Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:9068 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 16-01-2026 (ROT 25/3515)

Rechtbank Rotterdam
Summary

Ambtshalve wijziging adresgegevens Brp en boete opgelegd; zorgvuldig adresonderzoek; eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij op het oude adres woonde; geen ruimte voor belangenafweging; beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/3515 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (gemachtigde: mr. A. Hielkema). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de ambtshalve wijziging van de adresgegevens van eiseres in de basisregistratie persoonsgegevens (brp). In beroep voert eiseres aan dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven omdat de bevindingen uit het adresonderzoek de adreswijziging niet kunnen dragen. Verder stelt eiseres dat zij wel aan de [straatnaam 1] in [locatie 1] (het oude adres) woonde en dat zij alleen maar aan het adres [straatnaam 2] in [locatie 2] (het nieuwe adres) verbleef omdat zij daar, samen met haar ex-partner, voor haar kinderen zorgde. 1.1. De rechtbank is van oordeel dat het college de adresgegevens terecht heeft gewijzigd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het primaire besluit van 21 november 2024 heeft het college de adresgegevens van eiseres in de brp per 23 oktober 2024 gewijzigd naar het nieuwe adres. Bij besluit van 21 november 2024 heeft het college een bestuurlijke boete van € 325,- aan eiseres opgelegd, omdat zij zich niet zelf heeft ingeschreven op het nieuwe adres. 2.1. Met het bestreden besluit van 18 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de adreswijziging en de boete gebleven. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres huurde een woning op het oude adres, waar haar zus en zwager en hun zoontje bij eiseres inwoonden. De kinderen van eiseres woonden al bij haar ex-partner op het nieuwe adres. Nadat eiseres en haar ex-partner een baby kregen en deze hebben inschreven op het nieuwe adres, terwijl eiseres zelf op het oude adres ingeschreven bleef, is de afdeling burgerzaken namens het college een adresonderzoek gestart. Op basis van de bevindingen uit dat onderzoek is volgens het college gebleken dat eiseres ook in de woning aan het nieuwe adres woonde. Vervolgens heeft het college de adresgegevens van eiseres in de brp gewijzigd in het nieuwe adres. Bij gelijktijdig besluit heeft het college aan eiseres een bestuurlijke boete van € 325,- opgelegd, omdat zij heeft verzuimd aangifte te doen van haar adreswijziging. 4. Met het bestreden besluit heeft het college de wijziging van het brp-adres en de bestuurlijke boete in stand gelaten. Hieraan heeft het college het volgende ten grondslag gelegd. Toezichthoudende ambtenaren hebben tweemaal een huisbezoek afgelegd aan het oude adres. Beide keren is eiseres daar niet aangetroffen. Bij een van de twee bezoeken werden de ambtenaren binnen gelaten door de zus en zwager van eiseres. Zij hebben in de slaapkamer geen persoonlijke spullen van eiseres aangetroffen, maar alleen spullen van het neefje van eiseres. Ook aan het nieuwe adres is een huisbezoek afgelegd. De toezichthoudende ambtenaren zijn daar door eiseres ontvangen en binnengelaten. Binnen troffen zij in de slaapkamer een tweepersoonsbed aan met zowel volwassen heren als dames kleding in de kledingkast. De buurman bij het nieuwe adres heeft verklaard dat er een gezin bestaande uit een man, vrouw en kinderen wonen. Vervolgens heeft het college eiseres verzocht inlichtingen en bewijsmiddelen te verstrekken ter onderbouwing dat zij op het oude adres woonde. Eiseres heeft onder andere bankafschriften, een huurovereenkomst, bestelgegevens van online webshops overgelegd. Ook heeft eiseres foto’s van de kledingkast in de slaapkamer in de woning aan het oude adres overgelegd. Uit de door eiseres verstrekte inlichtingen en bewijsmiddelen volgt volgens het college een patroon waaruit blijkt dat eiseres zich grotendeels op het nieuwe adres bevindt. De foto’s van de kledingkast in de woning aan het oude adres die eiseres tijdens de bezwaarfase heeft ingediend, hebben volgens het college niet tot een ander oordeel geleid, omdat het deze foto’s later gemaakt lijken te zijn en daardoor onbetrouwbaar zijn. Beoordeling door de rechtbank Beroepsgronden eiseres 5. In beroep voert eiseres aan dat de besluitvorming geen stand kan houden, omdat die is gebaseerd op een onvolledig en onzorgvuldig adresonderzoek. Het college gaat van een onjuiste feitenvaststelling uit. Eiseres verbleef overdag aan het nieuwe adres, waar zij samen met haar ex-partner voor de kinderen zorgden. De nachten bracht zij door aan het oude adres. Eiseres stelt dat zij haar adreswijziging zelf had willen doorgeven na de voltrekking van haar huwelijk in april 2025. Verder stelt eiseres dat zij door de adreswijzigingen met onevenredige gevolgen is geconfronteerd en immateriële schade heeft geleden. Zij verzoekt daarom om een schadevergoeding van € 3,500.