Rechtbank Limburg, 23-07-2026 (C/03/351015 / FA RK 26-732)
Beroep op artikel 1:27 BW tegen weigering van de ABS om akte erkenning op te maken gegrond. De ABS had o.g.v. de beschikbare gegevens en het belang van het kind en de man bij de erkenning, de identiteit en de oudergegevens van de man kunnen vaststellen.
How it connects
Related across sources
Full text
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Familie en jeugd Datum uitspraak: 23 juli 2026 Zaaknummer: C/03/351015 / FA RK 26-732 De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake: [de man] , verzoeker, verder te noemen: de man, wonend in [plaats] , advocaat: mr. P. Kramer-Ograjensek, kantoorhoudend in Sittard, gemeente Sittard-Geleen. Als belanghebbenden merkt de rechtbank aan: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de GEMEENTE MAASTRICHT, verder te noemen: de ambtenaar; [de vrouw] , verder te noemen: de vrouw, wonend in [plaats] . 1 Het verloop van de procedure Het procesverloop blijkt uit het volgende: het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingediend op 1 april 2026; de stukken van de man, ingediend op 20 april 2026; de mondelinge behandeling op 7 juli 2026, waar zijn verschenen: - de man, bijgestaan door mr. Kramer-Ograjensek en een tolk; - de vrouw; - twee vertegenwoordigsters van de gemeente Maastricht. 2 De feiten 2.1. De man en de vrouw hebben een affectieve relatie. 2.2. Uit de vrouw is op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats 1] [de minderjarige] geboren. De vrouw oefent van rechtswege alleen het gezag over [de minderjarige] uit. [de minderjarige] heeft haar gewone verblijfplaats bij de man en de vrouw. 2.3. [de minderjarige] en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Spaanse nationaliteit. 2.4. De man heeft zich op 9 april 2025 gewend tot de ambtenaar met het verzoek om erkenning van de op dat moment nog ongeboren vrucht, later van [de minderjarige] , door hem. De ambtenaar heeft bij besluit van 24 februari 2026 geweigerd deze akte van erkenning op te maken. 3 Het verzoek en het verweer 3.1 De man heeft verzocht, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht te bevelen om: 1. de identiteitsgegevens van de man vast te stellen zijnde: naam: [naam 1] voornamen: [voornamen] geboortedatum: [geboortedatum] 1990 geboorteplaats: [geboorteplaats 2] (Nigeria); 2. een akte tot erkenning ongeboren vrucht op te maken met toestemming van de vrouw zoals verzocht, dan wel een akte van erkenning op te maken met toestemming van de vrouw betreffende de erkenning door de man van [de minderjarige] , geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 2025; 3. dan wel een zodanige beslissing neemt als de rechtbank juist acht, met veroordeling van de ambtenaar in de kosten van dit geding. 3.2. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de man het volgende gesteld. Op 24 februari 2026 heeft de man van de ambtenaar genoemd besluit van 24 februari 2026 ontvangen waarin aan de man wordt medegedeeld dat de ambtenaar de identiteit van de man op basis van de door hem overgelegde documenten niet eenduidig heeft kunnen vaststellen. Ten gevolge daarvan weigert de ambtenaar de verzochte akte tot erkenning ongeboren vrucht op te maken. De man stelt dat op basis van de overgelegde documenten en de toelichting die hij zowel aan de ambtenaar van de burgerlijke stand als ook in dit verzoekschrift heeft verstrekt, zijn identiteit wel eenduidig is komen vast te staan. De ambtenaar stelt zich in het besluit op het standpunt dat volgens onderzoek van de IND de Nigeriaanse geboorteakte met nummer [nummer 1] niet in die staat aan de man zou zijn afgegeven. Dit zou ook gelden voor de aangeleverde leeftijdsverklaring. De man beschikt niet over een afschrift van het onderzoeksrapport van Bureau Documenten van de IND en kan daarom ook niet nagaan