Skip to content
Filtering by court: Gerechtshof 's-Hertogenbosch (13 cases)
Clear filter
13 cases
1 courts
15 topics

Gerechtshof 's-Hertogenbosch (13)

ECLI:NL:GHSHE:2026:55 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-01-2026 / 24/245 tot en met 24/250

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2026:55

Het hof is van oordeel dat een onrechtmatigheid in het traject voorafgaand aan het artikel 55 AWR verzoek en die ook toerekenbaar is aan de inspecteur in beginsel niet de rechtmatigheid van het artikel 55 AWR verzoek aantast. Dat kan anders zijn indien het onrechtmatige voortraject jegens de belastingplichtige heeft geleid tot een schending van een grondrecht zoals een schending van het verbod op discriminatie naar afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging. Indien zo’n uitzonderlijke situatie aan de orde is, is het niet uitgesloten dat de rechter daaraan de slotsom verbindt dat de onrechtmatige informatiedeling voorafgaand aan het artikel 55 AWR-verzoek heeft plaatsgevonden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat de informatie die is verkregen met het artikel 55 AWR-verzoek en die het directe gevolg is van het onrechtmatige voortraject als bewijs dient te worden uitgesloten. Een schending van het recht op privacy die is toe te rekenen aan de inspecteur kan echter niet tot zo’n uitzonderlijke situatie worden gerekend. Het hof is in dit geval dan ook van oordeel dat de ontnemingsrapportage niet als bewijsmiddel dient te worden uitgesloten. Verder is het hof van oordeel dat de (navorderings)aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, de inspecteur het gelijkheidsbeginsel niet heeft geschonden en de vergrijpboeten terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

Jan 14, 2026 NL

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:2274

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan beroepsmatige online handelsfraude en het medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van het voorarrest. Tevens is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Aug 20, 2025 NL

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2024:4071

Tussenuitspraak. Accijns. In deze procedure rijst een vraag van uitlegging van het Unierecht. Het hof wendt zich daarom tot het Hof van Justitie van de Europese Unie met een prejudiciële vraag. De vraag ziet op de situatie dat de onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen en dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. De vraag is dan of de constatering van het tekort de onregelmatigheid vormt en de lidstaat van aankomst (Nederland) derhalve heffingsbevoegd is, of dat de onbekend gebleven eerdere gebeurtenis welke heeft geleid tot het tekort dient te worden aangemerkt als de onregelmatigheid, zodat de lidstaat van verzending (België) heffingsbevoegd is.

Dec 18, 2024 NL

Gerechtshof 's-Hertogenbosch - rechten van betrokkenen - 200.290.520_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch - Civiel recht

ECLI:NL:GHSHE:2021:2252

Afwijzing inzageverzoek ex artikel 12 en 15 AVG tot overlegging alle documenten waarin persoonsgegevens van bankcliënt zijn verwerkt /aan verzoek is voldaan, en voor gestelde ontbrekende gegevens is verzoek te laat gedaan / geen proceskostenveroordeling in hoger beroep gezien aard procedure

Jul 15, 2021 NL

ECLI:NL:GHSHE:2014:248 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-02-2014 / 13-00040

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2014:248

Prejudiciële vragen HvJ EU. Belanghebbende is rijnvarende in de zin van het Rijnvarendenverdrag. Belanghebbende beroept zich op een door Luxemburg afgegeven E101-verklaring. Luxemburg bericht dat de E101-verklaring niet een E101-verklaring is en ook niet als zodanig is bedoeld, maar dat om administratieve redenen een E101-formulier is gebruikt. Prejudiciële vragen: Is Nederland aan de E101-verklaring gebonden, ook als deze inhoudelijk onjuist is? Maakt het uit dat Luxemburg niet beoogde een E101-verklaring af te geven, maar belanghebbende meende en ook redelijkerwijs mocht menen een E101-verklaring te hebben ontvangen?

Feb 7, 2014 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:6116 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2013 / 11-00793

