Skip to content
NIS2 (NL) Article NL

Article 13

Samenwerking op nationaal niveau

  1. 1.

    Wanneer zij afzonderlijk bestaan, werken de bevoegde autoriteiten, het centrale contactpunt en de CSIRT’s van dezelfde lidstaat met elkaar samen om de in deze richtlijn vastgestelde verplichtingen na te komen.

  2. 2.

    De lidstaten zorgen ervoor dat hun CSIRT’s of, in voorkomend geval, hun bevoegde autoriteiten, meldingen ontvangen van significante incidenten op grond van artikel 23, en van incidenten, cyberdreigingen en bijna-incidenten op grond van artikel 30.

  3. 3.

    De lidstaten zorgen ervoor dat hun CSIRT’s of, in voorkomend geval, hun bevoegde autoriteiten, hun centrale contactpunten in kennis stellen van de op grond van deze richtlijn ingediende meldingen van incidenten, cyberdreigingen en bijna-incidenten.

  4. 4.

    Om te garanderen dat de taken en verplichtingen van de bevoegde autoriteiten, de centrale contactpunten en de CSIRT’s doeltreffend worden uitgevoerd, zorgen de lidstaten, voor zover mogelijk, voor passende samenwerking tussen die organen en rechtshandhavingsautoriteiten, gegevensbeschermingsautoriteiten, de nationale autoriteiten uit hoofde van Verordeningen (EG) nr. 300/2008 en (EU) 2018/1139, de toezichthoudende organen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 910/2014, de bevoegde autoriteiten uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2554, de nationale regulerende instanties uit hoofde van Richtlijn (EU) 2018/1972, de bevoegde autoriteiten uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557, alsmede de bevoegde autoriteiten uit hoofde van andere sectorspecifieke rechtshandelingen van de Unie, in die lidstaat.

  5. 5.

    De lidstaten zien erop toe dat hun uit hoofde van deze richtlijn bevoegde autoriteiten en hun uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557 bevoegde autoriteiten samenwerken en regelmatig informatie uitwisselen inzake het als kritiek aanmerken van entiteiten, over risico’s, cyberdreigingen, en incidenten, alsook over niet-cyberrisico’s, -dreigingen en -incidenten die gevolgen hebben voor essentiële entiteiten die uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557 als kritieke entiteiten zijn aangemerkt, en over de maatregelen die in reactie op dergelijke risico’s, dreigingen en incidenten zijn genomen. De lidstaten zien er tevens op toe dat hun uit hoofde van deze richtlijn bevoegde autoriteiten en hun uit hoofde van Verordening (EU) nr. 910/2014, Verordening (EU) 2022/2554 en Richtlijn (EU) 2018/1972 bevoegde autoriteiten regelmatig relevante informatie uitwisselen, onder meer met betrekking tot relevante incidenten en cyberdreigingen.

  6. 6.

    De lidstaten vereenvoudigen de rapportage met technische middelen voor de in de artikelen 23 en 30 bedoelde meldingen.

Related across sources