wat in dat rapport staat. Daardoor is de man een reactiemogelijkheid op dit onderzoek onthouden. Dit wordt niet zorgvuldig geacht. De genoemde Nigeriaanse geboorteakte is afkomstig van de Nigeriaanse autoriteiten. De man kan de conclusie van de IND over het document dan ook niet volgen. In 2020 heeft de man in Spanje naturalisatie aangevraagd. Bij deze naturalisatieaanvraag heeft de man the Attestation of Birth met nummer [nummer 2] overgelegd aan de Spaanse autoriteiten. Op basis van deze geboorteakte en de namen van zijn ouders, heeft hij volgens het Spaanse namenrecht een dubbele achternaam gekregen. Omdat zijn vader en moeder beiden de naam [naam 2] hebben, is om verwarring te voorkomen de naam van zijn vader gekozen: [naam 3] . De Spaanse autoriteiten hebben op basis van deze Nigeriaanse geboorteakte de naturalisatieaanvraag goedgekeurd en aan de man een Spaans paspoort verleend op de naam: [de man] . De man is op basis van het Spaanse paspoort en onder voornoemde naam geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Uit de weigeringsbeslissing volgt niet hoe de belangen van [de minderjarige] zijn meegewogen. Door het niet vaststellen van de identiteit van de man en het dientengevolge niet opmaken van de verzochte erkenningsakte is het kind in haar belangen geschaad, omdat zij nu geen juridische vader heeft. 4 De standpunten tijdens de zitting 4.1. De ambtenaar heeft naar voren gebracht dat de man en de vrouw om de erkenning van het destijds nog ongeboren kind hebben gevraagd. Omdat de BRP moest worden geactualiseerd hebben de ambtenaren de man verzocht om zijn geboorteakte over te leggen. Bij een erkenning moet de ambtenaar nakijken of de personen die de erkenning willen, niet gerelateerd zijn aan elkaar. Voor het vaststellen van de oudergegevens van die personen is een geboorteakte nodig. De man heeft een Nigeriaanse geboorteakte overgelegd. Er waren twijfels of die geboorteakte gebruikt mocht worden. De akte is opgestuurd naar de IND. De IND gaf aan dat de gegevens niet de originele gegevens zijn en wellicht zijn aangevuld. Later heeft de man een Spaanse geboorteakte overgelegd en de gegevens daarop weken af van die op de Nigeriaanse geboorteakte. De Spaanse geboorteakte is ook naar de IND gestuurd en de IND kon niet concluderen dat deze wel correct was. Ook kwamen de gegevens op het Spaanse paspoort waarmee de man zich had gelegitimeerd niet overeen met die op de Nigeriaanse geboorteakte. Daardoor kon de man niet worden geïdentificeerd. Er zijn geen twijfels dat de man en de vrouw niet aan elkaar gerelateerd zijn, maar de gegevens die de man heeft aangeleverd, zijn niet correct. Bij een erkenning moeten de oudergegevens bekend zijn, maar hoeven deze niet geregistreerd te zijn. De erkenning zou op basis van losse stukken kunnen worden opgemaakt, maar vanwege de twijfel in deze zaak over de documenten is de erkenning geweigerd. Ook al waren er geen twijfels over het niet aan elkaar gerelateerd zijn, toch waren de oudergegevens nodig omdat er twee verschillende Nigeriaanse aktes waren en een akte inschrijving geboorteakte in het Spaans register en de gegevens van de man en de oudergegevens in die documenten van elkaar verschillen. Op basis van het onderzoek Bureau Documenten van de IND is volgens de ambtenaar gesjoemeld met de Nigeriaanse geboorteakte(s). Bij personen die echt geen gegevens hebben, wordt overgegaan tot een verklaring onder ede. De Spaanse documenten konden niet dienen als brondocumenten, omdat de man bij zijn vestiging in Nederland alleen Nigeriaanse documenten had aangeleverd en geen Spaanse documenten. De twijfel was te groot om de akte erkenning op te maken. Als het nodig zou zijn, dan kan de ambtenaar het rapport van het onderzoek van Bureau Documenten van de IND indienen. 