Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:RBNHO:2026:1371 Rechtbank Noord-Holland , 05-02-2026 / 25/1668

Rechtbank Noord-Holland

Rechtbank Noord-Holland

Case Summary

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 25/1668 en 25/1273 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2026 in de zaken tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer , het college (gemachtigde: mr. E. Huibrechts). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van het college op het verzoek van eiser tot openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo-verzoek) en zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek op grond van de AVG. Eiser is het niet eens met het besluit van het college op dit verzoek. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de informatie op het onlineforum van de VNG niet onder de reikwijdte van het Woo-verzoek valt, omdat deze informatie niet bij de gemeente Haarlemmermeer berust. Voorts is de rechtbank van oordeel het college het verzoek niet had hoeven opvatten als een AVG-verzoek, omdat het verzoek niet als zodanig is geformuleerd. Eiser krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 11 november 2024 bij het college een verzoek gedaan om alle schriftelijke documenten met betrekking tot posts van de gemeente Haarlemmermeer op het onlineforum van de VNG over Woo-verzoeken. Eiser schrijft daarnaast in zijn verzoek dat er vermoedelijk contact is opgenomen/geweest met de media over Woo-verzoeken (over een ‘veelverzoeker’) en dat in dit contact zijn interesse is ontstaan. 2.1. Het college heeft dit verzoek met het besluit van 22 november 2024 afgewezen (het primaire besluit). Het college schrijft dat er geen contact is geweest met de media en dat de informatie op het VNG forum geen onderdeel is van de gemeente. Voor zover eiser vraagt het hele VNG forum met betrekking tot Woo-verzoeken te openbaren, wijst het college dat af op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. 2.2. Eiser heeft hiertegen op 24 december 2024 bezwaar gemaakt. Op 31 december 2024 heeft eiser het college in gebreke gesteld, omdat met het besluit van 22 november 2024 nog niet is beslist op zijn verzoek van 11 november 2024 voor zover dit is gedaan op grond van de AVG. 2.3. Op 31 december 2024 heeft eiser een brief gestuurd waarin hij het college in gebreke stelt voor het niet tijdig beslissen op zijn AVG-verzoek. Het college heeft diezelfde dag per brief laten weten dat de in gebreke stelling ten onrechte aan hen is gestuurd. 2.4. Op 17 februari 2025 (door de rechtbank ontvangen op 24 februari 2025) heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet-tijdig beslissen van het college op zijn AVG-verzoek (het beroep met zaaknummer HAA 25/1273). 2.5. Met het bestreden besluit van 4 maart 2025 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 2.6. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (het beroep met zaaknummer HAA 25/1668). 2.7. De rechtbank heeft de beroepen op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van het college deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. Het college geeft in het bestreden besluit aan dat het onlineforum van de VNG besloten is. Het is voornamelijk bedoeld voor juristen van gemeenten om zakelijk met elkaar van gedachten te kunnen wisseleen over actuele Woo-verzoeken. Er worden geen persoonsgegevens over verzoekers met elkaar gedeeld. Alleen al daarom is het volgens het college onmogelijk om eventuele gegevens van eiser openbaar te maken, omdat eiser niet met naam genoemd wordt. De posts van medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer op dit forum van de VNG zijn daarom volgens het college bovendien aan te merken als intern beraad in de zin van het eerste lid van artikel 5.2 van de Woo. Op grond van dit artikel wordt informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, niet openbaar gemaakt voor zover het persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren betreft. Openbaarmaking van deze berichten zou de vrije gedachtewisseling in gevaar kunnen brengen en daarmee de bestuursvoering belemmeren. Ook het kunnen voeren van (toekomstig) intern beraad wordt met openbaarmaking onevenredig geschaad. Het college heeft het Woo-verzoek om die reden afgewezen. Valt de informatie op het onlineforum van de VNG onder de reikwijdte van het Woo-verzoek? 4. Eiser voert in het beroep met het zaaknummer HAA 25/1668 aan dat het college geen inventarislijst heeft overgelegd waardoor voor hem niet duidelijk is welke stukken het college heeft aangetroffen in het onderzoek naar aanleiding van zijn Woo-verzoek. Zodoende valt ook niet te controleren is of deze stukken terecht integraal geweigerd zijn op grond van eerste lid van artikel 5.2 van de Woo. Volgens eiser is het bestreden besluit daarmee onzorgvuldig tot stand gekomen. 4.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het Woo-verzoek van eiser ziet op posts over Woo-verzoeken, die door medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer zijn geplaatst op het onlineforum van de VNG. Naar het oordeel van de rechtbank vallen berichten op het onlineforum van de VNG niet onder de reikwijdte van de Woo, omdat dit geen publieke informatie is in de zin van artikel 2.1 van de Woo. Uit dit artikel volgt dat daarvoor namelijk is vereist dat het gaat om documenten die berusten bij een bestuursorgaan. 4.2. In dit geval berust de verzochte informatie – voor zover er sprake zou zijn van de gevraagde posts van medewerkers van de gemeente op het forum – niet bij de gemeente Haarlemmermeer maar bij de VNG, hetgeen geen bestuursorgaan is. Hoewel medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer toegang hebben tot de informatie op het onlineforum van de VNG, wordt dit forum niet aangeboden en beheerd of iets dergelijks door de gemeente Haarlemmermeer, maar door de VNG. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat de gevraagde informatie bij de gemeente behoort te berusten in de zin van het tweede lid van artikel 4.2 van de Woo. Hiervoor is immers vereist dat sprake is van enig wettelijk voorschrift waaruit volgt dat de gemeente deze informatie behoort te hebben. Eiser heeft niet onderbouwd dat een dusdanig wettelijk voorschrift bestaat. Het college is daarom op grond van de Woo ook niet verplicht om de VNG te vorderen om de gevraagde informatie op grond van het tweede lid van artikel 4.2 van de Woo te verstrekken. In zoverre slaagt de beroepsgrond niet. 4.3. De rechtbank constateert hierbij wel dat het college in het bestreden besluit een onduidelijke motivering ten grondslag heeft gelegd aan de afwijzing van het Woo-verzoek. In het bestreden beluit staat enerzijds dat het college een extra motivering geeft voor de afwijzing van het Woo-verzoek. De rechtbank begrijpt dat zo dat de motivering een aanvulling zou zijn op de motivering in het primaire besluit. Anderzijds geeft het college in het bestreden besluit aan dat het advies van de adviescommissie wordt overgenomen. De adviescommissie verwerpt echter de motivering uit het primaire besluit (dat de informatie op het VNG forum geen onderdeel is van de gemeente) en geeft aan dat het Woo-verzoek moet worden afgewezen omdat de verzochte informatie is aan te merken als intern beraad in de zin van het eerste lid van artikel 5.2 van de Woo. 4.4. Gelet op het voorgaande heeft het college het Woo-verzoek mogen weigeren, maar hieraan een onduidelijke motivering ten grondslag gelegd. Omdat eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad, ziet de rechtbank aanleiding om het gebrek te passeren op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Heeft het college ten onrechte nog niet beslist op het AVG-verzoek van eiser? 5. Eiser stelt zich in het beroep met het zaaknummer HAA 25/1273 op het standpunt dat het verzoek van 11 november 2024 tevens had moeten worden aangemerkt als een verzoek op grond van de AVG. Volgens eiser heeft het college ten onrechte nog altijd niet beslist op dit verzoek. Eiser ligt op de zitting toe dat het standpunt van het college dat een AVG-verzoek geauthentiseerd dient te worden, hier niet aan afdoet omdat het dan op de weg van het college had gelegen om het verzoek buiten behandeling te stellen. Nu dit niet is gebeurd, is het college nog altijd in gebreke. Voorts blijkt hieruit dat het college het verzoek weldegelijk in behandeling heeft genomen als een AVG-verzoek. Eiser verzoekt om de verbeurde dwangsom alsnog vast te stellen. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn standpunt ter zitting gewezen op de uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2024. 5.1. Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het verzoek van 11 november 2024 gelet op de bewoording ervan niet hoeven aanmerken als een AVG-verzoek. Een verzoek in de zin van artikel 15 van de AVG ziet namelijk op de mogelijkheid inzage te verkrijgen in de persoonsgegevens van de aanvrager en de manier waarop deze gegevens zijn verwerkt. Uit de bewoording van het verzoek volgt dat het verzoek ziet op de openbaarmaking van stukken met betrekking tot posts door medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer op het onlineforum van de VNG over Woo-verzoeken. Uit het verzoek volgt niet dat eiser (daarnaast) verzoekt om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Eiser heeft ook ter zitting aangegeven dat het verzoek, voor zover gedaan op grond van de Woo, niet specifiek ziet op hem betreffende informatie. Gelet op de bewoording van dit verzoek kan het naar het oordeel van de rechtbank daarom niet worden aangemerkt als een verzoek op grond van de AVG. Het enkele feit dat eiser in het verzoek artikel 15 van de AVG erbij heeft geschreven is onvoldoende voor het standpunt dat het college dit in behandeling had moeten nemen als een AVG-verzoek. 5.2. Voor zover het college eiser in de gelegenheid heeft gesteld om het verzoek te authentiseren, is dit dus onverplicht gebeurd en maakt dit niet dat het college alsnog moet beslissen op een AVG-verzoek. Tot slot kan ook het beroep van eiser op de uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2024 niet slagen. In deze uitspraak wordt namelijk niet ingegaan op de vraag wanneer sprake is van een aanvraag in de zin van artikel 15 van de AVG. Om die reden is – anders dan eiser stelt – geen sprake van het niet tijdig beslissen van het college op een AVG-verzoek. Heeft eiser recht op een schadevergoeding in de zin van artikel 6 van het EVRM? 6. Eiser voert in beide zaken aan dat hij op grond van artikel 6 van het EVRM in aanmerking komt voor een schadevergoeding, omdat niet binnen een redelijke termijn is beslist op zijn beroep. Ter zitting heeft eiser erkent dat in dit geval geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Eiser komt niet in aanmerking voor een schadevergoeding. Conclusie en gevolgen 7. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het griffierecht, dat alleen is geheven in HAA 25/1273, krijgt eiser daarom niet terug. In het beroep met zaaknummer HAA 25/1668 heeft de rechtbank het geconstateerde motiveringsgebrek gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. De reiskosten van eiser komen daarom wel in aanmerking voor vergoeding. De rechtbank stelt deze vast op € 67,26, zijnde het bedrag aan kosten dat eiser heeft moeten maken voor het reizen per tweede klasse openbaar vervoer vanaf zijn woonplaats naar de zittingsplaats van de rechtbank. Eiser heeft verder geen kosten gemaakt die in aanmerking komen voor vergoeding. Beslissing De rechtbank - verklaart de beroepen ongegrond; - veroordeelt het college in de reiskosten van eiser tot een bedrag van € 67,26. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. de Regt, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Besseling, griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Algemene Verordening Gegevensbescherming. Zie ter vergelijking de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ5933. ECLI:NL:RBNNE:2024:5252.