Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:2265 Rechtbank Den Haag , 07-01-2026 / C/09/691360 / FA RK 25-6829

Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag

Case Summary

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-6829 Zaaknummer: C/09/691360 Datum beschikking: 7 januari 2026 Informele rechtsingang – gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en hoofdverblijfplaats Beschikking in het kader van de op 10 september 2025 ingekomen brief van: [de minderjarige], hierna: [de minderjarige], de minderjarige, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, en [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de brief van [de minderjarige] van 10 september 2025. Op 20 oktober 2025 heeft [de minderjarige] zijn brief nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank. Bij brief van 27 oktober 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [de minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [de minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) is voor de zitting uitgenodigd. Op 10 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, de vader, [naam 1] namens de Raad. Feiten - De ouders hebben een affectieve relatie gehad. - Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats]. - [de minderjarige] is in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het woonadres van de vader. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. - De vader heeft zich in het verleden als vrouw geïdentificeerd en daarom zijn voornamen gewijzigd naar de huidige voornamen. - In de beschikking van deze rechtbank van 28 maart 2018 is de door de ouders getroffen onderlinge regeling, zoals neergelegd in het aan die beschikking gehechte ouderschapsplan, opgenomen. In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier aan de orde – overeengekomen dat: - de ouders het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] blijven uitoefenen; - de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader is; - [de minderjarige] de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder zal verblijven, waarbij het wisselmoment op vrijdag is; - de vakanties en feestdagen worden verdeeld zoals opgenomen in artikel 3.2 van het ouderschapsplan. Aanvraag [de minderjarige] heeft de rechtbank een brief geschreven, waarin hij aangeeft dat hij op het adres van de moeder wil worden ingeschreven, dat hij niet meer bij de vader wil slapen en dat hij wil dat zijn moeder de beslissingen over hem mag nemen. Beoordeling Standpunten Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [de minderjarige] zijn brief toegelicht. [de minderjarige] heeft verteld dat hij op dit moment de ene week bij zijn vader verblijft en de andere week bij zijn moeder, maar dat hij op de dagen dat hij bij zijn vader is na het eten naar zijn moeder gaat om daar te slapen. [de minderjarige] heeft aangegeven dat hij het jammer vindt dat hij minder tijd met zijn vader kan doorbrengen, maar dat hij niet bij zijn vader wil slapen omdat het huis niet opgeruimd is en omdat de vader vergeetachtig is. Daarnaast heeft [de minderjarige] verteld dat hij zou willen dat de vader (weer) wordt behandeld en dat het huis wordt schoongemaakt. Als het huis schoon en opgeruimd is, wil [de minderjarige] wel weer bij zijn vader slapen. Tot die tijd wil hij zelf bepalen wanneer hij naar de vader gaat. Ook heeft [de minderjarige] aangegeven dat hij op het adres van zijn moeder wil worden ingeschreven en dat hij wil dat de moeder tijdelijk alleen de beslissingen over hem mag maken, omdat de vader dat nu even niet goed kan. De wensen van [de minderjarige] zijn op de zitting met de ouders besproken. De vader geeft aan dat hij de zorgen van [de minderjarige] begrijpt en dat wat [de minderjarige] beschrijft juist was, maar dat deze zorgen te relateren zijn aan een tijdelijke situatie die nu verleden tijd is. De geheugenproblemen waren waarschijnlijk een reactie op medicatie die de vader gebruikte, maar de vader geeft aan inmiddels te zijn gestopt met het gebruik van deze medicatie. Ook geeft de vader aan dat het klopt dat er sprake was van psychologische ondersteuning. De vader stelt dat hij zijn huis en leven weer goed op orde heeft en hij zou graag zien dat [de minderjarige] weer bij hem overnacht, maar de vader begrijpt ook dat het overnachten weer moet worden opgebouwd en dat het tempo van [de minderjarige] daarin leidend moet zijn. Met betrekking tot het gezag merkt de vader op dat hij graag het gezamenlijk gezag wil behouden en dat de ouders in staat zijn om gezamenlijk te overleggen over beslissingen aangaande [de minderjarige]. De moeder begrijpt de verzoeken van [de minderjarige] en vindt het belangrijk dat het contact tussen [de minderjarige] en de vader niet vermindert. De moeder geeft aan dat [de minderjarige] had gezegd dat hij in de kerstvakantie bij de vader wilde overnachten, terwijl [de minderjarige] daarover eerder stellig had gezegd dat hij dat niet wilde. De moeder betwijfelt of [de minderjarige] deze overnachting zelf daadwerkelijk wilde of dat [de minderjarige] het vooral deed om zijn vader tegemoet te komen. Net als de vader stelt de moeder dat het tempo van [de minderjarige] moet worden gevolgd bij het opbouwen van het contact en de overnachtingen en dat hij daarover zelf mag beslissen. Ten aanzien van het gezag geeft de moeder aan dat de gesprekken tussen de ouders, die soms in het bijzijn van de vertrouwenspersoon van [de minderjarige] en de begeleider van de vader hebben plaatsgevonden, niet altijd gemakkelijk verlopen en dat [de minderjarige] bij de moeder zoekt naar richtlijnen. Zorgregeling Uit hetgeen tijdens de zitting en in het gesprek met [de minderjarige] is besproken maakt de rechtbank op