Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:21749 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 04-06-2026 (NL25.25600)

Rechtbank Den Haag
Summary

Asiel, niet-ontvankelijk, algoritme VisualDoc. De rechtbank oordeelt dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister mocht het deskundigenbericht van Bureau Documenten aan de besluitvorming ten grondslag leggen. Bij de beoordeling van de door eiser ingebrachte documenten heeft Bureau Documenten slechts beperkt gebruik gemaakt van VisualDoc. De echtheid van de overgelegde documenten is door mensen beoordeeld en niet door VisualDoc. De minister hoefde het gebruik daarom niet te vermelden in het besluit. Beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.25600 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigden: mr. T. Gillhaus, mr. E.W.V. Stevens en mr. A. Al-Edani). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister mocht het deskundigenbericht van Bureau Documenten aan de besluitvorming ten grondslag leggen. Bij de beoordeling van de door eiser ingebrachte documenten heeft Bureau Documenten slechts beperkt gebruik gemaakt van VisualDoc. De echtheid van de overgelegde documenten is door mensen beoordeeld en niet door VisualDoc. De minister was daarom ook niet gehouden dit gebruik te vermelden in het besluit. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt dat hij de Turkse nationaliteit heeft en dat hij op [geboortedatum] 1989 is geboren. 2.1. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juni 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft het beroep op 5 september 2025 op zitting behandeld. Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst. 2.4. Beide partijen hebben nadere stukken ingediend. 2.5. De enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. 2.6. De meervoudige kamer van de rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J.E. Groenenberg, mr. T. Gillhaus en mr. A. Al-Edani. Daarnaast waren twee medewerkers van Bureau Documenten aanwezig: [A.] en [B.] . Beoordeling door de rechtbank De aanvraag en het bestreden besluit 3. Eiser heeft driemaal eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft die aanvragen afgewezen. Deze besluiten staan in rechte vast. 4. Op 13 mei 2024 heeft eiser opnieuw een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Eiser legt aan deze aanvraag nieuwe documenten ten grondslag, die hij in de eerdere procedures niet heeft overgelegd. Uit deze documenten blijkt volgens eiser dat hij in Turkije te vrezen heeft voor vervolging wegens het beledigen van de president. Het gaat om de volgende documenten: - een arrestatiebevel van 25 mei 2021; - een opdracht tot opsporing van 25 mei 2021; - een opsporingsbevel van 25 mei 2021; - een zoek- en arrestatiebevel en beslaglegging van 26 mei 2021; - een aanklacht van de officier van justitie van 30 oktober 2021; en - een uitspraak van de strafrechtbank van 8 september 2022. 5. De minister heeft deze documenten laten onderzoeken door Bureau Documenten. Bureau Documenten heeft op 11 april 2025 een verklaring van onderzoek opgesteld, waarin is geconcludeerd dat het zoek- en arrestatiebevel en beslaglegging van 26 mei 2021 hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven en dat de overige vijf documenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. TOELT heeft de bevindingen van Bureau Documenten op 22 april 2025 bevestigd. 6. De minister heeft in het bestreden besluit de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat het een opvolgende aanvraag betreft en geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De minister heeft dit gedaan onder verwijzing naar de onderzoeksresultaten van Bureau Documenten en de eerder genomen besluiten, en heeft hiermee toepassing gegeven aan artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw. 7. In de beroepsfase heeft eiser nog een document overgelegd, namelijk een arrestatiebevel van 5 augustus 2024 wegens verdenking van het beledigen van de president. Ook dit document heeft de minister laten onderzoeken door Bureau Documenten. In zijn verklaring van onderzoek van 1 mei 2026 concludeert Bureau Documenten dat ook dit document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. TOELT heeft de bevindingen van Bureau Documenten op 1 mei 2026 bevestigd. Wat voert eiser aan tegen het bestreden besluit? 