Skip to content
VERORDENING (EU) 2022/2065 INZAKE DIGITALE DIENSTEN

Wet Digitale Diensten

In force — consolidated2022-10-27 · CELEX 02022R2065-20221027 LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this law. Contains: the full text of every article, recital and provision of this law. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.
Version history 1
  • 2022-10-27in force CELEX 02022R2065-20221027
93articles 156recitals 54topics
Art 1 Onderwerp Aansprakelijkheidskader voor Intermediairs onder de DSAAanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSAToezicht

Deze verordening beoogt bij te dragen tot de goede werking van de interne markt voor tussenhandeldiensten door te voorzien in geharmoniseerde regels voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving die innovatie bevordert en waarin de in het Handvest verankerde grondrechten, waaronder het beginsel van consumentenbescherming, doeltreffend worden beschermd.

Deze verordening voorziet in geharmoniseerde regels over het aanbieden van tussenhandeldiensten op de interne markt. Deze verordening voorziet met name in:

(a) een kader voor de voorwaardelijke aansprakelijkheidsvrijstelling van aanbieders van tussenhandeldiensten;

(b) regels over zorgvuldigheidsverplichtingen op maat van bepaalde specifieke categorieën van aanbieders van tussenhandeldiensten;

(c) regels over de uitvoering en handhaving van deze verordening, ook met betrekking tot de samenwerking van en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten.

Open Article 1
Art 2 Toepassingsgebied Persoonsgegevens

Deze verordening is van toepassing op tussenhandeldiensten die worden aangeboden aan afnemers van de dienst die gevestigd zijn of zich bevinden in de Unie, ongeacht waar de aanbieders van die tussenhandeldiensten hun plaats van vestiging hebben.

Deze verordening is niet van toepassing op diensten die geen tussenhandeldiensten zijn noch op vereisten die zijn opgelegd met betrekking tot dergelijke diensten, ongeacht of de dienst wordt verleend via het gebruik van een tussenhandelsdienst.

Deze verordening laat de toepassing van Richtlijn 2000/31/EG onverlet.

Deze verordening doet geen afbreuk aan de regels die zijn vastgesteld bij andere Unierechtshandelingen ter regeling van andere aspecten van de aanbieding van tussenhandeldiensten op de interne markt, of die deze verordening specificeren en aanvullen, en met name het volgende:

(a) Richtlijn 2010/13/EU;

(b) het Unierecht inzake auteursrechten en verwante rechten;

(c) Verordening (EU) 2021/784;

(d) Verordening (EU) 2019/1148;

(e) Verordening (EU) 2019/1150;

(f) het Unierecht betreffende consumentenbescherming en productveiligheid, met inbegrip van Verordeningen (EU) 2017/2394 en (EU) 2019/1020, en Richtlijnen 2001/95/EG en 2013/11/EU;

(g) het Unierecht betreffende de bescherming van persoonsgegevens, met name Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG;

(h) het Unierecht op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, met name Verordening (EU) nr. 1215/2012 of enige andere Unierechtshandeling tot vaststelling van de rechtsregels die van toepassing zijn op contractuele en niet-contractuele verbintenissen;

(i) het Unierecht op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken, met name een verordening betreffende het Europees bevel tot verstrekking en het Europees bevel tot bewaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken;

(j) een richtlijn tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de bewijsgaring in strafprocedures.

Open Article 2
Art 3 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSATerritoriale werkingssfeer (AVG)Aansprakelijkheidskader voor Intermediairs onder de DSA

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

"dienst van de informatiemaatschappij": een “dienst” in de zin van artikel 1, lid 1, punt b), van Richtlijn (EU) 2015/1535;

“afnemer van de dienst”: een natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van de betrokken tussenhandelsdienst, in het bijzonder om informatie te verkrijgen of om informatie toegankelijk te maken;

“consument”: een natuurlijke persoon die handelt voor buiten zijn of haar handel, bedrijf, ambacht of beroep vallende doeleinden;

"diensten aanbieden in de Unie": natuurlijke of rechtspersonen in een of meer lidstaten de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van de diensten van een aanbieder van tussenhandeldiensten die een wezenlijke band heeft met de Unie;

“wezenlijke band met de Unie”: de band van een aanbieder van tussenhandeldiensten met de Unie die voortvloeit uit zijn vestiging in de Unie dan wel uit specifieke feitelijke criteria, zoals: — een in verhouding tot de totale bevolking groot aantal afnemers van de dienst in een of meerdere lidstaten; of — activiteiten die gericht zijn op een of meerdere lidstaten;

“handelaar”: iedere natuurlijke persoon dan wel iedere privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon die, ook via een andere persoon die in zijn of haar naam of voor zijn of haar rekening optreedt, handelt in het kader van de uitoefening van zijn of haar handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

"tussenhandeldienst": een van de volgende diensten van de informatiemaatschappij:

(i) een “mere conduit”-dienst, die bestaat in de doorgifte in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verstrekken van toegang tot een communicatienetwerk;

(ii) een “caching”-dienst, die bestaat in de doorgifte in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, waarbij die informatie automatisch, tussentijds en tijdelijk wordt opgeslagen met als enige doel om de latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender te maken;

“illegale inhoud”: alle informatie die op zichzelf of in verband met een activiteit, waaronder de verkoop van producten of het aanbieden van diensten, indruist tegen het Unierecht of tegen het met het Unierecht in overeenstemming zijnde recht van een lidstaat, ongeacht het precieze voorwerp of de precieze aard van dat recht;

“onlineplatform”: een hostingdienst die, op verzoek van een afnemer van de dienst, informatie opslaat en verspreidt bij het publiek, tenzij die activiteit een klein of een louter bijkomend kenmerk van een andere dienst of een kleine functionaliteit van de hoofddienst uitmaakt en om objectieve en technische redenen niet kan worden gebruikt zonder die andere dienst, en de integratie van het kenmerk of de functionaliteit in de andere dienst geen manier is om de toepasbaarheid van deze verordening te omzeilen;

“onlinezoekmachine”: een tussenhandeldienst die gebruikers de mogelijkheid biedt zoekopdrachten in te voeren om zoekacties uit te voeren op in beginsel alle websites of alle websites in een bepaalde taal, op basis van een zoekopdracht over eender welk onderwerp in de vorm van een trefwoord, een gesproken verzoek, een frase of andere input, en die resultaten in eender welk formaat oplevert met informatie over de opgevraagde inhoud;

“verspreiding bij het publiek”: het op verzoek van de informatieverstrekkende afnemer van de dienst beschikbaar stellen van informatie aan een mogelijk onbeperkt aantal derden;

“overeenkomst op afstand”: een “overeenkomst op afstand” zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 7, van Richtlijn 2011/83/EU;

“online-interface”: alle software, met inbegrip van een website of onderdeel ervan, en apps, met inbegrip van mobiele apps;

“digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging”: de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waar zich de hoofdvestiging van een aanbieder van een tussenhandeldienst bevindt of waar zijn wettelijke vertegenwoordiger verblijft of is gevestigd;

“digitaledienstencoördinator van de plaats van bestemming”: de digitaledienstencoördinator van een lidstaat waar de tussenhandeldienst wordt verstrekt;

“actieve afnemer van een onlineplatform”: een afnemer van een dienst die gebruikmaakt van een onlineplatform door te verzoeken om informatie te hosten dan wel om door het onlineplatform gehoste en via zijn online-interface verspreide informatie getoond te krijgen;

“actieve afnemer van een onlinezoekmachine”: een afnemer van een dienst die een zoekopdracht invoert in een onlinezoekmachine en op zijn online-interface geïndexeerde en gepresenteerde informatie getoond krijgt;

"reclame": informatie die is ontworpen om het bericht van een rechtspersoon of natuurlijke persoon te promoten, ongeacht of dit om commerciële of niet-commerciële doeleinden is, en die door een onlineplatform tegen vergoeding op zijn online-interface wordt getoond, met als specifiek doel die informatie te promoten;

"aanbevelingssysteem": een volledig of gedeeltelijk geautomatiseerd systeem dat door een onlineplatform wordt gebruikt om in zijn online-interface aan afnemers van de dienst specifieke informatie voor te stellen of prioritair weer te geven, onder meer als gevolg van een door de afnemer van de dienst geïnitieerde zoekopdracht, of dat anderszins de relatieve volgorde of het belang van de weergegeven informatie bepaalt;

"inhoudsmoderatie": de door aanbieders van tussenhandeldiensten al dan niet geautomatiseerd uitgevoerde activiteiten die met name gericht zijn op het opsporen, identificeren en aanpakken van illegale inhoud of informatie die niet verenigbaar is met hun algemene voorwaarden, die wordt verstrekt door afnemers van de dienst, met inbegrip van maatregelen die gevolgen hebben voor de beschikbaarheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid van die illegale inhoud of die informatie, zoals demotie, demonetisatie, uitschakeling van toegang ertoe, of verwijdering ervan, of die gevolgen hebben voor de mogelijkheid van afnemers van de dienst om die informatie te verstrekken, zoals de beëindiging of schorsing van een account van een afnemer;

"algemene voorwaarden": alle bepalingen, ongeacht hun naam of vorm, die van toepassing zijn op de contractuele verhouding tussen de aanbieder van tussenhandeldiensten en de afnemers van de dienst;

“personen met een handicap”: “personen met een handicap” zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad (38);

“commerciële communicatie”: “commerciële communicatie” zoals gedefinieerd in artikel 2, punt f), van Richtlijn 2000/31/EG;

“omzet”: het door een onderneming gegenereerde bedrag in de zin van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 (39).

Open Article 3
Art 4 “Mere conduit” OntvangerCachingdiensten onder de DSAAansprakelijkheidskader voor Intermediairs onder de DSA

Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de doorgifte in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, is de dienstaanbieder niet aansprakelijk voor de doorgegeven of geraadpleegde informatie, op voorwaarde dat de dienstaanbieder:

(a) de doorgifte niet initieert;

(b) de ontvanger van de doorgifte niet selecteert; en

(c) de in de doorgifte vervatte informatie niet selecteert of wijzigt.

De in lid 1 bedoelde doorgifte en toegangverschaffing omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en op voorwaarde dat de informatie niet langer wordt bewaard dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor de doorgifte.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een gerechtelijke of administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van een lidstaat te eisen dat de dienstaanbieder een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Open Article 4
Art 5 “Caching” Cachingdiensten onder de DSA

Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de doorgifte in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstaanbieder niet aansprakelijk voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender of veiliger te maken, op voorwaarde dat de dienstaanbieder:

(a) de informatie niet wijzigt;

(b) de voorwaarden voor toegang tot de informatie in acht neemt;

(c) de alom erkende en in de sector gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;

(d) niets wijzigt aan het alom erkende en in de sector gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie, en

(e) prompt handelt om de door hem opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het netwerk bevond of de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of zodra een gerechtelijke of administratieve autoriteit heeft gelast de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een gerechtelijke of administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van een lidstaat te eisen dat de dienstaanbieder een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Open Article 5
Art 6 “Hosting” (“host”-diensten) Compensatiemechanismen en Rechtsmiddelen onder de DSA

Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstaanbieder niet aansprakelijk voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de dienstaanbieder:

(a) niet daadwerkelijk kennis heeft van de illegale activiteit of illegale inhoud en, wanneer het een vordering tot schadevergoeding betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit de illegale activiteit of de illegale inhoud duidelijk blijkt; of

(b) zodra hij dergelijke kennis of dergelijk besef krijgt, prompt handelt om de illegale inhoud te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de dienstaanbieder handelt.

Lid 1 is niet van toepassing op de consumentenbeschermingsrechtelijke aansprakelijkheid van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand met handelaren te sluiten, wanneer een dergelijk onlineplatform de specifieke informatie toont of anderszins de betrokken specifieke transactie mogelijk maakt op een wijze die een gemiddelde consument zou doen geloven dat de informatie of het (de) in de transactie aan de orde zijnd(e) product of dienst wordt verstrekt door het onlineplatform zelf dan wel door een afnemer van de dienst die op gezag of onder toezicht van de dienstaanbieder handelt.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een gerechtelijke of administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van een lidstaat te eisen dat de dienstaanbieder een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Open Article 6
Art 7 Vrijwillige onderzoeken op eigen initiatief en naleving van de wetgeving Aanbieders van tussenhandeldiensten worden niet geacht te zijn uitgesloten van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde aansprakelijkheidsvrijstellingen louter omdat zij te goeder trouw en zorgvuldig vrijwillige onderzoeken op eigen initiatief uitvoeren naar of andere maatregelen nemen die zijn gericht op het opsporen, identificeren en verwijderen van, of het uitschakelen van de toegang tot illegale inhoud, of omdat zij de nodige maatregelen nemen voor de naleving van de vereisten van het Unierecht en het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationale recht, waaronder de in deze verordening uiteengezette vereisten. Aansprakelijkheidskader voor Intermediairs onder de DSA

Aanbieders van tussenhandeldiensten worden niet geacht te zijn uitgesloten van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde aansprakelijkheidsvrijstellingen louter omdat zij te goeder trouw en zorgvuldig vrijwillige onderzoeken op eigen initiatief uitvoeren naar of andere maatregelen nemen die zijn gericht op het opsporen, identificeren en verwijderen van, of het uitschakelen van de toegang tot illegale inhoud, of omdat zij de nodige maatregelen nemen voor de naleving van de vereisten van het Unierecht en het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationale recht, waaronder de in deze verordening uiteengezette vereisten.

Open Article 7
Art 8 Geen algemene verplichting tot monitoring of actief feitenonderzoek Aan aanbieders van tussenhandeldiensten wordt geen algemene verplichting opgelegd tot monitoring van de door hen doorgegeven of opgeslagen informatie noch tot actief onderzoek naar de feiten of omstandigheden die duiden op illegale activiteiten. Monitoring

Aan aanbieders van tussenhandeldiensten wordt geen algemene verplichting opgelegd tot monitoring van de door hen doorgegeven of opgeslagen informatie noch tot actief onderzoek naar de feiten of omstandigheden die duiden op illegale activiteiten.

Open Article 8
Art 9 Bevel om op te treden tegen illegale inhoud

Bij ontvangst van een door de bevoegde nationale gerechtelijke of administratieve autoriteiten uit hoofde van het toepasselijke Unierecht of met in het Unierecht in overeenstemming zijnde nationaal recht uitgegeven bevel om tegen een of meer specifieke illegale inhoudselementen op te treden, stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de beveluitvaardigende autoriteit of een andere in het bevel genoemde autoriteit onverwijld in kennis van het gevolg dat aan het bevel is gegeven, met vermelding of, en zo ja wanneer aan het bevel gevolg is gegeven.

De lidstaten zorgen ervoor dat een in lid 1 genoemd bevel dat wordt overgemaakt aan de aanbieder ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

(a) dat bevel bevat de volgende elementen:

(i) een verwijzing naar de Unie- of nationaalrechtelijke rechtsgrond voor het bevel;

(ii) een motivering waarin wordt uitgelegd waarom de informatie illegale inhoud vormt, onder verwijzing naar een of meerdere specifieke bepalingen van het Unierecht of het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationaal recht;

(iv) duidelijke informatie waarmee de aanbieder van tussenhandeldiensten de betrokken illegale inhoud kan identificeren en lokaliseren, zoals een of meerdere exacte URL’s en indien nodig bijkomende informatie;

(v) informatie over de verhaalmechanismen die ter beschikking staan van de aanbieder van tussenhandeldiensten en de afnemer van de dienst die de inhoud verstrekten;

(vi) in voorkomend geval vermelding van de autoriteit waaraan de informatie over het aan de bevelen gegeven gevolg moet worden verschaft;

(b) het territoriale toepassingsgebied van dat bevel, op basis van de toepasselijke regels van het Unierecht en het nationale recht, met inbegrip van het Handvest, en, waar relevant, de algemene beginselen van internationaal recht, is beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om de doelstelling ervan te verwezenlijken;

(c) dat bevel wordt uitgevaardigd in een van de door de aanbieder van de tussenhandeldiensten krachtens artikel 11, lid 3, aangegeven talen of in een andere, tussen de beveluitvaardigende autoriteit en die dienstaanbieder overeengekomen taal van de lidstaten, en wordt verstuurd naar het door die dienstaanbieder overeenkomstig artikel 11 aangewezen elektronische contactpunt; indien het bevel niet gesteld is in de door verlener van de tussenhandeldienst opgegeven taal noch in een andere onderling overeengekomen taal, kan het worden gesteld in de taal van de beveluitvaardigende autoriteit, op voorwaarde dat het bevel vergezeld gaat van een vertaling naar een dergelijke opgegeven of onderling overeengekomen taal van ten minste de onder a) en b) van dit lid genoemde elementen.

De beveluitvaardigende autoriteit of in voorkomend geval de daarin vermelde autoriteit zendt het bevel samen met de van de aanbieder van tussenhandeldiensten ontvangen informatie over het aan dat bevel gegeven gevolg, door aan de digitaledienstencoördinator van de lidstaat van de uitvaardigende autoriteit.

Na ontvangst van het bevel van de gerechtelijke of administratieve autoriteit stuurt de digitaledienstencoördinator van de betrokken onverwijld een kopie van de in lid 1 van dit artikel vermelde bevelen naar alle andere digitaledienstencoördinatoren via het overeenkomstig artikel 85 opgerichte systeem.

Uiterlijk op het tijdstip waarop gevolg is gegeven aan het bevel of in voorkomend geval op het door de uitvaardigende autoriteit in haar bevel bepaalde tijdstip stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de afnemer van de betrokken dienst in kennis van het ontvangen bevel en het daaraan gegeven gevolg. Dergelijke aan de afnemer van de dienst verstrekte informatie vermeldt overeenkomstig lid 2 een motivering en de bestaande verhaalmogelijkheden.

De in dit artikel vastgestelde voorwaarden en vereisten doen geen afbreuk aan het nationale burgerlijk recht en strafprocesrecht.

Open Article 9
Art 10 Bevelen om informatie te verstrekken IdentificatieTypen Bijzondere Categorieën van Persoonsgegevens

Bij ontvangst van een door de bevoegde nationale gerechtelijke of administratieve autoriteiten op basis van het toepasselijke Unierecht of in overeenstemming met het Unierecht zijnde nationale recht uitgegeven bevel om specifieke informatie te verstrekken over een of meerdere specifieke afnemers van de dienst, stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de beveluitvaardigende autoriteit of een andere in het bevel gepreciseerde autoriteit onverwijld in kennis van de ontvangst van het bevel en van het aan het bevel gegeven gevolg, en preciseren zij of, en zo ja wanneer, gevolg is gegeven aan het bevel.

De lidstaten zorgen ervoor dat een in lid 1 genoemde bevel dat wordt overgemaakt aan de aanbieder, ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

(a) dat bevel bevat de volgende elementen:

(i) een verwijzing naar de Unie- of nationaalrechtelijke rechtsgrond voor het bevel;

(ii) informatie ter identificatie van de uitvaardigende autoriteit;

(iv) een motivering waarin de doelstelling wordt uitgelegd waarvoor de informatie is vereist en waarom het vereiste om de informatie te verstrekken noodzakelijk en evenredig is om naleving door de afnemers van de tussenhandeldiensten van het toepasselijke Unierecht of het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationale recht vast te stellen, tenzij een dergelijke verklaring niet kan worden verstrekt om redenen die verband houden met de preventie, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten;

(v) informatie over verhaalmechanismen die ter beschikking staan van de aanbieder en de afnemer van de betrokken dienst;

(vi) in voorkomend geval informatie over de autoriteit die de informatie moet ontvangen over het aan de bevelen gegeven gevolg;

(b) dat bevel vereist alleen dat de dienstaanbieder informatie verstrekt die al is verzameld met als doel de dienst aan te bieden en waarover hij controle heeft;

(c) dat bevel wordt uitgevaardigd in een van de door de aanbieder van tussenhandeldiensten krachtens artikel 11, lid 3, aangegeven talen of in een andere, tussen door de beveluitvaardigende autoriteit en de dienstaanbieder overeengekomen taal van de lidstaten, en wordt verstuurd naar het door die dienstaanbieder aangewezen elektronische contactpunt, overeenkomstig artikel 11. Indien het bevel niet is opgesteld in de door de aanbieder van tussenhandeldiensten opgegeven taal noch in een andere onderling overeengekomen taal, kan het worden opgesteld in de taal van de beveluitvaardigende autoriteit, op voorwaarde dat het bevel vergezeld gaat van een vertaling naar een dergelijke opgegeven taal of onderling overeengekomen taal van ten minste de onder a) en b) van dit lid genoemde elementen.

De beveluitvaardigende autoriteit of in voorkomend geval de daarin vermelde autoriteit zendt het bevel samen met de van de aanbieder van tussenhandeldiensten ontvangen informatie over het aan dat bevel gegeven gevolg, door aan de digitaledienstencoördinator van de lidstaat van de uitvaardigende autoriteit.

Na ontvangst van het bevel van de gerechtelijke of administratieve autoriteit zendt de digitaledienstencoördinator van de betrokken lidstaat onverwijld een kopie van het in lid 1 van dit artikel bedoelde bevel naar alle digitaledienstencoördinatoren via het overeenkomstig artikel 85 opgerichte systeem.

Uiterlijk op het tijdstip waarop gevolg is gegeven aan het bevel of in voorkomend geval op het door de uitvaardigende autoriteit in haar bevel bepaalde tijdstip stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de afnemer van de betrokken dienst in kennis van het ontvangen bevel en het daaraan gegeven gevolg. Dergelijke aan de afnemer van de dienst verstrekte informatie vermeldt overeenkomstig lid 2 een motivering en de bestaande verhaalmogelijkheden.

De in dit artikel vastgestelde voorwaarden en vereisten doen geen afbreuk aan het nationale burgerlijk recht en strafprocesrecht.

Open Article 10
Art 11 Contactpunten voor de lidstatelijke autoriteiten, de Commissie en de digitaledienstenraad Contactpunten voor Commissie en Bureau onder de DSAVertegenwoordigers

Aanbieders van tussenhandeldiensten benoemen een centraal contactpunt om hen in staat te stellen om via elektronische weg rechtstreeks te communiceren met de lidstatelijke autoriteiten, de Commissie en de in artikel 61 vermelde digitaledienstenraad voor de toepassing van deze verordening.

Aanbieders van tussenhandeldiensten stellen de informatie ter beschikking die noodzakelijk is om hun centrale contactpunten gemakkelijk te identificeren en ermee te communiceren. Die informatie is gemakkelijk toegankelijk en wordt bijgewerkt.

Aanbieders van tussenhandeldiensten vermelden in de in lid 2 bedoelde informatie de officiële taal of talen van de instellingen van de lidstaten die, naast een taal die globaal wordt verstaan door een zo groot mogelijk aantal Unieburgers, kan of kunnen worden gebruikt om met hun contactpunten te communiceren, en die ten minste een van de officiële talen moet omvatten van de lidstaat waarin de aanbieder van tussenhandeldiensten zijn hoofdvestiging heeft of waar zijn wettelijke vertegenwoordiger verblijft of is gevestigd.

Open Article 11
Art 12 Contactpunten voor afnemers van de diensten Contactpunten voor Commissie en Bureau onder de DSA

Aanbieders van tussenhandeldiensten wijzen een centraal contactpunt om de afnemers van de dienst in staat te stellen rechtstreeks en snel langs elektronische weg en op een gebruikersvriendelijke manier met hen te communiceren onder meer door de afnemers van de dienst de mogelijkheid te bieden het communicatiemiddel - dat niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op geautomatiseerde hulpmiddelen - te kiezen.

Naast de in Richtlijn 2000/31/EG vervatte verplichtingen maken aanbieders van tussenhandeldiensten de informatie openbaar die afnemers van de dienst nodig hebben om hun centrale contactpunten gemakkelijk te identificeren en ermee te communiceren. Die informatie is gemakkelijk toegankelijk en wordt bijgewerkt.

Open Article 12
Art 13 Wettelijke vertegenwoordigers VertegenwoordigersTerritoriale werkingssfeer (AVG)Toezicht

Aanbieders van tussenhandeldiensten die geen vestiging in de Unie hebben maar die diensten in de Unie aanbieden, stellen schriftelijk een rechtspersoon of natuurlijke persoon aan die als hun wettelijke vertegenwoordiger optreedt in een van de lidstaten waar de aanbieder zijn diensten aanbiedt.

Aanbieders van tussenhandeldiensten geven hun wettelijke vertegenwoordiger de bevoegdheid om naast of in plaats van zulke aanbieders te worden geraadpleegd door de bevoegde lidstatelijke autoriteiten, de Commissie en de digitaledienstenraad over alle kwesties die noodzakelijk zijn voor de ontvangst, naleving en handhaving van besluiten die in verband met deze verordening zijn uitgegeven. Aanbieders van tussenhandeldiensten verlenen hun wettelijke vertegenwoordiger de nodige bevoegdheden en voldoende middelen om hun efficiënte en tijdige medewerking met de bevoegde lidstatelijke autoriteiten, de Commissie en de digitaledienstenraad te waarborgen en om zulke besluiten na te leven.

De aangewezen wettelijke vertegenwoordiger kan aansprakelijk worden gesteld voor niet-naleving van verplichtingen uit hoofde van deze verordening, onverminderd de aansprakelijkheid en rechtsvorderingen die tegen de aanbieder van tussenhandeldiensten kunnen worden ingesteld.

Aanbieders van tussenhandeldiensten delen de naam, het postadres, het e-mailadres en het telefoonnummer van hun wettelijke vertegenwoordiger mee aan de digitaledienstencoördinator in de lidstaat waar die wettelijke vertegenwoordiger verblijft of gevestigd is. Zij zorgen ervoor dat die informatie openbaar, gemakkelijk toegankelijk en nauwkeurig is en wordt bijgewerkt.

De aanwijzing van een wettelijke vertegenwoordiger binnen de Unie krachtens lid 1 vormt geen vestiging in de Unie.

Open Article 13
Art 14 Algemene voorwaarden Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAGeautomatiseerde besluitvormingMinderjarigen

In hun algemene voorwaarden nemen aanbieders van tussenhandeldiensten informatie op over eventuele beperkingen die zij aan het gebruik van hun dienst opleggen met betrekking tot door de afnemers van de dienst verstrekte informatie. Die informatie omvat gegevens over eventuele beleidsmaatregelen, procedures, maatregelen en instrumenten die worden ingezet voor inhoudsmoderatie, met inbegrip van algoritmische besluitvorming en menselijke controle, alsook de procedurevoorschriften van hun interne klachtenafhandelingssysteem. De informatie wordt in duidelijke, eenvoudige, begrijpelijke, gebruiksvriendelijke en ondubbelzinnige taal beschreven en is openbaar beschikbaar in een gemakkelijk toegankelijk en machineleesbaar formaat.

Aanbieders van tussenhandeldiensten stellen de afnemers van de dienst in kennis van belangrijke wijzigingen van de algemene voorwaarden.

Wanneer een tussenhandeldienst in de eerste plaats op minderjarigen is gericht of overwegend door hen wordt gebruikt, legt de aanbieder van die tussenhandeldienst de voorwaarden voor en beperkingen op het gebruik van de dienst uit op een manier die minderjarigen kunnen begrijpen.

Aanbieders van tussenhandeldiensten handelen op een zorgvuldige, objectieve en evenredige wijze bij de toepassing en handhaving van de in lid 1 vermelde beperkingen, met gepaste aandacht voor de rechten en legitieme belangen van alle betrokkenen, waaronder de grondrechten van de afnemers van de dienst, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid en de pluriformiteit van de media en andere fundamentele rechten en vrijheden zoals in het Handvest verankerd.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines verstrekken afnemers van diensten in duidelijke en ondubbelzinnige taal een beknopte en gemakkelijk toegankelijke en machineleesbare samenvatting van de algemene voorwaarden, met inbegrip van de beschikbare remedies en verhaalmechanismen.

Zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines in de zin van artikel 33 publiceren hun algemene voorwaarden in alle officiële talen van de lidstaten waar zij hun diensten aanbieden.

Open Article 14
Art 15 Transparantierapportageverplichtingen voor aanbieders van tussenhandeldiensten Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAHostingdiensten onder de DSAReikwijdte van de DSA en Dekking van Digitale Diensten

Minstens één keer per jaar maken aanbieders van tussenhandeldiensten duidelijke, gemakkelijk te begrijpen rapporten over eventuele inhoudsmoderatie die zij tijdens de betrokken periode hebben uitgevoerd in een machineleesbaar formaat en op eenvoudig toegankelijke wijze openbaar. Die rapporten bevatten met name informatie over het volgende, waar van toepassing:

(a) voor aanbieders van tussenhandeldiensten, het aantal bevelen dat zij van lidstatelijke autoriteiten hebben gekregen, waaronder overeenkomstig de artikelen 9 en 10 uitgevaardigde bevelen, ingedeeld naar het betrokken type illegale inhoud, de beveluitvaardigende lidstaat, en de mediane tijd die nodig is om de beveluitvaardigende autoriteit of een andere in het bevel vermelde autoriteit in kennis te stellen van de ontvangst ervan, en om gevolg te geven aan het bevel;

(b) voor aanbieders van hostingdiensten, het aantal overeenkomstig artikel 16 gedane meldingen, ingedeeld naar het betrokken type vermeende illegale inhoud, het aantal door betrouwbare flaggers gedane meldingen, de op basis van de meldingen ondernomen actie waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen actie die is ondernomen op basis van de wet dan wel op basis van de algemene voorwaarden van de aanbieder, het aantal meldingen dat met gebruikmaking van geautomatiseerde hulpmiddelen is verwerkt, en de mediane tijd die nodig is om de actie te ondernemen;

(c) voor aanbieders van tussenhandeldiensten, zinvolle en begrijpelijke informatie over de inhoudsmoderatie die is uitgevoerd op eigen initiatief van de aanbieders, met inbegrip van het gebruik van geautomatiseerde hulpmiddelen, de maatregelen genomen om opleiding en bijstand te verstrekken aan personen die belast zijn met inhoudsmoderatie, het aantal en het type genomen maatregelen die van invloed zijn op de beschikbaarheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid van door de afnemers van de dienst verstrekte informatie en de mogelijkheid van de afnemers om informatie te verstrekken via de dienst, en andere gerelateerde beperkingen van de dienst; de gerapporteerde informatie wordt ingedeeld naar het type illegale inhoud of schending van de algemene voorwaarden van de dienstaanbieder, naar de detectiemethode, en naar het type toegepaste beperking;

(d) voor aanbieders van tussenhandeldiensten, het aantal klachten dat is ontvangen via de interne klachtenafhandelingssystemen overeenkomstig de algemene voorwaarden van de aanbieder en daarnaast, voor aanbieders van onlineplatforms, overeenkomstig artikel 20, de basis voor die klachten, met betrekking tot die klachten genomen besluiten, de mediane tijd die nodig is om die besluiten te nemen en het aantal gevallen waarin die besluiten werden teruggedraaid;

(e) elk gebruik dat is gemaakt van geautomatiseerde middelen voor inhoudsmoderatie, met inbegrip van een kwalitatieve beschrijving, een specificatie van de precieze doeleinden, indicatoren van de nauwkeurigheid en het mogelijke foutenpercentage van de geautomatiseerde middelen bij het verwezenlijken van die doeleinden en de toegepaste vrijwaringsmaatregelen.

Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op aanbieders van tussenhandeldiensten die micro- of kleine ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG en die geen zeer grote onlineplatforms zijn in de zin van artikel 33 van deze verordening.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen voor de opstelling van modellen voor het formulier, de inhoud en andere gegevens van de rapporten krachtens lid 1 van dit artikel, met inbegrip van geharmoniseerde rapportagetermijnen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 88 bedoelde raadplegingsprocedure.

Open Article 15
Art 16 Kennisgevings- en actiemechanismen Hostingdiensten onder de DSAReikwijdte van de DSA en Dekking van Digitale DienstenTypen Bijzondere Categorieën van Persoonsgegevens

Aanbieders van hostingdiensten voorzien in mechanismen om personen of entiteiten de mogelijkheid te bieden hen in kennis te stellen van de aanwezigheid op hun dienst van specifieke informatie die de persoon of entiteit als illegale inhoud beschouwt. Die mechanismen moeten gemakkelijk toegankelijk en gebruikersvriendelijk zijn en moeten het mogelijk maken om meldingen uitsluitend met elektronische middelen te doen.

De in lid 1 bedoelde mechanismen vergemakkelijken de indiening van voldoende nauwkeurige en naar behoren gemotiveerde meldingen. Hiertoe nemen de aanbieders van hostingdiensten de nodige maatregelen om de indiening mogelijk te maken en te vergemakkelijken van meldingen die elk van de volgende elementen bevatten:

(a) een voldoende gemotiveerde verklaring van de redenen waarom de persoon of entiteit aanvoert dat de betrokken informatie illegale inhoud is;

(b) een duidelijke vermelding van de exacte elektronische locatie van die informatie, zoals de exacte URL of URL’s, en, waar nodig, bijkomende informatie waarmee de illegale inhoud, afgestemd op het type inhoud en het specifieke type hostingdienst, kan worden vastgesteld;

(c) de naam en een e-mailadres van de persoon of entiteit die de melding doet, behalve bij informatie waarvan wordt geacht dat zij een van de in de artikelen 3 tot en met 7 van Richtlijn 2011/93/EU beschreven strafbare feiten omvat;

(d) een verklaring van de overtuiging te goeder trouw van de persoon of entiteit die de melding doet dat de daarin vervatte informatie en beweringen nauwkeurig en volledig zijn.

In dit artikel bedoelde meldingen worden verondersteld aanleiding te geven tot werkelijke kennis of bekendheid van die betrokken specifieke informatie voor de toepassing van artikel 6, indien zij een zorgvuldige aanbieder van hostingdiensten in staat stellen het illegale karakter van de betrokken activiteit of informatie vast te stellen zonder een uitvoerig juridisch onderzoek.

Wanneer de melding de elektronische contactinformatie bevat van de persoon of entiteit die het heeft ingediend, stuurt de aanbieder van hostingdiensten die persoon of entiteit onverwijld een ontvangstbevestiging van de melding.

De dienstaanbieder brengt die persoon of entiteit ook onverwijld op de hoogte van zijn besluit met betrekking tot de informatie waarop de melding betrekking heeft, en verstrekt daarbij informatie over de verhaalmogelijkheden in verband met dat besluit.

Aanbieders van hostingdiensten verwerken alle meldingen die zij via de in lid 1 vermelde mechanismen ontvangen en nemen hun besluiten over de informatie waarop de melding betrekking heeft op een tijdige, zorgvuldige, niet-willekeurige en objectieve wijze. Wanneer zij voor die verwerking of besluitvorming geautomatiseerde middelen gebruiken, geven zij in de in lid 5 vermelde kennisgeving informatie over dat gebruik.

Open Article 16
Art 17 Motivering Hostingdiensten onder de DSAReikwijdte van de DSA en Dekking van Digitale DienstenVereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSA

Aanbieders van hostingdiensten geven alle betrokken afnemers van de dienst een duidelijke en specifieke motivering voor elk van de volgende opgelegde beperkingen die worden opgelegd op grond dat de door de afnemer van de dienst verstrekte informatie illegale inhoud bevat of onverenigbaar is met hun algemene voorwaarden:

(a) beperkingen van de zichtbaarheid van specifieke door de afnemer van de dienst verstrekte informatie, waaronder verwijdering van inhoud, blokkering van de toegang tot inhoud of afwaardering daarvan;

(b) schorsing, beëindiging of andere beperkingen van geldelijke betalingen;

(c) gehele of gedeeltelijke schorsing of beëindiging van de aanbieding van de dienst;

(d) schorsing of beëindiging van de accounts van de afnemer van de dienst.

Lid 1 is enkel van toepassing wanneer de aanbieder over de relevante elektronische contactgegevens beschikt. Het lid is ten laatste van toepassing met ingang van de datum waarop de beperking wordt opgelegd, ongeacht waarom of hoe die is opgelegd.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de informatie misleidende grootschalige commerciële inhoud uitmaakt.

De in lid 1 bedoelde motivering bevat ten minste de volgende informatie:

(a) informatie over de vraag of het besluit leidt tot de verwijdering van, de uitschakeling van toegang tot, de afwaardering van of de beperking van de zichtbaarheid van de informatie, of de schorsing of beëindiging van geldelijke betalingen met betrekking tot die informatie, of andere maatregelen als bedoeld in lid 1 met betrekking tot die informatie oplegt, en in voorkomend geval, het territoriale toepassingsgebied van het besluit en de duur ervan;

(b) de feiten en omstandigheden die in aanmerking zijn genomen bij het nemen van het besluit, onder meer – indien relevant – informatie over de vraag of het besluit is genomen krachtens een overeenkomstig artikel 16 gedane melding of dat het gebaseerd is op een vrijwillig onderzoek op eigen initiatief en, indien strikt noodzakelijk, de identiteit van de melder;

(c) waar van toepassing, informatie over het gebruik van geautomatiseerde middelen bij het nemen van het besluit, waaronder informatie over de vraag of het besluit is genomen met betrekking tot inhoud die op geautomatiseerde wijze is opgespoord of geïdentificeerd;

(d) wanneer het besluit betrekking heeft op vermeend illegale inhoud, een verwijzing naar de rechtsgrond waarop men zich baseert en verklaringen waarom de informatie om die reden als illegale inhoud wordt beschouwd;

(e) wanneer het besluit gebaseerd is op de vermeende onverenigbaarheid van de informatie met de algemene voorwaarden van de aanbieder van hostingdiensten, een verwijzing naar de aangevoerde contractuele grondslag en verklaringen waarom de informatie wordt beschouwd als onverenigbaar met die grondslag;

(f) duidelijke en gebruiksvriendelijke informatie over de verhaalmogelijkheden waarover de afnemer van de dienst met betrekking tot het besluit beschikt, met name, in voorkomend geval, via interne klachtenafhandelingsmechanismen, buitengerechtelijke geschillenbeslechting en beroep in rechte.

De door de aanbieders van hostingdiensten overeenkomstig dit artikel verstrekte informatie is duidelijk en gemakkelijk te begrijpen en zo nauwkeurig en specifiek als redelijk gezien mogelijk is in de gegeven omstandigheden. De informatie is met name zodanig dat de afnemer van de betrokken dienst redelijkerwijs in staat is om de in lid 3, punt f), genoemde verhaalmogelijkheden daadwerkelijk uit te oefenen.

Dit artikel geldt niet voor bevelen als bedoeld in artikel 9.

Open Article 17
Art 18 Kennisgeving van vermoedens van strafbare feiten Hostingdiensten onder de DSAReikwijdte van de DSA en Dekking van Digitale DienstenVertegenwoordigers

Een aanbieder van hostingdiensten die kennis krijgt van informatie die aanleiding geeft tot een vermoeden dat een strafbaar feit is, wordt of waarschijnlijk zal worden gepleegd waarbij het leven of de veiligheid van een persoon of personen wordt bedreigd, brengt de rechtshandhavings- of gerechtelijke autoriteiten van de betrokken lidstaat of lidstaten onverwijld op de hoogte van zijn vermoeden en verstrekt alle beschikbare relevante informatie.

Wanneer de aanbieder van hostingdiensten de betrokken lidstaat niet met redelijke zekerheid kan identificeren, brengt hij de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaat waar hij is gevestigd of waar zijn wettelijke vertegenwoordiger verblijft of is gevestigd op de hoogte of informeert hij Europol, of doet hij beide.

Voor de toepassing van dit artikel is de betrokken lidstaat de lidstaat waarvan wordt vermoed dat het strafbaar feit daar is begaan, wordt begaan of waarschijnlijk zal worden begaan, of de lidstaat waar de vermoedelijke dader verblijft of zich bevindt, of de lidstaat waar het slachtoffer van het vermoedelijk strafbaar feit verblijft of zich bevindt.

Open Article 18
Art 19 Uitsluiting van micro- en kleine ondernemingen

Met uitzondering van artikel 24, lid 3, geldt deze afdeling niet voor aanbieders van onlineplatforms die kunnen worden aangemerkt als micro- of kleine ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG.

Met uitzondering van artikel 24, lid 3, geldt deze afdeling niet voor aanbieders van onlineplatforms die voorheen konden worden aangemerkt als micro- of kleine onderneming zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG gedurende de twaalf maanden na hun verlies van die hoedanigheid krachtens artikel 4, lid 2, van die aanbeveling, tenzij zij zeer grote onlineplatforms zijn overeenkomstig artikel 33.

In afwijking van lid 1 van dit artikel geldt deze afdeling voor aanbieders van onlineplatforms die overeenkomstig artikel 33 als zeer grote onlineplatforms zijn aangewezen, ongeacht of zij kunnen worden aangemerkt als micro- of als kleine onderneming.

Open Article 19
Art 20 Intern klachtenafhandelingssysteem Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSABuitengerechtelijke Geschillenbeslechting onder de DSA

Aanbieders van onlineplatforms verstrekken afnemers van de dienst, onder wie personen of entiteiten die een melding hebben gedaan, gedurende een periode van ten minste zes maanden na het in dit lid genoemde besluit, toegang tot een doeltreffend intern klachtenafhandelingssysteem waarmee elektronisch en gratis klachten kunnen worden ingediend tegen het besluit van de aanbieder van het onlineplatform na de ontvangst van een melding of tegen de volgende besluiten die de aanbieder van het onlineplatform heeft genomen op grond dat de door de afnemers verstrekte informatie illegale inhoud vormt of onverenigbaar is met zijn algemene voorwaarden:

(a) besluiten om de toegang tot de informatie al dan niet te verwijderen of te blokkeren, dan wel om de zichtbaarheid van de informatie te beperken;

(b) besluiten om de aanbieding van de dienst aan de afnemers al dan niet geheel of gedeeltelijk te schorsen of te beëindigen;

(c) besluiten om de account van de afnemers al dan niet te schorsen of te beëindigen;

(d) besluiten om het vermogen om door de afnemers verstrekte informatie te gelde te maken al dan niet te schorsen, te beëindigen of anderszins te beperken.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde termijn van ten minste zes maanden begint op de dag waarop de afnemer van de dienst overeenkomstig artikel 16, lid 5, of artikel 17 van het besluit in kennis is gesteld.

Aanbieders van onlineplatforms zorgen ervoor dat hun intern klachtenafhandelingssysteem gemakkelijk toegankelijk en gebruikersvriendelijk is en de indiening van voldoende nauwkeurige en naar behoren gemotiveerde klachten mogelijk maakt en vergemakkelijkt.

Aanbieders van onlineplatforms behandelen klachten die via hun intern klachtenafhandelingssysteem zijn ingediend op tijdige, niet-discriminerende, zorgvuldige en niet-willekeurige wijze. Wanneer een klacht de aanbieder van het onlineplatform voldoende redenen geeft om te oordelen dat zijn besluit om geen gevolg te geven aan de melding ongegrond is of dat de informatie waarop de klacht betrekking heeft, niet illegaal is en niet onverenigbaar met zijn algemene voorwaarden, of informatie bevat die erop wijst dat het gedrag van de klager de genomen maatregel niet rechtvaardigt, maakt hij zijn in lid 1 genoemde besluit onverwijld ongedaan.

Aanbieders van onlineplatforms stellen klagers onverwijld in kennis van hun gemotiveerde besluit over de informatie waarop de klacht betrekking heeft en over de in artikel 21 vastgestelde mogelijkheid voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting en andere beschikbare verhaalmogelijkheden.

Aanbieders van onlineplatforms zorgen ervoor dat de in lid 5 bedoelde besluiten onder toezicht van naar behoren gekwalificeerd personeel en niet louter op basis van geautomatiseerde middelen worden genomen.

Open Article 20
Art 21 Buitengerechtelijke geschillenbeslechting Buitengerechtelijke Geschillenbeslechting onder de DSAVereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAToezicht

De afnemers van de dienst waaraan de in artikel 20, lid 1, bedoelde besluiten gericht zijn, met inbegrip van personen of entiteiten die meldingen hebben gedaan, mogen eender welk overeenkomstig lid 3 van dit artikel gecertificeerd buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan kiezen om geschillen met betrekking tot deze besluiten op te lossen, waaronder klachten die niet konden worden opgelost via het in dat artikel bedoelde interne klachtenafhandelingssysteem.

Aanbieders van onlineplatforms zorgen ervoor dat de informatie over de in de eerste alinea genoemde mogelijkheid voor afnemers van de dienst om toegang te hebben tot een buitengerechtelijke geschillenbeslechting op een duidelijke en gebruikersvriendelijke manier gemakkelijk toegankelijk is op hun online-interface.

De eerste alinea doet geen afbreuk aan het recht van de betrokken afnemer van de dienst om in eender welke fase een procedure in te leiden om die door de aanbieders van onlineplatforms genomen besluiten overeenkomstig het toepasselijke recht voor een rechterlijke instantie te betwisten.

Beide partijen werken te goeder trouw samen met het gekozen gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan om het geschil op te lossen.

Aanbieders van onlineplatforms kunnen weigeren mee te werken met een dergelijk buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan indien er reeds een geschil is beslecht met betrekking tot dezelfde informatie en dezelfde gronden voor vermeende illegaliteit of onverenigbaarheid van inhoud.

Het gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan is niet bevoegd om de partijen een bindende geschillenbeslechting op te leggen.

De digitaledienstencoördinator van de lidstaat waar het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan is gevestigd certificeert dit orgaan op diens verzoek voor een verlengbare periode van maximaal vijf jaar wanneer het orgaan heeft aangetoond dat het aan elk van de volgende voorwaarden voldoet:

(a) het is onpartijdig en onafhankelijk, alsook financieel onafhankelijk, van aanbieders van onlineplatforms en van de afnemers van de door de aanbieders van onlineplatforms aangeboden dienst, met inbegrip van personen of entiteiten die meldingen hebben gedaan;

(b) het beschikt over de nodige expertise met betrekking tot de problemen die zich in een of meer specifieke gebieden van illegale inhoud voordoen, of met betrekking tot de toepassing en handhaving van algemene voorwaarden van een of meerdere types onlineplatforms, die het orgaan in staat stelt daadwerkelijk bij te dragen tot de beslechting van een geschil;

(c) de leden van het orgaan ontvangen een vergoeding die losstaat van de uitkomst van de procedure;

(d) de door het orgaan aangeboden buitengerechtelijke geschillenbeslechting is gemakkelijk toegankelijk via elektronische communicatietechnologie en biedt de mogelijkheid om een geschillenbeslechtingsprocedure online in te leiden en de vereiste bewijsstukken online in te dienen;

(e) het orgaan kan geschillen op een snelle, efficiënte en kosteneffectieve wijze en in ten minste een van de officiële talen van de instellingen van de Unie beslechten;

(f) de door het orgaan aangeboden buitengerechtelijke geschillenbeslechting verloopt volgens duidelijke en eerlijke procedureregels die gemakkelijk en openbaar toegankelijk zijn en die stroken met het toepasselijke recht, waaronder dit artikel.

(a) de specifieke kwesties waarop de expertise van het orgaan betrekking heeft, zoals bedoeld in punt b) van de eerste alinea; en

(b) de officiële taal of talen van de instellingen van de Unie waarin het orgaangeschillen kan beslechten, zoals bedoeld in punt e) van de eerste alinea.

De digitaledienstencoördinator specificeert, waar van toepassing, in het certificaat:

Gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen brengen jaarlijks verslag uit aan de digitaledienstencoördinator die hen heeft gecertificeerd over hun werking, met vermelding van ten minste het aantal geschillen dat zij hebben ontvangen, de informatie over de uitkomst van die geschillen, de gemiddelde tijd die nodig was om ze op te lossen en geconstateerde tekortkomingen of moeilijkheden. Op verzoek van die digitaledienstencoördinator verstrekken zij aanvullende informatie.

(a) het aantal geschillen vermeld dat elk gecertificeerd buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan jaarlijks heeft ontvangen;

(b) de uitkomsten van de procedures aangegeven die bij die organen zijn ingeleid en de gemiddelde tijd die nodig was om de geschillen op te lossen;

(c) eventuele systematische of sectorale tekortkomingen of moeilijkheden in verband met de werking van die organen vastgesteld en toegelicht;

(d) beste praktijken met betrekking tot die werking in kaart gebracht;

(e) in voorkomend geval aanbevelingen gedaan over de wijze waarop die werking kan worden verbeterd.

Digitaledienstencoördinatoren stellen om de twee jaar een verslag op over de werking van de door hen gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen. In dat verslag worden met name:

Gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen maken hun beslissingen binnen een redelijke termijn en uiterlijk 90 kalenderdagen na ontvangst van de klacht bekend aan de partijen. In het geval van zeer complexe geschillen kan het gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan naar eigen goeddunken de termijn van 90 kalenderdagen verlengen voor een extra periode van ten hoogste 90 dagen, wat resulteert in een maximale totale duur van 180 dagen.

Indien het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan het geschil in het voordeel van de afnemer van de dienst beslecht, met inbegrip van de persoon of entiteit die een melding heeft gedaan, draagt de aanbieder van het onlineplatform alle door het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan aangerekende kosten en betaalt hij die afnemer, met inbegrip van de genoemde persoon of entiteit, alle overige redelijke kosten terug die deze in verband met de geschillenbeslechting gemaakt heeft. Indien het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan het geschil in het voordeel van de aanbieder van het onlineplatform beslecht, hoeft de afnemer van de dienst, met inbegrip van de persoon of entiteit, geen vergoedingen of andere door de aanbieder van het onlineplatform in verband met de geschillenbeslechting gemaakte of nog te maken kosten terug te betalen, tenzij het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan van oordeel is dat die afnemer duidelijk te kwader trouw heeft gehandeld.

