Inzage in politiegegevens in herstelbesluit gegeven
Rechtbank
Case Summary
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/655 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de korpschef van politie (gemachtigde: M.J. Telderman-Veltman). Waar gaat deze zaak over? 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van de korpschef van 20 december 2022. Hierin heeft de korpschef gereageerd op het verzoek van eiseres om inzage in haar persoonsgegevens in de politieregisters op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg). 2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank de korpschef in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. 3. De korpschef heeft in reactie op de tussenuitspraak op 23 juni 2025 een herstelbesluit genomen (herstelbesluit). 4. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd. 5. De rechtbank bepaalt dat een nadere zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. Herstelpoging 2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat sprake is van motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. De rechtbank heeft gezien dat er persoonsgegevens van eiseres zijn gelakt, terwijl zij op grond van de Wpg recht heeft op inzage in haar eigen persoonsgegevens. Daarnaast is het de rechtbank niet duidelijk hoe is gekeken naar de persoonsgegevens van de zoon van eiseres, [zoon] . Die gegevens zijn niet consequent gelakt. 3. De korpschef heeft naar aanleiding hiervan een herstelbesluit genomen. In dit herstelbesluit heeft de korpschef de aanvraag van eiseres tot inzage in haar persoonsgegevens in de politieregisters opnieuw beoordeeld. Bij de beoordeling heeft de korpschef de persoonsgegevens van eiseres en haar minderjarige zoon inzichtelijk gemaakt. Daarnaast heeft de korpschef per registratie aangegeven op welke grond de gegevens zijn geanonimiseerd en aangegeven op welke punten zijn beoordeling verschilt ten opzichte van het besluit van 20 december 2022. Eiseres heeft inzage gehad in de registraties. De zienswijze van eiseres 4. Eiseres voert in de zienswijze aan dat zij graag van de rechtbank verneemt hoe zij antwoord krijgt op haar vragen. Naar aanleiding van de informatie die zij gezien heeft in de politieregisters, wil eiseres weten waarom de politie niet urgenter en zorgvuldiger is omgegaan met haar zaak. Daarnaast wilt zij weten waarom zij al die jaren geen inzage mocht hebben en waarom de politie Veilig Thuis niet heeft ingelicht. Verder wilt zij via de rechtbank opvragen of haar persoonsgegevens in SIS II zijn opgenomen. Beoordeling van de rechtbank 5. De rechtbank stelt eerst vast dat, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep van eiseres van rechtswege mede betrekking heeft op het herstelbesluit. De zienswijze wordt als beroep tegen dit besluit beschouwd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek met het herstelbesluit toereikend hersteld. De korpschef heeft overeenkomstig de aanvraag van eiseres inzage gegeven in haar persoonsgegevens en de gegevens van haar zoon. Uit de zienswijze van eiseres maakt de rechtbank verder op dat zij het niet oneens is met het herstelbesluit en de nieuwe inzage die zij heeft gehad. Het gaat eiseres erom dat uit de gegevens die zij nu heeft mogen inzien, zou volgen dat er destijds anders met de situatie had moeten worden omgegaan. Eiseres werpt daarover vragen op in de zienswijze. Daarop kan de rechtbank echter geen antwoord geven. De rechtbank beoordeelt alleen of het inzageverzoek van eiseres correct is behandeld. Datzelfde geldt voor de vraag van eiseres hoe zij rechtsmiddelen tegen de gang van zaken destijds kan instellen. De rechtbank kan eiseres geen advies geven, daar is deze procedure niet voor bedoeld. Eiseres kan ook niet via de rechtbank een verzoek om inzage doen in SIS II en de rechtbank kan eiseres evenmin adviseren of en op welke manier zij dit kan doen. Conclusie 6. Gelet op de in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek is het beroep tegen het besluit van 20 december 2022 gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit van 20 december 2022. Het beroep tegen het herstelbesluit van 23 juni 2025 is ongegrond. 7. Omdat de rechtbank het beroep tegen het besluit van 20 december 2022 gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de korpschef aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De korpschef moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. De reiskosten voor de zitting op basis van kosten openbaar vervoer 2e klas bedragen € 8,11. De kosten van het aangetekend versturen van het beroepschrift en/of van aanvullende informatie vallen niet onder de categorie kosten die op grond van artikel 1, aanhef en onder e, van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen. Derhalve komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep tegen het besluit van 20 december 2022 gegrond; - vernietigt het besluit van 20 december 2022; - verklaart het beroep tegen het besluit van 23 juni 2025 ongegrond; - draagt de korpschef op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt de korpschef in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 8,11. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.