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:6116

Bank zonder naam. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur voldoende voortvarend gehandeld bij het voorbereiden en opleggen van de aanslag. De toets is niet of de Inspecteur achteraf bezien sneller had kunnen handelen, maar of hij beoordeeld op het moment dat hij geconfronteerd werd met de taak om de benodigde gegevens voor het opleggen van de aanslag te verzamelen en vervolgens de aanslag op te leggen, zijn taak voortvarend ter hand heeft genomen. Daarbij geldt dat hij een redelijke vrijheid heeft bij het inrichten en prioriteren van zijn werkzaamheden. Voorts geldt als uitgangspunt dat indien de inspecteur, zonder dat daartoe goede redenen bestaan, zes maanden of langer geen actie heeft ondernomen, aangenomen wordt dat hij onvoldoende voortvarend gehandeld heeft. Tot voormelde vrijheid van de Inspecteur de inrichting van zijn werk zelf te bepalen en te prioriteren, kan, gelet op de omvang van de gegevens die dienden te worden verwerkt door de belastingautoriteiten, eveneens worden gerekend de keuze voor een projectmatige aanpak; eveneens was de Inspecteur vrij gedurende een bepaalde periode slechts één EDP auditor in te zetten, die daarnaast ook zijn reguliere werkzaamheden verrichtte. Belanghebbendes standpunt dat de Inspecteur kennelijk niet voortvarend heeft gehandeld, omdat niet valt in te zien waarom hij meer tijd nodig had om te komen tot identificatie dan in de KB-Lux affaire, welke affaire omvangrijker was en bovendien de eerste keer dat de fiscus een dergelijk project organiseerde, wordt verworpen.

Dec 19, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:6143 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2013 / 11-00335

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:6143

In tegenstelling tot de Rechtbank is het Hof van oordeel dat de Inspecteur bij de voorbereiding en de vaststelling van de navorderingsaanslag voldoende voortvarend gehandeld heeft. Voor wat betreft de voorbereidingsfase heeft de Inspecteur mogen kiezen voor een projectmatige aanpak, ook al zou een afzonderlijke identificatie van de belanghebbende tot een (veel) sneller resultaat hebben geleid. Het Hof acht voorts de door de Inspecteur opgelegde boete zowel passend als geboden. Tot slot is het Hof van oordeel dat belanghebbende in verband met de overschrijding van de redelijke termijn in de hoger beroepsfase recht heeft op een schadevergoeding van € 1.000.

Dec 19, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:6109 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2013 / 10-00649 en 10-00650

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:6109

De Inspecteur mag zowel voor de belastingheffing als voor de verhogingen gebruik maken van de door belanghebbende overgelegde bankstukken. Er is geen sprake van schending van het nemo tentur-beginsel. De Inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat hij voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat hij de navorderingsaanslagen tijdig heeft verzonden. Het Hof handhaaft de navorderingsaanslagen, maar vermindert de verhogingen nader, in verband met overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Dec 19, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:6112 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2013 / 12-00093

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:6112

De Inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat hij voldoende voortvarend heeft gehandeld. Het Hof heeft daarbij als uitgangspunten gehanteerd dat de inlichtingenpoot van de FIOD tot de “belastingautoriteiten” wordt gerekend in de zin van het Passenheim-van Schoot arrest. Voorts heeft de Inspecteur een redelijke vrijheid bij het inrichten en prioriteren van zijn werkzaamheden. Daarbij behoort ook de keuze voor een projectmatige aanpak. Het Hof handhaaft de bij vaststellingsovereenkomst overeen gekomen navorderingsaanslag en de boete.

Dec 19, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:6115 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2013 / 11-00794

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:6115

Bank zonder naam. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur voldoende voortvarend gehandeld bij het voorbereiden en opleggen van de aanslag. De toets is niet of de Inspecteur achteraf bezien sneller had kunnen handelen, maar of hij beoordeeld op het moment dat hij geconfronteerd werd met de taak om de benodigde gegevens voor het opleggen van de aanslag te verzamelen en vervolgens de aanslag op te leggen, zijn taak voortvarend ter hand heeft genomen. Daarbij geldt dat hij een redelijke vrijheid heeft bij het inrichten en prioriteren van zijn werkzaamheden. Voorts geldt als uitgangspunt dat indien de inspecteur, zonder dat daartoe goede redenen bestaan, zes maanden of langer geen actie heeft ondernomen, aangenomen wordt dat hij onvoldoende voortvarend gehandeld heeft. Tot voormelde vrijheid van de Inspecteur de inrichting van zijn werk zelf te bepalen en te prioriteren, kan, gelet op de omvang van de gegevens die dienden te worden verwerkt door de belastingautoriteiten, eveneens worden gerekend de keuze voor een projectmatige aanpak; eveneens was de Inspecteur vrij gedurende een bepaalde periode slechts één EDP auditor in te zetten, die daarnaast ook zijn reguliere werkzaamheden verrichtte. Belanghebbendes standpunt dat de Inspecteur kennelijk niet voortvarend heeft gehandeld, omdat niet valt in te zien waarom hij meer tijd nodig had om te komen tot identificatie dan in de KB-Lux affaire, welke affaire omvangrijker was en bovendien de eerste keer dat de fiscus een dergelijk project organiseerde, wordt verworpen.

