Skip to content
Case Law
NL

Raad van State, 23-04-2026 (202600348/3/A3)

Raad van State

Raad van State
Summary

[appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren.

Case Summary

202600348/3/A3. Datum beslissing: 23 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van: [appellante], wonend in Rotterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508. [appellante] heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft informatie over haar medische toestand. Overwegingen 1. [appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren. 2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. 3. De gegevens die [appellante] heeft overgelegd, zijn gegevens over haar medische toestand. Gegevens over de gezondheid zijn bijzondere persoonsgegevens. Verstrekking van de stukken aan het college zou het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] kunnen schaden. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] in dit geval zwaarder dan het belang van het college om van deze stukken kennis te nemen. Daarbij is van belang dat het college door de beperkte kennisneming niet zodanig in zijn procesbelang wordt geschaad, dat zijn belang zwaarder moet wegen. 4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier. w.g. Van den Biggelaar lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. Renkema griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 1071

Related across sources

Similar Content