Skip to content

Application Scope: Temporal and Territorial Dimensions

This topic is needed to capture the specific provisions regarding when (temporal) and where (territorial) the AI Act applies, which are distinct from general scope and definitions.

application scope temporal scope territorial application geographic applicability when applies where applies retroactive application prospective application

Overview

Legal Framework

The temporal and territorial scope of the EU AI Act is primarily governed by Article 2, which defines its material scope, and must be read in conjunction with Article 3 for key definitions. The Act applies from a specified date after its entry into force (temporal scope) and has a broad territorial reach (territorial scope). It applies to providers placing AI systems on the EU market or putting them into service within the EU, irrespective of whether those providers are established in the EU or a third country. It also applies to deployers of AI systems located within the EU, and to providers and deployers where the output produced by the AI system is used in the EU.

Practical Application

The territorial scope is expansive, following an "effects-based" principle similar to that established in GDPR jurisprudence, such as the Weltimmo case, which affirmed that EU law can apply to entities based on the targeting of activities within the Union. For the AI Act, this means a provider in a third country is subject to the regulation if its AI system is made available or its outputs are used in the EU. The temporal application involves key phased implementation dates for different provisions, with full application of most rules 24 months after entry into force, and specific earlier dates for prohibited AI practices (6 months) and governance rules for general-purpose AI models (12 months).

Key Considerations

  • Conduct a territorial scoping assessment: Organizations outside the EU must determine if their AI systems are placed on the EU market, used in the EU, or generate outputs used in the EU, triggering compliance obligations.
  • Map compliance to the implementation timeline: Align internal compliance programs with the Act's phased implementation calendar, prioritizing bans on prohibited practices and rules for general-purpose AI models.
  • For multinational groups, clarify the role of any EU establishment: An EU-based subsidiary may have specific obligations as an importer, distributor, or authorized representative for AI systems provided by the non-EU parent company.

Laws (5)

Case Law (27)

View all 27

ECLI:NL:RBDHA:2026:3080 Rechtbank Den Haag , 03-02-2026 / NL24.25407

Rechtbank Den Haag

Bezwaar tegen intrekking vtv kennelijk n-o, bezwaar te laat en geen verschoonbare redenen gebleken; ook afwijzing verlengingsaanvraag, niet binnen redelijke termijn verlenging gevraagd, afwijzing niet in strijd met 8 EVRM, overwegend in buitenland verbleven en mantelzorg voor echtgenoot niet aangetoond. Wel motiveringsgebrek tav horen in bezwaar en dus gg beroep maar rechtsgevolgen in stand gelaten door latere motivering.

ECLI:NL:RBMNE:2026:392 Rechtbank Midden-Nederland , 28-01-2026 / 11762230 \ UC EXPL 25-5389

Rechtbank Midden-Nederland

VvAA mocht de verzekering met een derde niet zomaar beëindigen op grond van haar algemene voorwaarden na het overschrijven van de auto op een andere naam wegens gebrek aan belang

Weging vrijheid van meningsuiting en persoonlijke levenssfeer in het kader van een uitlatingsverbod. Algemeen uitlatingsverbod is onnodig en disproportioneel.

Gerechtshof

Arbeidsrecht. Kort geding. Geen post-contractuele zorgplicht van de werkgever voor gedrag van de ene ex-werknemer tegen de andere ex-werknemer. Artikel 10 EVRM, vrijheid van meningsuiting. Artikel 8 EVRM, respect voor het privéleven.

Burenruzie. Camera's moeten weg, van beide partijen.

Rechtbank

Partijen zijn buren en wonen schuin tegenover elkaar in dezelfde straat. Eiser wil dat gedaagde zijn camera’s verwijdert of aanpast, omdat deze haar privacy schenden. Als geoordeeld wordt dat gedaagde zijn camera’s moet verwijderen, dan wil gedaagde dat eiser ook wordt veroordeeld om haar camera’s te verwijderen. Geoordeeld wordt dat beide partijen hun camera’s moeten verwijderen, omdat deze een onrechtmatige inbreuk maken op elkaars privacy.

Verwijzing toepassing AVG of Wpg maakt een organsiatie nog geen bestuursorgaan.

