De lidstaten moeten het gebruik aanmoedigen van innovatieve technologieën, met inbegrip van artificiële intelligentie, waarvan het gebruik de preventie en de opsporing van cyberaanvallen kan verbeteren, zodat de middelen ter bestrijding van cyberaanvallen doeltreffender kunnen worden ingezet. Daarom moeten de lidstaten in hun nationale cyberbeveiligingsstrategie activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling bevorderen met het oog op het gebruik van dergelijke technologieën, met name die welke verband houden met geautomatiseerde of semigeautomatiseerde instrumenten op het gebied van cyberbeveiliging, en, indien nodig, het delen van gegevens om gebruikers van dergelijke technologieën op te leiden en deze te verbeteren. Het gebruik van innovatieve technologieën, met inbegrip van artificiële intelligentie, moet in overeenstemming zijn met het Uniegegevensbeschermingsrecht, met inbegrip van de gegevensbeschermingsbeginselen van nauwkeurigheid van de gegevens, minimale gegevensverwerking, billijkheid en transparantie, en gegevensbeveiliging, zoals geavanceerde versleuteling. Er moet ten volle worden tegemoetgekomen aan de in Verordening (EU) 2016/679 vastgestelde eisen inzake gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen.
NIS2 (NL) Recital NL
Recital 51
Related across sources
Guidance Guidelines 9/2022 on personal data breach notification under GDPR Guidance Guidelines 01/2022 on data subject rights - Right of access Guidance Guidelines 03/2022 on Deceptive design patterns in social media platform interfaces: how to recognise and avoid them Guidance Guidelines 2/2018 on derogations of Article 49 under Regulation 2016/679 Guidance Guidelines 4/2019 on Article 25 Data Protection by Design and by Default Version 2.0 Adopted on 20 October 2020 Guidance Guidelines 07/2020 on the concepts of controller and processor in the GDPR