4.2. De man heeft aangevoerd dat er steeds over de Nigeriaanse geboorteakte wordt gesproken, maar niet over de akte inschrijving van die geboorteakte in de Spaanse registers. Op die akte inschrijving staan de gegevens van de man en zijn familiegeschiedenis. Deze inschrijving lijkt op een Nederlands document, althans is nagenoeg gelijk aan het Nederlandse BRP. In het besluit van 24 februari 2026 gaat het over de identiteit van de man, terwijl het tijdens de zitting vooral over de oudergegevens gaat. In het besluit wordt niet over de oudergegevens gesproken. De man is verzocht om zijn Nigeriaanse geboorteakte over te leggen, terwijl de akte inschrijving geboorteakte in het Spaanse register genoeg zou moeten zijn om de oudergegevens van de man vast te stellen. De ouders van de man hebben, net als de man, de Spaanse naturalisatieprocedure doorlopen en staan ook in Spanje geregistreerd. Er wordt steeds verwezen naar documenten van de IND die niet zijn overgelegd, waardoor hetgeen door de ambtenaren tijdens de zitting wordt gezegd niet te controleren is. De ambtenaar impliceert dat de man een Nigeriaanse geboorteakte heeft overlegd waar iets mee is gebeurd, terwijl de man niets met dat document heeft gedaan. Er is vastgesteld dat partijen geen familie zijn, daarom begrijpt de man niet waarom de oudergegevens van belang zijn om de relatie van partijen met elkaar vast te stellen en waarom de erkenning niet kan plaatsvinden. De ambtenaar had in genoemd besluit duidelijk moeten onderbouwen dat het kennelijk om de oudergegevens gaat. Dat is niet gebeurd en daarom is het besluit niet duidelijk gemotiveerd. De ambtenaar gaat ook niet in op het belang van het kind. Het kind heeft nu geen vader op haar geboorteakte, terwijl die er wel is. De man verzoekt om zijn verzoeken toe te wijzen mede in belang van het kind. Te meer nu de ambtenaar aangeeft de man te kunnen identificeren aan de hand van het Spaanse paspoort. Dit hele proces heeft veel stress opgeleverd. [de minderjarige] is nu al ruim een jaar oud en heeft nog steeds geen juridische vader. De man procedeert niet met een toevoeging en dient veel geld voor deze procedure te betalen. Hij vraagt daarom om een kostenvergoeding. 4.3. De vrouw heeft aangegeven dat zij voor de erkenning contact met de ambtenaar heeft gehad en heeft gevraagd welke gegevens nodig zijn. Er werd toen gezegd dat de geboorteakte van het land van herkomst nodig was. Dat is de Nigeriaanse geboorteakte van de man die afwijkt van de Spaanse geboorteakte. De man en de vrouw zijn samen op gesprek geweest bij de ambtenaar. Daar ging het om identificatie van de man. Er is slechts een vraag over zijn ouders gesteld en die ging over de voornaam van zijn vader. 5 De beoordeling 5.1. Nu de man in Nederland verblijft, acht de rechtbank zich op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. 5.2. In artikel 1:27 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is neergelegd dat naar aanleiding van een besluit van een ambtenaar van de burgerlijke stand om op grond van artikel 1:18c BW of 1:20c BW te weigeren een akte van de burgerlijke stand op te maken, een latere vermelding aan een akte toe te voegen of, buiten het geval van stuiting van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap en dat van afgifte van een afschrift of een uittreksel, aan een verrichting mee te werken, belanghebbende partijen binnen zes weken na de verzending van dat besluit een verzoek kunnen indienen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de standplaats van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gelegen. 5.3. Aangezien het gaat om een besluit van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht is deze rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het verzoek. De man heeft het verzoek binnen de gestelde termijn van zes weken ingediend, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek. 5.4. De rechtbank dient eerst ambtshalve de vraag te beantwoorden welk recht op het verzoek tot vervangende toestemming van erkenning van toepassing is. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van artikel 10:95 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW). De vraag of erkenning door een persoon familierechtelijke betrekking doet ontstaan tussen hem en het kind wordt, voor wat betreft de bevoegdheid van die persoon en de voorwaarden voor erkenning, bepaald door het recht van de staat waarvan die persoon de nationaliteit bezit. De man heeft de Spaanse nationaliteit. Daarom is op grond van het bepaalde in artikel 10:95 lid 1 BW het Spaanse recht van toepassing op het verzoek van de man. In artikel 120 van de Código Civil is bepaald dat voor een buiten huwelijk geboren kind de afstamming kan worden geregeld door de erkenning door de vader. De rechtbank leidt hieruit af dat erkenning naar Spaans recht mogelijk is en dat dit kan plaatsvinden op de grond dat de erkenner de vader van het kind is. Niet ter discussie staat dat de man de biologische vader van [de minderjarige] is, zodat de man [de minderjarige] volgens het Spaans recht kan erkennen. 5.5. Op grond van het derde lid van artikel 10:95 BW is, ongeacht het ingevolge het eerste lid toepasselijke recht, op de toestemming van de moeder dan wel het kind voor de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit. Dat is in de onderhavige zaak het Nederlandse recht, omdat de vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft. 5.6. De man heeft beroep ingesteld – op grond van artikel 1:27 BW – tegen het besluit van 24 februari 2026, waarbij de ambtenaar heeft geweigerd om een akte van erkenning op te maken van [de minderjarige] door de man. Uit genoemd besluit volgt dat de reden voor de weigering is dat de ambtenaar de identiteit van de man niet eenduidig kan vaststellen, omdat de man verschillende documenten heeft overgelegd met afwijkende gegevens. Vervolgens is tijdens de zitting gebleken dat de reden voor de weigering van de ambtenaar niet zozeer is gelegen in het niet kunnen vaststellen van de identiteit van de man, maar met name is gelegen in het niet kunnen vaststellen van de oudergegevens van de man. Deze oudergegevens zijn volgens de ambtenaar bij een erkenning nodig om vast te kunnen stellen dat de man en de vrouw niet gerelateerd zijn en – zo begrijpt de rechtbank – om het BRP aan te vullen nu de oudergegevens van de man (nog) niet zijn opgenomen. 5.7. De rechtbank stelt voorop dat het van belang is dat akten van de burgerlijke stand de juiste gegevens bevatten, zeker omdat deze akten in het maatschappelijk verkeer als brondocumenten worden gebruikt. De rechtbank overweegt dat de ambtenaar tot taak heeft om de juistheid van de akten in de registers van de burgerlijke stand zo goed mogelijk te waarborgen. Om te beoordelen of de man [de minderjarige] mag erkennen moet de ambtenaar dan ook de identiteit van de man controleren. De rechtbank overweegt dat uit de stukken en het verhandelde tijdens de zitting blijkt dat de Spaanse autoriteiten op basis van de door de man overgelegde Nigeriaanse geboorteakte (Attestation of Birth met [nummer 2] ) de naturalisatieaanvraag van de man hebben goedgekeurd en aan hem een Spaans paspoort hebben verleend. Met daarop als voornamen: [voornamen] , als geslachtsnaam: [naam 1] , en met de geboortedatum en geboorteplaats [geboortedatum] 1990 [geboorteplaats 2] (Nigeria). Dat paspoort is een rechtsgeldig document dat door een daartoe bevoegde instantie is afgegeven. Een buitenlands paspoort is in Nederland een geldig legitimatiebewijs, op de voorwaarde dat het gaat om een paspoort uit een land binnen de Europese Unie, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voor de vaststelling van de identiteit van de man van zijn Spaanse