Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:5174 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-04-2026 (C/02/440531 FA RK 25-5141)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Verzoek tot vervangende toestemming erkenning aangehouden omdat kind inmiddels 12 is en onduidelijk of het kind wil instemmen met erkenning

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/440531 FA RK 25-5141 Datum uitspraak: 23 april 2026 beschikking over vervangende toestemming erkenning en gezag in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. E.M.A. Leijser in Tilburg, en [de moeder] , hierna: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. M.P.J. Brouwers in Tilburg. Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt: De minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014, - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2015, vertegenwoordigd door mr. D. Marcus in haar hoedanigheid van bijzondere curator. 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 23 januari 2026 en alle daarin vermelde stukken; het op 4 maart 2026 ontvangen verslag van de bijzondere curator; het op 5 maart 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen. 1.2 De verzoeken zijn behandeld op de zitting van 11 maart 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man en de moeder, met hun advocaten. Ook was aanwezig de bijzondere curator. 1.3 Voor deze mondelinge behandeling heeft de rechter afzonderlijk met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken over de verzoeken. [minderjarige 2] heeft aangegeven dat hij zijn vader al ruim een jaar niet meer heeft gezien. In het begin vond hij het moeilijk, maar inmiddels is hij eraan gewend dat hij geen contact met zijn vader heeft. [minderjarige 2] vindt dat zijn moeder alleen beslissingen over hem moet nemen. 1.4 [minderjarige 1] heeft aangegeven dat hij zijn vader al bijna twee jaar niet meer heeft gezien. Dat maakt hem boos en verdrietig. Hij wil weten waarom hij zijn vader niet meer ziet. Nu er geen contact is, vindt [minderjarige 1] dat zijn vader geen beslissingen over hem mag nemen. [minderjarige 1] mist zijn vader wel. 2 De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Marcus benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen. 2.2 Aan de rechtbank ligt nog het verzoek van de man voor om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hem gezamenlijk met de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag. Inmiddels is een verweerschrift van de vrouw ontvangen waarin zij verzoekt de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel de verzoeken af te wijzen. 2.3 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: De man en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. Op de geboorteakten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat enkel de moeder als ouder vermeld; De moeder heeft het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De man heeft de Marokkaanse nationaliteit. De moeder en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit. De man, de moeder en de minderjarigen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. Standpunt van de man 2.4 Door en namens de man wordt in zijn verzoekschrift aangevoerd dat hij al eerder om vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] heeft verzocht, welk verzoek bij beschikking van 1 juni 2023 is toegewezen. In deze beschikking is tevens door de rechtbank bepaald dat de man binnen twee maanden nadat de beslissing onherroepelijk is geworden tot erkenning dient over te gaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Na het ongebruikt verstrijken van deze termijn komt de vervangende toestemming van de rechtbank te vervallen. De man heeft de termijn van de verstrekte vervangende toestemming ongebruikt laten verstrijken. De man heeft nogmaals in dezelfde procedure verzocht om vervangende toestemming voor erkenning te verkrijgen. De man is bij beschikking van 8 april 2024 niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek omdat dit verzoek in dezelfde procedure werd gedaan als het eerder toegewezen verzoek. Ook het verzoek van de man om hem mede te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de man niet de juridische vader is van de minderjarigen. Wel is een omgangsregeling vastgesteld tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.5 Partijen hebben tot begin juli 2024 uitvoering gegeven aan de omgangsregeling. Bij het aanbreken van de zomervakantie 2024 heeft de moeder het contact met de man verbroken. Nadien het is contact weer hersteld en had de man weer omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot eind december 2024, waarna de moeder de omgang wederom heeft beëindigd. In de periode van december 