Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:7699 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 24-06-2026 (C/10/718582)

Rechtbank Rotterdam
Summary

Beschikking. Voorlopige bewijsverrichting ex art. 197 jo. 196 jo. 194 Rv. Verzoekster verzoekt om inzage van persoonsgegevens van klant internetprovider/voor verzoekster onbekende gebruiker van IP-adres. Volgens verzoekster plaats diegene onrechtmatige reviews over haar. De rechtbank wijst het verzochte gedeeltelijk toe omdat verzoekster slechts voldoende belang heeft bij een deel van de verzochte gegevens.

Full text

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer / rekestnummer: C/10/718582 / HA RK 26-372 Beschikking van 24 juni 2026 in de zaak van HELDER BIJ LETSELSCHADE B.V. , gevestigd te Leusden, verzoekende partij, advocaat: mr. J.J. van der Goen, tegen KPN B.V. , gevestigd te Rotterdam, verwerende partij, gemachtigde: E. Romers. Partijen worden hierna “HBL” en “KPN” genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier in deze zaak bestaat uit het verzoekschrift met producties 1 tot en met 4 en het verweerschrift. 1.2. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat KPN schriftelijk heeft meegedeeld dat zij geen bezwaar heeft tegen inwilliging van het verzoek. Bovendien hebben beide partijen aangegeven dat de zaak zonder mondelinge behandeling kan worden afgedaan. 2 Het verzoek 2.1. HBL verzoekt – samengevat – om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: i. KPN te bevelen om binnen twee weken na het door de rechtbank te geven bevel, op kosten van KPN zelf, aan HBL de volgende identificerende gegevens van de klant die op de in randnummer 12 van het verzoekschrift genoemde datum het IP-adres [IP-adres] van KPN toegewezen heeft gekregen, te verstrekken: a. account- en persoonsgegevens, zoals volledige voor- en achternamen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen, van die klant die zijn gebruikt om zich bij KPN te registreren, en het type abonnement dat gekoppeld is aan het voornoemde IP-adres; b. bankgegevens van die klant die zijn gebruikt om betalingen aan KPN te verrichten; c. alle bij KPN bekende IP-adres(sen) van deze klant en de datum waarop deze persoon klant bij KPN is geworden; ii. de proceskosten tussen partijen te compenseren. 2.2. HBL legt – samengevat – het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Sinds 2025 zijn op verschillende websites, waaronder van Feedback Company, door diverse (nep)accounts circa 100 lasterlijke en smadelijke reviews over HBL geplaatst. Die berichten zijn, volgens HBL overduidelijk, geplaatst door een en dezelfde, voor HBL onbekende persoon. Die persoon is er duidelijk op gericht om de eer en goede naam van HBL te schaden. De reviews betreffen geen werkelijke klantervaringen – bij de namen die worden genoemd kom geen accounts worden gevonden in de klantendatabase van HBL – en deze bevatten (uitsluitend) onjuiste en ongefundeerde beschuldigigingen aan het adres van HBL. De geschetste ‘ervaringen’ worden door geen van de medewerkers van HBL herkend. De reviews zijn, gezien de teksten en het type accounts, duidelijk vervalst waarbij evident gebruikgemaakt is van AI-tooling. Als de websitehouders deze reviews op verzoek van HBL verwijderen, verschijnen steeds weer nieuwe nepaccounts en -reviews. Er is dan ook sprake van een niet aflatende belagingscampagne tegen HBL. Deze onrechtmatige publicaties brengen zeer ernstige schade toe aan de goede naam en reputatie van HBL. Omdat de accounts anoniem zijn, kan HBL deze kwestie niet zelf oplossen met de betreffende persoon. Het verkrijgen van diens persoonsgegevens is dan ook noodzakelijk om deze onrechtmatige situatie te beëindigen door de betreffende persoon in rechte te betrekken. Feedback Company, die het onrechtmatige karakter van de reviews inzag, heeft een lijst IP-adressen verstrekt waaruit blijkt dat de betreffende persoon via het IP-adres [IP-adres] negatieve reviews op haar website heeft geplaatst. Blijkens de ICANN-query is dat IP-adres toegewezen aan een klant van KPN. Na 24 juli 2025 is de gebruiker gebruik gaan maken van een VPN, zodat zijn identiteit door middel van voornoemd IP-adres moet worden achterhaald. KPN is bekend is met de identiteit, althans beschikt over identificerende gegevens van de betreffende persoon. KPN weigert de gevraagde informatie echter te verstrekken. Het is daarom nog steeds onmogelijk voor HBL om de persoon achter de accounts aan te spreken. De onrechtmatige informatie is nog altijd toegankelijk voor het publiek en dagelijks worden nieuwe valse reviews geplaatst. HBL lijdt hierdoor voortdurende, ernstige schade. 