Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6121 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-06-2026 (C/02/441692 / FA RK 25-5755)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

De man is van rechtswege geschorst in gezag, vrouw oefent gedurende deze schorsing alleen het gezag uit over de minderjarige.

How it connects

Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/441692 / FA RK 25-5755 datum uitspraak: 8 juni 2026 beschikking betreffende verklaring voor recht in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [plaats 1] , advocaat: mr. M.C.M.E, Schijvenaars te Vlissingen, tegen [de man] , hierna te noemen: de man, een briefadres hebbende te [plaats 2] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 30 oktober 2025 ontvangen verzoek van de vrouw met bijlagen; - F9-formulier van mr. Schijvenaars van 15 april 2026 met bijlage; 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 28 mei 2026. Bij die gelegenheid is de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, verschenen. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad. 1.3 Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen. 1.4 De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik van gemaakt en een brief geschreven. Tijdens de zitting is kort samengevat wat [minderjarige] ’s mening is en de aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2024 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 17 december 2024 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. 2.2 Uit het huwelijk van partijen is het navolgende minderjarige kind geboren: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag 1] 2012. 2.3 [minderjarige] verblijft bij de vrouw. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over haar. 2.3 De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit, de man heeft de Iraakse nationaliteit en de minderjarige heeft beide nationaliteiten. 3 Het verzoek 3.1 De vrouw verzoekt, (naar de rechtbank begrijpt) bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat het gezag van de man is geschorst en dat daaruit volgt dat de vrouw alleen het gezag uitoefent over [minderjarige] en de schorsing van het gezag in te schrijven in het gezagsregister. 4 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1 De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op de gezagsvoorziening Nederlands recht van toepassing. 4.2 Nu de Nederlandse rechter bevoegd is op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 Nederlands recht op het verzoek worden toegepast. Wettelijk kader 4.3 Op basis van artikel 1:253q lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) oefent de ene ouder, wanneer de ouders gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, en de andere ouder op een der in artikel 246 genoemde gronden daartoe onbevoegd is, alleen het gezag over de kinderen uit. Wanneer de grond van de onbevoegdheid is weggevallen, herleeft van rechtswege het gezamenlijke gezag. 4.4 Op grond van artikel 1:253r BW, eerste lid, is artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien: a. de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen; of b. het bestaan of de verblijfplaats van de ouders of van één van hen die het gezag uitoefenen, onbekend is. Inhoudelijke beoordeling 4.5 De rechtbank oordeelt als volgt. Uit artikel 1:253r, eerste lid, sub a van het BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q, eerste lid BW volgt dat indien een van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun kind(eren) uitoefent/uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen, de andere ouder het gezag uitoefent. Op grond van artikel 1:253r, tweede lid BW is het gezag dat aan één of beide ouder(s) toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin voormelde omstandigheid zich voordoet. 4.6 De rechtbank is van oordeel dat op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, er sprake is van de gronden zoals vermeld in artikel 1:253r BW. Ondanks dat de man een briefadres heeft, is onbekend waar hij feitelijk verblijft. De man heeft niet gereageerd op de oproep voor de zitting van 28 mei 2026. De vrouw heeft nog steeds contact met de familie van de man. Zij zijn woonachtig in Irak. Ook zij hebben geen contact meer met de man. In eerste instantie stuurde de vrouw de post van de man door naar zijn moeder in Irak. Dat was kort na de scheiding. Daarna is er geen bericht meer van de man gekomen. Het is niet vaker voorgekomen dat de familie van de man gedurende zo’n lange tijd geen contact meer met de man hebben. De Raad ondersteunt het verzoek van de vrouw. De rechtbank is – net als de Raad – van oordeel dat anderhalf jaar geen contact, een lange duur betreft. Op basis van deze omstandigheden kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat ook het bestaan van de man onbekend is. Dat betekent dat het gezag van de man van rechtswege is geschorst en de vrouw alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent. 4.7 De vaststelling dat de vrouw – gedurende de schorsing van het gezag van de man – het gezag alleen uitoefent wordt ingevolge artikel 1:244 BW in verbinding met artikel 2, onder a. van het Besluit gezagsregisters, aangetekend in het gezagsregister. 4.8 De rechtbank wijst erop dat indien de omstandigheid die leidt tot de schorsing van het gezag zich niet langer voordoet, deze aantekening kan worden doorgehaald door een beslissing van de rechtbank na een daartoe ingediend verzoek. 5 De beslissing De rechtbank 5.1 stelt vast dat de man, [de man] , geboren op [geboortedag 2] 1989 te [geboorteplaats] (Irak) van rechtswege is geschorst in het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag 1] 2012; 5.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.3 bepaalt dat voormelde beslissing wordt aangetekend in het gezagsregister. 5.4 wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

Similar Content