2024 tot en met juli 2025 stond de moeder enkel contact tussen de man en de kinderen toe via videobellen. Sinds juli 2025 heeft de man op geen enkele wijze contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.6 De man stelt dat hij de verwekker is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder is bereid om toestemming aan de man te verlenen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen, met dien verstande dat zij alleen het ouderlijk gezag over de minderjarigen wenst te blijven uitoefenen. De man kan met deze voorwaarde niet akkoord gaan. Zodra de man vervangende toestemming heeft verkregen om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te erkennen, zal de man hiertoe overgaan. Op dat moment zal vaststaan dat de man de juridische vader is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Als hoofdregel dient te gelden dat beide ouders met het ouderlijk gezag worden belast. De man stelt dat er geen contra-indicaties zijn om van deze hoofdregel af te wijken. Hij vindt het gezamenlijk gezag in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.7 Ter zitting is door en namens de man hier nog aan toegevoegd dat hij nadat hem eerder vervangende toestemming is verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen, hij in de veronderstelling verkeerde dat hij hier niets voor hoefde te doen. Volgens de man is er wel degelijk sprake van gewijzigde omstandigheden. De grootste wijziging is dat de man niet meer bij de moeder aan de deur staat. Inmiddels heeft de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook al ruim een jaar niet meer gezien. De man wil graag het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer herstellen. Het standpunt van de bijzondere curator 2.8 Door de bijzonder curator is in haar verslag van bevindingen aangevoerd dat voor de man en de moeder vast staat dat de man de verwekker is van de minderjarigen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten dat de man hun vader is, de man is in meer of mindere mate aanwezig geweest in het leven van de minderjarigen, partijen hebben in het verleden in gezinsverband samen geleefd en er hebben in het verleden contactmomenten plaatsgevonden. De bijzondere curator acht het in het belang van de minderjarigen dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. De bijzondere curator vindt de angst van de moeder dat erkenning zal leiden tot gezamenlijk gezag invoelbaar, maar meent dat voorgaande onvoldoende is om te spreken van een verstoorde verhouding tussen de moeder en de minderjarigen dan wel dat de ontwikkeling van de minderjarigen in het gedrang komt. De bijzondere curator meent dat het verzoek van de man tot vervangende toestemming erkenning ontvankelijk is en kan worden toegewezen. 2.9 Hoewel de bijzondere curator slechts is benoemd in de afstammingskwestie, geeft zij toch haar visie over het verzoek van de man om gezamenlijk met de vrouw belast te worden met het gezag. De bijzondere curator meent dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem en verloren zullen raken indien partijen het gezamenlijke gezag zullen uitoefenen. De ouders lijken niet in staat op deugdelijke en constructieve wijze met elkaar te kunnen communiceren over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.10 De bijzondere curator heeft ter zitting haar advies gehandhaafd. Ten aanzien van [minderjarige 1] is er wel een praktisch probleem, aangezien hij bijna 12 jaar is en dus ook zijn toestemming moet verlenen voor de erkenning. De bijzondere curator wil onderzoeken of er een mogelijkheid is voor haar als bijzondere curator om een verzoek in te dienen. Het standpunt van de moeder 2.11 Door en namens de moeder wordt in het verweerschrift aangevoerd dat er sprake is van een belaste voorgeschiedenis tussen partijen. Er was sprake van veel huiselijk geweld gedurende de relatie van partijen. Desondanks heeft de moeder het contact tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nooit tegengehouden. Het handelen van de man zorgde tot en met de aanvang van het contact- en straatverbod voor veel onveiligheid in de leefomgeving van de moeder en de minderjarigen. Het contact- en straatverbod is inmiddels afgelopen. De man laat de moeder en [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met rust en er hebben zich sinds augustus 2022 geen escalaties meer voorgedaan. 