2.3. KPN geeft in haar verweerschrift – samengevat – aan dat zij als neutrale tussenpersoon geen bezwaar heeft tegen openbaarmaking van de gevraagde accountgegevens aan HBL op grond van een gerechtelijk(e) bevel of beslissing, zolang een bevoegde rechtbank oordeelt dat een dergelijke openbaarmaking gerechtvaardigd is. KPN verzoekt de rechtbank daarom de belangen van HBL bij het verkrijgen van de accountgegevens af te wegen tegen de vrijheid van meningsuiting en de privacyrechten van de gebruiker(s). Daarnaast verzoekt KPN de rechtbank elk openbaarmakingsbevel te beperken tot gegevens die redelijkerwijs voor KPN beschikbaar zijn en die benodigd zijn voor de identificatie van de abonnee, waarmee HBL een gerechtelijke procedure kan starten tegen deze persoon. KPN doet daarvoor het volgende voorstel: “De rechtbank beveelt KPN om binnen 14 werkdagen na de betekening van de beschikking de volgende identificerende informatie over de abonnee genoemd in het verzoekschrift gekoppeld aan hetgenoemde IP-adres, zoals geïdentificeerd in productie 5 van het verzoekschrift, op de aldaargenoemde datum, te verstrekken, voor zover deze redelijkerwijs beschikbaar voor KPN is: De volledige voor- en achternaam, adres, telefoonnummer en emailadressen, van de betreffende klant van KPN die zijn gebruikt om zich bij KPN te registreren.” 3 De beoordeling 3.1. HBL verzoekt inzage van identificerende gegevens van de klant die op de in randnummer 12 van het verzoekschrift genoemde datum het IP-adres [IP-adres] van KPN toegewezen heeft gekregen. In dat randnummer staat echter geen datum waarop de klant het IP-adres toegewezen heeft gekregen. In productie 3 bij het verzoekschrift, waarnaar in randnummer 12 wordt verwezen, staat wel een datum waarop dat IP-adres is geregistreerd, namelijk: 21 april 2022. Naar de rechtbank begrijpt, bedoelt HBL die datum. Toetsingskader inzageverzoek 3.2. HBL verzoekt, bij wijze van voorlopige bewijsverrichting, inzage van gegevens door een derde, hier: KPN. Dit verzoek kan slechts worden toegewezen als is voldaan aan de formele vereisten uit artikel 197 Rv en de materiële vereisten uit artikel 194 lid 1 Rv (zie artikel 204 en 195a lid 1 Rv), en geen afwijzingsgrond uit artikel 194 lid 2 of 196 lid 2 Rv van toepassing is. 3.3. In artikel 194 lid 1 Rv staat dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht op inzage van die gegevens heeft als zij daarbij voldoende belang heeft. Hieruit volgen de volgende vereisten: (1) HBL moet partij zijn bij een rechtsbetrekking, (2) de verlangde gegevens moeten voldoende bepaald zijn, (3) HBL moet voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en (4) KPN moet over de verlangde gegevens beschikken. De beoordeling 3.4. De rechtbank wijst het verzoek deels toe. Deze beslissing wordt hierna toegelicht. 3.5. Het verzoekschrift voldoet aan de vereisten uit artikel 197 Rv. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de vereisten uit artikel 194 lid 1 Rv. Dat wordt hierna toegelicht. Rechtsbetrekking 3.6. HBL voert – kort gezegd – aan dat de gebruiker van het genoemde IP-adres/de klant van KPN onrechtmatig jegens haar handelt door lasterlijke en smadelijke reviews over haar te plaatsen, waardoor zij schade lijdt. De rechtbank begrijpt hieruit dat HBL meent dat die gebruiker een onrechtmatige daad jegens haar pleegt, die kwalificeert als rechtsbetrekking. HBL heeft haar standpunt (met stukken) onderbouwd. De rechtbank acht dit voldoende. Niet vereist is immers dat het bestaan van de rechtsbetrekking (de onrechtmatige daad) in rechte vaststaat en HBL hoeft op dit moment ook nog niet voldoende aannemelijk te maken dat zij een vorderingsrecht heeft. De gevraagde gegevens zijn voldoende bepaald 3.7. HBL heeft in haar verzoek een opsomming gegeven van concrete informatie waarvan zij inzage verlangt. Daarmee is voldaan aan het vereiste dat de gegevens voldoende