Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Overijssel, 02-07-2026 (C/08/342954)

Rechtbank Overijssel

Rechtbank Overijssel
Summary

Eenzijdig echtscheidingsverzoek. Eritrea. Rechtsgeldigheid en erkenning van het huwelijk. De huwelijksdatum in de orginele huwelijksakte van partijen komt niet overeen met de huwelijksdatum in de BRP van partijen. Ook is de huwelijksdatum in de BRP van de vrouw een andere huwelijksdatum dan in de BRP van de man.

Case Summary

RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Locatie Zwolle Zaaknummer: C/08/342954 / ES RK 25-8279 (LHa) Datum uitspraak: 2 juli 2026 Beschikking echtscheiding in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonend in [woonplaats 1], advocaat mr. T.H. Westerhof-Dijkstra uit Zwolle, en [de man] , hierna te noemen: de man, wonend in [woonplaats 2], advocaat mr. H.E. Versteeg uit Zwolle. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt mee in de beoordeling: het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 22 december 2025; de referteverklaring van de man van 19 december 2025, welke is geautoriseerd door mr. H.E. Versteeg, ontvangen op 22 december 2025; het betekeningsexploot van 29 december 2025; een F9-formulier van de vrouw, met bijlage, ontvangen op 16 januari 2026; een F9-formulier van de vrouw, met bijlage, ontvangen op 12 februari 2026; een F9-formulier van de vrouw, ontvangen op 12 maart 2026; een F9-formulier, tevens wijziging van het verzoek, van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026; een F9-formulier van de vrouw, met als bijlage een brief van de gemeente Den Haag betreffende de huwelijksdatum van partijen, ontvangen op 26 mei 2026; een F9-formulier van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 18 juni 2026. 1.2. Een zitting heeft niet plaatsgevonden. 1.3. De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben hun mening niet gegeven. 2 Wat vaststaat 2.1. De vrouw stelt dat zij met de man is gehuwd op 28 juli 2007 in Asmara (Eritrea). 2.2. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Eritrese nationaliteit. 2.3. De minderjarige kinderen van partijen zijn: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] (Eritrea); [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] (Oeganda); [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 3]; [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2025 in [geboorteplaats 4]. 3 De beoordeling Echtscheiding De bevoegdheid van de rechtbank 3.1. De rechtbank komt rechtsmacht toe op grond van het bepaalde in artikel 3 onder a van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter). De ontvankelijkheid/rechtsgeldigheid en erkenning van het huwelijk 3.2. De rechtbank dient eerst te beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk voordat aan het verzoek tot echtscheiding kan worden toegekomen. Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. 3.3. Artikel 10:31 lid 4 BW bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De vrouw heeft de originele huwelijksakte met vertaling overgelegd. 3.4. Uit de vertaling van de originele huwelijksakte volgt dat de vrouw en de man op 21 november 1999 zijn getrouwd. Uit de BRP van de vrouw en de daarbij behorende verklaring onder ede volgt dat partijen op 00-00-2007 zijn getrouwd. Uit het BRP van de man blijkt dat partijen op 29 juli 2007 zijn getrouwd. De advocaat van de vrouw heeft hierover verklaard dat de datum uit de originele huwelijksakte is gebaseerd op de Ethiopische kalender. Omgerekend naar de Gregoriaanse kalender, die in Nederland wordt gehanteerd, zijn partijen getrouwd op 28 juli 2007. De rechtbank zal daarom uitgaan van 28 juli 2007 als huwelijksdatum. 3.5. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam aangetoond dat de vrouw en de man op 28 juli 2007 te Asmara (Eritrea) zijn gehuwd en gaat de rechtbank ervan uit dat het huwelijk in Eritrea is gesloten op de aldaar voorgeschreven wijze en dat dit huwelijk naar Eritrees recht rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit huwelijk komt op grond van het bepaalde in artikel 10:31 lid 1 BW voor erkenning in Nederland in aanmerking, tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland. 3.6. De vrouw was ten tijde van de huwelijkssluiting minderjarig. De rechtbank is van oordeel dat de minderjarigheid van de vrouw niet aan erkenning van het huwelijk in Nederland in de weg staat, omdat de vrouw na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar om erkenning van het huwelijk heeft gevraagd middels het echtscheidingsverzoek. Daarmee is er sprake van de uitzonderingsgrond zoals genoemd in artikel 10:32 aanhef en onder c BW. De rechtbank is daarom van oordeel dat het huwelijk van partijen op grond van artikel 10:31 lid 1 BW in Nederland kan worden erkend. Het toepasselijk recht 3.7. Op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing. De beoordeling 3.8. De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man heeft laten weten dat hij geen verweer voert. 3.9. Nu de rechtbank een andere huwelijksdatum heeft vastgesteld dan de huwelijksdatum die is ingeschreven in de BRP van partijen en daarnaast de huwelijksdatum in de BRP van partijen van elkaar verschillen, voorziet de rechtbank problemen met het inschrijven van de echtscheidingsbeschikking. De rechtbank zal, conform de uitlating van de medewerker Team Landelijke Taken van de Gemeente Den Haag, de verschillende datums opnemen in het dictum. Geboorteakte [minderjarige 1] 3.10. De rechtbank stelt tevens vast dat er door partijen geen afschrift of uittreksel van de akte van geboorte van [minderjarige 1] is overgelegd overeenkomstig artikel 815, lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu dit in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat de geboorteaktes redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv). 3.11. De rechtbank acht het aannemelijk dat partijen geen afschrift of uittreksel van de geboorteakte van de kinderen kan overleggen, zodat zij kunnen volstaan met overlegging van andere stukken. De rechtbank beschikt over uittreksels van de vrouw, de man en [minderjarige 1] uit de Basisregistratie Personen. De rechtbank gaat er gelet op de stukken vanuit dat [minderjarige 1] uit dit huwelijk zijn geboren, zodat de rechtbank van de in de BRP opgenomen persoonsgegevens van [minderjarige 1] uitgaat. Opname ouderschapsplan 3.12. Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek de getroffen regelingen op te nemen in de beschikking. 3.13. Partijen hebben afspraken gemaakt in een ouderschapsplan. De vrouw verzoekt deze afspraken op te nemen in de beschikking. De man heeft laten weten dat hij geen verweer voert. De rechtbank wijst het verzoek toe en hecht het ouderschapsplan aan deze beschikking. Uitvoerbaar bij voorraad 3.14. De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 28 juli 2007 (volgens BRP van de vrouw: 00-00-2007 en volgens BRP van de man: 29-07-2007) in Asmara (Eritrea); 4.2. neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regelingen zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan; 4.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve over de echtscheiding. Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.M. Bos, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 2 juli 2026. Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: - de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant. Artikel 819 Rv en/of artikel 7 Brussel II-ter

Related across sources

Similar Content