Rechtbank

De stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn is geen bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Een schriftelijke reactie op het Woo-verzoek van eiseres is dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Er is daarom geen sprake van het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank is onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Rechtbank Amsterdam

Rechtbank Amsterdam

Artikel 10 EVRM, vrijheid van meningsuiting. De gemeente heeft onrechtmatig gehandeld door te dreigen met registratie in het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) naar aanleiding een LinkedIn-bericht. Belang eiser bij een enkele verklaring voor recht.

Rechtbank Rotterdam

Rechtbank Rotterdam

AVG, verzoek om inzage in persoonsgegevens in de FSV, beroep ongegrond.

Intrekking en terugvordering toeslag.

CRVB

Intrekking en terugvordering toeslag. Appellante heeft niet doorgegeven dat haar ex-partner een Wajong-uitkering ontving. Het gezamenlijke inkomen was in de periode van 1 februari 2018 tot en met 30 november 2020 te hoog waardoor geen recht op toeslag bestond. Het Uwv heeft het bedrag van de terugvordering vanwege de aanwezigheid van een dringende reden verlaagd.

ECLI:NL:GHARL:2025:7680 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-12-2025 / 200.343.593

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Arbeidsrecht. Kort geding. Geen post-contractuele zorgplicht van de werkgever voor gedrag van de ene ex-werknemer tegen de andere ex-werknemer. Artikel 10 EVRM, vrijheid van meningsuiting. Artikel 8 EVRM, respect voor het privéleven.

Arbeidsgeschil. Verzoek art. 22a Rv wordt gedaan door procespartij en daarom niet toegewezen

Gerechtshof

Incidenteel verzoek ex artikel 22a lid 2 Rv. Het verzoek van verzoekster ziet op het bepaalde in artikel 22a lid 2 Rv. Het hof begrijpt haar betoog aldus dat kennisneming van de stukken door verweerder een schending zal opleveren van de persoonlijke levenssfeer van een ander, namelijk van verzoekster. Echter bij een verzoek op grond van dit artikellid dient het te gaan om de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de procespartijen (MvT, Kamerstukken 2017/18, 34821, 3, p. 32). Aangezien verzoekster zelf procespartij is, kan haar verzoek ex artikel 22a lid 2 Rv niet worden toegewezen

ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 Gerechtshof Amsterdam , 07-10-2025 / 200.339.869/01, 200.339.845/01 en 200.339.905/01

Gerechtshof Amsterdam

Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen ontvankelijk ten aanzien van niet-AVG vorderingen? Immateriële schadevorderingen bundelbaar? Bepaling nauw omschreven groep en precieze omschrijving van de vorderingen.

Contactverbod in vaststellingsovereenkomst niet geschonden door inzageverzoeken

Gerechtshof

Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2024:6220 . Partijen bij vaststellingsovereenkomst zijn die niet nagekomen en moeten elkaar daarom boetes betalen. Matiging en verrekening van boetes. Opschorting. art. 6:94 BW art. 6:262 lid 1 BW art. 6:52 BW art. 6:96 BW

ECLI:NL:HR:2025:1247 Hoge Raad , 09-09-2025 / 24/01192

Hoge Raad

Deelname aan criminele drugsorganisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr). Post-Landeck, onderzoek aan smartphones. Verweer dat strekt tot uitsluiting van bewijs van resultaten van onderzoek aan smartphones van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:409 over eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Hof heeft vastgesteld dat door politie bij verdachte smartphones zijn aangetroffen. Deze zijn met toestemming van OvJ “doorzocht”. Daarbij is gezocht op voor strafrechtelijk onderzoek relevante informatie. Zo is gekeken naar zaken die te maken hebben met handel in verdovende middelen, crimineel samenwerkingsverband, witwassen en zaken die gebruiker van betreffende telefoons konden aantonen. Doel van “uitlezen” van telefoons van verdachte was verzamelen van informatie over wie gebruiker was van deze telefoons en het doen van onderzoek naar strafbare feiten, eventuele medeverdachten en mogelijk witwassen. Bij zoeken in telefoons zijn door politie zoektermen gebruikt die te maken hadden met aard van dit onderzoek. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, voldoende legitimatie bood voor dit onderzoek aan smartphones van verdachte en dat geen toestemming van RC nodig was voor uitvoeren van dit onderzoek “nu er geen min of meer compleet beeld is verkregen van zijn privéleven”, is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat door verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht, niet toereikend gemotiveerd. Uit die vaststellingen volgt immers niet dat onderzoek aan smartphones beperkt is gebleven tot onderzoek dat slechts strekte tot identificeren van gebruiker, of tot bijvoorbeeld onderzoek dat opsporings

Overplaatsbeslissing o.g.v. Penitentiaire beginselenwet betekent dat gegevens op basis daarvan verwerkt worden als tenuitvoeringslegginggegevens zijn te kwalificeren.

Raad van State

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van gegevens op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) afgewezen. [appellant] is toen hij in detentie zat, overgeplaatst naar een andere penitentiaire inrichting nadat aan hem een ordemaatregel was opgelegd. [appellant] heeft op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle informatie die gaat over of betrekking heeft op (de voorbereiding van) de overplaatsingsbeslissing van 25 oktober 2022 en het onderzoek naar de vermeende incidenten die bij de besluitvorming zouden zijn betrokken.

Intrekken bijstand na opvragen bankafshcriften en testament, en ook het horen van de broer. Geen schending art. 8 EVRM.

Dutch Courts

Intrekking en terugvordering van bijstand. Geen schending privacy. Naderhand verkregen middelen. Geen schending inlichtingenverplichting. Nader standpunt college. Toepassing 6:22 Awb. Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Het opvragen van bankafschriften en het testament, alsook het horen van de broer maken inbreuk op het recht op privacy van appellant. De inbreuk die het college heeft gemaakt was niet onevenredig zwaar in verhouding tot het met het onderzoek nagestreefde doel. In de gegeven omstandigheden waren er ook geen voor appellant minder ingrijpende manieren om de rechtmatigheid van de verleende bijstand te onderzoeken. Omdat niet in rechte is vastgesteld dat sprake is van een vervalst testament, mocht het college uitgaan van de rechtsgeldigheid van het testament. Niet in geschil is dat appellant door dit testament ervan op de hoogte is dat aan hem een legaat is toegekend. Ook niet in geschil is dat ter uitvoering van het legaat in 2017 een groot geldbedrag op de bankrekening van appellant is gestort. Het college heeft zich met recht op het standpunt gesteld dat appellant over dat geldbedrag kon beschikken. De terugvordering over periode 1 (op grond van art. 58 lid 2 onder f PW) blijft in stand. Op basis van het testament en de verklaring van de broer kan niet worden aangenomen dat appellant op en na 13 maart 2017 op de hoogte was van de ING-rekening en de storting. Met de enkele verwijzing daarnaar heeft het college de schending van de inlichtingenverplichting vanaf die datum dus niet aannemelijk gemaakt. De intrekking per 13 maart 2017 en de terugvordering over periode 2 berusten dan ook niet op een deugdelijke motivering. Dit gebrek kan echter worden gepasseerd, aangezien het college zich terecht op standpunt heeft gesteld dat op grond van art. 54 lid 3 2e volzin en art. 58 lid 2 onder a PW wel kan worden ingetrokken en teruggevorderd. Appellant kon in dit geval redelijkerwijs begrijpen dat hij te veel of ten onrechte bijstand ontving. Het nadere standpu

Woo-zaak. Feit dat adres ook in KvK te vinden is maakt rechtmatigheid niet-openbaar maken niet anders. Context is anders.

Rechtbank

Woo-zaak. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom de gelakte passages persoonlijke beleidsopvattingen betreffen. Ook is gebleken dat verweerder de mogelijkheid heeft bezien om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om de informatie in niet tot personen herleidbare vorm openbaar te maken. Beroep gegrond. Verweerder moet een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Woo-zaak. Niet is gebleken dat persoon daadwerkelijk toestemming heeft gegeven voor het openbaar maken van haar pgg.

Rechtbank

Tussenuitspraak in woo-zaak. Verweerder heeft in meerdere documenten ten onrechte data weggelakt ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank stelt verweerder met toepassing van de bestuurlijke lus in de gelegenheid om dit gebrek alsnog te herstellen.

IVR. Registratie mag blijven bestaan.

Rechtbank

Kort geding. Vordering tot verdwijdering uit het IVR afgewezen. Geen spoedeisend belang en het is voldoende aannemelijk dat eiseres fraude heeft gepleegd.

IVR en EVR registraties n.a.v. niet voldaan informatieverplichting ten tijde van aangaan hypotheekovereenkomst zijn rechtmatig

Rechtbank

Geschil over de koop van een woning.

Registratie IVR kan blijven bestaan

Gerechtshof

Verzekeringnemer heeft zijn mededelingsplicht (artikel 7:928 BW) geschonden bij het aangaan van de verzekering. Verzekeraar heeft verzekeringnemer echter niet bericht binnen twee maanden na ontdekking daarvan (artikel 7:929 lid 1 BW), zodat zij zich niet kan beroepen op de mogelijke rechtsgevolgen (artikel 7:929 lid 2 BW en artikel 7:930 lid 3 BW). Verzekeraar is gehouden dekking te verlenen onder de polis. De mate van arbeidsongeschiktheid en de vraag tot welke uitkering Verzekeraar eventueel gehouden is, moeten nog worden vastgesteld.

Guidance (12)

Versiegeschiedenis

guidelines wisselwerking toepassing artikel 3 en hoofdstuk V AVG

De AVG bevat geen juridische definitie van het begrip 'doorgifte van persoonsgegevens aan een derde land of aan een internationale organisatie'. Daarom verstrekt de EDPB deze richtsnoeren om te verduidelijken op welke scenario's de voorschriften van hoofdstuk V volgens hem moeten worden toegepast en heeft hij daartoe drie cumulatieve criteria vastgesteld waaraan een verwerkingsactiviteit moet voldoen om als een doorgifte te worden aangemerkt: - 1) Een verwerkingsverantwoord...

Richtsnoeren 03/2021 voor de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a), AVG

guidelines voor de toepassing van artikel 60 AVG

Richtsnoeren 01/2022 over de rechten van betrokkenen Recht van inzage

guidelines recht op inzage

Het recht van inzage van betrokkenen is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het maakt al sinds het begin deel uit van het Europese wettelijke kader voor gegevensbescherming en wordt nu verder ontwikkeld met specifiekere, preciezere regels in artikel 15 AVG.

Richtsnoeren 07/2020 over de begrippen 'verwerkingsverantwoordelijke' en 'verwerker' in de AVG

guidelines over de begrippen 'verwerkingsverantwoordelijke' en 'verwerker' in de AVG

De begrippen 'verwerkingsverantwoordelijke', 'gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke' en 'verwerker' spelen een cruciale rol bij de toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG, Verordening (EU) 2016/679), aangezien ermee wordt bepaald wie verantwoordelijk is voor de naleving van verschillende gegevensbeschermingsregels en op welke wijze betrokkenen hun rechten in de praktijk kunnen uitoefenen. De precieze betekenis van deze begrippen en de criteria voor de jui...

Versiegeschiedenis

guidelines meldplicht datalekken

Richtsnoeren 1/2019 voor gedragscodes en toezichthoudende organen in de zin van Verordening 2016/679

guidelines gedragscodes en toezichthoudende organen

Versiegeschiedenis

guidelines doorgifte van persoonsgegevens tussen overheidsinstanties en -organen binnen en buiten de EER

Guidelines 02/2024 on Article 48 GDPR

Article 48 GDPR provides that: ' Any judgment of a court or tribunal and any decision of an administrative authority of a third country requiring a controller or processor to transfer or disclose personal data may only be recognised or enforceable in any manner if based on an international agreement, such as a mutual legal assistance treaty, in force between the requesting third country and the Union or a Member State, without prejudice to other grounds for transfer...

VERSIEGESCHIEDENIS

binding corporate rules voor verwerkingsverantwoordelijken

Richtsnoeren 10/2020 met betrekking tot de beperkingen krachtens artikel 23 AVG

guidelines beperkingen rechten van betrokkenen

Richtsnoeren van 1/2018 voor certificering en het vaststellen van certificeringscriteria overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van de verordening

guidelines certificering

Richtsnoeren 3/2018 over het territoriale toepassingsgebied van de AVG (artikel 3)

guidelines territoriaal toepassingsgebied AVG

News (1)