De vergoedingen die het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan aanrekent aan de aanbieders van onlineplatforms zijn redelijk en overschrijden in geen geval de kosten die het orgaan heeft gemaakt. Voor afnemers van de geschillenbeslechtingsdienst is de geschillenbeslechting gratis of tegen een nominale vergoeding beschikbaar.

Gecertificeerde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen delen de vergoedingen, of de voor bepaling hiervan gebruikte mechanismen, mee aan de afnemer van de dienst, met inbegrip van de personen en entiteiten die een melding hebben gedaan, en aan de aanbieder van het onlineplatform alvorens de geschillenbeslechting aan te vangen.

De lidstaten kunnen buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen oprichten voor de toepassing van lid 1 of de activiteiten ondersteunen van een aantal of alle buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen die zij overeenkomstig lid 3 hebben gecertificeerd.

De lidstaten zorgen ervoor dat alle activiteiten die zij uit hoofde van de eerste alinea uitvoeren, geen afbreuk doen aan de mogelijkheid van hun digitaledienstencoördinator om de betrokken organen overeenkomstig lid 3 te certificeren.

Een digitaledienstencoördinator die een buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan heeft gecertificeerd, trekt die certificatie in als hij, na een onderzoek op eigen initiatief dan wel op basis van door derden verstrekte informatie bepaalt dat het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan niet langer voldoet aan de in lid 3 uiteengezette voorwaarden. Alvorens hij de certificatie intrekt, biedt de digitaledienstencoördinator dat orgaan de kans om te reageren op de bevindingen van zijn onderzoek en op zijn intentie om de certificatie van het buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorgaan in te trekken.

Digitaledienstencoördinatoren stellen de Commissie in kennis van de buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen die zij overeenkomstig lid 3 hebben gecertificeerd, met inbegrip van de eventuele in de tweede alinea van dat lid bedoelde specificaties, alsook de buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen waarvan zij de certificatie hebben ingetrokken. De Commissie publiceert en actualiseert een lijst van die organen en specificaties op een afzonderlijke, gemakkelijk toegankelijke website.

Dit artikel doet geen afbreuk aan Richtlijn 2013/11/EU en aan uit hoofde van die richtlijn ingestelde alternatievegeschillenbeslechtingsprocedures en -organen voor consumenten.

Open Article 21
Art 22 Betrouwbare flaggers Hostingdiensten onder de DSAReikwijdte van de DSA en Dekking van Digitale DienstenBeveiliging

Aanbieders van onlineplatforms nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om te verzekeren dat meldingen die zijn gedaan door betrouwbare flaggers die binnen hun aangewezen expertiseterrein werken via de in artikel 16 genoemde mechanismen prioritair en onverwijld worden verwerkt en afgehandeld.

Op verzoek van een entiteit wordt de status van “betrouwbare flagger” uit hoofde van deze verordening toegekend door de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waarin de aanvrager is gevestigd, aan een aanvrager die heeft aangetoond dat hij aan elk van de volgende voorwaarden voldoet:

(a) hij heeft specifieke expertise en bevoegdheid voor het opsporen, identificeren en melden van illegale inhoud;

(b) hij is onafhankelijk van enige aanbieder van onlineplatforms;

(c) hij voert zijn activiteiten uit met als doel meldingen zorgvuldig, nauwkeurig en objectief te doen.

Betrouwbare flaggers publiceren ten minste een keer per jaar een eenvoudig te begrijpen en uitvoerig rapport over de meldingen die gedurende de relevante periode overeenkomstig artikel 16 zijn gedaan. Het rapport vermeldt ten minste het aantal meldingen, ingedeeld naar:

(a) de identiteit van de aanbieder van hostingdiensten;

(b) het type vermeend illegale inhoud die werd gemeld;

(c) de door de aanbieder ondernomen actie.

Die rapporten omvatten een toelichting op de procedures die zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat de betrouwbare flagger zijn onafhankelijkheid behoudt.

Betrouwbare flaggers zenden die rapporten naar de toekennende digitaledienstencoördinator en maken die openbaar. De informatie in die rapporten bevat geen persoonsgegevens.

Digitaledienstencoördinatoren delen aan de Commissie en de digitaledienstenraad de namen, adressen en e-mailadressen mee van de entiteiten waaraan zij de status van betrouwbare flagger overeenkomstig lid 2 hebben toegekend of waarvan zij de status overeenkomstig lid 6 hebben geschorst of overeenkomstig lid 7 hebben ingetrokken.

De Commissie publiceert de in lid 4 bedoelde informatie in een openbaar toegankelijke databank in een gemakkelijk toegankelijk en machineleesbaar formaat en werkt de databank bij.

Wanneer een aanbieder van onlineplatforms over informatie beschikt die erop wijst dat een betrouwbare flagger via de in artikel 16 bedoelde mechanismen een aanzienlijk aantal onvoldoende nauwkeurige, onjuiste of niet voldoende gemotiveerde meldingen heeft gedaan, waaronder informatie die is verzameld in verband met de verwerking van klachten via het in artikel 20, lid 4, bedoelde intern klachtenafhandelingssysteem, deelt het deze informatie mee aan de digitaledienstencoördinator die de status van betrouwbare flagger aan de betrokken entiteit heeft toegekend en verstrekt het hierbij de nodige verklaringen en bewijsstukken. Na ontvangst van de informatie van de aanbieder van onlineplatforms en indien de digitaledienstencoördinator van oordeel is dat er legitieme redenen zijn om een onderzoek in te stellen, wordt de status van betrouwbare flagger geschorst voor de duur van het onderzoek. Dat onderzoek wordt onverwijld uitgevoerd.

De digitaledienstencoördinator die de status van betrouwbare flagger heeft toegekend aan een entiteit trekt die status in als hij na een onderzoek op eigen initiatief dan wel op basis van van derden verkregen informatie, met inbegrip van de informatie die krachtens lid 6 door een aanbieder van onlineplatforms is verstrekt, bepaalt dat de entiteit niet langer voldoet aan de in lid 2 vermelde voorwaarden. Alvorens hij die status intrekt, biedt de digitaledienstencoördinator de entiteit de gelegenheid om te reageren op de bevindingen van zijn onderzoek en op zijn voornemen om de status van betrouwbare flagger van de entiteit in te trekken.

Na raadpleging van de digitaledienstenraad staat de Commissie zo nodig aanbieders van onlineplatforms en digitaledienstencoördinatoren bij bij de toepassing van de leden 2, 6 en 7.

Open Article 22
Art 23 Maatregelen en bescherming tegen misbruik Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSA

Aanbieders van onlineplatforms schorsen voor een redelijke periode en na een voorafgaande waarschuwing de aanbieding van hun diensten aan afnemers van de dienst die frequent kennelijk illegale inhoud verstrekken.

Aanbieders van onlineplatforms schorsen voor een redelijke periode en na een voorafgaande waarschuwing de verwerking van meldingen en klachten die via de in de artikelen 16 en 20 bedoelde meldings- en actiemechanismen en interne klachtenafhandelingssystemen zijn ingediend door personen of entiteiten of door klagers die regelmatig meldingen doen of klachten indienen die kennelijk ongegrond zijn.

Wanneer zij schorsing overwegen, beoordelen aanbieders van onlineplatforms per geval en tijdig, zorgvuldig en objectief of de afnemer van de dienst - ongeacht of gaat het om een persoon, entiteit of klager - zich schuldig maakt aan het in de leden 1 en 2 vermelde misbruik, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden die blijken uit de voor de aanbieder van onlineplatforms beschikbare informatie. Die omstandigheden omvatten ten minste het volgende:

(a) de absolute aantallen kennelijk illegale inhoud of kennelijk ongegronde meldingen of klachten die in een gegeven tijdsspanne zijn ingediend;

(b) het relatieve aandeel hiervan in verhouding tot de totale hoeveelheid in een gegeven tijdsspanne verstrekte informatie of gedane meldingen;

(c) de ernst van het misbruik, met inbegrip van de aard van de illegale inhoud, en van de gevolgen daarvan;

(d) indien dat kan worden vastgesteld, het voornemen van de afnemer van de dienst, ongeacht of gaat het om een persoon, entiteit of klager.

In hun algemene voorwaarden vermelden aanbieders van onlineplatforms op een duidelijke en gedetailleerde wijze hun beleid bij misbruik zoals bedoeld in de leden 1 en 2 en geven voorbeelden van de feiten en omstandigheden waarmee zij rekening houden bij de beoordeling of bepaald gedrag misbruik vormt alsook de duur van de schorsing.

Open Article 23
Art 24 Transparantierapportageverplichtingen voor aanbieders van onlineplatforms PersoonsgegevensTransparantierappageverplichtingen van Intermediairs onder de DSA

Naast de in artikel 15 bedoelde informatie vermelden aanbieders van onlineplatforms in de in dat artikel bedoelde rapporten informatie over het volgende:

(a) het aantal geschillen dat is voorgelegd aan de in artikel 21 bedoelde buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen, het resultaat van de geschillenbeslechting en de mediane tijd die nodig was voor de geschillenbeslechtingsprocedures, alsook het percentage geschillen waarbij het de aanbieder van het onlineplatform de besluiten van het orgaan heeft uitgevoerd;

(b) het aantal schorsingen dat krachtens artikel 23 is opgelegd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen schorsingen die zijn opgelegd voor de verstrekking van kennelijk illegale inhoud, het doen van kennelijk ongegronde meldingen en de indiening van kennelijk ongegronde klachten.

Uiterlijk op 17 februari 2023 en vervolgens ten minste elke zes maanden maken aanbieders in een openbaar beschikbaar gedeelte van hun online-interface voor elk onlineplatform of elke onlinezoekmachine informatie bekend over het gemiddelde aantal actieve afnemers van de dienst in de Unie, berekend als een gemiddelde over de periode van de voorbije zes maanden overeenkomstig de methodologie die is vastgelegd in de in artikel 33, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen, indien die gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld.

Aanbieders van onlineplatforms of van onlinezoekmachines delen de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de Commissie op hun verzoek onverwijld de in lid 2 bedoelde en tot het ogenblik van een dergelijk verzoek bijgewerkte informatie mee. Die digitaledienstencoördinator of de Commissie kan de aanbieder van het onlineplatform of van onlinezoekmachines verzoeken bijkomende informatie te verstrekken over de in dat lid bedoelde berekening, met inbegrip van verklaringen en onderbouwing met betrekking tot de gebruikte gegevens. Deze informatie bevat geen persoonsgegevens.

Wanneer de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging op basis van de krachtens de leden 2 en 3 van dit artikel ontvangen informatie redenen heeft om aan te nemen dat een aanbieder van onlineplatforms of van onlinezoekmachines voldoet aan de in artikel 33, lid 1, vastgestelde drempel van gemiddelde maandelijkse actieve afnemers van de dienst in de Unie, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

Aanbieders van onlineplatforms dienen onverwijld bij de Commissie de in artikel 17, lid 1, bedoelde besluiten en motiveringen in voor de opname in een door de Commissie beheerde openbaar toegankelijke, machineleesbare databank. Aanbieders van onlineplatforms zorgen ervoor dat de ingediende informatie geen persoonsgegevens bevat.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen voor de opstelling van modellen voor het formulier, de inhoud en andere specifieke gegevens van rapporten krachtens lid 1 van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 88 bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Open Article 24
Art 25 Vormgeving en organisatie van online-interfaces

Aanbieders van onlineplatforms ontwerpen, organiseren of beheren hun online-interfaces niet zodanig dat zij de afnemers van hun dienst misleiden of manipuleren of hun vermogen om vrije en geïnformeerde beslissingen te nemen, anderszins wezenlijk verstoren of ondermijnen.

Het in lid 1 bedoelde verbod is niet van toepassing op praktijken die onder Richtlijn 2005/29/EG of Verordening (EU) 2016/679 vallen.

De Commissie kan richtsnoeren verstrekken over hoe lid 1 op specifieke praktijken van toepassing is, met name:

(a) meer nadruk leggen op bepaalde keuzes wanneer de afnemers van de dienst om een besluit wordt verzocht;

(b) de afnemer van de dienst herhaaldelijk vragen een keuze te maken indien die keuze al is gemaakt, met name door middel van pop-ups die de gebruikerservaring hinderen;

(c) de procedure voor het beëindigen van een dienst moeilijker maken dan die om zich ervoor in te schrijven.

Open Article 25
Art 26 Reclame op onlineplatforms Reclame- en Advertentiepraktijken onder de DSAMarketingGeautomatiseerde besluitvorming

Aanbieders van onlineplatforms die op hun online-interfaces reclame tonen, zorgen ervoor dat de afnemers van de dienst voor elke specifieke reclame die aan elke individuele afnemer wordt getoond, op een duidelijke, beknopte en ondubbelzinnige wijze en in real time het volgende kunnen vaststellen:

(a) dat de informatie reclame is, onder meer door opvallende markeringen, die standaarden kunnen volgen krachtens artikel 44;

(b) de natuurlijke of rechtspersoon namens wie de reclame wordt getoond;

(c) de natuurlijke of rechtspersoon die de reclame heeft betaald indien die persoon verschilt van de in punt b) bedoelde natuurlijke of rechtspersoon;

(d) vanaf de reclame rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijke nuttige informatie over de belangrijkste parameters die worden gebruikt om te bepalen aan welke afnemer de reclame wordt getoond en in voorkomend geval over de wijze waarop die parameters kunnen worden veranderd.

Aanbieders van onlineplatforms bieden de afnemers van de dienst een functionaliteit waarmee zij verklaren of de inhoud die zij aanbieden commerciële communicatie bevat.

Ingeval de afnemer van de dienst krachtens dit lid een verklaring indient, zorgt de aanbieder van de onlineplatforms ervoor dat andere afnemers van de dienst op duidelijke en ondubbelzinnige wijze en in real time, onder meer met behulp van opvallende markeringen, die standaarden kunnen volgen krachtens artikel 44, kunnen vaststellen dat de door de afnemer van de dienst verstrekte inhoud commerciële communicatie is of bevat zoals omschreven in die verklaring.

Aanbieders van onlineplatforms tonen geen reclame aan afnemers van de diensten op basis van profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4), van Verordening (EU) 2016/679 met gebruikmaking van bijzondere categorieën persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

Open Article 26
Art 27 Transparantie van aanbevelingssystemen Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSATransparantie

Aanbieders van onlineplatforms die gebruikmaken van aanbevelingssystemen, vermelden in hun algemene voorwaarden in duidelijke en begrijpelijke taal de belangrijkste parameters die in hun aanbevelingssystemen worden gebruikt, alsook eventuele opties voor de afnemers van de dienst om deze belangrijkste parameters te wijzigen of te beïnvloeden.

De in lid 1 bedoelde belangrijkste parameters lichten toe waarom bepaalde informatie aan de afnemer van de dienst wordt voorgesteld. Deze parameters omvatten ten minste:

(a) de voornaamste criteria voor het bepalen van de aan de afnemer van de dienst voorgestelde informatie;

(b) de redenen voor het relatieve belang van die parameters.

Wanneer krachtens lid 1 verschillende opties beschikbaar zijn voor aanbevelingssystemen die de relatieve volgorde bepalen van de informatie die aan afnemers van de dienst wordt getoond, stellen aanbieders van onlineplatforms tevens een functionaliteit ter beschikking die de afnemer van de dienst de mogelijkheid biedt zijn voorkeursoptie te allen tijde te selecteren en te wijzigen. Deze functionaliteit is rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk op het specifieke gedeelte van de online-interface van het onlineplatform waar aan de informatie prioriteit wordt gegeven.

Open Article 27
Art 28 Bescherming van minderjarigen MinderjarigenPersoonsgegevensGeautomatiseerde besluitvorming

Aanbieders van voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms nemen passende en evenredige maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen binnen hun dienst te waarborgen.

Aanbieders van onlineplatforms tonen geen reclame op hun interface op basis van profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4), van Verordening (EU) 2016/679 met gebruikmaking van persoonsgegevens van de afnemer van de dienst wanneer zij zich er met redelijke zekerheid van bewust zijn dat de afnemer van de dienst minderjarig is.

De naleving van de in dit artikel vastgestelde verplichtingen verplicht aanbieders van onlineplatforms niet om aanvullende persoonsgegevens te verwerken om te beoordelen of de afnemer van de dienst minderjarig is.

Na raadpleging van de digitaledienstenraad kan de Commissie richtsnoeren opstellen om aanbieders van onlineplatforms bij te staan bij de toepassing van lid 1.