8. Eiser voert – kort samengevat – aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd, omdat daarin niet is vermeld dat gebruik is gemaakt van artificiële intelligentie (AI). Bureau Documenten heeft bij het beoordelen van de echtheid van de documenten namelijk gebruikgemaakt van VisualDoc en dat is een zelflerend AI-systeem, waarvan het gebruik moet worden vermeld in een individueel besluit. De minister heeft, door het gebruik van VisualDoc niet in het besluit te vermelden, artikel 86 van de Verordening artificiële intelligentie (Verordening AI) geschonden. In dit artikel wordt geregeld dat iedere persoon die wordt geraakt door een besluit waarvoor een AI-systeem met een hoog risico is gebruikt, recht heeft op duidelijke, inhoudelijke uitleg over de rol van het AI-systeem in de besluitvormingsprocedure en de voornaamste elementen van het genomen besluit. Maar ook los van dit artikel is de minister gehouden het gebruik van AI in het besluit te vermelden. Eiser verwijst in dit verband naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 10 juni 2025. De minister heeft bovendien onvoldoende inzicht geboden in de manier waarop VisualDoc functioneert. 8.1. Verder is niet gebleken dat de medewerkers van Bureau Documenten en van TOELT en de beslismedewerkers AI-geletterd zijn, zoals voorgeschreven wordt door artikel 4 van de Verordening AI. Eiser verwijst naar de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2026, en stelt dat in dit geval gesteld noch gebleken is dat de betrokken medewerkers de (kennelijk verplichte) e-learning hebben doorlopen. 8.2. Eiser voert verder nog aan dat de minister artikel 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) heeft geschonden. Op grond van dit artikel heeft een betrokkene het recht om niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, gebaseerd besluit. Dat is in zijn geval wel gebeurd. 8.3. Daarnaast voert eiser aan dat de minister de hoorplicht heeft geschonden. De minister had hem moeten horen over zijn vrees voor vervolging door de Turkse autoriteiten wegens het beledigen van de president. 8.4. Tot slot voert eiser aan dat de minister ten onrechte niet duidelijk heeft gemaakt hoe de overgelegde documenten na afloop van de procedure worden verwerkt. 8.5. Eiser had ook een beroepsgrond aangevoerd over het gebruik van CaseMatcher, maar naar aanleiding van de onderbouwing door de minister dat CaseMatcher in deze zaak niet is gebruikt, heeft eiser die beroepsgrond op de zitting ingetrokken. Dat geldt ook voor de beroepsgrond over de ondertekening van het besluit. Wat is VisualDoc en hoe werkt het? 9. Tussen partijen is niet in geschil dat Bureau Documenten bij de beoordeling van de door eiser aangeleverde documenten gebruik heeft gemaakt van VisualDoc. De minister heeft in het verweerschrift en tijdens de zitting de werking van VisualDoc uitgelegd en toegelicht welke functionaliteiten op dit moment (en ten tijde van het onderzoek van de door eiser overgelegde documenten) operationeel zijn. VisualDoc is een ondersteunende tool voor de medewerkers van Bureau Documenten bij hun onderzoek aan documenten. De volgende functionaliteiten zijn op dit moment operationeel: a. documentherkenning en -categorisering; b. detaildetectie en het bijhouden van aantekeningen; c. zoekfunctie voor referentie- en vergelijkingsmateriaal. VisualDoc wordt (nog) niet gebruikt om echtheidskenmerken van documenten (geautomatiseerd) te beoordelen of om afwijkingen te detecteren en geeft geen oordeel over de juistheid en/of authenticiteit van documenten. 9.1. Over functionaliteit (a): ‘documentherkenning- en categorisering’, heeft de minister het volgende toegelicht. VisualDoc wordt gebruikt om documenten te herkennen en (indien de herkenning van het document mogelijk is) te bepalen of sprake is van een document dat op een door documentexperts bepaalde lijst staat. Dit betreft een lijst met documenten die op basis van het lagere risico op fraude niet nader worden onderzocht door een documentdeskundige (de lijst). Meer concreet wordt VisualDoc als volgt ingezet: Stap 1. Documentherkenning wordt uitgevoerd (resultaat: land, soort, verschijningsvorm, zekerheid). Stap 2. VisualDoc bepaalt of de zekerheid van de voorspelling boven de vastgestelde drempelwaarde van 80% ligt. Indien nee: het VisualDoc-proces stopt, een documentdeskundige zal een beoordeling uitvoeren van het document. Indien ja: VisualDoc-proces vervolgt. Stap 3. VisualDoc slaat de in stap 1 vergaarde metadata (land en soort en verschijningsvorm) op bij het document. Stap 4. VisualDoc bepaalt of de voorspelde metadata overeenkomen met de documenten die op de lijst staan. Indien nee: een documentdeskundige zal een beoordeling van het document uitvoeren. Indien ja: er wordt in beginsel geen nadere beoordeling verricht van het document door een documentdeskundige. Er vindt steekproefsgewijs controle plaats op deze documenten. Stap 5. De categorisering die door VisualDoc is toegepast, zoals in stap 3 bepaald, wordt door een documentdeskundige handmatig gecontroleerd. Indien de categorisering incorrect wordt bevonden, wordt deze handmatig gecorrigeerd. 