met 1 week hechtenis per overtreding. Verzocht wordt dit dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat de verzoeken om oplegging van de maatregel ex artikel 38v Sr disproportioneel, niet toereikend onderbouwd en juridisch onhoudbaar zijn. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich veelvuldig en langdurig schuldig gemaakt aan doxing en smaadschrift. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan belediging. Verdachte was niet tevreden met de jeugdhulpverlening die zijn gezin en hem werd geboden door de tien slachtoffers en de instellingen waarvoor zij werkzaam waren. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zijn onvrede op deze manier heeft geuit. In plaats van de geëigende bewegen te bewandelen, desnoods met bijstand van een advocaat, heeft verdachte een grote hoeveelheid intimiderende en beledigende berichten, afbeeldingen en filmpjes over hen op internet gezet, waar het voor iedereen leesbaar was. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor hen gehad, zo blijkt uit hun verklaringen. De slachtoffers voelden zich diep aangetast in hun integriteit, niet alleen als zorgverlener, maar ook als mens. Verdachte ging zó ver dat zij werden gehinderd in de uitoefening van hun beroep. Verdachte heeft op geen enkele wijze spijt betuigd, noch bij de politie, noch ter terechtzitting. Sterker nog, verdachte is vastberaden zijn strijd voort te zetten, zij het dan binnen de grenzen van wat strafrechtelijk wel acceptabel is. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het strafblad van verdachte d.d. 15 mei 2025 blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten. Reclassering Nederland heeft op 28 april 2025 een advies uitgebracht. Daarin wordt opgemerkt dat de reclassering vanwege de aard en de verdenking en het gedrag en handelen van verdachte richting betrokken hulpverleners en ketenpartners, veiligheidsrisico’s ziet voor haar medewerkers en haar organisatie. Om die reden heeft de reclassering besloten afgeschermd te werken, wat inhoudt dat er enkel per mail en/of telefonisch contact plaatsvindt met verdachte waarbij er geen gegevens van reclasseringswerkers of andere medewerkers worden verstrekt. Zolang de reclassering veiligheidsrisico’s ziet, zal er afgeschermd worden gewerkt en zolang er afgeschermd wordt gewerkt, kan er geen uitvoering worden gegeven aan bijzondere voorwaarden. De reclassering geeft aan gezien de context van de verdenking en het gedrag en handelen van verdachte, geen mogelijkheden te zien met voorwaarden het gedrag te beïnvloeden of de risico’s te beperken, ook niet als geen sprake zou zijn van afgeschermd werken. De rechtbank constateert verder dat uit het procesdossier blijkt dat de aanhouding van verdachte niet zachtzinnig of vriendelijk is verlopen. Dit lijkt evenwel te zijn ingegeven door het feit dat verdachte niet meteen gehoor gaf aan de bevelen die de politie hem gaf, zoals zijn telefoons wegstoppen, niet filmen en zelf uit de auto komen. Bovendien lijkt hij zich in eerste instantie tegen zijn aanhouding te hebben verzet. In het dienstvoertuig van de politie richting het politiebureau heeft dit geleid tot een opmerking van één van de verbalisanten. Het betreft een opmerking die, zoals de betreffende verbalisant zelf ook in het proces-verbaal heeft opgeschreven, niet netjes en professioneel was, maar dit wordt, mede gelet op de houding van verdachte zelf bij zijn aanhouding, niet in strafverminderende zin meegewogen. Conclusie Alles afwegende en gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken wordt opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden zijn. Dit is bedoeld als signaal, zowel richting verdachte, als stok achter de deur dat hij voortaan zijn onvrede op een andere wijze moet uiten, als richting de maatschappij, om te benadrukken dat het doen van strafbare uitlatingen of gedragingen richting hulpverleners volstrekt onacceptabel is. De rechtbank zal gelet op hetgeen door de reclassering is opgemerkt niet overgaan tot het opleggen van bijzondere voorwaarden bij het voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank zal verdachte daarom de door de officier van justitie geëiste straf opleggen, te weten een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van 3 jaar. De 38v-maatregel Een aantal van de medewerkers en instellingen heeft verzocht om oplegging van de 38v-maatregel in de vorm van een locatie-, contact- en een publicatieverbod. Deze maatregel kan enkel worden opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. De rechtbank overweegt ten eerste dat de mogelijkheden van de invulling van een vrijheidsbeperkende maatregel in artikel 38v limitatief staan opgesomd en een publicatieverbod daarin niet genoemd staat. Gelet daarop zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een publicatieverbod in de vorm van een artikel 38v maatregel. De rechtbank overweegt verder ten aanzien van de verzochte locatie- en contactverboden dat verdachte deze delicten op afstand heeft gepleegd, namelijk door berichten, afbeeldingen en filmpjes over de betreffende personen online te plaatsen. Uit het procesdossier blijkt niet dat verdachte bij de slachtoffers in de buurt is geweest of hen (al dan niet) direct heeft benaderd. Bovendien blijkt uit de toelichting van de slachtoffers dat zij enkel om deze maatregel hebben verzocht met als doel zich vrijer en minder belaagd te voelen. Gelet hierop zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een 38v-maatregel. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.650,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.250, bestaande uit € 500,- voor feit 1 en € 750,- voor feit 2, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in de vordering. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat deze niet voldoende is onderbouwd en zich niet leent voor behandeling in de strafprocedure. De beoordeling door de rechtbank Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door feit 2 is de benadeelde in de eer of goede naam aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 500,- vaststellen. De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd dat zij als gevolg van feit 1 schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De wettelijke rente Verdachte is vanaf 17 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.650,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.250, bestaande uit € 500,- voor feit 1 en € 750,- voor feit 2, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor de materiële schade en het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat deze niet voldoende is onderbouwd en zich niet leent voor behandeling in de strafprocedure. De beoordeling door de rechtbank Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door feit 2 is de benadeelde in de eer of goede naam aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag va