Rechtbank Amsterdam, 15-07-2026 (13-094759-26)
Vervolgings EAB uit Griekenland. Tissenuitspraak. Ambthalve overweging over de effectieve rechtsbescherming. Artikel 12, sub d OLW is van toepassing. Artikel 11 OLW: onderzoek heropenen en schorsen om de uitvaarigende jusitiële autoriteit vragen te stellen ten aanzien van de detentie-instelling in Chios.
Full text
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-094759-26 Datum uitspraak: 15 juli 2026 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 8 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 februari 2026 door de Public Prosecution Office of the Court of Appeal of North Aegean, Griekenland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ( [provincie] ), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 juli 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.M.S. Jumelet, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van the One-member Court of Appeal for Felonies of North Aegean met kenmerk 13/6-02-2023. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert volgens het EAB nog volledig. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 3.1 Rechterlijke autoriteit en effectieve rechtsbescherming Ter zitting is geen verweer gevoerd ten aanzien van effectieve rechtsbescherming. De rechtbank merkt hier ambtshalve en voor de volledigheid het volgende over op. De rechtbank heeft in twee andere Griekse zaken prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) over de effectieve rechtsbescherming bij de uitvaardiging van het EAB. Die twee zaken verschillen van onderhavige zaak in de zin dat het hier gaat om een EAB dat is uitgevaardigd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf (een zogenoemd executie-EAB), terwijl het in beide andere zaken telkens een EAB betrof waarbij de overlevering werd gevraagd ten behoeve van vervolging, al dan niet in combinatie met de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf. Hierdoor is in onderhavige zaak het arrest van het HvJ EU van toepassing waarin is geoordeeld dat geen afzonderlijk beroep vereist is tegen de uitvaardiging van het EAB wanneer het EAB is uitgevaardigd (door een niet rechterlijke instantie) met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. De reden daarvoor is dat de rechterlijke toetsing in een dergelijk geval wordt verwezenlijkt door het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis. Er is dus al op een eerder moment, voorafgaand aan het uitvaardigen van het EAB, sprake geweest van een gerechtelijke procedure waarin de opgeëiste persoon alle waarborgen van een effectieve rechtsbescherming heeft gehad. De uitvoerende rechterlijke autoriteit kan er daarom van uitgaan dat de beslissing om het EAB uit te vaardigen is gebaseerd op een rechtmatige en proportionele veroordeling. Bovendien vloeit de evenredigheid van een executie-EAB voort uit het gegeven dat een EAB alleen kan worden uitgevaardigd bij een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden. 4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. De opgeëiste persoon is niet bij de behandeling van zijn zaak aanwezig geweest. Anders dan in het EAB staat heeft hij geen raadsman gemachtigd om hem te verdedigen. Hij heeft geen oproep voor de zitting gehad en ook is hem het vonnis niet in persoon uitgereikt. De situatie als bedoeld in artikel 12 sub a, b of c doet zich dan ook niet voor. Ten aanzien van de verstrekte verzetgarantie stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat deze niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. In het EAB is in onderdeel d) 3.4 aangekruist, maar het EAB bevat in onderdeel d) zoveel verkeerde informatie (geen advocaat gemachtigd, ontbrekende informatie over de opgelegde boete) en innerlijke tegenstrijdigheden (zowel 3.1b, 3.3. als 3.4 zijn aangekruist) dat dit om opheldering vraagt. In de aanvullende informatie van 10 juni 2026 vermeldt de Griekse autoriteit dat de zaak opnieuw inhoudelijk zal worden beoordeeld. In deze informatie ontbreekt echter de toezegging dat er nieuw bewijsmateriaal zal worden toegelaten in het nieuwe proces en dat dit proces tot een herziening van de eerder beslissing kan leiden. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de uitvaardigende justitiële autoriteit om een onvoorwaardelijke verzetsgarantie te vragen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. In het EAB staat onder d) vermeld dat er op een nieuwe zitting nieuw bewijs kan worden ingebracht. Het vertrouwensbeginsel brengt met zich dat uitgegaan dient te worden van de juistheid van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat: ( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en (ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel. Het EAB vermeldt in onderdeel d): “the person was not personally served with the decision, but - the person will be personally served with this decision without delay after the surrender, and - when served with the decision, the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed, and - the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be ten (10) days.” De uitvaardigende autoriteit heeft op 10 juni 2026 de volgende informatie verstrekt: “ (…) we inform you that after the surrender of the wanted person to the Greek Authorities, he will be served again with the conviction referred to in the European Arrest Warrant, and the new service of the decision will constitute the starting point of a new ten-day period, within which he will have the right to file an appeal, the hearing of which will lead to the re-examination of the case on its merits, with the possibility of the wanted person appearing in court in person or by proxy (…)” Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de verklaring in het EAB aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich daarom niet voor. Uit de verklaring blijkt dat er op een nieuwe zitting nieuw bewijs kan worden ingebracht. De aanvullende verklaring van 10 juni 2026 is door de uitvaardigende autoriteit verstrekt in het kader van vragen over een terugkeergarantie. De rechtbank leest deze aanvullende informatie in samenhang met de reeds verstrekte verklaring in het EAB. Het vertrouwensbeginsel brengt met zich dat uitgegaan moet worden van de juistheid van deze informatie. Door de raadsvrouw is geen informatie verstrekt die tot een ander oordeel zou moeten leiden. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om de overlevering te weigeren en ook het subsidiair geformuleerde verzoek van de raadsvrouw om de behandeling van de zaak aan te houden om van de Griekse autoriteit een onvoorwaardelijke verzetsgarantie te krijgen wijst de rechtbank af. Nu sprake is van een verzetgarantie is de veroordeling niet onherroepelijk. Hierdoor doet de weigeringsgrond van artikel 6a, eerste lid, OLW zich niet voor. Ook al werd het EAB uitgevaardigd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een straf zal de rechtbank voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, OLW het EAB verstaan als strekkende tot (verdere) vervolging (zie hierna onder 6). 5 Strafbaarheid De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Griekenland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 6 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 27 mei 2026 de volgende garantie gegeven: “In response to the 27-05-2026 e-mail message to us and specifically regarding the question posed under item A, we inform you that the European Framework Decision 2008/909/JHA was incorporated into the Greek Legislation with Law 4307/2014 and therefore there is the possibility of executing the sentence imposed on [opgeëiste persoon] in the Netherlands. (…)” Naar aanleiding van aanvullende vragen van het IRC heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 10 juni 2026 de volgende informatie verstrekt: “(…) In the event that the wanted person files an appeal against the enforceable decision and is irrevocably sentenced, we assure you that he will be transferred to the Dutch state, in order to serve his sentence. in this the custodial sentence or the security measures of deprivation of liberty that may have been pronounced against him by the Greek Judicial Authorities.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 7 Artikel 11 OLW: Griekse detentieomstandigheden 7.1 Inleiding De rechtbank heeft in eerdere zaken geoordeeld dat in de detentie-instellingen in Komotini , Thessaloniki en Trikala een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). Op 27 mei 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bericht dat de opgeëiste persoon in de gevangenis in Chios zal worden gedetineerd. Op 3 juni 2026 heeft the Head of the Chios Correctional Facility, aanvullende informatie verstrekt waarin het volgende staat vermeld: “(…) The capacity of our institution is for eighty-two (82) inmates, while currently one hundred thirty (130) inmates are being held. (p. 1) In our institution, there are nine (9) wards where the inmates reside, and there are no individual cells. (p. 1) The term "capacity" refers to the maximum number of inmates that our institution can accommodate, in accordance with the regulations of the European Committees regarding the respect for Human Rights. (p. 1). Analytical data on the number of inmates is as follows: (p. 1) Ward 1 has an area of 47.50 sq.m., including the equipment. Currently, 18 inmates are held, corresponding to 2.6 sq.m. per person. (p. 1) Ward 2 has an area of 48.50 sq.m. including the equipment, housing 19 inmates, corresponding to 2.5 sq.m. per person. (p. 1) Wards 3 & 4 have an area of 21.80 sq.m. each including the equipment, housing 8 inmates respectively. This corresponds to 2.7 sq.m. per person. (p. 1) Wards 5 and 7 have an area of 42.30 sq.m. including the equipment, housing 16 inmates, corresponding to 2.6 sq.m. per person. (p. 1) Wards 6 & 8 have an area of 54.60 sq.m. including the equipment, housing 18 inmates, corresponding to 3.0 sq.m. per person. (p. 1) Ward 9 has an area of 28.50 sq.m. including the equipment, housing 9 inmates, corresponding to 3.2 sq.m. per person. (p. 1) This specific Ward is used as a reception ward for newly arrived inmates, who are subsequently placed in some of the remaining wards. (p. 1) In each Ward, there are three windows for ventilation and natural lighting, while artificial lighting is provided by energy-saving lamps. (p. 1) Heating in all wards is provided by central heating radiators powered by an oil burner, while cooling is ensured by natural ventilation, as well as by ceiling and floor fans. (p. 1) In each Ward, there are separate toilets and showers, ensuring the privacy of the residents, while hot water is provided daily and throughout the day via electric water heaters. (p. 2) Personal hygiene items are distributed to all inmates upon request. (p. 2) Specifically, shampoo, shower gel, soap, toothpaste, toothbrush, toilet paper, razors, and shaving cream are provided. (p. 2) Three meals (breakfast, lunch, and dinner) are provided daily to the inmates, the menu of which is supervised by the prison doctor. (p. 2) In addition, every inmate has the possibility to order permitted products of their choice from an external supplier at their own expense. (p. 2) At the same time, there is a free supply of drinking water, separated from the main water supply system. (p. 2) Our Institution features an outdoor courtyard with an area of 500 sq.m. and an indoor courtyard with an area of 90 sq.m. (p. 2) Within the outdoor courtyard, there is a basketball court, a 5x5 football pitch, weights, and gym equipment, while the indoor courtyard features weights and a ping-pong table. (p. 2) The lockdown schedule is as follows: (p. 2) a) 12:30 p.m. to 15:00 p.m. (p. 2) b) 19:30 p.m. to 07:30 a.m. (p. 2)” All inmates can receive visits from lawyers, relatives, and diplomatic or consular representatives of their country, while there is also the option of conducting electronic visits. Inmates can also communicate via card phones with anyone they wish. (p. 2) A Rural Doctor serves within our Institution, examining inmates who report illness. (p. 2) In cases where the Rural Doctor deems it necessary, inmates are transferred to the General Prefectural Hospital of Chios for further examination or treatment by specialized physicians. (p. 2) In case the Hospital of Chios is unable to handle an incident, the inmate is transferred to the Korydallos Prison Special Health Center. (p. 2) Concurrently, a telemedicine system operates within the clinic. (p. 2) Please be informed accordingly, and we remain at your disposal for any clarifications. (p. 2)” 7.2 Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat geen gevolg dient te worden gegeven aan het EAB gelet op de detentieomstandigheden in Griekenland. Gezien het recente rapport uit 2025 van the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment ( CPT ) kan een algemeen gevaar voor schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) voor mannelijke gedetineerden in Griekenland worden aangenomen. In de specifieke situatie van de opgeëiste persoon is dat niet anders. De opgeëiste persoon wordt na zijn overlevering geplaatst in de gevangenis in Chios. Daar is, blijkens de aanvullende informatie, plek voor 82 gedetineerden, maar er verblijven daar op dit moment 130 personen. Er is sprake van een bezettingsgraad van 159%. In die gevangenis zijn negen meerpersoonscellen en er zijn geen individuele cellen. Slechts in één van de negen cellen is de persoonlijke leefruimte met 3,2 m2 boven de absolute minimumgrens van 3 m2 en dat betreft een cel waar personen bij binnenkomst voor korte tijd worden geplaatst. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de rechtspraak van het HvJ EU. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de Griekse autoriteit weet dat er niet kan worden voldaan aan de Europese eisen en dat er ook geen verwachting is dat hier op enige voorzienbare termijn verbetering in komt. Het stellen van aanvullende vragen heeft dan ook geen zin. Als gevolg van de gezondheidssituatie van de opgeëiste persoon loopt hij bovendien extra risico’s. Het CPT beschreef dat er in heel Griekenland grote en structurele problemen zijn rondom de toegang tot gezondheidszorg voor gevangenen. Gedetineerden die aan een (chronische) ziekte lijden en hiervoor medische behandeling nodig hebben, lopen in Griekenland in het algemeen gevaar van schending van artikel 4 Handvest wegens het ontbreken van adequate medische zorg in Penitentiaire Inrichtingen. De opgeëiste persoon lijdt al jaren onder spierreuma in de nek en nekartrose. Een plattelandsdokter kan zeer waarschijnlijk niet voorzien in de specialistische zorg die de opgeëiste persoon nodig heeft. Voor de opgeëiste persoon bestaat dan ook een zeer reëel en verhoogd gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling. 7.3 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. De detentieomstandigheden in de gevangenis in Chios zijn, gezien de verstrekte aanvullende informatie, in orde. Aan de eis van minimaal 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair wordt voldaan. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon, blijkens de aanvullende informatie, soms voor korte tijd over minder dan 3 m2 persoonlijke leefruimte zal beschikken, maakt dat niet anders. Dat is enkel voor korte duur, de opgeëiste persoon kan voldoende tijd buiten de cel verblijven, de inrichting en de voorzieningen zijn op orde en ook verder blijkt niet van bezwarende of onmenselijke omstandigheden. Kortom: er wordt voldaan aan de Dorobantu -criteria. 7.4 Oordeel van de rechtbank 7.4.1 Onderzoek naar de detentieomstandigheden in Chios De rechtbank stelt allereerst vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft verklaard dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden geplaatst in de detentie-instelling in Chios. De door de uitvaardigende autoriteit verstrekte aanvullende informatie over de omstandigheden in deze gevangenis roept vragen op bij de rechtbank en geeft aanleiding tot nader onderzoek. In het licht van het wederzijdse vertrouwen tussen lidstaten en gelet op met name de termijnen die de uitvoerende rechterlijke autoriteiten krachtens artikel 17 van Kaderbesluit 2002/584 zijn opgelegd voor de vaststelling van de definitieve beslissing tot uitvoering van een EAB, is de uitvoerende rechterlijke autoriteit alleen verplicht de detentieomstandigheden te onderzoeken in de detentie-instellingen waar, volgens de informatie waarover zij beschikt, de opgeëiste persoon volgens een concreet voornemen zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. Nu uit de verstrekte informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in Chios zal worden gedetineerd, zal de rechtbank zich beperken tot die detentie-instelling. Op basis van de aanvullende informatie van 27 mei 2026 en 3 juni 2026 van de Griekse autoriteiten kan de rechtbank niet vaststellen dat de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal hebben in de detentie-instelling in Chios. Uit de informatie lijkt te volgen dat de meest beperkte ruimte per gedetineerde beschikbaar is in Ward 2 waarbij een persoonlijke leefruimte van 2,5 m2 per gedetineerde is, maar niet blijkt of dit exclusief het sanitair is. Daarbovenop heeft de rechtbank kennisgenomen van de zorgen die in het CPT-rapport van 4 maart 2026 worden geuit met betrekking tot de detentieomstandigheden van gedetineerden in Griekse detentie-instellingen in het algemeen. Tijdens het CPT-bezoek in januari 2025 zijn de volgende gevangenissen bezocht en onderzocht: Alikarnassos Prison (Heraklion), Chalkida Prison, Chania Prison, Korydallos I Prison Complex in Athene, Korydallos II Women’s Prison (Athene), Malandrino Prison, Nafplio Prison, Patras Prison en Eleonas Women’s Prison (Thiva). Hoewel de gevangenis in Chios niet door het CPT is bezocht, gaat de rechtbank ervan uit dat de in het rapport beschreven algemene bevindingen en tekortkomingen in de gevangenissen ook op deze instelling van toepassing kunnen zijn. Dit gelet op de door het CPT gehanteerde formuleringen en de door het CPT geuite zorgen over de structurele aard van de problemen, zoals hieronder wordt toegelicht. Het CPT-rapport signaleert onder andere dat ondanks beperkte beleidsmaatregelen de Griekse gevangenissen blijven kampen met structurele problemen die de levensomstandigheden van gedetineerden negatief beïnvloeden. Chronische overbevolking en een ernstig personeelstekort ondermijnen de veiligheid, het toezicht en het voorkomen van geweld binnen de instellingen. Hierdoor is er sprake van onveilige situaties door interne machtsstructuren, interpersoonlijk geweld onder gedetineerden, een cultuur van straffeloosheid. Materiële omstandigheden zijn vaak slecht, met verouderde, onhygiënische cellen en onvoldoende basisvoorzieningen. De gezondheidszorg is onderbemand en ontoereikend, met name voor kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een beperking. Ook is er sprake van onvoldoende aanbod van educatieve, arbeids- en recreatieve activiteiten voor alle gedetineerden. Het rapport benadrukt dat deze problemen om een integrale en dringende hervorming van het gevangenissysteem vragen. In het CPT-rapport van 4 maart 2026 staat onder meer het volgende over de detentieomstandigheden in de Griekse detentie-instellingen: Overbevolking en de conditie van de cellen “52. Once again, the delegation found that the provisions of the 1999 Greek Penitentiary Code (as amended in 2022) are simply no longer adhered to with regard to the standards of accommodation and norms for a safe environment, including healthcare and hygiene, to be provided to each prisoner. In far too many instances, persons in prison are left to fester in overcrowded and totally inappropriate conditions which may be considered as amounting to inhuman and degrading treatment. There has been little, if any, progress made in improving the living conditions for prisoners in Greece in the 14 years since the CPT issued a public statement on the poor state of prisons. (…) 60. In all prisons visited, in most cells and dormitories, the mattresses were old, mouldy, and infested with bedbugs, cockroaches and, according to some allegations, mice. Even when disinfestations do take place,they were insufficient to tackle the problem, as it is mostly the beds and the mattresses that are infested and which therefore need to be replaced. The cells and dormitories in the prisons visited were often cold and damp during the winter, and in many places mould was apparent on the walls. Insufficient access to hot water remained a widespread problem in the Greek prison system. 61. The CPT once again calls upon the Greek authorities to take urgent steps to improve the living conditions by significantly reducing the number of persons held in each cell or dormitory in the prisons visited, so that all types of multiple-occupancy accommodation offer at least 4 m2 of living space per person (excluding the sanitary annexes). More generally, in all the prisons visited, greater investments are required to maintain the cells and common areas in a decent state of repair and cleanliness. The CPT also recommends that the Greek authorities continue their efforts to move from large-capacity dormitories towards smaller living units, notably when building new prison establishments. Interpersoonlijk geweld onder gedetineerden 50. The CPT once again calls upon the Greek authorities to devise an effective national strategy concerning the prevention of inter-prisoner violence and intimidation (..). Such a strategy must include: a risk and needs assessment of every prisoner entering the prison system; the regaining of control over the wings by prison staff; the separation of stronger groups of prisoners from other prisoners; a reduction in overcrowding; the provision of activities; an improved reporting and complaints system; and the conduct of an effective official investigation into any alleged inter- prisoner violence. Above all, as a prerequisite, any strategy will require additional prison officers, over and above those currently being recruited, which necessitates the Greek Government allocating more resources to the prison system. Cultuur van straffeloosheid 51. The lack of staff and the inability and/or unwillingness of prison directors to challenge stronger groups of prisoners mean that a culture of impunity persists in the prisons. The CPT has continuously sounded the alarm on the question of impunity in its previous visit reports. During the 2025 visit, the delegation was not informed of any investigations made into cases where prisoners are attacked by other prisoners. Transferring perceived troublemakers to another prison appeared to be the main approach towards breaches of the prison rules instead of addressing prisoners’ behaviour. Moreover, the CPT delegation again found that incidents of inter-prisoner violence were still not diligently recorded in the incident register by management, or the trauma register by healthcare staff in any of the prisons visited. 52. The CPT calls upon the Greek authorities to ensure that any injury indicative of inter prisoner violence be immediately brought to the attention of the competent prosecutor and properly investigated. Further, every incident of inter-prisoner violence should be diligently recorded in the relevant registers, and the persons examined by healthcare staff. Sterke invloed van machtsgroepen 90. The CPT has repeatedly stressed that an inadequate number of custodial staff renders prisons insecure for both prisoners and staff; in particular, it impedes any efforts to maintain effective control, which often leads to stronger groups of prisoners being able to exercise unchecked their powers over other inmates. The delegation observed in the prisons visited how the inmate population was separated along ethnic or cultural lines and that, within each of these specific groups, there was a defined hierarchical structure, which all inmates adhering to that group were obliged to follow. It was also evident that prison staff in many instances relied upon the leaders of these groups to maintain order in an establishment. Indeed, as prison officers are located outside of the accommodation wings and have minimal contact with the inmates, this negates any possibility to apply a dynamic security approach. Ongeschiktheid van de cellen voor mensen met een beperking of oudere gedetineerden 55. At all prisons visited, the delegation encountered prisoners with disabilities and older persons, many of whom should not have been detained in the conditions in which they found themselves. This included wheelchair users, persons with physical, sensory and intellectual disabilities and other persons who required specific care due to their condition. None of the prisons visited addressed the specific needs of persons with disabilities and older prisoners, nor were they appropriately designed or equipped to accommodate these persons. Facilities lacked essential structural adaptations and equipment such as ramps, lifts, high-beds, accessible toilets with higher seats and showers with showering chairs, and adequate space for wheelchair users. Overcrowded cells, narrow and obstructed corridors, and the absence of adapted infrastructure significantly restricted the mobility of prisoners with physical disabilities, mobility impairments and older prisoners. (…) 56. There were no staff available to provide support for persons with disabilities, and their disability-related needs and vulnerabilities were often not even identified, let alone addressed (…) Onvoldoende aanbod van educatieve, arbeids- en recreatieve activiteiten voor alle gedetineerden 67. The legal basis governing the general daily routine in Greek prisons was described in the report on the CPT’s 2005 visit and has remained largely unchanged. In spite of legal provisions regulating the entitlement of all prisoners to educational activities and vocational training, work, organised physical exercise, cultural and recreational activities, the activities offered remain wholly insufficient for the number of prisoners. 75. (...) The CPT once again calls upon the Greek authorities to improve substantially the programmes of purposeful activities on offer to prisoners (both remand and sentenced), including educational, vocational, sports and recreational opportunities, in all prisons. (...) Klachtenprocedure voor gedetineerden 144. The CPT delegation noted that there is still no proper system of internal complaints available within the prison system. There was no clear policy regulating the complaints system, with timelines for responses and possibilities to appeal to a higher body if the complaint was rejected, or even indicating who should be responsible for investigating a complaint, especially if it concerned the Director or Chief Guard. Nor were the complaints recorded or any attempt made to compile statistics on the various types of complaint which might inform management and prison policy (…). Medisch personeel in detentie-instellingen 102. The CPT has repeatedly highlighted serious structural deficiencies in healthcare provision within Greek prisons. During its 2025 visit, these deficiencies remained evident across all establishments visited. The Committee remains particularly concerned about the persistent severe shortage of healthcare staff and the continued absence of integrated healthcare management. These systemic deficiencies exacerbate many of the other longstanding shortcomings, including limited access to a doctor, unsafe dispensing of medication, inadequate medical screening upon admission, failure to properly record injuries, insufficient mental healthcare, and a high prevalence of untreated substance dependence. Addressing these challenges and achieving equitable healthcare for incarcerated persons will require fundamental, systemic reform and substantial investment, notably in healthcare staff. 106. Given the serious staffing deficiencies outlined above, there is a clear need to reinforce healthcare staffing levels in Greek prisons. In light of the overall shortage of medical doctors in Greece, greater emphasis should perhaps be placed on increasing the nursing complement. The CPT has, as a general rule of thumb, considered that a prison ought to have one GP for 300 prisoners and one nurse for 50 prisoners. Of course, this figure is approximate as the real needs will vary from prison to prison depending on the profile of the prisoner population (turnover of prisoners, remand, age, comorbidity rates, etc.). 7.4.2 Voorlopig oordeel ten aanzien van de detentieomstandigheden in Chios De rechtbank heeft kennisgenomen van de reactie van de Griekse overheid van 30 januari 2026 op de bevindingen van het CPT-rapport. Hoewel de rechtbank in de reactie leest dat de Griekse overheid sinds 2025 actief bezig is met een integrale hervorming via een actieplan, leest de rechtbank ook dat de verwachting is dat de meest structurele problemen pas (uiterlijk) in 2030 substantieel zijn aangepakt. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om ervan uit te gaan dat de in het CPT-rapport beschreven problematiek op dit moment nog steeds geldt voor Griekse detentie-instellingen en dus wellicht ook voor de detentie-instelling in Chios. 7.4.3 Aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit Om aan de hand van het daarvoor bedoelde toetsingskader te kunnen beoordelen of inderdaad sprake is van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden die terecht komen in de detentie-instelling in Chios, ziet de rechtbank aanleiding om aanvullende vragen te stellen aan de Griekse autoriteiten. De rechtbank verzoekt de officier van justitie aan de Griekse justitiële autoriteiten de volgende vragen te stellen: Wat is de actuele bezettingsgraad van de detentie-instelling in Chios en wat is de specifieke bezettingsgraad van de afdeling waarop de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden gedetineerd? Hoeveel individuele leefruimte ( personal space ) – exclusief de oppervlakte van het sanitair – hebben de gedetineerden in de verschillende afdelingen tot hun beschikking in een eenpersoons- en meerpersoonscel? Zijn de sanitaire voorzieningen in de cel deugdelijk afgeschermd? Indien gedetineerden beschikken over een individuele leefruimte ( personal space ) – exclusief sanitair – tussen 3 m2 en 4 m2, dan heeft de rechtbank – gelet op het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punt 75) –de volgende aanvullende vragen: hoeveel uren per dag verblijven de gedetineerden in hun cel? welke mogelijkheden hebben de gedetineerden tot luchten, arbeid, sport, scholing en andere activiteiten buiten hun cel? zijn deze mogelijkheden voor alle gedetineerden toegankelijk? hoeveel uren per dag kunnen de gedetineerden aan deze activiteiten deelnemen? (In de veronderstelling dat zij zich ook aanmelden voor de geboden opties.) is in de detentie-instelling in Chios in het algemeen sprake van decente detentieomstandigheden en wordt de opgeëiste persoon niet onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden? 4. Indien de gedetineerden beschikken over een individuele leefruimte ( personal space ) – exclusief de oppervlakte van het sanitair – van minder dan 3 m2, dan heeft de rechtbank – gelet op het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punt 73) –de volgende aanvullende vragen: is deze beperking van de individuele leefruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate ten opzichte van de vereiste minimale 3 m2? wordt hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel geboden en worden buiten de cel passende activiteiten aangeboden? is in de detentie-instelling in het algemeen sprake van decente detentieomstandigheden en wordt de betrokkene niet onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden? 5. Hebben alle gedetineerden in de detentie-instelling in Chios de beschikking over een eigen bed met een matras en beddengoed? 