Om ervoor te zorgen dat toestemming vrijelijk wordt verleend, mag toestemming geen geldige rechtsgrond zijn voor de verwerking van persoonsgegevens in een specifiek geval wanneer er sprake is van een duidelijke wanverhouding tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke, met name wanneer de verwerkingsverantwoordelijke een overheidsinstantie is, en dit het onwaarschijnlijk maakt dat de toestemming in alle omstandigheden van die specifieke situatie vrijelijk is verleend. De toestemming wordt geacht niet vrijelijk te zijn verleend indien geen afzonderlijke toestemming kan worden gegeven voor verschillende persoonsgegevensverwerkingen ondanks het feit dat dit in het individuele geval passend is, of indien de uitvoering van een overeenkomst, daaronder begrepen het verlenen van een dienst, afhankelijk is van de toestemming ondanks het feit dat dergelijke toestemming niet noodzakelijk is voor die uitvoering.
AVG Recital NL
Recital 43
Related across sources
Guidance Guidelines 2/2018 on derogations of Article 49 under Regulation 2016/679 Guidance Guidelines 04/2021 on Codes of Conduct as tools for transfers Guidance Guidelines 03/2022 on Deceptive design patterns in social media platform interfaces: how to recognise and avoid them Guidance Guidelines 05/2020 on consent under Regulation 2016/679 Guidance Guidelines 10/2020 on restrictions under Article 23 GDPR Case Law VOLKER UND MARKUS SCHECKE GBR V. LAND HESSEN, EIFERT V. LAND HESSEN AND BUNDESANSTALT FUR LANDWIRTSCHAFT UND ERNAHRUNG, 9.Nov.2010 (“SCHECKE”)