Dec 19, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0377 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 10-01-2013 / 11-00781

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0377

1. Uitleg 8:38 Awb. Uitnodiging ter zitting, meer dan drie weken voorafgaande aan de zitting verzonden aan het kantoor van gemachtigde, wordt door curator van gemachtigde teruggezonden aan de griffie met de mededeling dat het kantoor is failliet verklaard. De griffier verzendt daarop de uitnodiging per aangetekende post aan belanghebbendes prive-adres. Het Hof oordeelt dat belanghebbende hiermee op de juiste wijze is uitgenodigd. 2. Omkering van de bewijslast. Vereiste aangifte. Bewijskracht te ontlenen aan strafrechtelijke veroordeling wegens handel in verdovende middelen. De rechter kan weliswaar bewijs ontlenen aan de strafrechtelijke veroordeling, maar dient ook zelfstandig een oordeel te vormen over de feiten (vgl. HR 19 juni 1996, nr. 31079, LJN AA1946). Naar het oordeel van het Hof zijn de bij huiszoekingen aangetroffen bedragen van zodanige omvang, dat aannemelijk is dat belanghebbende aanzienlijke inkomsten heeft verzwegen. Gezien het geringe overige inkomen van belanghebbende is daarmee tevens aannemelijk dat als gevolg van het niet-aangeven van de illegale inkomsten een relatief en absoluut omvangrijk bedrag aan belasting niet is geheven. Het Hof acht voorts aannemelijk dat belanghebbende zich hiervan bewust was. Omkering van de bewijslast terecht. 3. Geen kostenaftrek voor inbeslaggenomen gelden. Evenmin passiefpost: aftrek voor ontnomen wederrechtelijk verkregen voordeel kan pas plaatsvinden in het jaar waarin de gelden definitief het vermogen van belanghebbende verlaten (Hoge Raad 23 september 2011, LJN BT2299). Anders dan belanghebbende betoogt, is dat niet het moment van inbeslagname, omdat een inbeslagname niet per definitie tot een verbeurdverklaring behoeft te leiden. De definitieve verbeurdverklaring is pas het moment dat de gelden het vermogen van belanghebbende hebben verlaten. Aanslag gehandhaafd. Hoger beroep ongegrond.

Jan 10, 2013 NL

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9468 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-09-2012 / 11-00681

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9468

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor het vergroten van een winkelgebouw met parkeergelegenheid is aan belanghebbende een aanslag bouwleges opgelegd ten bedrage van € 223.647,50. De bouwkosten ter zake zijn vastgesteld op € 10.000.000. In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd. Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat zulks niet het geval is. Naar het oordeel van het Hof leidt de gedifferentieerde tariefstelling in de gemeentelijke verordening tot een onredelijke en willekeurige heffing. Het Hof heeft in dat verband overwogen dat de gemeente aanvragers van bouwplannen met ‘grote bouwsommen’ (bouwkosten van € 250.000 of hoger) substantieel zwaarder belast dan aanvragers van bouwplannen met ‘kleine bouwsommen’(bouwkosten tot € 25.000) en ‘middelgrote bouwsommen’ (bouwkosten tussen € 25.000 en € 250.000), terwijl de kosten voor de gemeente die met het in behandeling nemen van een aanvraag gepaard gaan naar verhouding (veel) lager zijn voor een aanvraag van een bouwplan met een ‘grote bouwsom’ dan voor een aanvraag van een bouwplan met een ‘kleine’ of ‘middelgrote bouwsom’, zonder dat voor deze ongelijke behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging is aangevoerd. Alhoewel uit het vorenstaande reeds volgt dat het hoger beroep gegrond is en de aanslag bouwleges moet worden vernietigd, heeft het Hof het dienstig geacht ook de tussen partijen in geschil zijnde vraag te beantwoorden of voldaan is aan het bepaalde in artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet. In dat verband heeft het Hof geoordeeld dat de Heffingsambtenaar het inzicht en de controleerbaarheid van de geraamde baten niet, althans in onvoldoende mate, heeft verschaft, zodat een overschrijding van de opbrengstlimiet niet kan worden beoordeeld. Het Hof verbindt daaraan het gevolg dat de gemeentelijke verordening jegens belanghebbende geheel onverbindend moet worden verklaard.

Sep 27, 2012 NL

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9430 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-04-2004 / KG C0400313-MA

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9430

Geschil over het hanteren door de gemeente van een ervaringscriterium bij de gunning van leerlingenvervoer.

Apr 20, 2004 NL