paspoort en de juistheid van de daarop vermelde gegevens kan worden uitgegaan. Overigens is de man ook op basis van zijn Spaanse paspoort en de daarin vermelde gegevens geregistreerd in het BRP. 5.8. Ten aanzien van het niet kunnen vaststellen van de oudergegevens van de man stelt de rechtbank vast dat in het besluit op geen enkele wijze over oudergegevens wordt gesproken en de man en de vrouw onweersproken hebben gesteld dat daarover met hen in het gesprek dat zij met de ambtenaar hebben gehad ook niet is gesproken. Tijdens de zitting is het niet kunnen vaststellen van de oudergegevens voor het eerst als reden voor de weigering door de ambtenaar aangevoerd, zodat de man daar niet op heeft kunnen anticiperen. Het besluit is daarmee niet deugdelijk gemotiveerd. Het belang van het vaststellen van de oudergegevens is volgens de ambtenaar dat die gegevens nodig zijn, omdat bij een erkenning moet worden nagegaan of de betrokken personen niet gerelateerd zijn aan elkaar. Desgevraagd tijdens de zitting heeft de ambtenaar aangegeven dat er geen twijfels bij de ambtenaar bestaan dat de man en de vrouw niet aan elkaar gerelateerd zijn, maar dat de Nigeriaanse documenten en de akte inschrijving geboorteakte in het Spaanse register niet overeenkomen met elkaar danwel dat wordt getwijfeld aan de juistheid van de daarin vermelde gegevens. De ambtenaar heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet onderbouwd waarom de oudergegevens in dit geval, waarin er geen twijfel bestaat dat de man en de vrouw niet gerelateerd zijn, nodig zijn. Nog afgezien van het voorgaande is door de man de akte inschrijving geboorteakte in het Spaanse register overgelegd. Deze akte heeft de man, nadat hij eerst de Nigeriaanse geboorteakte had overgelegd, ook tijdens de procedure voor het opmaken van de erkenningsakte bij de ambtenaar overgelegd. Daarin staan naast de gegevens van de man de oudergegevens van de man vermeld. De man heeft tijdens de zitting gesteld dat zijn ouders ook de Spaanse naturalisatieprocedure hebben doorlopen en in Spanje zijn geregistreerd. De rechtbank is van oordeel dat het feit dat de ambtenaar over de Nigeriaanse geboorteakte van de man beschikt die hij, al dan niet op verzoek van de ambtenaar heeft aangeleverd, niet maakt dat niet uitgegaan kan worden van de gegevens zoals die zijn opgenomen in de door Spaanse autoriteiten opgemaakte akte inschrijving geboorteakte van de man in het Spaanse register. Dat de IND, zoals de ambtenaar stelt, vindt dat de gegevens op de Nigeriaanse geboorteakte niet de originele gegevens zijn en de IND volgens de ambtenaar niet heeft aangegeven dat de gegevens op de inschrijving van de geboorteakte in het Spaanse register wel correct zijn, maakt dat niet anders. Bovendien is dat niet controleerbaar, nu er geen stukken van de IND zijn overgelegd. Daarbij wijken de gegevens op de Nigeriaanse geboorteakte ook niet dusdanig af van genoemde akte inschrijving. De rechtbank passeert overigens het aanbod van de ambtenaar om het onderzoeksrapport in te dienen, omdat de ambtenaar daartoe al had moeten overgaan indien er een beroep op zou worden gedaan en omdat de rechtbank zich voldoende geïnformeerd acht om tot een beslissing te komen. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de ambtenaar desgevraagd heeft gesteld dat de akte inschrijving geboorteakte in het Spaanse register voldoende zou kunnen zijn om de oudergegevens van de man vast te stellen. Over de toevoeging van de ambtenaar daaraan dat er naar aanleiding van de Nigeriaanse geboorteakte die de man voor die Spaanse akte inschrijving heeft overgelegd dan alsnog twijfels zijn ontstaan, overweegt de rechtbank het volgende. De ambtenaar heeft weliswaar een eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid om de juistheid van de akten in de registers van de burgerlijke stand zo goed mogelijk te waarborgen. Maar voor zover zulks al tot de bevoegdheden van de ambtenaar zou horen, heeft de ambtenaar niet althans onvoldoende gesteld en gemotiveerd of, en zo ja waarom, de ambtenaar de handelswijze (inschrijven akte, naturalisatie, afgeven Spaans paspoort) van de Spaanse autoriteiten in twijfel kan en mag trekken. 