9.2. De minister heeft verder uiteengezet dat Bureau Documenten in het concrete geval van eiser slechts in zeer beperkte mate gebruik heeft gemaakt van de functionaliteit ‘documentherkenning’. Alleen de hiervoor genoemde stappen 1 en 2 zijn doorlopen. Aan de daarop volgende stappen is niet toegekomen, omdat de zekerheid van de herkenning door VisualDoc onder de drempelwaarde van 80% lag. Daarom heeft een documentdeskundige van Bureau Documenten handmatig beoordeeld welke soorten documenten eiser heeft overgelegd. Daaruit volgde dat de documenten géén documenten op de lijst betreffen. De documentdeskundige heeft vervolgens empirisch, technisch en tactisch, en met gebruik van de zoekfunctie voor vergelijkingsmateriaal (zie ad c), beoordeeld of de documenten authentiek zijn en bevoegd zijn opgemaakt. Daarna heeft een andere documentdeskundige de verrichte beoordeling nagelopen en gecontroleerd (resumptiestap), waarna de verklaring van onderzoek definitief is gemaakt. Het oordeel van de rechtbank over VisualDoc 10. De rechtbank ziet geen redenen om te twijfelen aan deze uitleg van de minister. Deze toelichting heeft de minister onderbouwd met een tijdlijn, waaruit volgt dat de werking van de huidige VisualDoc-applicatie is beperkt tot documentherkenning. Wat eiser naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding om aan te nemen dat wat de minister stelt onjuist is. De minister heeft erkend dat de informatie die voorheen op de website van Bureau Documenten stond voor verwarring heeft gezorgd, omdat op de website de integrale werking van VisualDoc stond beschreven, dus met inbegrip van functionaliteiten die op dit moment nog niet operationeel zijn. De informatie op de website is inmiddels aangepast. Hetzelfde geldt voor de vermelding in het algoritmeregister van de overheid. Ook daarin staan functionaliteiten beschreven die in ontwikkeling zijn, maar nu nog niet operationeel. De minister heeft de huidige werking van VisualDoc voldoende toegelicht. 10.1. Dit betekent dat de werking van VisualDoc ten tijde van het onderzoek van de documenten van eiser, beperkt was tot ondersteuning van de beoordelaars bij de herkenning van de overgelegde documenten, en dat VisualDoc op dit moment nog niet behulpzaam is bij de beoordeling van de echtheid van de documenten. De rechtbank volgt dan ook het standpunt van de minister dat de beoordeling van de echtheid van de door eiser overgelegde documenten door (in dit geval twee) mensen is verricht en niet door VisualDoc (of andere artificiële intelligentie). 10.2. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet gehouden is het gebruik van VisualDoc, zoals het op dit moment functioneert, in de besluitvorming te vermelden. Dit heeft voor een betrokkene op dit moment geen toegevoegde waarde, omdat de echtheidstoets door mensen wordt uitgevoerd en niet door VisualDoc. Daarbij merkt de rechtbank wel op dat, gelet op het feit dat de ontwikkeling van VisualDoc doorgaat, van de minister verwacht wordt dat hij transparant is over deze ontwikkeling en dat op enig moment het kantelpunt bereikt kan worden waarop deze verplichting wel ontstaat. 10.3. Eiser voert aan dat niet duidelijk is hoe ver terug in de tijd VisualDoc kan kijken, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Eiser brengt dit namelijk naar voren in verband met het feit dat hij al wat oudere documenten heeft ingebracht en hij – zo begrijpt de rechtbank – daarom vreest dat VisualDoc de documenten niet (correct) herkent. Zoals hiervoor is uiteengezet, wordt teruggevallen op de menselijke beoordeling op het moment dat een document niet met voldoende zekerheid wordt herkend door VisualDoc. Dat is in dit geval ook gebeurd. Artikel 86 van de Verordening AI 11. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat artikel 86 van de Verordening AI nog niet in werking is getreden. De vraag of VisualDoc een AI-systeem met een hoog risico is en de andere beroepsgronden die eiser hierover aanvoert, behoeven daarom geen bespreking. De rechtbank ziet geen aanleiding om op de inwerkingtreding van deze regelgeving vooruit te lopen, zoals eiser graag zou willen. Artikel 22 van de AVG 12. Uit wat hiervoor is overwogen over de werking van VisualDoc op dit moment volgt al dat geen sprake is van geautomatiseerde besluitvorming, zodat artikel 22 van de AVG niet is geschonden. AI-geletterdheid 13. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn stelling dat van de betrokken beoordelaars en beslismedewerkers verwacht wordt dat zij AI-geletterd zijn, naar de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2026. Deze (tussen)uitspraken hebben betrekking op CaseMatcher. De rechtbank heeft in die uitspraken overwogen dat gebleken is dat medewerkers voorafgaand aan het gebruik daarvan een e-learning moeten doorlopen en dat daarin tips worden gegeven aan de gebruiker om tunnelvisie te voorkomen. 