Skip to content
Case Law
NL

Volledig inzage medisch dossier moet worden verleend, tenzij derden zich mogen verzetten tegen openbaarmaking

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/691267 / KG ZA 25-891 Vonnis in kort geding van 16 september 2025 in de zaak van [eiser] te [woonplaats], eiser, advocaat mr. N.M. Fakiri te Rotterdam, tegen: De stichting [gedaagde] handelend onder de naam [gedaagde] te [vestigingsplaats], gedaagde, niet verschenen. 1 De procedure ./. 1.1. Op 10 september 2025 heeft mr. Fakiri namens [eiser] bij de rechtbank Den Haag (team handel, kort geding) verzocht om een datum te bepalen voor een kortgedingzitting in een geschil met [gedaagde]. Er is gevraagd een datum te bepalen tussen 10 september 2025 en 17 september 2025. Nog dezelfde dag is door de rechtbank aan mr. Fakiri meegedeeld dat de mondelinge behandeling is bepaald op 12 september 2025 om 11.00 uur en ook is hem verlof verleend om op korte termijn te dagvaarden, mis de dagvaarding uiterlijk op 10 september 2025 aan de gedaagde partij wordt betekend. [eiser] heeft op 10 september 2025 de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie. Mr. Fakiri heeft namens [eiser] ter zitting van 12 september 2025 bij de in de dagvaarding opgenomen eis volhard. [eiser] zelf is ter zitting niet aanwezig geweest. 1.2. [gedaagde] is behoorlijk opgeroepen tegen de terechtzitting, maar zij is daar niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. 2 De beoordeling van het geschil 2.1. [eiser] vordert van [gedaagde] afgifte van zijn niet-geanonimiseerde medisch dossier. [eiser] heeft aangevoerd dat hij van [gedaagde] na een eerder verzoek daartoe wel een medisch dossier heeft ontvangen (overgelegd als productie 5), maar dat daarvan veel tekst is weggelakt (zwart is gemaakt). Namens [eiser] is ter zitting toegelicht dat [gedaagde] in het afgegeven dossier onder meer opgenomen toelichtingen op zijn gedragsproblemen, zijn (toentertijd) actuele psychische klachten en de gegeven voorlopige probleemanalyse ten onrechte onleesbaar heeft gemaakt. [eiser] heeft aangevoerd dat hij een spoedeisend belang heeft bij inzage in zijn gehele dossier in verband met een te voeren procedure bij de Centrale Raad van Beroep. 2.2. Overweging 63 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat een betrokkene het recht moet hebben om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. In artikel 15 van de AVG is de verstrekking van onder meer deze gegevens geregeld. Betrokkenen dienen het recht te hebben op inzage in hun persoonsgegevens betreffende hun gezondheid, zoals de gegevens in hun medisch dossier, dat informatie bevat over bijvoorbeeld diagnosen, onderzoeksresultaten, beoordelingen door behandelende artsen en verrichte behandelingen of ingrepen. In artikel 7:456 Burgerlijk Wetboek is verder bepaald dat de hulpverlener aan de patiënt desgevraagd inzage verstrekt in en afschrift van de gegevens uit het dossier. Daarbij is bepaald dat de verstrekking achterwege blijft voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. 2.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Gebleken is dat [eiser] na verzoeken daartoe geen volledig (in te zien) medisch dossier van [gedaagde] heeft ontvangen. [eiser] heeft er in beginsel belang bij om kennis te nemen van zijn volledige dossier en [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd. In zoverre is de vordering van [eiser] tot afgifte van een kopie van zijn medisch dossier toewijsbaar, gezien de lichte toets die bij een verstekvonnis dient te worden aangelegd. Hierbij geldt echter wel het voorbehoud dat de belangen van derden zich niet mogen verzetten tegen openbaarmaking. Gebleken is dat [gedaagde] zich eerder op het standpunt heeft gesteld dat de belangen van derden zich verzetten tegen openbaarmaking van zwartgelakte delen van het dossier van [eiser]. Of dat standpunt terecht is ingenomen, kan niet worden getoetst, nu [gedaagde] ter zitting niet verschenen is en haar kant van verhaal verder niet is toegelicht. Dat [gedaagde] niet is verschenen houdt mogelijk verband met de korte dagvaardingstermijn in deze procedure. Het voorgaande, en dan met name het mogelijke belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden en het gegeven dat deze derden (naar de aard van de zaak) niet de mogelijkheid hebben zich in deze procedure te verweren, brengt met zich dat [gedaagde] weliswaar veroordeeld zal worden tot het zichtbaar maken van ook de zwart gemaakte delen van het dossier van [eiser], maar dat [gedaagde] niet gehouden is tot openbaarmaking van deze zwartgemaakte delen uit het dossier, indien deze betrekking hebben op derden en hun belangen zich verzetten tegen de openbaarmaking daarvan. Wel dient [gedaagde] kritisch na te gaan of de gezwarte delen die zijn opgenomen na bijvoorbeeld “actuele psychische klachten:”, “Voorlopige probleemanalyse:” en “Toelichting gedragsproblemen:” niet te ruim bemeten zijn. 2.4. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. 2.5. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding € 25,07 - griffierecht € 90,00 - salaris advocaat € 715,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.008,07 1.4. Ter nadere toelichting op voormelde begroting wordt overwogen dat de eisende partij heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Eisers met een toevoeging betalen een lager griffierecht. Verder worden in dat geval de kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van het exploot en/of advertentiekosten van rijkswege vergoed. Die kosten zijn dus niet voor rekening van de eisende partij. Deze partij heeft aan de deurwaarder slechts de in het exploot opgenomen kosten voor verschotten hoeven voldoen (artikel 40 lid 1 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000). Gelet op het voorgaande wordt de gedaagde partij veroordeeld tot betaling van het lagere griffierecht, de verschotten en vergoeding van het salaris van de advocaat. Deze vergoeding voor het salaris moet door de advocaat worden verrekend met de op grond van de Wet op de rechtsbijstand aan de advocaat toegekende vergoeding. Ten slotte vallen onder de proceskosten ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel. In geval van betekening van het vonnis wordt een extra bedrag aan salaris toegekend. De explootkosten van de betekening van het vonnis komen in dit geval niet voor vergoeding in aanmerking. 3 De beslissing De voorzieningenrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie na dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [eiser] een kopie van het medisch dossier van [eiser] af te geven waarbij de zwartgemaakte delen in zijn dossier zichtbaar worden gemaakt, met dien verstande dat [gedaagde] niet gehouden is tot openbaarmaking van zwartgemaakte delen uit het dossier, indien het belang van de persoonlijke levenssfeer van derden zich daar overwegend tegen verzet; 3.2. bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom is verschuldigd van € 250,- per dag waarop zij niet aan de veroordeling onder 3.1 voldoet, met een maximum van € 10.000,-; 3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.008,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen; 3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.5. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2025. ddg