Open Article 28
Art 29 Uitsluiting van micro- en kleine ondernemingen

Deze afdeling geldt niet voor aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren die kunnen worden aangemerkt als kleine of micro-ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG.

Deze afdeling geldt niet voor aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren die voorheen konden worden aangemerkt als kleine of micro-onderneming zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG gedurende de twaalf maanden nadat zij die hoedanigheid krachtens artikel 4, lid 2, van die aanbeveling hebben verloren, behalve wanneer het gaat om zeer grote onlineplatforms in de zin van artikel 33.

In afwijking van lid 1 van dit artikel geldt deze afdeling voor aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren die overeenkomstig artikel 33 als zeer grote onlineplatforms zijn aangewezen, ongeacht of zij kunnen worden aangemerkt als kleine of micro-onderneming.

Open Article 29
Art 30 Traceerbaarheid van handelaren Identificatie

Onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, zorgen ervoor dat handelaren die onlineplatforms enkel kunnen gebruiken ter promotie van berichten over of voor het aanbieden van producten of diensten aan consumenten in de Unie, indien zij vóór het gebruik van hun diensten voor die doeleinden, indien van toepassing op de handelaar, de volgende informatie hebben ontvangen:

(a) de naam, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de handelaar;

(b) een kopie van het identificatiedocument van de handelaar of elke andere elektronische identificatie zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (40);

(c) de gegevens van de betaalrekening van de handelaar;

(d) indien de handelaar ingeschreven staat in een handels- of soortgelijk openbaar register, het handelsregister waarin de handelaar staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register;

(e) een zelfcertificering door de handelaar waardoor hij zich ertoe verbindt alleen producten of diensten aan te bieden die voldoen aan de toepasselijke regels van het Unierecht.

Na ontvangst van de in lid 1 bedoelde informatie en voordat de betrokken handelaar zijn diensten mag gebruiken, stelt de aanbieder van het onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren alles in het werk om te beoordelen of de in lid 1, punten a) tot en met e), bedoelde informatie betrouwbaar en volledig is door gebruik te maken van een vrij toegankelijke officiële onlinedatabank of van een door een lidstaat of de Unie beschikbaar gestelde online-interface of via verzoeken aan de handelaar om bewijsstukken van betrouwbare bronnen te verstrekken. Voor de toepassing van deze verordening zijn handelaren aansprakelijk voor de juistheid van de verstrekte informatie.

Wat betreft handelaren die reeds op 17 februari 2024 gebruikmaken van de diensten van aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren voor de in lid 1 bedoelde doeleinden, stellen de aanbieders alles in het werk om de genoemde informatie van de betrokken handelaren binnen twaalf maanden te verkrijgen. Wanneer de betrokken handelaren de informatie niet binnen die termijn verstrekken, schorten de aanbieders de aanbieding van hun diensten aan die handelaren op totdat deze alle informatie hebben verstrekt.

Wanneer een aanbieder van de onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren voldoende aanwijzingen verkrijgt of redenen heeft om te geloven dat de in lid 1 bedoelde, van de betrokken handelaar verkregen informatie onjuist, onvolledig of niet bijgewerkt is, verzoekt die aanbieder dat de handelaar die situatie onverwijld of binnen de door het Unierecht en het nationale recht vastgestelde termijn verhelpt.

Wanneer de handelaar die informatie niet verbetert of aanvult, schort de aanbieder van het onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren het aanbieden van zijn dienst aan die handelaar onverwijld op voor wat betreft het aanbieden van producten of diensten aan consumenten in de Unie, totdat volledig aan het verzoek is voldaan.

Onverminderd artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1150 heeft een handelaar, indien een aanbieder van een onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren de handelaar niet toestaat gebruik te maken van zijn dienst krachtens lid 1, of het aanbieden ervan schorst krachtens lid 3 van dit artikel, het recht om een klacht in te dienen als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van deze verordening.

Aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden om overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren slaan de krachtens leden 1 en 2 verkregen informatie op beveiligde wijze op voor een periode van zes maanden na het einde van hun contractuele verhouding met de betrokken handelaar. Daarna moeten zij de informatie vernietigen.

Onverminderd lid 2 van dit artikel deelt de aanbieder van het onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren de informatie alleen aan derden mee wanneer dit vereist is volgens het toepasselijke recht, met inbegrip van de in artikel 10 bedoelde bevelen en eventuele bevelen die zijn uitgevaardigd door de bevoegde lidstatelijke autoriteiten of de Commissie voor de uitvoering van hun taken uit hoofde van deze verordening.

De aanbieder van het onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren stelt de in de lid 1, punten a), d) en e), bedoelde informatie op een heldere, gemakkelijk toegankelijke en begrijpelijke wijze beschikbaar op zijn onlineplatform voor de afnemers van de dienst. Die informatie is ten minste beschikbaar op de online-interface van het onlineplatform waar de informatie over het product of de dienst wordt gepresenteerd.

Open Article 30
Art 31 Op conformiteit gericht ontwerp Identificatie

Aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, zorgen ervoor dat hun online-interface ontworpen en georganiseerd is op een wijze die handelaren de mogelijkheid biedt te voldoen aan hun verplichtingen inzake precontractuele informatie, naleving en productveiligheidsinformatie uit hoofde van het toepasselijke Unierecht.

Meer bepaald zorgt de aanbieder ervoor dat zijn online-interfaces handelaren de mogelijkheid biedt informatie te verstrekken over de naam, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de marktdeelnemer, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 13, van Verordening (EU) 2019/1020 en ander Unierecht.

Aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, zorgen ervoor dat hun online-interface ontworpen en georganiseerd is op een wijze die handelaren ten minste het volgende kan verstrekken:

(a) de informatie die noodzakelijk is voor de duidelijke en ondubbelzinnige identificatie van de producten of diensten die via de diensten van de aanbieders worden gepromoot bij of aangeboden aan consumenten in de Unie;

(b) elk teken dat de handelaar identificeert, zoals het handelsmerk, symbool of logo; en

(c) indien van toepassing, de informatie over de etikettering en markering overeenkomstig de toepasselijke Unierechtelijke voorschriften inzake productveiligheid en productconformiteit.

Aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, stellen alles in het werk om te beoordelen of zulke handelaren de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie hebben verstrekt voordat zij hen toestaan hun producten of diensten die platforms aan te bieden. Nadat zij de handelaren hebben toegestaan producten of diensten aan te bieden op hun onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten, leveren de aanbieders redelijke inspanningen om in een officiële, vrij toegankelijke en machineleesbare onlinedatabank of online-interface steekproefsgewijs te controleren of de aangeboden producten of diensten als illegaal zijn aangemerkt.

Open Article 31
Art 32 Recht op informatie

Wanneer een aanbieder van een onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, ongeacht de gebruikte middelen, er kennis van krijgt dat een illegaal product of een illegale dienst via zijn diensten wordt aangeboden door een handelaar aan consumenten in de Unie, stelt die aanbieder de consumenten die het illegale product of de illegale dienst via zijn diensten hebben gekocht, voor zover hij beschikt over hun contactgegevens, op de hoogte van het volgende:

(a) het feit dat het product of de dienst illegaal is;

(b) de identiteit van de handelaar;

(c) alle relevante verhaalmiddelen.

De in de eerste alinea opgenomen verplichting geldt uitsluitend voor de aankoop van illegale producten of diensten gedaan in de zes maanden voorafgaand aan het moment waarop de aanbieder kennis kreeg van de illegaliteit.

Wanneer de aanbieder van de onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren in de in lid 1 bedoelde situatie niet beschikt over de contactgegevens van alle betrokken consumenten, maakt die aanbieder de informatie over het illegale product of de illegale dienst, de identiteit van de handelaar en alle relevante verhaalmiddelen op gemakkelijk toegankelijke wijze openbaar op zijn online-interface.

Open Article 32
Art 33 Zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines

Deze afdeling is van toepassing op onlineplatforms en onlinezoekmachines die een gemiddeld aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst in de Unie bereiken dat gelijk is aan of groter is dan 45 miljoen, en die krachtens lid 4 zijn aangewezen als zeer grote onlineplatforms of als zeer grote onlinezoekmachines.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 87 gedelegeerde handelingen vast om het in lid 1 bedoelde gemiddelde aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst in de Unie te bepalen, wanneer de bevolking van de Unie met ten minste 5 % toeneemt of afneemt ten opzichte van de bevolking in 2020 of, na correctie via een gedelegeerde handeling, van de bevolking in het jaar waarin de meest recente gedelegeerde handeling is vastgesteld. In een dergelijk geval past zij het aantal zo aan dat het overeenstemt met 10 % van de Uniebevolking in het jaar waarin zij de gedelegeerde handeling vaststelt, afgerond naar boven of naar beneden zodat het cijfer in miljoenen kan worden uitgedrukt.

De Commissie kan, voor de toepassing van lid 1 van dit artikel en 24, lid 2, overeenkomstig artikel 87 en na raadpleging van de raad, gedelegeerde handelingen vaststellen ter aanvulling van de bepalingen van deze verordening door de methode voor de berekening van het gemiddelde aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst in de Unie vast te leggen, teneinde te waarborgen dat in de methode rekening wordt gehouden met de markt- en technologische ontwikkelingen.

De Commissie stelt, na raadpleging van de lidstaat van vestiging of na de door de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging verstrekte informatie in aanmerking te hebben genomen, krachtens artikel 24, lid 4, een besluit vast waarbij het onlineplatform of de onlinezoekmachine met een gemiddeld aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst dat gelijk is aan of hoger is dan het in lid 1 van dit artikel bedoelde aantal voor de toepassing van deze verordening als een zeer groot onlineplatform of een zeer grote onlinezoekmachine wordt aangewezen. De Commissie neemt haar besluit op basis van gegevens die krachtens artikel 24, lid 2, door de aanbieder van het onlineplatform of de onlinezoekmachine worden verstrekt of op basis van informatie die krachtens artikel 24, lid 3, wordt verlangd of op basis van andere informatie waarover de Commissie beschikt.

Niet-naleving door de aanbieder van het onlineplatform of van de onlinezoekmachine van artikel 24, lid 2, of van het verzoek van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging of van de Commissie krachtens artikel 24, lid 3, belet de Commissie niet die aanbieder aan te wijzen als aanbieder van een zeer groot onlineplatform of een zeer grote onlinezoekmachine krachtens dit lid.

Wanneer de Commissie haar besluit baseert op andere informatie waarover zij krachtens de eerste alinea van dit lid beschikt of op basis van aanvullende informatie waarom krachtens artikel 24, lid 3 is verzocht, geeft de Commissie de betrokken aanbieder van het onlineplatform of van de onlinezoekmachine tien werkdagen de tijd om zijn standpunt kenbaar te maken over de door de Commissie gedane voorlopige bevindingen en over het voornemen van de Commissie om het onlineplatform of de onlinezoekmachine als een zeer groot onlineplatform respectievelijk een zeer grote onlinezoekmachine aan te duiden. De Commissie houdt naar behoren rekening met het door de betrokken aanbieder kenbaar gemaakte standpunt.

Het feit dat de betrokken aanbieder van het onlineplatform of van de onlinezoekmachine geen standpunt kenbaar maakt krachtens de derde alinea, belet de Commissie niet om dat onlineplatform of die onlinezoekmachine op basis van andere haar ter beschikking staande informatie als een zeer groot onlineplatform respectievelijk een zeer grote onlinezoekmachine aan te wijzen.

De Commissie beëindigt de aanwijzing indien het onlineplatform of de onlinezoekmachine gedurende een ononderbroken periode van één jaar geen gemiddeld aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst heeft dat gelijk is aan of hoger is dan het in lid 1 bedoelde aantal.

De Commissie deelt haar besluiten krachtens de leden 4 en 5 onverwijld mee aan de betrokken aanbieder van het onlineplatform of van de onlinezoekmachine, de digitaledienstenraad en de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging.

De Commissie zorgt ervoor dat de lijst van aangewezen zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en werkt deze lijst bij. De in deze afdeling uiteengezette verplichtingen zijn van toepassing, of zijn niet langer van toepassing, op de betrokken zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines vanaf vier maanden na de kennisgeving aan de in de eerste alinea bedoelde betrokken aanbieder.

Open Article 33
Art 34 Risicobeoordeling Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAPersoonsgegevensMinderjarigen

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines identificeren, analyseren en beoordelen zorgvuldig alle systeemrisico’s in de Unie die voortvloeien uit het ontwerp of uit de werking van hun dienst en de daaraan verbonden systemen – met inbegrip van algoritmische systemen – en uit het gebruik van hun diensten in de Unie.

(a) de verspreiding van illegale inhoud via hun diensten;

(b) eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve effecten op de uitoefening van de grondrechten, met name het in artikel 1 van het Handvest verankerde grondrecht op menselijke waardigheid, het in artikel 7 van het Handvest verankerde grondrecht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven, het in artikel 8 van het Handvest verankerde grondrecht op bescherming van persoonsgegevens, het in artikel 11 van het Handvest verankerde grondrecht op vrijheid van meningsuiting en van informatie, met inbegrip van de vrijheid en pluriformiteit van de media, het in artikel 21 van het Handvest verankerde grondrecht op non-discriminatie, het in artikel 24 van het Handvest verankerde grondrecht op eerbiediging van de rechten van het kind, en het in artikel 38 van het Handvest verankerde grondrecht op een hoog niveau van consumentenbescherming;

(c) eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve effecten op de burgerdialoog en verkiezingsprocessen, en de openbare veiligheid;

(d) eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve effecten met betrekking tot gendergerelateerd geweld, de bescherming van de volksgezondheid en minderjarigen en ernstige negatieve gevolgen voor het lichamelijke en geestelijke welzijn van de persoon.

Zij voeren de risicobeoordelingen uit vanaf de in artikel 33, lid 6, tweede alinea, bedoelde datum van toepassing, en ten minste één keer per jaar hierna, en in elk geval vóór de uitrol van de functionaliteiten die waarschijnlijk kritieke gevolgen zullen hebben voor de krachtens dit artikel vastgestelde risico’s. Deze risicobeoordeling is specifiek voor hun diensten en staat in verhouding tot de systeemrisico’s, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst en waarschijnlijkheid ervan, en omvat de volgende systeemrisico’s:

Bij de uitvoering van risicobeoordelingen houden aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines met name rekening met de vraag of en hoe de volgende factoren van invloed zijn op elk van de in lid 1 bedoelde systeemrisico’s:

(a) het ontwerp van hun aanbevelingssystemen en andere relevante algoritmische systemen;

(b) hun inhoudsmoderatiesystemen;

(c) de toepasselijke algemene voorwaarden en de handhaving ervan;

(d) systemen voor de selectie en weergave van reclame;

(e) datagerelateerde praktijken van de aanbieder.

In de beoordelingen wordt ook geanalyseerd of en hoe de risico’s krachtens lid 1 worden beïnvloed door opzettelijke manipulatie van hun dienst, onder meer door niet-authentiek gebruik of geautomatiseerde exploitatie van de dienst, alsook door de versterking en mogelijk snelle en wijde verspreiding van illegale inhoud en van informatie die niet verenigbaar is met hun algemene voorwaarden.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met specifieke regionale of taalkundige aspecten, ook wanneer deze specifiek zijn voor een lidstaat.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines bewaren de bewijsstukken van de risicobeoordelingen gedurende een periode van ten minste drie jaar na de uitvoering van risicobeoordelingen en delen deze op verzoek mee aan de Commissie en aan de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging.