14. Niet gebleken is dat het doorlopen van een e-learning ook voor het gebruik van VisualDoc is voorgeschreven. In zoverre hebben de uitspraken waar eiser zich op beroept dan ook geen betekenis voor deze zaak. Verder is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de beperkte inzet van VisualDoc ten tijde van de besluitvorming, niet aannemelijk is geworden dat de betrokken medewerkers geen toereikend niveau van AI-geletterdheid hadden. De rechtbank stelt vast dat naar de huidige stand van zaken de expertise van de medewerkers van Bureau Documenten en TOELT bepalend is bij de beoordeling van de documenten. Het is ook deze expertise die de doorslag geeft bij de beoordeling van documenten wanneer, zoals in deze zaak, bij stap 2 in het VisualDoc-proces de zekerheid van de herkenning van het voorgelegde document onder de drempelwaarde van 80% ligt. Er zijn geen gronden aangevoerd die de expertise van de betrokken medewerkers op dit gebied bestrijden. Tussenconclusie 15. Een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten moet worden aangemerkt als een deskundigenadvies, waarvan de minister in beginsel mag uitgaan. Uit vaste rechtspraak volgt dat de minister, als hij een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich er op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht van moet vergewissen dat het deskundigenadvies naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als dat het geval is, kan de uitkomst van een deskundigenbericht alleen met succes worden bestreden als er concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van het deskundigenadvies worden aangevoerd, bijvoorbeeld door middel van een contraexpertise. 16. De rechtbank stelt vast dat de minister zich ervan heeft vergewist dat de verklaringen van onderzoek van Bureau Documenten inhoudelijk inzichtelijk zijn. Het lag vervolgens op de weg van eiser om de deskundigenadviezen voldoende te bestrijden. Dit heeft hij niet gedaan. Dat eiser, zoals hij stelt, de documenten niet zelf heeft laten onderzoeken omdat hij niet wilde dat iemand de documenten zou zien en bekend zou worden met zijn problemen, is een keuze die voor zijn rekening en risico komt. Er zijn dus geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de deskundigenadviezen, zodat de minister heeft mogen uitgaan van de conclusies van Bureau Documenten over de documenten die eiser heeft ingebracht. Gelet op de inhoud van die conclusies heeft de minister de overgelegde documenten terecht niet aangemerkt als nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Heeft de minister de hoorplicht geschonden? 17. De minister heeft ervan afgezien om eiser te horen over zijn opvolgende aanvraag. De minister heeft daarvoor verwezen naar artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals dat luidde op het moment van het bestreden besluit. Op grond van dit artikellid kan van horen worden afgezien als de minister de kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen die nodig is voor het kunnen nemen van de beschikking, zonder nader gehoor kan vergaren. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf C1/2.9 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Daar wordt als reden om af te zien van horen genoemd de omstandigheid dat de vreemdeling valse of vervalste documenten overlegt dan wel documenten waarvan de authenticiteit niet kan worden vastgesteld. 18. De rechtbank heeft al geconcludeerd dat de minister heeft mogen uitgaan van de conclusies van Bureau Documenten over de documenten die eiser heeft overgelegd. Gelet daarop heeft de minister conform de regelgeving en het beleid van het horen van eiser mogen afzien. Eiser heeft gesteld dat hij in ieder geval had moeten worden gehoord over het beledigen van de president, omdat dat een nieuw feit is waar hij zijn asielrelaas op baseert. Dat gestelde feit heeft hij echter enkel onderbouwd met documenten waarvan Bureau Documenten heeft beoordeeld dat die hoogstwaarschijnlijk dan wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De minister hoefde eiser daar conform het beleid dus niet over te horen. Verwerken van documenten na de procedure 19. Eiser voert tot slot nog aan dat de minister niet heeft aangegeven hoe de documenten van eiser na afloop van de procedure worden verwerkt, hoe lang ze beschikbaar blijven in VisualDoc, of deze documenten in andere zaken als referentiemateriaal worden gebruikt en op welke wettelijke grondslag het (geautomatiseerd) bewaren van de documenten is gebaseerd. Dit is volgens eiser onzorgvuldig en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, artikel 8 van het EVRM, artikel 5 van de AVG en de artikelen 8 en 16 van het VWEU. 20. De rechtbank is van oordeel dat deze punten geen betrekking hebben op de rechtmatigheid van het besluit en buiten de omvang van het geschil vallen. Indien eiser deze punten ter discussie wil stellen, moet hij dat via een andere route doen. Conclusie en gevolgen 21. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzitter, en mr. M. van der Knijff en mr. E.R. Brouwer, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Team Onderzoek en Expertise Land en Taal van de IND. ECLI:NL:RBDHA:2025:10064. ECLI:NL:RBDHA:2026:10882 en 10886. ECLI:NL:RBDHA:2026:10882 en 10886.

Similar Content