Rechtbank Amsterdam, 01-07-2026 (13-060009-26)
Rechtbank Amsterdam
Executie-EAB uit Polen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, ondanks een verzoek daartoe, geen nieuwe en integrale vertaling van het EAB toegestuurd. Overlevering geweigerd.
Case Summary
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-060009-26 Datum uitspraak: 1 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 9 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 februari 2026 door de Circuit Court of Zielona Góra , Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] Geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1980, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 4 juni 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 4 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 17 juni 2026 om een nieuwe en integrale vertaling van het EAB op te vragen. Daarnaast heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of de opgeëiste persoon in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van de zitting als bedoeld in de arresten van het Europese Hof van Justitie Höldermann (C-447/24) en Khuzdar (C-95/24) en, zo ja, op welke wijze. Zitting van 17 juni 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank - met instemming van partijen - de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Vertaling van het EAB Inleiding De rechtbank heeft de behandeling van de zaak op de zitting van 4 juni 2026 voor bepaalde tijd aangehouden om een nieuwe en integrale vertaling van het EAB op te vragen. Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 8 juni 2026 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd een exacte vertaling van het EAB in de Nederlandse of de Engelse taal toe te sturen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 17 juni 2026 het volgende antwoord gegeven: “ In response to the message below regarding the ENA translation issued in case II Kop 3/26 – concerning [opgeëiste persoon] – the Regional Court in Zielona Góra, 2nd Criminal Division, kindly informs you that, in principle, the ENA translation is correct, however, the specific names of food products and their unit prices listed in the individual VAT invoices have been omitted from Part E of the ENA form. Most of this data is untranslatable (bank names and invoice numbers); consequently, the charge covering the description of the offence and the total amount of damage caused by the offence has been translated. If it is necessary for the proper adjudication of your case, this Court will arrange for the missing part to be translated without delay. ” Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om een juiste integrale vertaling van het EAB op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. De basis van een overleveringsprocedure is een volledig vertaald EAB. Tijdens de zittingen van 4 en 17 juni 2026 heeft zij in totaal acht voorbeelden gegeven waaruit volgt dat het EAB onjuist, onvolledig en gedeeltelijk niet is vertaald. Dat het volgens de uitvaardigende justitiële autoriteit alleen zou gaan over de namen van specifieke producten en de prijzen daarvan is feitelijk onjuist. Zo staat - blijkens een vertaling van Google Translate - in de toelichting bij onderdeel D) in het Poolse EAB een zinsnede over de gestelde aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de rechtbank. Deze zin komt niet terug in de Engelse vertaling van het EAB die door de Poolse autoriteiten is verstrekt. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak kan worden voortgezet aan de hand van de reeds beschikbare vertaling van het EAB. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 17 juni 2026 volgt dat de vertaling van het EAB in principe correct is, maar dat namen van specifieke producten en de prijzen daarvan niet zijn vertaald omdat deze gegevens niet te vertalen zijn. De omvang van de feiten en de kwalificatie daarvan is wel vertaald, waardoor het voor de opgeëiste persoon voldoende duidelijk is waarvan hij in Polen wordt verdacht. Het specialiteitsbeginsel kan dan ook worden gewaarborgd, ook zonder vertaling van de namen van specifieke producten en de prijzen daarvan. Bovendien is de opgeëiste persoon de Poolse taal machtig zodat hij het originele EAB kan begrijpen. Oordeel van de rechtbank Op grond van artikel 2, vierde lid, OLW dient het EAB te zijn vertaald in de officiële taal of in een van de officiële talen van de uitvoerende lidstaat, dan wel in de taal die deze lidstaat in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring heeft aangegeven. De Poolse taal, de taal waarin het originele EAB van 9 februari 2026 is uitgevaardigd, is niet één van de talen zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat van de uitvaardigende justitiële autoriteit, ondanks het verzoek van het IRC van 8 juni 2026 om een exacte vertaling van het gehele EAB, geen nieuwe integrale vertaling van het EAB is ontvangen. De vertaling die wel voorhanden is, blijkt onvolledig te zijn. Het gaat daarbij niet alleen om prijzen, factuurnummers en dergelijke, maar ook (zoals door de officier van justitie op zitting erkend) om andere informatie, zoals een specifieke zinssnede over de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij het proces. De rechtbank kan er niet op vertrouwen dat het vertaalde EAB alleen van het originele EAB verschilt als het gaat om prijzen en factuurnummers, aangezien er dus ook duidelijke aanwijzingen zijn dat er andere passages niet vertaald zijn en de rechtbank niet zelf kan constateren welke informatie nog meer niet vertaald is. Bij gebrek aan een integrale vertaling van het EAB kan de rechtbank het verzoek om overlevering van de opgeëiste persoon niet inhoudelijk beoordelen. De rechtbank zal de zaak niet aanhouden om de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen om een nieuwe integrale vertaling van het EAB, omdat het IRC op 8 juni 2026 al expliciet heeft gevraagd om een exacte vertaling van het EAB in de Nederlandse of de Engelse taal. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft ruimschoots de mogelijkheid gehad om een nieuwe integrale vertaling van het EAB toe te zenden. Bovendien biedt de beslistermijn - die eindigt op 5 juli 2026 - onvoldoende ruimte om nogmaals te vragen om een nieuwe integrale vertaling van het EAB, daarna een zitting te plannen en binnen de beslistermijn uitspraak te doen. Daarom zal de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon weigeren. 4 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Daarom wordt de overlevering - gelet op artikel 28, tweede lid, OLW - geweigerd. 5 Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 2 OLW. 6 Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Circuit Court of Zielona Góra (Polen) voor de feiten zoals die zijn omgeschreven in onderdeel e) van het EAB. HEFT OP de (geschorste) overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] . Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Scheeper, voorzitter, mrs. I. Verstraeten en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.