Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6125 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-06-2026 (C/02/448102 / FA RK 26-2450)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Tijdelijke voogdij NIDOS over Oekrainse mj.

How it connects

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- Jeugdrecht Zittingslocatie: Breda Zaakgegevens: C/02/448102 / FA RK 26-2450 Datum uitspraak: 8 juni 2026 beschikking betreffende voorziening tijdelijke voogdij in de zaak van STICHTING NIDOS UTRECHT , de Gecertificeerde Instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Utrecht, betreffende de minderjarige [de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag 1] 2011, thans verblijvende op het [adres] , hierna te noemen: de minderjarige. 1. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de GI van 8 mei 2026, ingekomen bij de griffie op 8 mei 2026; - de bereidverklaring van de GI tot aanvaarding van de tijdelijke voogdij over de minderjarige van 8 mei 2026; - de brief van de griffier van de rechtbank van 13 mei 2026 aan de minderjarige. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot voorziening in de tijdelijke voogdij over de minderjarige. Verzocht wordt de maatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3 De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 15 lid 1 onder a van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de GI te beoordelen, nu de minderjarige op het moment van de indiening van het verzoek zich in Nederland bevindt en het een tijdelijke spoedmaatregel betreft. 3.2 Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda is aangewezen als zogenaamde concentratierechtbank om verzoeken betreffende de voogdij over de alleenreizende minderjarige kinderen uit Oekraïne te behandelen. Zoals blijkt uit het verzoek van de GI stemt de minderjarige in met de bevoegdheid van deze rechtbank. De rechtbank acht zich dan ook bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen. 3.3 Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. 3.4 De griffier van de rechtbank heeft de minderjarige een (vertaalde) brief gestuurd met het verzoek om binnen twee weken aan te geven of er behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek. Ook is in deze brief aangegeven dat als de rechtbank geen bericht ontvangt ervan wordt uitgegaan dat er geen mondelinge behandeling is gewenst. Nu de rechtbank geen bericht terug heeft ontvangen, zal de zaak op de stukken worden afgedaan. 3.5 De rechtbank overweegt dat op het verzoek van toepassing is het bepaalde in artikel 1:253r juncto 1:253q van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge deze bepalingen wordt het gezag van een ouder van rechtswege geschorst op het moment dat de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen, onbekend is. Voor zover hier van belang benoemt de rechtbank in dit geval op verzoek van de GI een voogd. 3.6 Uit de overgelegde stukken blijkt dat de minderjarige in 2022 samen met zijn oma in Nederland is aangekomen. De moeder van de minderjarige is [persoon 1] , geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag 2] 1993. De vader is [persoon 2] . Van hem zijn geen verdere gegevens bekend. De minderjarige verblijft sinds 2022 met zijn oma en oom in de gemeentelijke opvang. Nidos is pas in 2026 in beeld gekomen, omdat de gemeente de aanmelding bij Nidos in 2026 heeft gedaan. Het gaat goed met de minderjarige. Hij volgt onderwijs in Nederland en online onderwijs vanuit Oekraïne. De minderjarige woonde in Oekraïne al zeer regelmatig bij zijn oma. Zijn oma voelt zich verantwoordelijk voor hem en is zijn vertrouwde basis. De moeder van [de minderjarige] speelt een beperkte rol in zijn leven. Zij is in Nederland geweest, maar gezien haar mentale gesteldheid is zij weer teruggekeerd naar Oekraïne. De moeder is erg moeilijk bereikbaar, waardoor zij haar gezag over de minderjarige niet kan uitvoeren. De oma heeft geprobeerd om samen met een advocaat een verzoek in te dienen om de voogdij over haar kleinzoon te verkrijgen. Omdat zij niet over de juiste documenten beschikte en daaraan ook niet (via de moeder van [de minderjarige] ) kon komen is deze aanvraag niet ingediend. Omdat het belangrijk is dat er in het gezag wordt voorzien, wordt nu de aanvraag ingediend om de voogdij bij Nidos te beleggen. 3.7 Gelet op de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en de voornoemde bereidverklaring van de GI zal de rechtbank overgaan tot benoeming van de GI tot (tijdelijke) voogdes. 4 De beslissing De rechtbank benoemt over de minderjarige [de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag 1] 2011, tot tijdelijke voogdes: de gecertificeerde instelling Stichting Nidos, gevestigd Maliebaan 99, 3581 CH Utrecht; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026. Mededeling van de griffier : Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.

Similar Content