5.9. De rechtbank betrekt verder bij haar oordeel dat op grond van artikel 3 IVRK bij alle maatregelen over kinderen de belangen van het kind voorop dienen te staan en op grond van artikel 7 IVRK een kind het recht heeft vanaf de geboorte een naam te hebben, een nationaliteit te verwerven en zijn ouders te kennen. Verder heeft eenieder op grond van artikel 8 EVRM recht op family life. De man en [de minderjarige] hebben een groot belang bij de erkenning van [de minderjarige] door de man. In dit kader weegt de rechtbank mee dat het biologische vaderschap van de man niet ter discussie staat, dat de man, de vrouw en [de minderjarige] als gezin samenwonen en dat de vrouw instemt met de erkenning van [de minderjarige] . 5.10. Al het voorgaande maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de ambtenaar op grond van de beschikbare gegevens, en het belang van [de minderjarige] en de man bij de erkenning, de identiteit en de oudergegevens van de man had kunnen vaststellen. De rechtbank zal daarom de verzoeken van de man toewijzen, zoals hierna in de beslissing vermeld 5.11. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het is inmiddels al meer dan een jaar geleden dat de man heeft geprobeerd om [de minderjarige] te erkennen. Daarom is het in het belang van de man en [de minderjarige] dat niet nogmaals drie maanden moet worden gewacht met de erkenning van [de minderjarige] . 5.12. De man heeft verzocht om de ambtenaar te veroordelen in de proceskosten die hij heeft moeten maken voor deze procedure. De ambtenaar heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek. De rechtbank zal de ambtenaar van de burgerlijke stand veroordelen in de kosten van de procedure. De rechtbank overweegt in dat verband dat er sprake is van een ondeugdelijk gemotiveerd besluit, omdat de door de ambtenaar tijdens de zitting gegeven onderbouwing van het besluit niet in genoemd besluit staat. Verder betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat de man geheel in het gelijk wordt gesteld. De rechtbank zal voor de vaststelling van hetgeen de ambtenaar verschuldigd is, aansluiten bij het toepasselijk liquidatietarief (2 punten) en dit vermeerderen met hetgeen door de man aan griffierecht is betaald. Dit is respectievelijk (2 x 653=) € 1.306,- en € 331,-. De rechtbank zal de ambtenaar dan ook veroordelen tot betaling aan de man van een bedrag van € 1.637,- ter zake van veroordeling in de proceskosten. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verklaart het beroep van de man gegrond; 6.2. vernietigt het besluit van 24 februari 2025 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht ; 6.3. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht om een akte van erkenning op te maken en latere vermelding betreffende de erkenning toe te voegen aan de geboorteakte van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats 1] , met daarin de volgende persoonsgegevens van de man als vadergegevens: Geslachtsnaam: [naam 1] Voornamen: [voornamen] Dag van geboorte: [geboortedatum] 1990 Plaats van geboorte: [geboorteplaats 2] (Nigeria); 6.4. veroordeelt de ambtenaar tot betaling aan de man van de proceskosten, aan de zijde van de man gevallen en vastgesteld op € 1.637,-; 6.5. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.6. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Geerman, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Vos-Limpens, griffier, op 23 juli 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.