Skip to content
Case Law
NL

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-03-2025 (20-002730-24)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Summary

Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (510 microgram).

Case Summary

Parketnummer: 20-002730-24 Uitspraak : 7 maart 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 23 maart 2023 met parketnummer 96-114519-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 96-265625-20, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘eendaadse samenloop van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1 en feit 4) ‘overtreding van artikel 20 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’ (feit 2) ‘overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (510 microgram)’ (feit 3), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken (feit 1, feit 3 en feit 4), alsmede een geldboete ter hoogte van € 960,00 subsidiair 19 dagen hechtenis (feit 2). Aan de verdachte is tevens de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd en ingehouden is geweest (feit 1, feit 3 en feit 4). Tot slot is de tenuitvoerlegging gelast van de in de zaak met parketnummer 96-265625-20 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een week. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde gevangenisstraf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken ten aanzien van feiten 1, 3 en 4 en dat het hof voor het overige tot dezelfde beslissingen komt als de politierechter. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 96-265625-20 voorwaardelijk opgelegde straf primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, subsidiair dat deze dient te worden afgewezen en meer subsidiair dat de proeftijd dient te worden verlengd dan wel dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf. Tot slot heeft de verdediging het hof verzocht om een eventuele ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet in onvoorwaardelijke, maar in voorwaardelijke zin op te leggen. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorie(ën) van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (driewielig motorrijtuig), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zandveldseweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden; 3. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, als bestuurder van een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 4. hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te Nieuwegein, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig (driewielig motorrijtuig), van categorie B heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Zandveldseweg, als bestuurder een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), van die categorie heeft bestuurd; 2. hij op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (driewielig motorrijtuig), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zandveldseweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden; 3. op 11 augustus 2021 te Nieuwegein, als bestuurder van een motorrijtuig, (driewielig motorrijtuig), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Midden-Nederland, dienst Regionale Operationele Samenwerking, afdeling Infrastructuur, team Verkeer, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , surveillanten van politie, gesloten d.d. 12 augustus 2021, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met digitaal genummerde dossierpagina’s 1-31. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. 1. Het proces-verbaal verkeersovertredingen d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 3-6, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op 11 augustus 2021 om 21:32 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met snelheidscontrole belast op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [locatie] . Daar zag ik, [verbalisant 2] (…), een bestuurder van een 2/3-wielig voertuig, een (…) Piaggio, type M64, voorzien van het kenteken [kenteken] , rijden over de rijbaan van [locatie] . Deze kwam uit de richting Jachtmonde. (…) De Zandveldseweg is gelegen binnen de als zodanig aangeduide bebouwde kom. Voor deze weg dan wel dit weggedeelte geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. (…) Ik, [verbalisant 2] (…), zag dat deze bestuurder met dat motorvoertuig reed met een door mij gemeten snelheid van 109 kilometer per uur, die na correctie overeenkomt met een werkelijke snelheid van 105 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de ter plaatse toegestane 50 kilometer per uur, in feite een overschrijding van 55 kilometer per uur. Deze snelheid is door mij, [verbalisant 2] (…), vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, op de voorgeschreven wijze gebruikt en op 6 april 2021 tot 322 kilometer per uur geijkt verkeersmeetmiddel (…). Op 11 augustus 2021, te 21:33 uur, hield ik, [verbalisant 1] (…), op de openbare weg, Zandveldseweg te Nieuwegein, de man als verdachte staande en vroeg hem naar zijn identiteitsgegevens. De verdachte gaf op te zijn genaamd: Achternaam : [verdachte] Voornamen : [verdachte] Geboren : [geboortedag] 1991 Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland Adres : [adres] Postcode plaats : [adres] BRP-nummer : [documentnummer 1] De verdachte identificeerde zich met een Belgische verblijfstitel, document nummer: [documentnummer 2] . 2. Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeersweg 1994 d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 9-10, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 1] : Datum feit : 11 augustus 2021 (…) Locatie : op de openbare weg, [locatie] Er is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een snelheidsovertreding, namelijk honderdnegen kilometer per uur ongecorrigeerd binnen de bebouwde kom rijden waar vijftig is toegestaan. Verdachte Achternaam : [verdachte] Voornamen : [verdachte] Geboren : [geboortedag] 1991 Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland (…) Motorrijtuig (…) Kenteken : [kenteken] Merk/type : Piaggio M64 (…) Rijbewijscategorie Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie(ën): B Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard. 3. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai BVI-IB d.d. 12 augustus 2021, dossierpagina’s 13-16; Identiteit [verdachte] Geboren [geboortedag] 1991 (30) te [geboorteplaats] (…) Rijbewijsnummer [documentnummer 3] Land uitgifte Nederland Datum uitgifte 10-07-2014 (…) Maatregelen Nr Registratie Einde reg. Gevorderde inleverdatum Soort Autoriteit Inleversoort (…) (…) (…) (…) (…) (…) (…) 2 24-01-2017 19-09-2018 Vorderingsprocedure Cbr Divisie Vorderingen Volledig ongeldig rijbewijs CATEGORIEËN Categorie Soort AM Ongeldigheid B Ongeldigheid 4. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR gericht aan de verdachte d.d. 24 januari 2017, voor zover inhoudende: AANGETEKEND De heer [verdachte] (…) (…) Datum 24 januari 2017 Onderwerp Besluit: onderzoek naar uw alcoholgebruik, voorlopig geen rijbewijs Geachte heer [verdachte] , U bent aangehouden met te veel alcohol op. (…) Daarom hebben we besloten dat u een onderzoek moet laten doen naar uw alcoholgebruik. Ook mag u voorlopig niet meer rijden. In elk geval niet tot de uitslag van het onderzoek. (…) Het onderzoek is niet vrijblijvend. Werkt u niet mee, dan wordt uw rijbewijs ongeldig. (…) 5. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR gericht aan de verdachte d.d. 12 september 2018, voor zover inhoudende: Onderwerp Besluit: rijbewijs ongeldig Geachte heer [verdachte] , Op 24 januari 2017 hebben we u een brief gestuurd. In die brief stond dat u een onderzoek naar uw alcoholgebruik moest laten doen. Helaas heeft u dit onderzoek niet, of niet op tijd betaald. U bent dus ook niet onderzocht. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 19 september 2018. En mag u niet meer rijden. (…) 6. Proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 14 augustus 2021, dossierpagina’s 22-24, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] : Op 11 augustus 2021 zag ik, [verbalisant 2] (…), dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een voertuig motorrijtuig, Piaggio M64, Nederland, kenteken [kenteken] , reed op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [locatie] . (…) Ik, [verbalisant 2] (…), heb op 11 augustus 2021 om 21:45 uur de bestuurder gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (voorlopig ademonderzoek), alsmede de aanwijzingen die ik in dat kader heb gegeven, op te volgen. Met medewerking van de bestuurder heb ik, [verbalisant 2] (…), hem dit voorlopig ademonderzoek afgenomen met behulp van een door de Minister aangewezen ademtestapparaat. Als resultaat van deze test zag ik, [verbalisant 2] (…), dat het ademtestapparaat een alcoholindicatie aangaf van: A/G. Het resultaat van de ademtest werd direct aan de verdachte meegedeeld. Dat resultaat leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. De verdachte gaf mij, [verbalisant 1] (…), op te zijn genaamd: Achternaam : [verdachte] Voornamen : [verdachte] Geboren : [geboortedag] 1991 Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland (…) Op 11 augustus 2021 (…) heeft de verdachte zich onder leiding van mij, [verbalisant 3] (…), opsporingsambtenaar als bedoeld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 4, onder a, Wegenverkeerswet 1994. (…) 7. Het schriftelijk bescheid, te weten een resultaat ademonderzoek, dossierpagina 27, voor zover inhoudende: Startdatum: 11 augustus 2021 Starttijd: 22:08 Eindtijd: 22:14 Achternaam verdachte: [verdachte] Voornaam verdachte: [verdachte] Ademonderzoek-resultaat: 510 ug/l 8. Het proces-verbaal van de in de zaak gehouden terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, d.d. 23 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: Het klopt dat ik de avond van 11 augustus 2021 alcohol had gedronken. Ik was uit geweest. Het klopt ook dat ik toen wist dat mijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Bewijsoverwegingen De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Daartoe is in de kern aangevoerd dat het niet de verdachte, maar zijn (achter)neef [betrokkene 1] is geweest die op 11 augustus 2021 door de politie is aangehouden ter zake van de tenlastegelegde feiten. De verdachte zou die dag samen met [betrokkene 1] op een door die [betrokkene 1] bestuurd motorrijtuig naar een beachclub in Nieuwegein zijn gereden, waar de verdachte later op de avond zou zijn opgehaald door zijn