De lidstaten moeten in het kader van hun nationale cyberbeveiligingsstrategieën beleidsmaatregelen vaststellen ter bevordering van actieve cyberbescherming in het kader van een bredere verdedigingsstrategie. In plaats van achteraf te reageren, bestaat actieve cyberbescherming uit het actief voorkomen, opsporen, monitoren, analyseren en beperken van inbreuken op de beveiliging van netwerken, in combinatie met het gebruik van capaciteiten die binnen en buiten het netwerk van de slachtoffers worden ingezet. Daarbij kan het gaan om lidstaten die gratis diensten of instrumenten aanbieden aan bepaalde entiteiten, waaronder zelfbedieningscontroles, opsporingsinstrumenten en verwijderingsdiensten. Het vermogen om snel en automatisch informatie over en analyses van dreigingen, cyberactiviteitswaarschuwingen en responsacties te delen en te begrijpen, is van cruciaal belang om gezamenlijke inspanningen mogelijk te maken om aanvallen op netwerk- en informatiesystemen met succes te voorkomen, op te sporen, aan te pakken en tegen te houden. Actieve cyberbescherming is gebaseerd op een verdedigingsstrategie die offensieve maatregelen uitsluit.
NIS2 (NL) Recital NL
Recital 57
Related across sources
Guidance Guidelines 10/2020 on restrictions under Article 23 GDPR Guidance Guidelines 8/2020 on the targeting of social media users Guidance Guidelines 4/2019 on Article 25 Data Protection by Design and by Default Version 2.0 Adopted on 20 October 2020 Guidance Guidelines 3/2019 on processing of personal data through video devices Guidance Guidelines 02/2022 on the application of Article 60 GDPR Guidance Guidelines 05/2022 on the use of facial recognition technology in the area of law enforcement