2.12 Bij beschikking van 1 juni 2023 heeft de rechtbank aan de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met daarbij de voorwaarde dat de man tot erkenning dient over te gaan binnen twee maanden nadat de beschikking onherroepelijk is geworden. De man heeft de termijn van de verstrekte vervangende toestemming ongebruikt laten verstrijken. Hij geeft geen uitleg waarom hij niet binnen deze termijn tot erkenning is overgegaan en haalt ook geen gewijzigde omstandigheden aan na de gewezen beschikking welke rechtvaardigen waarom de eerdere beslissing van de rechtbank niet meer van toepassing zou zijn. De moeder stelt dat de beschikking van 1 juni 2023 in kracht van gewijsde is gegaan en bindende kracht heeft. Volgens de moeder dient de man dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning. Indien de rechtbank de man wel ontvangt in zijn verzoek, stelt de vrouw dat het verzoek dient te worden afgewezen. De moeder betwist niet dat de man de verwekker is van de minderjarigen. Zij heeft de man ook al diverse keren de gelegenheid geboden [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen, maar het is telkens de man die de keuze maakt om niet tot erkenning over te gaan. Het is voor de moeder niet duidelijk welke rol de man in het leven van de kinderen wil spelen. De onderhavige procedure heeft bij de moeder veel stress veroorzaakt. Dit heeft uiteraard weer zijn weerslag op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.14 Tevens stelt de moeder dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek om gezamenlijk met de moeder met het gezag te worden belast over de minderjarigen. De man is niet de juridische vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en derhalve niet bevoegd tot het gezag. Indien de man wel wordt ontvangen in zijn verzoek dan stelt de moeder dat het verzoek afgewezen dient te worden. De man is inmiddels vijftien maanden buiten beeld en niet betrokken in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder regelt nu alles rondom de minderjarigen en is hierin niet afhankelijk van de man. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] merken dan ook geen spanning of ervaren geen onzekerheid rondom regelzaken. Bij gezamenlijk gezag zal dit anders zijn, aangezien partijen niet in staat zijn op een normale manier met elkaar te communiceren. De moeder stelt ook dat niet verwacht mag worden dat zij met de man in overleg zal treden, omdat contact in het verleden telkens tot escalaties heeft geleid en onveilig gedrag van de man richting de moeder en de minderjarigen. 2.15 Door en namens de moeder is ter zitting nog aangevoerd dat als de man vervangende toestemming tot erkenning wordt verleend, dan is er geen zekerheid dat hij er nu wel toe overgaat. Ook in deze procedure is de man niet met de bijzondere curator in gesprek gegaan. Ten aanzien van het gezag stelt de moeder dat partijen niet met elkaar kunnen communiceren en eerder gemaakte afspraken niet worden nagekomen. De moeder verstart al bij het idee dat zij afhankelijk is van de man bij regelzaken ten aanzien van de minderjarigen. De moeder is wel bereid haar medewerking te verlenen aan het herstellen van het contact tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Nu er al langere tijd geen omgang meer heeft plaatsgevonden dient het contact opgebouwd te worden. 2.16 De rechtbank overweegt als volgt. Internationaal privaatrecht 2.17 Vanwege het feit dat de man de Marokkaanse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom ambtshalve per verzoek afzonderlijk vast te stellen of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de verzoeken, en zo ja, welk recht dan van toepassing is op de verzoeken. Internationale bevoegdheid vervangende toestemming erkenning 2.18 In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. 2.19 De rechtbank stelt vast dat de man als verzoekende partij en de moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als belanghebbenden in deze zaak in Nederland wonen en dat zij hier hun gewone verblijfplaats hebben. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van voormeld verzoek en daarover te oordelen en te beslissen. Verder is de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, relatief bevoegd, nu [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun woonplaats in het arrondissement van deze rechtbank hebben. Toepasselijke recht vervangende toestemming erkenning 2.20 In artikel 10:95, derde lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, dat ongeacht het in lid 1 toepasselijke recht, op de toestemming van de moeder, tot erkenning toepasselijk is het recht van de staat waarvan de moeder, de nationaliteit bezit. Bezit de moeder, de nationaliteit van meer dan een staat, dan is toepasselijk het nationale recht volgens hetwelk toestemming is vereist. Bezit de moeder, de Nederlandse nationaliteit, dan is het Nederlandse recht van toepassing, zulks ongeacht of de moeder, naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit bezit. Indien het toepasselijke recht de erkenning niet kent, is toepasselijk het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder. Het