Open Article 34
Art 35 Risicobeperking Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAToezichtMinderjarigen

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines nemen redelijke, evenredige en doeltreffende risicobeperkende maatregelen, die zijn toegesneden op de specifieke systeemrisico’s die krachtens artikel 34 zijn vastgesteld, met bijzondere aandacht voor de effecten van die maatregelen op de grondrechten. Dergelijke maatregelen omvatten waar van toepassing:

(a) aanpassing van het ontwerp, de kenmerken of de werking van hun diensten, met inbegrip van hun online-interfaces;

(b) aanpassing van hun algemene voorwaarden en de handhaving ervan;

(c) aanpassing van inhoudsmoderatieprocedures, met inbegrip van de snelheid en de kwaliteit van de verwerking van meldingen in verband met specifieke soorten illegale inhoud en in voorkomend geval snelle verwijdering van of snelle blokkering van de toegang tot de gemelde inhoud, met name wat betreft illegale haatzaaiende uitlatingen of cybergeweld, evenals aanpassing van alle relevante besluitvormingsprocedures en specifieke inhoudsmoderatiemiddelen;

(d) testen en aanpassing van hun algoritmische systemen, met inbegrip van hun aanbevelingssystemen;

(e) aanpassing van hun reclamesystemen en vaststelling van gerichte maatregelen die beogen de weergave van reclame in verband met de door hun aangeboden dienst te beperken of aan te passen;

(f) versterking van de interne processen, de middelen, het testen, de documentatie, of het toezicht op hun activiteiten, met name betreffende de detectie van systeemrisico’s;

(g) aanvatting of aanpassing van de samenwerking met betrouwbare flaggers overeenkomstig artikel 22, en uitvoering van de besluiten van buitengerechtelijkegeschillenbeslechtingsorganen krachtens artikel 21;

(h) aanvatting of aanpassing van de samenwerking met andere aanbieders van onlineplatforms of van onlinezoekmachines aan de hand van de gedragscodes en de crisisprotocollen als bedoeld in respectievelijk artikel 45 en artikel 48;

(i) het nemen van bewustmakingsmaatregelen en aanpassing van hun online-interface om de gebruikers van de dienst meer informatie te verschaffen;

(j) het nemen van gerichte maatregelen ter bescherming van de rechten van het kind, met inbegrip van instrumenten voor leeftijdscontrole en ouderlijk toezicht, of instrumenten om minderjarigen te helpen misbruik te melden of steun te krijgen, naargelang het geval;

(k) waarborging dat informatie, of het nu gaat om gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal dat een merkbare gelijkenis vertoont met bestaande personen, voorwerpen, plaatsen of andere entiteiten of gebeurtenissen, en door een persoon ten onrechte voor authentiek of waarheidsgetrouw wordt aangezien, door opvallende markeringen te onderscheiden is bij het presenteren ervan op hun online-interfaces, en daarnaast, de verstrekking van een gebruiksvriendelijke functionaliteit die afnemers van de dienst de mogelijkheid biedt dergelijke informatie aan te geven.

In samenwerking met de Commissie publiceert de digitaledienstenraad één keer per jaar uitvoerige rapporten. De rapporten bevatten het volgende:

(a) de vaststelling en beoordeling van de meest prominente en terugkerende systeemrisico’s die aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines hebben gemeld of die via andere informatiebronnen in kaart zijn gebracht, met name informatie die overeenkomstig de artikelen 39, 40 en 42 is verstrekt;

(b) de beste werkwijzen voor aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines om de vastgestelde systeemrisico’s te beperken.

Die rapporten tonen de systeemrisico’s uitgesplitst naar de lidstaten waar zij zich hebben voorgedaan en in voorkomend geval voor de Unie als geheel.

In samenwerking met de digitaledienstencoördinatoren kan de Commissie richtsnoeren uitgeven over de toepassing van lid 1 met betrekking tot specifieke risico’s, met name om de beste praktijken te presenteren en mogelijke maatregelen aan te bevelen, terwijl naar behoren rekening wordt gehouden met de mogelijke gevolgen van de maatregelen op de in het Handvest verankerde grondrechten van alle betrokkenen. Bij de voorbereiding van die richtsnoeren organiseert de Commissie openbare raadplegingen.

Open Article 35
Art 36 Crisisresponsmechanisme

In geval van een crisis kan de Commissie op aanbeveling van de digitaledienstenraad een besluit vaststellen waarbij een of meer aanbieders van zeer grote onlineplatforms of zeer grote onlinezoekmachines worden verplicht een of meer van de volgende acties te ondernemen:

(a) beoordelen of, en zo ja, in hoeverre en op welke wijze de werking en het gebruik van hun diensten aanzienlijk bijdragen of waarschijnlijk aanzienlijk zullen bijdragen tot een in lid 2 bedoelde ernstige bedreiging;

(b) vaststellen en toepassen van specifieke, doeltreffende en evenredige maatregelen, zoals die bedoeld in artikel 35, lid 1, of artikel 48, lid 2, om een dergelijke bijdrage aan de krachtens punt a) van dit lid vastgestelde ernstige bedreiging te voorkomen, weg te nemen of te beperken;

(c) uiterlijk op een bepaalde datum of met regelmatige, in het besluit gespecificeerde tussenpozen verslag uitbrengen aan de Commissie over de in punt a) bedoelde beoordelingen, de precieze inhoud, de uitvoering en het kwalitatieve en kwantitatieve effect van de krachtens punt b) genomen specifieke maatregelen en over alle andere kwesties in verband met die beoordelingen of maatregelen, zoals gespecificeerd in het besluit.

Bij het vaststellen en toepassen van maatregelen krachtens punt b) van dit lid houdt de dienstaanbieder of houden de dienstaanbieders naar behoren rekening met de ernst van de in lid 2 bedoelde ernstige bedreiging, de urgentie van de maatregelen en de daadwerkelijke of potentiële gevolgen voor de rechten en legitieme belangen van alle betrokkenen, waaronder het mogelijke tekortschieten van de maatregelen om de in het Handvest verankerde grondrechten te eerbiedigen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt een crisis geacht zich te hebben voorgedaan wanneer buitengewone omstandigheden leiden tot een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de Unie of in aanzienlijke delen daarvan.

Bij het nemen van het in lid 1 bedoelde besluit ziet de Commissie erop toe dat aan alle volgende vereisten wordt voldaan:

(a) de door het besluit vereiste acties zijn strikt noodzakelijk, gerechtvaardigd en evenredig, rekening houdend met de ernst van de in lid 2 bedoelde ernstige bedreiging, de urgentie van de maatregelen en de daadwerkelijke of potentiële gevolgen voor de rechten en legitieme belangen van alle betrokkenen, waaronder het mogelijke tekortschieten van de maatregelen om de in het Handvest verankerde grondrechten te eerbiedigen;

(b) in het besluit wordt een redelijke termijn vastgesteld waarbinnen de in lid 1, punt b), bedoelde specifieke maatregelen moeten worden genomen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de urgentie van die maatregelen en de tijd die nodig is voor de voorbereiding en uitvoering ervan;

(c) de door het besluit vereiste acties zijn beperkt tot een periode van ten hoogste drie maanden.

Na de vaststelling van het in lid 1 bedoelde besluit neemt de Commissie onverwijld de volgende stappen:

(a) zij stelt de aanbieder(s) tot wie het besluit is gericht, in kennis van het besluit;

(b) zij maakt het besluit openbaar; en

(c) zij informeert de digitaledienstenraad over het besluit, verzoekt de digitaledienstenraad zijn standpunt daarover kenbaar te maken en houdt de digitaledienstenraad op de hoogte van eventuele latere ontwikkelingen in verband met het besluit.

De keuze van de specifieke maatregelen die krachtens lid 1, punt b), en lid 7, tweede alinea, moeten worden genomen, blijft berusten bij de aanbieder(s) tot wie het besluit van de Commissie gericht is.

De Commissie kan op eigen initiatief of op verzoek van de aanbieder in dialoog gaan met de aanbieder om te bepalen of, in het licht van de specifieke omstandigheden van de aanbieder, de voorgenomen of uitgevoerde maatregelen als bedoeld in lid 1, punt b), doeltreffend en evenredig zijn om de nagestreefde doelstellingen te bereiken. De Commissie ziet er met name op toe dat de door de dienstaanbieder uit hoofde van lid 1, punt b), genomen maatregelen voldoen aan de in lid 3, punten a) en c), bedoelde eisen.

De Commissie houdt toezicht op de toepassing van de specifieke maatregelen die zijn genomen krachtens het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit, op basis van de verslagen bedoeld in punt c) van dit lid, en alle andere relevante informatie, waaronder informatie waarom zij krachtens artikel 40 of 67 kan verzoeken, rekening houdend met het verloop van de crisis. De Commissie brengt regelmatig, en ten minste maandelijks, aan de digitaledienstenraad verslag uit over dat toezicht.

Indien de Commissie van oordeel is dat de krachtens lid 1, punt b), voorgenomen of uitgevoerde specifieke maatregelen niet doeltreffend of evenredig zijn, kan zij, na raadpleging van de raad, een besluit vaststellen waarbij de aanbieder wordt verzocht de vaststelling of toepassing van die specifieke maatregelen te herzien.

Indien passend in het licht van het verloop van de crisis kan de Commissie, op aanbeveling van de raad, het in lid 1 of in lid 7, tweede alinea, bedoelde besluit wijzigen door:

(a) het besluit in te trekken en, in voorkomend geval, het zeer grote onlineplatform of de zeer grote onlinezoekmachine te verplichten de toepassing van de krachtens lid 1, punt b), of lid 7, tweede alinea, vastgestelde en uitgevoerde maatregelen stop te zetten, met name wanneer de redenen voor dergelijke maatregelen niet langer bestaan;

(b) de in lid 3, punt c), bedoelde termijn met ten hoogste drie maanden te verlengen;

(c) rekening te houden met de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van de maatregelen, met name het mogelijke tekortschieten van de maatregelen om de in het Handvest verankerde grondrechten te eerbiedigen.

De vereisten van de leden 1 tot en met 6 zijn van toepassing op het besluit en de wijziging daarvan als bedoeld in dit artikel.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met de krachtens lid 1 van dit artikel uitgebrachte aanbevelingen van de digitaledienstenraad.

De Commissie brengt jaarlijks, na de vaststelling van besluiten overeenkomstig dit artikel en in elk geval drie maanden na het einde van de crisis, aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van de specifieke maatregelen die krachtens die besluiten zijn genomen.

Open Article 36
Art 37 Onafhankelijke controle BeroepsgeheimTransparantieToezicht

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines worden, op hun eigen kosten en ten minste één keer per jaar, onderworpen aan onafhankelijke controles om de naleving te beoordelen van:

(a) de in hoofdstuk III uiteengezette verplichtingen;

(b) toezeggingen die zijn gedaan krachtens de in de artikelen 45 en 46 bedoelde gedragscodes en de in artikel 48 bedoelde crisisprotocollen.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines bieden de organisaties die de controles krachtens dit artikel uitvoeren de nodige samenwerking en bijstand om hen in staat te stellen die controles op doeltreffende, efficiënte en tijdige wijze uit te voeren, onder meer door hun toegang te verlenen tot alle relevante gegevens en gebouwen en door mondelinge of schriftelijke vragen te beantwoorden. Zij onthouden zich ervan de uitvoering van de controle te belemmeren, onnodig te beïnvloeden of te ondermijnen.

Dergelijke controles waarborgen, ook na beëindiging van de controles, een passend niveau van vertrouwelijkheid en het beroepsgeheim ten aanzien van de informatie die in het kader van de controles van de aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines en derden is verkregen. De naleving van dat vereiste mag echter geen negatieve gevolgen hebben voor de uitvoering van de controles en andere bepalingen van deze verordening, met name die inzake transparantie, toezicht en handhaving. Indien dit nodig is voor de transparantierapportage krachtens artikel 42, lid 4, gaat het controlerapport en het in de leden 4 en 6 van dit artikel bedoelde controle-uitvoeringsrapport vergezeld van versies die geen informatie bevatten die redelijkerwijs als vertrouwelijk zou kunnen worden beschouwd.

Controles krachtens lid 1 worden uitgevoerd door organisaties die:

(a) onafhankelijk zijn van en geen belangenconflicten hebben met de betrokken aanbieder van zeer grote onlineplatforms of van de zeer grote onlinezoekmachines en met eender welke met die aanbieder verbonden rechtspersoon, en die met name:

(i) in de periode van twaalf maanden vóór de start van de controle geen niet-controlediensten met betrekking tot de gecontroleerde zaken hebben verleend aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, noch aan eender welke met die aanbieder verbonden rechtspersoon, en zich ertoe hebben verbonden hen zulke diensten niet te aan te bieden in de periode van twaalf maanden na voltooiing van de controle;

(ii) gedurende een periode van meer dan tien opeenvolgende jaren geen controlediensten krachtens dit artikel hebben verstrekt aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine en eender welke met die aanbieder verbonden rechtspersoon;

(b) expertise hebben aangetoond op het gebied van risicobeheer, technische competentie en capaciteiten;

(c) blijk hebben gegeven van objectiviteit en beroepsethiek, met name op basis van het naleven van codes voor goede praktijken of gepaste normen.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines zullen ervoor zorgen dat de organisaties die de controles uitvoeren, van elke controle een controlerapport opstellen. Dat rapport wordt schriftelijk gemotiveerd en bevat ten minste het volgende:

(a) de naam, het adres en het contactpunt van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform die of van de zeer grote onlinezoekmachine dat aan de controle is onderworpen, alsook de gecontroleerde periode;

(b) de naam en het adres van de organisatie of organisaties die de controle uitvoert respectievelijk uitvoeren;

(c) een belangenverklaring;

(d) een beschrijving van de specifieke gecontroleerde elementen en de toegepaste methodologie;

(e) een beschrijving en een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van de controle;

(f) een lijst van de derden die in het kader van de controle zijn geraadpleegd;

(g) een controleadvies over de vraag of de aanbieders van aan de controle onderworpen zeer grote onlineplatforms of zeer grote onderzoekmachines hebben voldaan aan de verplichtingen en aan de in lid 1 vermelde toezeggingen, met name “positief”, “positief met kanttekeningen” of “negatief”;

(h) indien het controleadvies niet “positief” is, operationele aanbevelingen over specifieke maatregelen om naleving te bereiken, alsmede het aanbevolen tijdsbestek om naleving te bereiken.

Wanneer de organisatie die de controle uitvoert, niet in staat was bepaalde specifieke elementen te controleren of op basis van haar onderzoeken een controleoordeel te geven, bevat het controlerapport een toelichting op de omstandigheden en de redenen die ertoe leidden dat die elementen niet konden worden gecontroleerd.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines die geen positief controlerapport krijgen, houden naar behoren rekening met de aan hen gerichte operationele aanbevelingen teneinde de nodige maatregelen te nemen om ze uit te voeren. Binnen een maand na ontvangst van die aanbevelingen stellen zij een controle-uitvoeringsrapport vast waarin die maatregelen zijn uiteengezet. Wanneer zij de operationele aanbevelingen niet uitvoeren, geven zij in het controle-uitvoeringsrapport de redenen hiervoor alsook een overzicht van eventuele alternatieve maatregelen die zij hebben genomen om vastgestelde niet-naleving aan te pakken.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 87 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nodige voorschriften vast te stellen voor de uitvoering van de controles krachtens dit artikel, met name wat betreft de nodige regels inzake de procedurele stappen, controlemethoden en rapportagetemplates voor de krachtens dit artikel uitgevoerde controles. In die gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met eventuele vrijwillige controlenormen als bedoeld in artikel 44, lid 1, punt e).

Open Article 37
Art 38 Aanbevelingssystemen Naast de in artikel 27 uiteengezette vereisten bieden aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines die gebruikmaken van aanbevelingssystemen ten minste één optie aan voor elk van hun aanbevelingssystemen dat niet gebaseerd is op profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4), van Verordening (EU) 2016/679. MarketingProfileringGeautomatiseerde besluitvorming

Naast de in artikel 27 uiteengezette vereisten bieden aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines die gebruikmaken van aanbevelingssystemen ten minste één optie aan voor elk van hun aanbevelingssystemen dat niet gebaseerd is op profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4), van Verordening (EU) 2016/679.

Open Article 38
Art 39 Bijkomende transparantie met betrekking tot onlinereclame Reclame- en Advertentiepraktijken onder de DSAPersoonsgegevensVereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSA

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines die reclame tonen op hun online-interface stellen een register met de in lid 2 vermelde informatie op en stellen dit publiek beschikbaar in een specifiek gedeelte van hun online-interface met behulp van een doorzoekbaar en betrouwbaar instrument waarmee zoekopdrachten op basis van meerdere criteria kunnen worden uitgevoerd en via applicatieprogrammeerinterfaces, voor de gehele periode waarin zij reclame tonen en dit tot een jaar nadat de reclame voor het laatst op hun online-interface werd getoond. Zij zorgen ervoor dat het register geen persoonsgegevens bevat van de afnemers van de dienst aan wie de reclame is of had kunnen worden getoond en leveren alle redelijke inspanningen om te waarborgen dat de informatie nauwkeurig en volledig is.

Het register bevat ten minste de volgende gegevens:

(a) de inhoud van de reclame, met inbegrip van de naam van het product, de dienst of het merk, alsmede het onderwerp van de reclame;

(b) de natuurlijke of rechtspersoon namens wie de reclame wordt getoond;

(c) de natuurlijke of rechtspersoon die voor de reclame heeft betaald, indien die persoon verschilt van de in punt b) bedoelde persoon;

(d) de periode waarin de reclame werd getoond;

(e) of de reclame specifiek bedoeld was om te worden getoond aan een of meer bepaalde groepen afnemers van de dienst en zo ja, de belangrijke parameters die daartoe zijn gebruikt, waaronder in voorkomend geval de belangrijkste parameters die werden gebruikt om een of meer van die bepaalde groepen uit te sluiten;

(f) de commerciële communicatie die op de zeer grote onlineplatforms is gepubliceerd en krachtens artikel 26, lid 2, is vastgesteld;

(g) het totale aantal afnemers van de dienst dat is bereikt en waar van toepassing de totale aantallen opgesplitst naar elke lidstaat van de groep of groepen afnemers voor wie de reclame specifiek was bedoeld.

