ECLI:NL:RBDHA:2025:27372 Rechtbank Den Haag , 24-12-2025 / C/09/678216 / FA RK 25-97
Rechtbank Den Haag
Case Summary
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-97 Zaaknummer: C/09/678216 Datum beschikking: 24 december 2025 Gezag Beschikking op het op 6 januari 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Kievit te Breda. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, feitelijk verblijvende in de penitentiaire inrichting (PI) [plaats] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Feiten - De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad van 2012 tot en met 2020. - Zij zijn de ouders van [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] . - [de minderjarige] is in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het adres van de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten. De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De vader stemt in met het verzoek. Beoordeling Volgens de moeder is het feitelijk onmogelijk om gezamenlijk met de vader het gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. De moeder stelt dat er sprake is verslavingsproblematiek bij en voortdurende onduidelijkheid over de woon- en verblijfplaats van de vader en dat hij regelmatig gedetineerd zit. Daardoor is de vader onbereikbaar voor de moeder. De vader toont zich volgens de moeder niet geïnteresseerd in [de minderjarige] en [de minderjarige] heeft de vader nu al drie jaar niet gezien. Sinds het laatste contact heeft de vader niets meer van zich laten horen en er is op dit moment ook geen contact tussen de ouders. De vader doet hiertoe ook geen moeite, aldus de moeder. Tot slot wijst de moeder op haar zorgen over de mogelijkheid dat [de minderjarige] in het verleden een traumatische ervaring heeft gehad met de vader en het feit dat daar (op termijn) mogelijk hulpverlening voor moet worden ingeschakeld. De moeder wil dit zonder vertraging kunnen doen wanneer dit nodig blijkt, zonder eerst te moeten onderzoeken waar de vader verblijft. Vader heeft ter zitting erkend dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de moeder het gezag alleen zal uitoefenen. In de huidige omstandigheden is de rechtbank met de ouders van oordeel dat het risico bestaat dat [de minderjarige] klem en verloren raakt tussen de ouders bij instandhouding van het gezamenlijk gezag. De rechtbank verwacht niet dat hier op korte termijn verandering in zal komen. Daarom zal de rechtbank de juridische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie en het verzoek van de moeder toewijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te ’s-Gravenhage. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 december 2025.