ex-partner. Later zou [betrokkene 1] zijn aangehouden door de politie terwijl hij het motorrijtuig bestuurde, waarbij [betrokkene 1] zich tegenover de politie zou hebben gelegitimeerd met een Belgisch identiteitsbewijs van de verdachte dat op dat moment in een tasje onder de buddyseat van het motorrijtuig lag. Zowel de verdachte als [betrokkene 1] zijn van Hindoestaanse afkomst en vertonen uiterlijke gelijkenissen. Een persoonsverwarring wordt door de verdediging dan ook zeer wel mogelijk geacht. Het alternatieve scenario van de verdachte is in de visie van de verdediging voldoende concreet en gedetailleerd en vindt op onderdelen steun in de overige bewijsmiddelen, zodat vrijspraak dient te volgen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Op verzoek van de verdediging zijn op 21 februari 2024 [betrokkene 1] , zijnde de (achter)neef van de verdachte die zich volgens de verdediging ten tijde van het tenlastegelegde als de verdachte zou hebben voorgedaan, en [betrokkene 2] , zijnde de ex-partner van de verdachte die volgens de verdediging de verdachte op de tenlastegelegde datum bij een beachclub in Nieuwegein zou hebben opgehaald, door de raadsheer-commissaris als getuigen gehoord. Getuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij zich in het verleden nooit voor de verdachte heeft uitgegeven. Ook heeft hij verklaard dat hij niet kan motorrijden en dat hij nooit met de verdachte op een motor heeft gereden. De rechter-commissaris heeft tijdens het verhoor vastgesteld dat getuige [betrokkene 1] geen sterke gelijkenissen vertoont met de persoon die is afgebeeld op pagina 13 van het procesdossier (hof: een foto van de verdachte). Getuige [betrokkene 2] heeft ten overstaan van de raadsheer-commissaris verklaard dat zij de verdachte in het verleden wel eens heeft afgezet en opgehaald bij een industrieterrein in Nieuwegein, maar dat zij dat nooit heeft gedaan als de verdachte uitging. De Beachclub was volgens de getuige de favoriete plek van de verdachte, maar zij heeft de verdachte daar nooit opgehaald. Het hof stelt vast dat de alternatieve lezing van de verdachte, inhoudende dat niet hij, maar de heer [betrokkene 1] degene is geweest die op 11 augustus 2021 door de politie is aangehouden, geen steun vindt in de hiervoor bedoelde getuigenverklaringen. Het hof overweegt voorts dat de verbalisanten in hun proces-verbaal van 12 augustus 2021 relateren dat zij de bestuurder van het motorrijtuig naar zijn identiteitsgegevens hebben gevraagd, dat door de aangehouden persoon die gegevens toen zijn verstrekt - waaronder de geboortedatum, geboorteplaats en het woonadres van de verdachte - en dat deze persoon zich daarnaast identificeerde met een Belgische verblijfstitel, waarvan de verdachte erkent dat deze van hem is. Het hof constateert dat de identificerende gegevens die door de aangehouden persoon kennelijk mondeling zijn verstrekt overeenkomen met de persoonsgegevens van de verdachte. Het hof constateert verder dat de foto op het Belgische bewijs (pagina 19 digitale procesdossier) sterke gelijkenissen vertoont met een andere foto van de verdachte in het dossier (pagina 13, foto rijbewijs 10 juli 2014). De raadsheer-commissaris heeft aan de hand van deze laatste foto opgemerkt dat dhr. [betrokkene 1] daarmee geen sterke gelijkenis vertoont. Het hof begrijpt hieruit dat dhr. [betrokkene 1] dus ook geen sterke gelijkenis vertoont met de persoon die is afgebeeld op het Belgische bewijs op pagina 19 van het procesdossier, dat door de aangehouden persoon ter identificatie aan de politie is getoond.. Naar het oordeel van het hof kan het dan ook niet anders zijn dan dat het de verdachte is geweest die ten tijde en ter zake van het tenlastegelegde door de politie is aangehouden. Hetgeen overigens door de verdediging is aangevoerd, leidt niet tot een ander standpunt. Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het onder 3 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (510 microgram). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sancties De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken ten aanzien van feiten 1, 3 en 4, en dat het hof voor het overige tot dezelfde beslissingen komt als de politierechter. De verdediging heeft bepleit dat aan de verdachte geen straf in de vorm van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Daarnaast is bepleit om een ontzegging van de bevoegdheid om de motorrijtuigen te besturen geheel voorwaardelijk op te leggen. Daartoe is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 11 augustus 2021 – kort gezegd – schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs voor categorie B ongeldig was verklaard (feit 1), waarbij hij de ter plekke toegestane maximumsnelheid heeft overschreden (feit 2), en hij onder invloed van alcohol verkeerde (feit 3). Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard. Met zijn handelen heeft hij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Het hof heeft gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Zij gaan als vertrekpunt voor de straftoemeting bij het besturen van een motorrijtuig in geval van een (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs (feit 1) uit van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Ter zake van het rijden onder invloed in auto’s en motoren (feit 3) gaan de oriëntatiepunten – in geval van een hoeveelheid alcohol van 510 microgram in combinatie met relevante recidive binnen een periode van vijf jaar, waarbij sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor een soortgelijk feit – als vertrekpunt uit van een geldboete van € 650,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om mottorijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden. Het hof heeft ook acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 december 2024. Daaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde meerdere malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten. Daarbij zijn aan hem eerder onder meer (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen opgelegd. Die eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te begaan. Bovendien volgt hieruit dat de verdachte zich niets aantrekt van beslissingen tot ongeldigverklaring die tot doel hebben de verkeersveiligheid te bevorderen. Het hof weegt deze omstandigheden ten nadele van de verdachte mee bij de strafoplegging. Voorts heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De verdediging heeft in dat verband naar voren gebracht dat de verdachte zijn rijbewijs op dagelijkse basis nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te kunnen voeren, reden waarom een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen door de verdachte onwenselijk wordt geacht. Alles afwegende – en gegeven de vrijspraak van feit 4 – acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken voor feit 1 en feit 3 en de oplegging van een geldboete ter hoogte van € 960,00, subsidiair 19 dagen hechtenis voor feit 2, passend en geboden. Hetgeen in hoger beroep omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Gelet op de eerder aan de verdachte opgelegde sancties - oplopende gevangenisstraffen - en de omstandigheden waaronder de verdachte opnieuw de fout in is gegaan - veel te hard rijden, wederom met alcohol op, is het hof van oordeel dat ten aanzien feit 1 en feit 3 niet kan worden volstaan met oplegging van een andere straf dan een die vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof overweegt dat de politierechter de bijkomende straf van de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd voor een combinatie van de bewezenverklaarde feiten, terwijl de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor meer dan één misdrijf of voor een combinatie van een misdrijf en een overtreding. Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal het hof ter zake van feit 1 en voor de duur van 6 maanden aan de verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen . Het verweer dat de verdachte, kort gezegd, het rijbewijs niet kan missen, wordt door het hof verworpen omdat het belang van de bescherming van de verkeersveiligheid in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij behoud van het rijbewijs in het tijdvak van 6 maanden. Daarnaast is de verdachte reeds eerder ter zake van verkeersovertredingen veroordeeld. Het hof acht een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid noodzakelijk om de verdachte de onjuistheid van de bewezenverklaarde handelwijze te doen inzien. Daarnaast is het hof niet gebleken dat de verdachte voor zijn werk geen gebruik kan maken van andere (openbaar) vervoersmogelijkheden. Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 96-265625-20 Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één (1) week, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Midden-Nederland van 14 januari 2021 onder parketnummer 96-265625-20. Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 december 2024 is de startdatum van deze proeftijd 28 januari 2021 en is de einddatum daarvan 27 januari 2023. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. De verdediging heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie vanwege de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, subsidiair dat deze dient te worden afgewezen en meer subsidiair dat de proeftijd dient te worden verlengd dan wel dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf. Het hof overweegt als volgt. Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging – anders dan de verdediging – van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 20 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 23, 24, 24c, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-114519-22 onder 1 en onder 3 bewezenverklaarde veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken ; ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden ; ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 960,00 (negenhonderdzestig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis ; ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 14 januari 2021, parketnummer 96-265625-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week . Aldus gewezen door: mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter, mr. S.V. Pelsser en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. drs. A. Burgmeijer, griffier, en op 7 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Related across sources

Similar Content