Bij de uitoefening van het toezicht vooraf moeten de bevoegde autoriteiten op evenredige wijze kunnen beslissen over de prioritering van het gebruik van de toezichtsmaatregelen en -middelen waarover zij beschikken. Dit houdt in dat de bevoegde autoriteiten over dergelijke prioritering kunnen beslissen op basis van toezichtsmethoden die een risicogebaseerde benadering moeten volgen. Meer in het bijzonder kan het bij dergelijke methoden gaan om criteria of benchmarks voor de indeling van essentiële entiteiten in risicocategorieën en overeenkomstige toezichtsmaatregelen en -middelen die per risicocategorie worden aanbevolen, zoals het gebruik, de frequentie of de soorten van inspecties ter plaatse, gerichte beveiligingsaudits of beveiligingsscans, het soort informatie dat moet worden opgevraagd en de mate van gedetailleerdheid van die informatie. Dergelijke toezichtsmethoden kunnen ook vergezeld gaan van werkprogramma's en regelmatig worden beoordeeld en geëvalueerd, onder meer met betrekking tot aspecten als de middelentoewijzing en de behoeften. Met betrekking tot overheidsinstanties moeten de toezichtsbevoegdheden worden uitgeoefend conform de nationale wetgevende en institutionele kaders.
NIS2 (NL) Recital NL
Recital 124
Related across sources
Guidance Version history Guidance Guidelines 05/2022 on the use of facial recognition technology in the area of law enforcement News EFF Testifies to Congress on Protecting Americans’ Rights from Government AI Guidance Guidelines 02/2024 on Article 48 GDPR Guidance Guidelines 9/2022 on personal data breach notification under GDPR Guidance Guidelines 10/2020 on restrictions under Article 23 GDPR