Skip to content
Case Law
NL

Raad van State, 07-07-2026 (202601786/2/A3)

Raad van State

Raad van State
Summary

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van de tandartspraktijk om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) afgewezen. De tandartspraktijk heeft de AP op 30 oktober 2023 verzocht om informatie en/of documenten openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over informatie en/of documenten die zien op [tandartspraktijk]. Bij het besluit van 7 december 2023 heeft de AP dit verzoek afgewezen. Hieraan heeft de AP het tweede lid van artikel 5.1 van de Woo ten grondslag gelegd. Volgens de AP weegt het belang van het openbaar maken van informatie niet op tegen de belangen van de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.

Case Summary

202601786/2/A3. Datum uitspraak: 7 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van: de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 8 mei 2026 in zaak nr. 24/2514 in het geding tussen: tandartspraktijk Steenwijkerdiep LLP, gevestigd te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, en de AP. Procesverloop Bij besluit van 7 december 2023 heeft de AP het verzoek van de tandartspraktijk om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) afgewezen. Bij besluit van 11 april 2024 heeft de AP het door de tandartspraktijk daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 mei 2026 heeft de rechtbank het door de tandartspraktijk daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 11 april 2024 vernietigd en de AP opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de AP hoger beroep ingesteld. Tevens heeft de AP de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De tandartspraktijk heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 25 juni 2026, waar de AP, vertegenwoordigd door mr. W. van Steenbergen en mr. E. Nijhof, en de tandartspraktijk via een geluidsverbinding van TEAMS, vertegenwoordigd door mr. L.H.E. Drenthe en mr. A.I. Keur, advocaten in Amsterdam, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Inleiding 2. De tandartspraktijk heeft de AP op 30 oktober 2023 verzocht om informatie en/of documenten openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over informatie en/of documenten die zien op [tandartspraktijk]. Bij het besluit van 7 december 2023 heeft de AP dit verzoek afgewezen. Hieraan heeft de AP het tweede lid van artikel 5.1 van de Woo ten grondslag gelegd. Volgens de AP weegt het belang van het openbaar maken van informatie niet op tegen de belangen van de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. 3. De rechtbank heeft overwogen dat de AP niet heeft gekozen om de motivering toe te spitsen op (onderdelen van) documenten. Volgens de rechtbank volstaat deze algemene motivering voor het geheel van documenten niet. Daar komt bij dat de motivering van de uitzonderingsgronden op het openbaar maken van informatie door de AP zodanig algemeen is geformuleerd, dat de conclusie dat de uitzonderingsgronden zich voordoen niet logischerwijs uit de onderbouwing voortvloeit. Daarom heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en bepaald dat de AP een nieuw besluit op het door de tandartspraktijk gemaakte bezwaar moet nemen. Verzoek 4. Volgens de AP betekent de uitspraak van de rechtbank dat zij bepaalde informatie openbaar moet maken omdat de rechtbank van oordeel is dat ook voor individuele onderdelen van documenten de algemene motivering van de AP niet zou volstaan. De AP kan zich in dit oordeel van de rechtbank niet vinden. Daar komt volgens de AP bij dat de vertrouwelijkheidsregeling van artikel 54, tweede lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming voor gaat op de Woo. Voor de AP geldt op grond van dit artikel een beroepsgeheim voor de vertrouwelijke informatie die haar bij de uitvoering van taken of de uitoefening van bevoegdheden ter kennis is gekomen. De procedure in hoger beroep zou volgens de AP geen zin meer hebben als de uitspraak van de rechtbank vooruitlopend op de uitspraak in hoger beroep wordt uitgevoerd. Ook is van belang dat niet is uitgesloten dat er meer Woo-verzoeken over vertrouwelijke toezichtsinformatie en daarmee verband houdende procedures zullen komen, als de AP uitvoering geeft aan de opdracht van de rechtbank voordat uitspraak is gedaan op het hoger beroep. Ook heeft de tandartspraktijk volgens de AP geen bijzonder eigen belang bij openbaarmaking van de gevraagde documenten op korte termijn. Ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen heeft de AP daarom de voorzieningenrechter verzocht de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. Beoordeling van het verzoek 5. De vraag naar de verhouding tussen artikel 54, tweede lid, van de AVG en de Woo, leent zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningsprocedure. Daarom zal de voorzieningenrechter de vraag of vooruitlopend op de uitspraak op het hoger beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, beantwoorden aan de hand van een belangenafweging. 6. Uitvoering van de uitspraak van de rechtbank kan tot gevolg hebben dat de AP de gevraagde informatie openbaar moet maken. Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat de kans bestaat dat bij een meer specifieke motivering door de AP, gevraagde informatie prijs zal worden gegeven. Of de AP gehouden is dit te doen, is het punt dat in hoger beroep voorligt. De procedure in hoger beroep zou daarom geen praktische betekenis meer hebben als de uitspraak van de rechtbank vooruitlopend op een oordeel van de Afdeling wordt uitgevoerd, terwijl niet kan worden uitgesloten dat de openbaarmaking van de documenten gelet op de aard ervan afbreuk zou doen aan de belangen die de Woo ook beoogt te beschermen. De procedure in hoger beroep zou geen zin meer hebben als de rechtbankuitspraak vooruitlopend daarop wordt uitgevoerd. De AP heeft daarom belang bij het niet hoeven uitvoeren van de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep is beslist. Tegenover het belang van de AP staat het belang van de tandartspraktijk, die zo snel mogelijk een inhoudelijke beslissing op haar verzoek wil. Hoewel dat invoelbaar is, weegt bij de hiervoor genoemde stand van zaken het belang van de AP bij schorsing van de uitspraak van de rechtbank zwaarder. Het belang bij transparantie over informatie die de AP mogelijk over de tandartspraktijk heeft, het belang bij controle op mogelijk valse of gekleurde meldingen en de andere belangen die de tandartspraktijk in de schriftelijke uiteenzetting van 24 juni 2026 en op de zitting van de voorzieningenrechter heeft toegelicht, maken niet dat de belangenafweging tot een andere uitkomst leidt. Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek van de AP toewijzen en de uitspraak van de rechtbank schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. 7. De AP hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 8 mei 2026 in zaak nr. 24/2514, totdat op het hoger beroep is beslist. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier. w.g. Drop voorzieningenrechter w.g. Bindels griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026 85

Related across sources

Similar Content