op de toestemming toepasselijke recht bepaalt tevens of bij gebreke van toestemming deze kan worden vervangen door een rechterlijke beslissing. De moeder bezit de Nederlandse nationaliteit gelet waarop het Nederlandse recht van toepassing is. Ontvankelijkheid van het verzoek 2.21 De man is een nieuwe procedure gestart om tot vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen komen. Bij beschikking van 1 juni 2023 is de man vervangende toestemming verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen en is bepaald dat de man binnen twee maanden nadat de beslissing onherroepelijk is geworden tot de erkenning dient over te gaan. Na het ongebruikt verstrijken van deze termijn komt de vervangende toestemming van de rechtbank te vervallen. Nu de man deze termijn ongebruikt heeft laten verstrijken, is de vervangende toestemming komen te vervallen. Dit betekent echter niet, zoals door de moeder gesteld, dat de man niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek. In de beschikking van 8 april 2024 is de man onder 2.7 gewezen op de mogelijkheid om een nieuwe procedure te starten. Hetgeen de man nu ook heeft gedaan. De rechtbank zal de man dan ook ontvangen in zijn verzoek tot vervangende toestemming erkenning. Inhoudelijke beoordeling 2.22 In artikel 1:204, derde lid BW staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon de verwekker is van het kind. 2.23 Voor de man en de moeder staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.24 Tijdens de zitting heeft de rechter partijen voorgehouden dat hij tijdens het gesprek met [minderjarige 1] heeft geprobeerd ook het verzoek van de man tot vervangende toestemming erkenning te bespreken. Het is echter de vraag of [minderjarige 1] dit verzoek goed begrijpt. Dit is wel belangrijk omdat [minderjarige 1] als het verzoek van de man wordt toegewezen op het moment van de erkenning 12 jaar oud is en hiervoor ook zijn toestemming moet verlenen. Het is de vraag of [minderjarige 1] dat zal doen. Aangezien alle partijen hier niet eerder over nagedacht hadden, zal de rechtbank het verzoek van de man tot vervangende toestemming erkenning aanhouden, om alle partijen tijd te geven om alsnog te kunnen beraden over de consequenties hiervan voor deze procedure. Gezag Internationale bevoegdheid gezag 2.25 Op grond van artikel 7 lid 1 van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag te beoordelen, nu [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op het moment van de indiening van het verzoek hun gewone verblijfplaats hadden in Nederland. Toepasselijk recht gezag 2.26 Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. Inhoudelijke beoordeling 2.27 In artikel 1:253c BW staat dat de vader van het kind, als hij het gezag mag krijgen, de rechtbank kan verzoeken hem ook, dus samen met de moeder, het gezag te geven. Hij mag dit gezag dan niet eerder al met de moeder hebben gehad. Verder staat in dat artikel dat dit verzoek alleen kan worden afgewezen als het risico bestaat dat het kind anders erg klem komt te zitten tussen zijn ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen korte tijd genoeg verbetering komt. Het verzoek kan ook worden afgewezen als dat om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk is. 2.28 De rechtbank zal ook dit verzoek aanhouden. Nu nog niet op het verzoek vervangende toestemming erkenning wordt beslist, is de man (nog) geen juridisch ouder. Overweging ten overvloede 2.29 Tijdens de zitting is gesproken over de wens van de minderjarigen, met name van [minderjarige 1] , om het contact met de man te herstellen. Zowel de man als de moeder vinden het wenselijk dat het contact tussen de man en de minderjarigen wordt hersteld. Zij zullen in samenspraak met hun advocaten buiten de zitting om bespreken op welke wijze het contact kan worden hersteld, nu er geen verzoek tot omgang aan de rechtbank voorligt. De rechtbank hoopt dat door onderling overleg tussen partijen weer een aanvang is gemaakt met het contactherstel tussen de man en de minderjarigen. 2.30 Dit betekent dat als volgt wordt beslist. 3 De beslissing De rechtbank 3.1 houdt de verzoeken van de man tot vervangende toestemming erkenning en gezamenlijk gezag aan tot 16 juni 2026 pro forma, met inachtneming van het hiervoor onder 2.24 overwogene; 3.2 verzoekt partijen en de bijzondere curator de rechtbank voor voormelde pro forma datum te informeren over de huidige stand van zaken met betrekking tot de wens van [minderjarige 1] om erkend te worden en de wijze waarop de zaak verder kan worden afgedaan; 3.3 behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026, in aanwezigheid van Van Diepen, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

Similar Content