bepaald zijn. HBL heeft voldoende belang bij inzage van een deel van de gegevens 3.8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft HBL met haar stellingen aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij inzage van gegevens die nodig zijn op de gebruiker(s) van het genoemde IP-adres te identificeren en ()in rchte) aan te kunnen spreken. HBL heeft ook voldoende onderbouwd gesteld dat er geen andere manier is om te achterhalen wie er achter de negatieve reviews over HBL zit. De rechtbank is echter wel van oordeel dat het verzoek van HBL deels onbepaald is – de opsomming is niet limitatief – en dat HBL veel te veel gegevens verzoekt. Om het hiervoor genoemde doel te bereiken, heeft HBL alleen de volledige voor- en achternaam, het adres en het e-mailadres (of indien van toepassing: meervoud) van die klant die zijn gebruikt om zich bij KPN te registreren, nodig. Alleen bij die gegevens heeft HBL voldoende belang. Dat geldt niet voor het telefoonnummer en de bankgegevens van die klant, het type abonnement dat is gekoppeld aan het IP-adres en alle bij KPN bekende IP-adressen van de klant en de datum waarop deze persoon klant bij KPN is geworden. HBL heeft niet concreet gemaakt waarom zij die gegevens nodig heeft voor het hiervoor geformuleerde doel. Het verzoek tot inzage van die gegevens wordt daarom afgewezen. KPN beschikt over de gevraagde gegevens 3.9. HBL heeft gesteld, en KPN niet betwist, dat KPN beschikt over de gevraagde gegevens, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Er zijn geen afwijzingsgronden van toepassing 3.10. KPN heeft geen uitdrukkelijk beroep gedaan op een van de afwijzingsgronden uit artikel 194 lid 2 en 196 lid 2 Rv, maar heeft de rechtbank wel verzocht de belangen van HBL bij het verkrijgen van de accountgegevens af te wegen tegen de vrijheid van meningsuiting en de privacyrechten van de gebruiker(s). De rechtbank begrijpt dat verzoek aldus dat KPN vraagt om te beoordelen of deze rechten van de klant van KPN gewichtige redenen opleveren die zich tegen inzage verzetten in de zin van artikel 194 lid 2 en 196 lid 2 Rv. Dat is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Uit artikel 6 lid 1 onder f van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) volgt ook dat de verwerking van persoonsgegevens, zoals hier het geval, rechtmatig is als die noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van een derde (hier: HBL), behalve als de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen. De rechtbank is van oordeel dat het belang van HBL om op te kunnen treden tegen de perso(o)n(en) die de reviews heeft/hebben geplaatst, zwaarder weegt dan het belang van de klant bij anonimiteit. De belangenafweging valt dus in het voordeel van HBL uit. De vraag of de vrijheid van meningsuiting van de klant in geding is, kan pas in een eventuele bodemprocedure over de onrechtmatigheid van de reviews aan de orde komen en is in het kader van dit verzoek niet van belang. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van de andere afwijzingsgronden. Termijn en kosten van inzage 3.11. KPN wordt bevolen om binnen veertien werkdagen na betekening van deze beschikking inzage te verstrekken van de gegevens waarbij HBL voldoende belang heeft (zie 3.8). Anders dan HBL verzoekt, moet zij – en dus niet KPN – de kosten die daarvoor worden gemaakt, dragen (zie artikel 194 lid 1 Rv). Proceskosten 3.12. De rechtbank ziet aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, zoals door HBL is verzocht. 4 De beslissing De rechtbank 4.1. beveelt KPN om binnen veertien werkdagen na de betekening van deze beschikking aan HBL de volgende identificerende gegevens van de klant die op 21 april 2022 het IP-adres [IP-adres] van KPN toegewezen heeft gekregen, te verstrekken: i) de volledige voor- en achternaam/-namen; ii) het adres/de adressen; iii) het e-mailadres/de e-mailadressen; van die klant die zijn gebruikt om zich bij KPN te registreren, 4.2. compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 4.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.4. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 [4051/3726/2009] Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 47. Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 47.

Similar Content