Skip to content
Case Law
NL

FSV inzageverzoek. Registratie komt uit pre-FSV systeem (Dagboek PIT) waar aanleiding niet aanstond. Inzageverzoek gaat echter hier geen oplossing voor bieden.

Raad van State

Raad van State

Case Summary

"In Dagboek PIT werd de aanleiding voor de registratie van een signaal niet bijgehouden. Er is niet uit de FSV af te lezen wat de reden is geweest om de gegevens van [appellant] daarin op te nemen. De minister heeft de correctie van de belastingaangifte van [appellant] over het jaar 2004 als mogelijke reden gegeven voor de opname van zijn gegevens in de FSV. Die reden is echter niet met zekerheid vast te stellen omdat de redenen voor opneming niet werden bijgehouden. Gelet op wat [appellant] aanvoert kan niet worden uitgesloten dat zijn etniciteit of achternaam een rol heeft gespeeld bij zijn registratie in de FSV. Als dat het geval zou zijn geweest is daarvoor geen rechtvaardiging te geven, zoals ook de minister heeft erkend. Dat voor [appellant] onverteerbaar is dat deze mogelijkheid niet is uit te sluiten is zeer invoelbaar." "7.3. Hoe onbevredigend dat voor [appellant] ook is, daarvoor is in deze procedure geen oplossing te geven. De minister hoeft niet op grond van het inzageverzoek van [appellant] nog verder onderzoek te doen naar de reden van zijn registratie in de FSV. De minister heeft de persoonsgegevens van [appellant] die in de FSV waren opgenomen verstrekt, en vermeld dat de verwerkingsdoeleinden voortvloeien uit het toezicht dat gepaard gaat met de wettelijke taken van de Belastingdienst, namelijk het heffen, uitkeren, innen, uitoefenen van goederentoezicht en het opsporen van delicten die met die taken samenhangen. Wat er van de rechtmatigheid van de verwerking van de gegevens van [appellant] met het oog op die doeleinden ook zij, aanwijzingen dat er nog meer informatie beschikbaar is over de reden waarom hij in de FSV is opgenomen, zijn er niet, zodat een nadere opdracht aan de minister op dat punt niet zinvol is. De rechtbank heeft bij deze stand van zaken terecht geoordeeld dat de minister aan het inzageverzoek van [appellant] heeft voldaan. Het betoog slaagt niet. 7.4. De Afdeling merkt op dat de rechtmatigheid van de verwerking van de persoonsgegevens van [appellant] in het kader van een eventueel verzoek om een schadevergoeding aan de orde kan komen."