dat er in de afgelopen maanden veel is gebeurd in het leven van [de minderjarige] en de ouders en dat [de minderjarige] een nauw betrokken vertrouwenspersoon heeft, die ook contact onderhoudt met de ouders. Het is de rechtbank duidelijk dat beide ouders vooral willen dat het goed gaat met [de minderjarige] en dat [de minderjarige] contact met de vader kan hebben op een manier die voor [de minderjarige] prettig voelt. Gelet op de leeftijd van [de minderjarige], de afgelopen turbulente maanden en de huidige omstandigheden is de rechtbank met de ouders van oordeel dat het tempo en de wensen van [de minderjarige] leidend moeten zijn bij het opbouwen van de overnachtingen bij de vader. Zoals op de zitting is besproken acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat het initiatief voor het vormgeven van het contact niet bij [de minderjarige] alleen wordt neergelegd, maar dat [de minderjarige] samen met zijn vertrouwenspersoon zal nadenken en spreken over de manier waarop vorm moet worden gegeven aan (de opbouw van) het contact. Wanneer [de minderjarige] daar klaar voor is, kan hij dit vervolgens met ondersteuning van zijn vertrouwenspersoon bespreken met de ouders. De rechtbank zal aldus ambtshalve beslissen. Gezag Ten aanzien van de wens van [de minderjarige] om de moeder tijdelijk met het eenhoofdig gezag te belasten, merkt de rechtbank op dat [de minderjarige] dit verzoek niet zelfstandig kan indienen. Op grond van artikel 1:251 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank weliswaar ambtshalve een beslissing nemen over de toedeling van het gezag aan de ouders, maar deze mogelijkheid heeft de rechtbank alleen indien er sprake is (geweest) van een echtscheiding tussen de ouders. Omdat dit niet het geval is, kan en zal de rechtbank geen beslissing nemen op deze aanvraag. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat uit hetgeen op de zitting en in het gesprek met [de minderjarige] is besproken ook niet blijkt dat er een risico aanwezig is dat [de minderjarige] vanwege het gezamenlijk gezag klem of verloren raakt tussen de ouders of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. Het is de rechtbank duidelijk dat constructieve communicatie is tussen de ouders en dat de situatie zich positief ontwikkelt. Hoofdverblijfplaats De wens van [de minderjarige] om op het adres van de moeder ingeschreven te worden, begrijpt de rechtbank als een verzoek om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder is. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is gebleken dat [de minderjarige] op dit moment feitelijk de meeste tijd doorbrengt bij zijn moeder in [plaats]. Daarom zal de rechtbank ambtshalve beslissen dat [de minderjarige] voortaan de hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben. Brief aan de kinderen De rechtbank zal de genomen beslissingen als volgt aan [de minderjarige] uitleggen in een brief die gelijktijdig met deze beschikking wordt verzonden: “Beste [de minderjarige], Op 20 oktober 2025 heb ik met jou gesproken naar aanleiding van de brief die jij mij hebt gestuurd. Jij vertelde toen dat je op dat moment niet bij je vader overnachtte en dat je dat voorlopig ook even niet wilde, omdat het niet zo goed ging met je vader. Ook vertelde jij dat je graag zou willen dat je moeder tijdelijk alleen de beslissingen over jou zou mogen maken. Ik vertelde jou toen dat ik dit met jouw ouders wilde bespreken en dat heb ik inmiddels gedaan. Jouw ouders begrijpen jouw zorgen en ook dat je het lastig vindt om op dit moment bij je vader te overnachten. Jouw vader heeft uitgelegd waarom het tijdelijk niet zo goed met hem ging, maar heeft ook verteld dat hij zijn leven nu weer op orde heeft. Ook hebben jouw ouders verteld dat jij een vertrouwenspersoon hebt, [naam 2], en dat zij erg betrokken is bij jou. Jouw ouders vinden het allebei belangrijk dat het contact tussen jou en jouw vader blijft bestaan en dat het contact goed voelt voor jou. Ik vind dat ook erg belangrijk. Daarom heb ik, samen met jouw ouders, besloten dat het goed is als jij in overleg met [naam 2] bepaalt hoe het contact met jouw vader er in de komende periode uit gaat zien en dat jij met haar overlegt wanneer het goed zou zijn om weer bij jouw vader te overnachten. Ik heb van jouw ouders ook begrepen dat jij met oud en nieuw weer bij jouw vader zou gaan slapen. Inmiddels is dat geweest en ik hoop dat je het naar je zin hebt gehad tijdens de jaarwisseling. Je hebt mij ook gevraagd jouw moeder tijdelijk alleen het gezag over jou te geven, totdat jouw vader weer de oude zou zijn. Zoals ik tijdens ons gesprek vertelde, kan ik die beslissing alleen nemen als jouw ouders met elkaar getrouwd waren geweest en daarna waren gescheiden. Omdat dat niet zo is en omdat ik denk dat jouw ouders best wel goed met elkaar kunnen overleggen, zal ik niets veranderen aan het gezag. Dat betekent dat jouw ouders nog steeds allebei het gezag over jou hebben. Tot slot heb ik besloten dat jouw hoofdverblijfplaats bij jouw moeder is, omdat jij daar nu de meeste tijd doorbrengt. Ik hoop dat het lukt om het contact met je vader op een fijne manier weer op te bouwen en wens je het allerbeste, [de minderjarige]! Hartelijke groet, De kinderrechter” Beslissing De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling – : * bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], in samenspraak met zijn vertrouwenspersoon zal bepalen wanneer hij bij de vader zal zijn en wanneer hij bij de moeder zal zijn; * bepaalt dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben; * neemt naar aanleiding van de informele rechtsingang geen ambtshalve beslissing over het gezag; * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 januari 2026.