6. Kunt u een overzicht geven van de huidige situatie met betrekking tot het onderhoud en de hygiëne van cellen en gemeenschappelijke ruimtes in de detentie-instelling in Chios, inclusief de genomen maatregelen en de effectiviteit daarvan? 7. Hoeveel artsen en verpleegkundigen zijn werkzaam in de detentie-instelling van Chios? 8. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de door de Griekse autoriteiten gegeven reactie op het rapport van 30 januari 2026, naar aanleiding van de bevindingen in het CPT-rapport van 4 maart 2026 over de omstandigheden in Griekse detentie-instellingen. De rechtbank leest in deze reactie dat de Griekse autoriteiten maatregelen aankondigen en heeft in het bijzonder acht geslagen op de maatregelen in het kader van: a) de overbevolking, b) het interpersoonlijk geweld onder gedetineerden, c) de cultuur van straffeloosheid, d) de sterke invloed van machtsgroepen, e) het gebrek aan toezicht en personeel, f) het tekort aan medisch personeel, g) het ontbreken van klachtenprocedures voor gedetineerden. Kunt u toelichten ten aanzien van deze specifieke onderwerpen hoe de situatie is in Chios, welke concrete verbeteringen inmiddels zijn doorgevoerd in de detentie-instelling in Chios naar aanleiding van het CPT-rapport, en welke maatregelen nog staan gepland? De rechtbank zal het onderzoek heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen deze vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. Verlenging van de beslistermijn De beslistermijn die op de zitting van 1 juli 2026 is verlengd, verstrijkt op 2 augustus 2026. Artikel 22, vijfde lid, OLW bepaalt dat de rechtbank in het uitzonderlijke geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, de beslistermijn met telkens dertig dagen kan verlengen. Nu de rechtbank onderzoek doet naar een reëel gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, OLW verlengt zij de beslistermijn met dertig dagen, tot 1 september 2026, op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW. 8 Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder 7 geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen; VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen , onder gelijktijdige verlenging van de – geschorste – gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW; BEPAALT dat de zaak in de periode van 4 augustus 2026 tot uiterlijk 18 augustus 2026 (zijnde veertien dagen voor het verstrijken van de verlengde beslistermijn) weer op zitting wordt gepland; BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Westerman, voorzitter, mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ÁG513126360500QÈ G513126360500 Zie onderdeel e) van het EAB. Zie voor de verwijzingsuitspraken: Rb. Amsterdam 13 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10377 en Rb. Amsterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6385. HvJ EU 12 december 2019, C-627/19 PPU, ECLI:EU:C:2019:1079 ( Openbaar Ministerie (Procureur des Konings te Brussel) ). HvJ EU 12 december 2019, C-627/19 PPU, ECLI:EU:C:2019:1079 ( Openbaar Ministerie (Procureur des Konings te Brussel) ), par. 33-39. o.a. Rb. Amsterdam 22 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3306. o.a. Rb. Amsterdam 14 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2324 en 31 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3097. Rb. Amsterdam 18 jan 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1897. Zie onder meer Rb. Amsterdam 5 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1995 en Rb. Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2630. Met verwijzing naar: HvJ EU 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 ( Dorobantu ). HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 ( Generalstaatsanwaltschaft Bremen (Detentieomstandigheden in Hongarije) ), punt 87. CPT/Inf(2026)09. Het rapport is gepubliceerd naar aanleiding van een periodic visit in januari 2025. Zie o.a. Hof vJ EU 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 ( Dorobantu ) en EHRM 20 oktober 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1020JUD000733413 ( Muršić/ Kroatië ).