-. Toetsingskader 6. De wet- en regelgeving die van belang is voor deze zaak, staat in de bijlage bij deze uitspraak. 6.1. De rechtbank stelt voorop dat het doel van de Wet basisregistratie persoonsgegevens (Wet brp) is dat de in de brp vermelde gegevens zo betrouwbaar en duidelijk mogelijk zijn en dat de gebruikers van de gegevens erop moeten kunnen vertrouwen dat deze in beginsel juist zijn. Met het oog daarop dienen in de brp gegevens over de feitelijke verblijfplaats van de betrokkene te worden geregistreerd. Uit de Wet brp volgt dat indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten het woonadres is. Verder is een ingezetene verplicht aangifte te doen van een adreswijziging. Doet hij of zij dit niet, dan draagt het college ambtshalve de zorg voor de opneming van de juiste adresgegevens in de brp. 6.2. Voor het uitvoeren van een adresonderzoek is de Circulaire Adresonderzoek BRP (Circulaire) ontwikkeld. Gelet op paragraaf 3.1 van de Circulaire kan de gemeente een adresonderzoek starten bij twijfel over de juistheid van een adresgegeven in de brp. 6.3. Daarnaast volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat het aan de betrokkene is om aannemelijk te maken dat hij op een bepaald adres woont als bij het college na adresonderzoek gerede twijfel kan bestaan of de betrokkene op dat adres woont. Ambtshalve wijziging 7. De rechtbank oordeelt dat bij het college in redelijkheid gerede twijfel kon bestaan over de vraag of eiseres op het oude adres woonde. Het adresonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de Circulaire, die een enkel huisbezoek aanbeveelt. Het college heeft in totaal driemaal een huisbezoek af laten leggen, waarbij op beide adressen binnen in de woning is gecontroleerd. Voor een persoonlijk gesprek of een extra huisbezoek op afspraak, zoals eiseres meermaals heeft verzocht, bestaat geen aanknopingspunt en dit heeft het college ook niet hoeven doen. Het adresonderzoek voldoet dan ook aan de eisen van zorgvuldigheid en bij het college kon op basis van de bevindingen – zoals hiervoor samengevat onder 4. – in redelijkheid gerede twijfel bestaan over de vraag of eiseres in de woning op het oude adres woonde. 7.1. Het voorgaande maakt dat het aan eiseres was om aannemelijk te maken dat zij wel op het oude adres woonde. Daar is zij niet in geslaagd. Eiseres heeft met name toegelicht dat en waarom zij veel tijd doorbracht bij haar kinderen op het nieuwe adres. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat zij vrijwel dagelijks op het oude adres sliep, maar zij heeft dit niet voldoende onderbouwd. Met het college is de rechtbank van mening dat de tankbeurten en de later gemaakte foto’s van de kledingkast onvoldoende aannemelijk maken dat eiseres op het oude adres woonde. Deze gegevens maken niet inzichtelijk hoe vaak eiseres in de woning aan het oude adres verbleef. Er zijn geen andere stukken overgelegd die aannemelijk maken dat eiseres het grootste deel van de tijd op het oude adres verbleef. 7.2 Daarnaast heeft het college in voldoende mate met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat eiseres op het moment van het bestreden besluit haar woonadres op het nieuwe adres had. Zo is zij daar aangetroffen tijdens een huisbezoek, waren persoonlijke spullen als kleding en schoeisel aanwezig en volgt ook uit buurtonderzoek dat er op het nieuwe adres een gezin bestaande uit een vader, moeder en kinderen woont. In het standpunt van eiseres ziet de rechtbank geen contra-indicaties voor het inschrijven van eiseres op het nieuwe adres. Zowel in de bezwaarfase als in beroep heeft eiseres voornamelijk verklaringen gegeven voor haar veelvuldige aanwezigheid op het nieuwe adres. Ook de door haar overgelegde stukken wijzen niet op een ander hoofdverblijf dan het nieuwe adres. Het college heeft de adresgegevens van eiseres in de brp dan ook ambtshalve mogen wijzigen. Ter zitting heeft eiseres overigens toegelicht dat zij al langer van plan was zich in te schrijven op het nieuwe adres, maar dat zij nog de voltrekking van haar huwelijk in april 2025 wilde afwachten. Inmiddels is dat huwelijk voltrokken, en is haar ex-partner opnieuw haar echtgenoot, en geeft eiseres te kennen dat zij inderdaad woont op het nieuwe adres. 7.2. Het besluit om al dan niet op grond van artikel 2.20 van de Wet brp over te gaan tot een ambtshave wijziging van de brp, betreft verder uitsluitend een beoordeling over de feiten, waarbij geen ruimte bestaat voor een belangenafweging. De boete 8. Nadat bij het college twijfel is gerezen over waar eiseres woonde, heeft het college eiseres een brief gestuurd met het verzoek om binnen vijf dagen aangifte van adreswijziging te doen. Ook was in de brief opgenomen dat een boete opgelegd kon worden indien eiseres dit niet tijdig zou doen. In reactie hierop heeft eiseres via het toegezonden formulier verklaard dat zij op het oude adres woonde. Omdat zij op deze manier desgevraagd niet haar werkelijke woonadres heeft doorgegeven, heeft het college wegens overtreding van artikel 2.39 van de Wet brp een bestuurlijke boete op mogen leggen. Eiseres heeft geen afzonderlijke gronden gericht tegen deze boete. Conclusie en gevolgen 9. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het college eiseres terecht per 23 oktober 2024 op het nieuwe adres heeft ingeschreven en dat het college terecht een boete heeft opgelegd. Omdat het bestreden besluit in stand blijft is er ook geen grond voor de door eiseres gevraagde schadevergoeding. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Haasnoot, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage Wet basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.1 aanhef en onder o In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) o. het woonadres: 1°het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; (…) Artikel 2.20 (…) 2. Indien een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het adres. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de betrokkene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt. 3. Als datum van adreswijziging wordt opgenomen: a. de in de aangifte vermelde datum van adreswijziging, als tijdig aangifte is gedaan; b. de dag waarop de aangifte is ontvangen, in de overige gevallen waarin de gegevens aan de aangifte van de betrokkene worden ontleend; c. de dag waarop van het voornemen tot opneming aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan, bij ambtshalve opneming van de gegevens. 4. De gewijzigde gegevens worden niet opgenomen dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld. Artikel 2.39 1. De ingezetene die zijn adres wijzigt doet hiervan schriftelijk aangifte bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft. 2. Hij doet niet eerder aangifte dan vier weken vóór de beoogde datum van adreswijziging en niet later dan de vijfde dag na de adreswijziging. Hij doet in de aangifte mededeling van de datum van adreswijziging en van de gegevens over het nieuwe en het vorige adres. (…) Artikel 4.17 Het college van burgemeester en wethouders kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 325,– opleggen: a. ter zake van overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40, vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52; (…) Circulaire Adresonderzoek BRP 4.5 Huisbezoek Als door middel van (externe) inlichtingen en contact met de burger (4.3 en 4.4) onvoldoende informatie achterhaald kan worden, is het raadzaam een huisbezoek af te leggen. Een huisbezoek kan informatie opleveren die niet op een andere manier verkregen kan worden. Er kan bijvoorbeeld geconstateerd worden of het adres nog bewoond wordt. Navraag bij eventuele andere of nieuwe bewoners of buren kan nuttige informatie opleveren over de actuele situatie op het adres en over de persoon wiens adresgegeven in onderzoek staat. Nb. deze stap kan worden overgeslagen als in het LAA-onderzoek (4.1) al een huisbezoek heeft plaatsgevonden. Evengoed kan er reden zijn om het huisbezoek nog eens af te leggen, bijvoorbeeld omdat de betrokkene niet aanwezig was bij het eerste bezoek. (…). Artikel 1.1, onder o, Wet brp. Artikel 2.20, tweede lid, Wet brp. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1145 en 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1315.

Similar Content