Met betrekking tot lid 2, punten a), b) en c), bevat het register, wanneer een aanbieder van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines de toegang tot specifieke reclame heeft verwijderd of de toegang ertoe heeft gedeactiveerd op grond van vermeende onrechtmatigheid of onverenigbaarheid met zijn algemene voorwaarden, de in die punten bedoelde informatie niet. In een dergelijk geval bevat het register voor de betrokken specifieke reclame de informatie als bedoeld in, voor zover van toepassing, artikel 17, lid 3, punten a) tot en met e), of artikel 9, lid 2, punt a), i).

Na raadpleging van de digitaledienstenraad, de in artikel 40 bedoelde relevante erkende onderzoekers en het publiek, kan de Commissie richtsnoeren uitvaardigen over de structuur, organisatie en functionaliteiten van de in onderhavig artikel bedoelde gegevensbanken.

Open Article 39
Art 40 Toegang tot gegevens en onderzoek Mechanismen voor Gegevenstoegang en Controle onder de DSAPersoonsgegevensToezicht

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines verlenen de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging of de Commissie, op hun gemotiveerd verzoek en binnen een redelijke, in dat verzoek vermelde termijn, toegang tot gegevens die nodig zijn om de naleving van deze verordening te monitoren en te beoordelen.

De digitaledienstencoördinatoren en de Commissie gebruiken de gegevens waartoe krachtens lid 1 toegang is verkregen uitsluitend voor het monitoren en beoordelen van de naleving van deze verordening, en houden naar behoren rekening met de rechten en belangen van de aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines en de afnemers van de betrokken dienst, met inbegrip van de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van vertrouwelijke informatie, met name handelsgeheimen, en de handhaving van de beveiliging van hun dienst.

Voor de toepassing van lid 1 geven aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines op verzoek van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging of van de Commissie een toelichting op het ontwerp, de logica, de werking en het testen van hun algoritmische systemen, met inbegrip van hun aanbevelingssystemen.

Na een gemotiveerd verzoek van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging bieden aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines, binnen een redelijke, in het verzoek vermelde termijn, erkende onderzoekers die voldoen aan de vereisten in lid 8 van dit artikel, toegang tot gegevens met als enige doel onderzoek uit te voeren dat bijdraagt tot het opsporen, vaststellen en begrijpen van systeemrisico’s in de Unie krachtens artikel 34, lid 1, en tot de beoordeling van de adequaatheid, efficiëntie en effecten van de risicobeperkende maatregelen krachtens artikel 35.

Binnen 15 dagen na ontvangst van een in lid 4 genoemd verzoek kunnen aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging, naargelang het geval, vragen het verzoek te wijzigen, indien zij van mening zijn dat zij geen toegang tot de gevraagde gegevens kunnen bieden om een van de volgende twee redenen:

(a) zij hebben geen toegang tot de gegevens;

(b) het bieden van toegang tot de gegevens zal leiden tot aanzienlijke kwetsbaarheden in de beveiliging van hun dienst of voor de bescherming van vertrouwelijke informatie, met name handelsgeheimen.

Verzoeken tot wijziging krachtens lid 5 bevatten voorstellen voor een of meer alternatieve middelen waarmee toegang kan worden verstrekt tot de gevraagde gegevens of andere gegevens die geschikt en toereikend zijn voor het doel van het verzoek.

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging neemt binnen 15 dagen een besluit over het verzoek tot wijziging en deelt dit besluit en in voorkomend geval het gewijzigde verzoek en de nieuwe termijn om aan het verzoek te voldoen, mee aan de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines faciliteren en verlenen toegang tot gegevens krachtens de leden 1 en 4 door middel van in het verzoek gespecificeerde geschikte interfaces, met inbegrip van onlinedatabanken en applicatieprogrammeerinterfaces.

Na een naar behoren gemotiveerde aanvraag van onderzoekers kent de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging dergelijke onderzoekers voor het in de aanvraag bedoelde specifieke onderzoek de status van “erkend onderzoeker” toe en dient hij bij een aanbieder van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines een gemotiveerd verzoek in om toegang tot gegevens krachtens lid 4 waarin de onderzoekers aantonen dat zij aan alle volgende voorwaarden voldoen:

(a) zij zijn aangesloten bij een onderzoeksorganisatie zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/790;

(b) zij zijn onafhankelijk van commerciële belangen;

(c) hun aanvraag vermeldt de financiering van het onderzoek;

(d) zij zijn in staat de specifieke gegevensbeveiligings- en vertrouwelijkheidsvereisten van elk verzoek in acht te nemen en persoonsgegevens te beschermen, en zij beschrijven in hun verzoek de passende technische en organisatorische maatregelen die zij daartoe hebben genomen;

(e) hun aanvraag toont aan dat de toegang tot de gegevens en de aangevraagde termijnen noodzakelijk en evenredig zijn voor het doel van hun onderzoek, en dat de verwachte onderzoeksresultaten zullen bijdragen tot de in lid 4 genoemde doeleinden;

(f) de geplande onderzoeksactiviteiten zullen worden uitgevoerd voor de in lid 4 genoemde doeleinden;

(g) zij verbinden zich ertoe hun onderzoeksresultaten binnen een redelijke termijn na de voltooiing van het onderzoek kosteloos openbaar te maken, rekening houdend met de rechten en belangen van de afnemers van de betrokken dienst overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.

Na ontvangst van de aanvraag krachtens dit lid stelt de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging de Commissie en de digitaledienstenraad daarvan in kennis.

Onderzoekers kunnen hun aanvraag ook indienen bij de digitaledienstencoördinator van de lidstaat van de onderzoeksorganisatie waarbij zij zijn aangesloten. Na ontvangst van de aanvraag krachtens dit lid voert de digitaledienstencoördinator een eerste beoordeling uit om na te gaan of de respectieve onderzoekers aan alle in lid 8 uiteengezette voorwaarden voldoen en zendt hij de aanvraag, samen met de door de respectieve onderzoekers ingediende bewijsstukken en de initiële beoordeling, vervolgens toe aan de digitaledienstencoördinator. De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging neemt onverwijld een besluit om een onderzoeker al dan niet de hoedanigheid van “erkend onderzoeker”.

Het definitieve besluit om een onderzoeker de status van “erkend onderzoeker” toe te kennen krachtens lid 8, valt onder de bevoegdheid van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging, die daarbij naar behoren rekening houdt met de eerste beoordeling.

De digitaledienstencoördinator die de status van erkend onderzoeker heeft toegekend en het gemotiveerde verzoek om toegang tot gegevens aan de aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines ten gunste van een erkende onderzoeker heeft verstrekt, neemt een besluit tot beëindiging van de toegang indien hij na een onderzoek op eigen initiatief dan wel op basis van van derden ontvangen informatie, vaststelt dat de erkende onderzoeker niet langer voldoet aan de in lid 8 uiteengezette voorwaarden, en stelt de betrokken aanbieder van het zeer groot onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine van het besluit in kennis. Alvorens de toegang te beëindigen, biedt de digitaledienstencoördinator de erkende onderzoeker de mogelijkheid om te reageren op de bevindingen van zijn onderzoek en op zijn voornemen de toegang te beëindigen.

De digitaledienstencoördinatoren van de plaats van vestiging delen de digitaledienstenraad de namen en contactgegevens mee van de natuurlijke personen of entiteiten waaraan zij de status van “erkend onderzoeker” hebben toegekend, overeenkomstig lid 8, alsmede het doel van het onderzoek in het kader waarvan het verzoek is ingediend, en zij stellen de digitaledienstenraad in kennis van die informatie wanneer zij overeenkomstig lid 10 de toegang tot de gegevens hebben beëindigd.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines verlenen onverwijld toegang tot gegevens, waaronder realtimegegevens indien technisch mogelijk, op voorwaarde dat de gegevens openbaar toegankelijk zijn via hun online-interface voor onderzoekers, met inbegrip van degenen die zijn aangesloten bij organen, organisaties en verenigingen zonder winstoogmerk die voldoen aan de in lid 8, punten b), c), d) en e), uiteengezette voorwaarden en die de gegevens uitsluitend gebruiken voor onderzoek dat bijdraagt tot het opsporen, vaststellen en begrijpen van systeemrisico’s in de Unie krachtens artikel 34, lid 1.

Na raadpleging van de digitaledienstenraad stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door de technische voorwaarden vast te stellen waaronder aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines krachtens de leden 1 en 4 gegevens moeten delen, alsmede de doeleinden waarvoor de gegevens mogen worden gebruikt. Die gedelegeerde handelingen voorzien in de specifieke voorwaarden waaronder een dergelijke deling van gegevens met onderzoekers overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 kan plaatsvinden, alsmede in relevante objectieve indicatoren, procedures en, in voorkomend geval, onafhankelijke adviesmechanismen ter ondersteuning van het delen van gegevens, rekening houdend met de rechten en belangen van de aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines en de afnemers van de betrokken dienst, met inbegrip van de bescherming van vertrouwelijke informatie, met name handelsgeheimen, en de handhaving van de beveiliging van hun dienst.

Open Article 40
Art 41 Compliancefunctie Toestemming

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines voorzien in een compliancefunctie die onafhankelijk is van hun operationele functies en bestaat uit een of meer compliancefunctionarissen, waaronder het hoofd van de compliancefunctie. Die compliancefunctie heeft voldoende gezag, aanzien en middelen in alsook toegang tot het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, om te monitoren of die aanbieder deze verordening naleeft.

Het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine zorgt ervoor dat compliancefunctionarissen beschikken over de nodige beroepskwalificaties, kennis, ervaring en bevoegdheid om de in lid 3 genoemde taken uit te voeren.

Het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine zorgt ervoor dat het hoofd van de compliancefunctie een onafhankelijke senior manager is met afzonderlijke verantwoordelijkheid voor de compliancefunctie.

Het hoofd van de compliancefunctie brengt rechtstreeks verslag uit aan het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine en kan kwesties aan de orde stellen en dat leidinggevend orgaan waarschuwen indien de in artikel 34 bedoelde risico’s of de niet-naleving van deze verordening gevolgen hebben of kunnen hebben voor de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of de zeer grote onlinezoekmachine, zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van het leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende en zijn leidinggevende functie.

Het hoofd van de compliancefunctie wordt niet uit deze functie verwijderd zonder voorafgaande toestemming van het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine.

Compliancefunctionarissen hebben de volgende taken:

(a) samenwerken met de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en met de Commissie voor de toepassing van deze verordening;

(b) ervoor zorgen dat alle in artikel 34 bedoelde risico’s worden vastgesteld en naar behoren worden gerapporteerd en dat krachtens artikel 35 redelijke, evenredige en doeltreffende risicobeperkende maatregelen worden genomen;

(c) de activiteiten van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine met betrekking tot de onafhankelijke controle krachtens artikel 37 organiseren en er toezicht op houden;

(d) het management en de werknemers van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine in kennis stellen van en adviseren over relevante verplichtingen krachtens deze verordening;

(e) erop toezien dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening nakomt;

(f) in voorkomend geval erop toezien dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine de toezeggingen nakomt die zijn gedaan in het kader van de gedragscodes krachtens de artikelen 45 en 46 of de crisisprotocollen krachtens artikel 48.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines delen de naam en de contactgegevens van het hoofd van de compliancefunctie mee aan de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en aan de Commissie.

Het leidinggevend orgaan van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine bepaalt, ziet toe op en legt verantwoording af voor de uitvoering van de governanceregelingen van de aanbieder waarmee de onafhankelijkheid van de compliancefunctie wordt gewaarborgd, met inbegrip van de verdeling van verantwoordelijkheden binnen de organisatie van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, het voorkomen van belangenconflicten en een goed beheer van de krachtens artikel 34 vastgestelde systeemrisico’s.

Het leidinggevend orgaan hecht zijn goedkeuring aan en verricht periodiek en minstens eenmaal per jaar een evaluatie van de strategieën en beleidslijnen voor het aanpakken, beheren, monitoren en beperken van de krachtens artikel 34 vastgestelde risico’s waaraan het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine wordt of kan worden blootgesteld.

Het leidinggevend orgaan besteedt voldoende tijd aan de behandeling van de maatregelen in verband met risicobeheer. Het wordt actief betrokken bij besluiten in verband met risicobeheer en zorgt ervoor dat er voldoende middelen worden toegewezen aan het beheer van de overeenkomstig artikel 34 vastgestelde risico’s.

Open Article 41
Art 42 Transparantierapportageverplichtingen Transparantierappageverplichtingen van Intermediairs onder de DSA

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines maken de in artikel 15 bedoelde rapporten uiterlijk twee maanden na de in artikel 33, lid 6, tweede alinea, bedoelde toepassingsdatum bekend en daarna ten minste elke zes maanden.

In de in lid 1 van dit artikel bedoelde rapporten die door aanbieders van zeer grote onlineplatforms worden bekendgemaakt wordt, naast de in artikel 15 en artikel 24, lid 1, bedoelde informatie, het volgende vermeld:

(a) de personele middelen die de aanbieder van zeer grote onlineplatforms inzet voor inhoudsmoderatie met betrekking tot de in de Unie aangeboden dienst, uitgesplitst voor elke toepasselijke officiële taal van de lidstaten, naargelang het geval, met inbegrip van de naleving van de in de artikelen 16 en 22 uiteengezette verplichtingen, alsook voor de naleving van de in artikel 20 uiteengezette verplichtingen;

(b) de kwalificaties en taaldeskundigheid van de personen die de in punt a) bedoelde activiteiten uitvoeren, alsmede de opleiding en ondersteuning van dat personeel;

(c) de in artikel 15, lid 1, punt e), bedoelde nauwkeurigheidsindicatoren en bijbehorende informatie uitgesplitst voor elke officiële taal van de lidstaten.

De rapporten worden bekengemaakt in ten minste één van de officiële talen van de lidstaten.

Naast de in artikel 24, lid 2, bedoelde informatie nemen de aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines in de in lid 1 van dit artikel bedoelde rapporten de informatie op over de gemiddelde maandelijkse afnemers van de dienst voor elke lidstaat.

Uiterlijk drie maanden na de ontvangst van elk controlerapport en onverwijld na de voltooiing sturen aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines krachtens artikel 37, lid 4, het volgende door naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de Commissie en maken zij dat openbaar:

(a) een rapport met de resultaten van de risicobeoordeling krachtens artikel 34;

(b) de specifieke krachtens artikel 35, lid 1 genomen risicobeperkingsmaatregelen;

(c) het in artikel 37, lid 4 bedoelde controlerapport;

(d) het in artikel 37, lid 6 bedoelde controle-uitvoeringsrapport;

(e) indien van toepassing, informatie over de raadplegingen die de aanbieder heeft gehouden ter ondersteuning van de risicobeoordelingen en het ontwerp van de risicobeperkende maatregelen.

Indien een aanbieder van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines van mening is dat de bekendmaking van informatie krachtens lid 4 kan leiden tot de onthulling van vertrouwelijke informatie van die aanbieder of van de afnemers van de dienst, kan leiden tot aanzienlijke kwetsbaarheden voor de beveiliging van zijn dienst, de openbare veiligheid kan ondermijnen of afnemers kan schaden, kan de aanbieder dergelijke informatie uit de openbaar beschikbare rapporten verwijderen. In dat geval stuurt de aanbieder de volledige rapporten naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de Commissie, vergezeld van een verklaring van de redenen waarom de informatie uit de openbaar beschikbare rapporten is verwijderd.

Open Article 42
Art 43 Toezichtsvergoeding

De Commissie brengt aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines bij hun aanwijzing krachtens artikel 33 een jaarlijkse toezichtsvergoeding in rekening.

Het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtsvergoeding dekt de geraamde kosten die de Commissie maakt in verband met haar toezichtstaken uit hoofde van deze verordening, met name de kosten in verband met de aanwijzing krachtens artikel 33, de opzet, het onderhoud en de exploitatie van de databank krachtens artikel 24, lid 5, en het informatie-uitwisselingssysteem krachtens artikel 85, voor doorverwijzingen krachtens artikel 59, voor de ondersteuning van de digitaledienstenraad krachtens artikel 62 en voor de toezichthoudende taken krachtens artikel 56 en afdeling 4 van hoofdstuk IV.

Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines betalen jaarlijks een toezichtsvergoeding voor elke dienst waarvoor zij zijn aangewezen krachtens artikel 33.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarbij het bedrag wordt vastgesteld van de jaarlijkse toezichtsvergoeding voor elke aanbieder van een zeer groot onlineplatform en of van een zeer grote onlinezoekmachine. Bij de vaststelling van deze uitvoeringshandelingen past de Commissie de in de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 4 van dit artikel neergelegde methodologie toe en neemt zij de in lid 5 van dit artikel uiteengezette beginselen in acht. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 88, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 87 gedelegeerde handelingen vast die voorzien in de gedetailleerde methodologie en procedures voor:

(a) de bepaling van de in lid 2 bedoelde geraamde kosten;

(b) de vaststelling van de in lid 5, punten b) en c), bedoelde individuele jaarlijkse toezichtsvergoedingen;

(c) de bepaling van de in lid 5, punt c), vastgestelde algemene maximumgrens; en

(d) de gedetailleerde regelingen die nodig zijn om betalingen te verrichten.

Bij de vaststelling van die gedelegeerde handelingen neemt de Commissie de in lid 5 van dit artikel uiteengezette beginselen in acht.

De in lid 3 bedoelde uitvoeringshandeling en de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling nemen de volgende beginselen in acht:

(a) bij de raming van het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtsvergoeding wordt rekening gehouden met de in het voorgaande jaar gemaakte kosten;

(b) de jaarlijkse toezichtsvergoeding staat in verhouding tot het gemiddelde aantal maandelijkse actieve afnemers in de Unie van elk zeer groot onlineplatform of van elke zeer grote onlinezoekmachine zoals aangewezen krachtens artikel 33;

(c) het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtsvergoeding die aan een bepaalde aanbieder van een zeer groot onlineplatform of zeer grote zoekmachine in rekening wordt gebracht, bedraagt in geen geval meer dan 0,05 % van zijn wereldwijde jaarlijkse netto-inkomsten in het voorgaande boekjaar.

De individuele jaarlijkse toezichtsvergoedingen die krachtens lid 1 van dit artikel in rekening worden gebracht vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (41).

De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het totaalbedrag van de kosten die zijn gemaakt voor de uitvoering van de taken uit hoofde van deze verordening en het totaalbedrag van de in het voorgaande jaar aangerekende individuele jaarlijkse toezichtsvergoedingen.

Open Article 43
Art 44 Normen Vereisten voor Algemene Voorwaarden onder de DSAReclame- en Advertentiepraktijken onder de DSAMinderjarigen

De Commissie raadpleegt de digitaledienstenraad en ondersteunt en bevordert de ontwikkeling en uitvoering van vrijwillige normen die door relevante Europese en internationale normalisatie-instanties worden vastgelegd met betrekking tot ten minste:

(a) de elektronische indiening van meldingen uit hoofde van artikel 16;

(b) model-, ontwerp- en procedurenormen voor een gebruikersvriendelijke communicatie met de afnemers van de dienst over uit de algemene voorwaarden en de wijzigingen daarvan resulterende beperkingen;

(c) de elektronische indiening, waaronder via applicatieprogrammeerinterfaces, van meldingen door betrouwbare flaggers uit hoofde van artikel 22;

(d) specifieke interfaces, waaronder applicatieprogrammeerinterfaces, om naleving van de in de artikelen 39 en 40 beschreven verplichtingen te vergemakkelijken;

(e) de controle van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines krachtens artikel 37;

(f) de interoperabiliteit van de in artikel 39, lid 2, bedoelde reclameregisters;

(g) de doorgifte van gegevens tussen reclametussenpersonen ter ondersteuning van transparantieverplichtingen krachtens artikel 26, lid 1, punten b), c) en d);

(h) technische maatregelen met het oog op de naleving van in deze verordening vervatte verplichtingen met betrekking tot reclame, met inbegrip van de verplichtingen met betrekking tot opvallende markeringen voor reclame en commerciële communicatie zoals bedoeld in artikel 26;

(i) keuze-interfaces en weergave van informatie over de belangrijkste parameters van verschillende soorten aanbevelingssystemen, overeenkomstig de artikelen27 en 38;

(j) normen voor gerichte maatregelen om minderjarigen online te beschermen.

De Commissie ondersteunt de bijwerking van de normen in het licht van technologische ontwikkelingen en het gedrag van de afnemers van de betrokken dienst. De relevante informatie over de actualisering van de normen is openbaar beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk.

Open Article 44
Art 45 Gedragscodes PersoonsgegevensAanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

De Commissie en de digitaledienstenraad bevorderen en vergemakkelijken het opstellen van vrijwillige gedragscodes op Unieniveau om bij te dragen tot de correcte toepassing van deze verordening, met name rekening houdend met de specifieke uitdagingen om diverse soorten illegale inhoud en systeemrisico’s aan te pakken, overeenkomstig het Unierecht met name betreffende de mededinging en de bescherming van persoonsgegevens.

Indien aanzienlijke systeemrisico's in de zin van artikel 34, lid 1, optreden en betrekking hebben op meerdere zeer grote onlineplatforms of zeer grote onlinezoekmachines, kan de Commissie de betrokken aanbieders van de zeer grote onlineplatforms of de betrokken aanbieders van de zeer grote onlinezoekmachines, en andere aanbieders van zeer grote onlineplatforms, aanbieders van zeer grote onlinezoekmachines, van onlineplatforms en van tussenhandeldiensten, naargelang het geval, alsook relevante bevoegde autoriteiten, organisaties van het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden, verzoeken mee te werken aan de opstelling van gedragscodes, onder meer door het formuleren van toezeggingen om specifieke risicobeperkende maatregelen te nemen, en door het vastleggen van een kader voor regelmatige rapportage over genomen maatregelen en de resultaten ervan.

Bij de uitvoering van de leden 1 en 2 streven de Commissie, de digitaledienstenraad en, in voorkomend geval, andere organen ernaar te verzekeren dat hun specifieke doelstellingen duidelijk uiteengezet zijn in de gedragscodes, dat daarin kernprestatie-indicatoren zijn opgenomen om de verwezenlijking van deze doelstellingen te meten en terdege rekening wordt gehouden met de behoeften en belangen van alle belanghebbenden, en met name burgers, op het niveau van de Unie. De Commissie en de digitaledienstenraad streven er ook naar te verzekeren dat deelnemers regelmatig rapporteren aan de Commissie en aan hun respectieve digitaledienstencoördinatoren van de plaats van vestiging over alle genomen maatregelen en de resultaten ervan, ten opzichte van de kernprestatie-indicatoren die zij bevatten. In de kernprestatie-indicatoren en de rapportageverplichtingen wordt rekening gehouden met de verschillen in omvang en capaciteit tussen de verschillende deelnemers.

De Commissie en de digitaledienstenraad beoordelen of de gedragscodes voldoen aan de in de leden 1 en 3 beschreven doelen, houden regelmatig toezicht op en beoordelen het behalen van hun doelstellingen, rekening houdend met de kernprestatie-indicatoren die zij kunnen bevatten. Zij maken hun conclusies bekend.

De Commissie en de digitaledienstenraad bevorderen en vergemakkelijken ook dat de gedragscodes regelmatig worden geëvalueerd en aangepast.

In geval van systematische niet-naleving van de gedragscodes kunnen de Commissie en de digitaledienstenraad de ondertekenaars van de gedragscodes verzoeken de nodige maatregelen te nemen.

Open Article 45
Art 46 Gedragscodes voor onlinereclame TransparantiePersoonsgegevensGedragscodes

De Commissie stimuleert en vergemakkelijkt de opstelling van vrijwillige gedragscodes op Unieniveau door aanbieders van onlineplatforms en andere relevante dienstaanbieders, zoals aanbieders van tussenhandeldiensten voor onlinereclame, andere actoren die betrokken zijn bij de waardeketen voor programmatisch adverteren of organisaties die afnemers van de dienst vertegenwoordigen en organisaties van het maatschappelijk middenveld of relevante instanties, om bij te dragen tot meer transparantie voor actoren in de waardeketen van onlinereclame boven de vereisten van de artikelen 26 en 39.

De Commissie streeft ernaar ervoor te zorgen dat de gedragscodes leiden tot een doeltreffende doorgifte van informatie, met volledige naleving van de rechten en belangen van alle betrokkenen, alsook tot een concurrerende, transparante en eerlijke onlinereclameomgeving, overeenkomstig het Unie- en het nationale recht met name inzake de mededinging en de bescherming van de privacy en van persoonsgegevens. De Commissie streeft ernaar ervoor te zorgen dat in de gedragscodes ten minste het volgende wordt vermeld:

(a) de doorgifte van informatie waarover aanbieders van onlinereclametussenhandeldiensten beschikken aan afnemers van de dienst met betrekking tot de in artikel 26, lid 1, punten b), c) en d), vastgestelde vereisten;

(b) de doorgifte van informatie waarover aanbieders van onlinereclametussenhandeldiensten beschikken aan de registers krachtens artikel 39;

(c) zinvolle informatie over de tegeldemaking van gegevens.

De Commissie stimuleert de opstelling van de gedragscodes uiterlijk op 18 februari 2025 en de toepassing ervan uiterlijk op 18 augustus 2025.

De Commissie spoort alle actoren in de in lid 1 bedoelde waardeketen van onlinereclame aan om de in de gedragscode vermelde verbintenissen te onderschrijven en na te leven.

Open Article 46
Art 47 Gedragscodes voor toegankelijkheid Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSAGedragscodes

De Commissie stimuleert en vergemakkelijkt de opstelling van gedragscodes op Unieniveau met de betrokkenheid van aanbieders van onlineplatforms en andere relevante dienstaanbieders, organisaties die afnemers van de dienst vertegenwoordigen en organisaties van het maatschappelijk middenveld of bevoegde autoriteiten om volledige en effectieve participatie op voet van gelijkheid te bevorderen, door te zorgen voor betere toegang tot onlinediensten die door hun oorspronkelijke vormgeving of latere aanpassing tegemoetkomen aan de specifieke behoeften van personen met een handicap.

De Commissie streeft ernaar te verzekeren dat de gedragscodes tot doel hebben de toegankelijkheid van die diensten te waarborgen, in overeenstemming met het Unierecht en het nationale recht, om het voorspelbare gebruik ervan door personen met een handicap zoveel mogelijk te bevorderen. De Commissie streeft ernaar te verzekeren dat in de gedragscodes ten minste de volgende doelstellingen aan de orde komen:

(a) diensten zodanig ontwerpen en aanpassen dat ze toegankelijk zijn voor personen met een handicap door ze waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te maken;

(b) uitleggen hoe de diensten aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften voldoen en deze informatie ter beschikking stellen van het publiek in een vorm die toegankelijk is voor personen met een handicap;

(c) informatie, formulieren en maatregelen krachtens deze verordening zodanig beschikbaar stellen dat zij gemakkelijk te vinden, te begrijpen en toegankelijk zijn voor personen met een handicap.

De Commissie stimuleert de opstelling van de gedragscode uiterlijk op 18 februari 2025 en de toepassing daarvan uiterlijk op 18 augustus 2025.

Open Article 47
Art 48 Crisisprotocollen

De digitaledienstenraad kan aanbevelen dat de Commissie begint met de opstelling, overeenkomstig de leden 2, 3 en 4, van vrijwillige crisisprotocollen voor de aanpak van crisissituaties. Die situaties zijn strikt beperkt tot uitzonderlijke omstandigheden die de openbare veiligheid of de volksgezondheid aantasten.

De Commissie stimuleert en vergemakkelijkt de aanbieders van zeer grote onlineplatforms, van zeer grote onlinezoekmachines en, waar nodig, de aanbieders van andere onlineplatforms of van andere onlinezoekmachines om mee te werken aan het opstellen, testen en toepassen van die crisisprotocollen. De Commissie beoogt ervoor te zorgen dat die crisisprotocollen een of meer van de volgende maatregelen omvatten:

(a) het prominent weergeven van informatie over de crisissituatie die is verstrekt door de lidstatelijke autoriteiten of op Unieniveau, of door andere betrokken betrouwbare organen afhankelijk van de context van de crisis;

(b) ervoor zorgen dat de aanbieder van tussenhandeldiensten een specifiek contactpunt aanwijst voor crisisbeheer; in voorkomend geval kan dit het in artikel 11 bedoelde elektronische contactpunt zijn of, in het geval van aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines, de in artikel 41 bedoelde compliancefunctionaris;

(c) waar van toepassing, het aanpassen van de middelen die worden toegekend voor naleving van de in de artikelen 16, 20, 22, 23 en 35 uiteengezette verplichtingen aan de behoeften die door de crisissituatie zijn ontstaan.

De Commissie betrekt, waar nodig, de lidstatelijke autoriteiten en eventueel ook organen, bureaus en agentschappen van de Unie bij het opstellen en testen van en het toezicht houden op de toepassing van de crisisprotocollen. Waar noodzakelijk en passend kan de Commissie ook organisaties van het maatschappelijk middenveld of andere relevante organisaties betrekken bij het opstellen van de crisisprotocollen.

De Commissie streeft ernaar te verzekeren dat in de crisisprotocollen al het volgende duidelijk is vastgesteld:

(a) de specifieke parameters om te bepalen waaruit de specifieke uitzonderlijke omstandigheid bestaat die men met het crisisprotocol wil aanpakken en de doelstellingen die hiermee worden nagestreefd;

(b) de rol van elk van de deelnemers en de maatregelen die zij moeten invoeren ter voorbereiding en zodra het crisisprotocol is geactiveerd;

(c) een duidelijke procedure om te bepalen wanneer het crisisprotocol moet worden geactiveerd;

(d) een duidelijke procedure om de periode te bepalen waarbinnen de te nemen maatregelen moeten worden genomen zodra het crisisprotocol is geactiveerd; deze periode is strikt beperkt tot wat nodig is om de betrokken specifieke buitengewone omstandigheden aan te pakken;

(e) vrijwaringsmaatregelen om eventuele negatieve effecten op de uitoefening van de in het Handvest verankerde grondrechten, met name de vrijheid van meningsuiting en van informatie en het recht op non-discriminatie, aan te pakken;

(f) een proces om openbaar verslag uit te brengen over genomen maatregelen, de duur en de resultaten ervan, bij beëindiging van de crisissituatie.

Indien de Commissie van mening is dat een crisisprotocol de crisissituatie niet doeltreffend aanpakt, of om de uitoefening van grondrechten als bedoeld in lid 4, punt e), te vrijwaren, vraagt zij de deelnemers het crisisprotocol te herzien, onder meer door bijkomende maatregelen te nemen.

Open Article 48
Art 49 Bevoegde autoriteiten en digitaledienstencoördinatoren Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSAVerwerkingsverantwoordelijkenToezicht

De lidstaten duiden een of meer bevoegde autoriteiten aan als verantwoordelijke voor het toezicht op aanbieders van tussenhandeldiensten en de uitvoering van deze verordening (“bevoegde autoriteiten”).

De lidstaten duiden een van de bevoegde autoriteiten aan als hun digitaledienstencoördinator. De digitaledienstencoördinator is verantwoordelijk voor alle kwesties die verband houden met het toezicht op en de handhaving van deze verordening in die lidstaat, tenzij de betrokken lidstaat bepaalde specifieke taken of sectoren aan andere bevoegde autoriteiten heeft toegewezen. De digitaledienstencoördinator is in elk geval verantwoordelijk voor de coördinatie op nationaal niveau in verband met deze kwesties en voor het bijdragen tot het doeltreffend en consistent toezicht houden op en handhaven van deze verordening binnen de hele Unie.

Hiertoe werken digitaledienstencoördinatoren samen met elkaar, met andere nationale bevoegde autoriteiten, met de digitaledienstenraad en met de Commissie, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de lidstaten om te voorzien in samenwerkingsmechanismen en regelmatige gedachtewisselingen tussen de digitaledienstencoördinator en andere nationale autoriteiten indien dit relevant is voor de uitvoering van hun respectieve taken.

Indien een lidstaat naast de digitaledienstencoördinator één of meer bevoegde autoriteiten aanwijst, moet hij ervoor zorgen dat de respectieve taken van die autoriteiten en van de digitaledienstencoördinator duidelijk gedefinieerd zijn en dat zij nauw en doeltreffend samenwerken bij de uitvoering van hun taken.

De lidstaten duiden de digitaledienstencoördinatoren aan uiterlijk op 17 februari 2024.

De lidstaten delen de naam van hun bevoegde autoriteit die is aangeduid als digitaledienstencoördinator alsook informatie over hoe deze kan worden bereikt, mee aan de Commissie en de digitaledienstenraad. De betrokken lidstaat deelt de naam en de respectieve taken van de andere bevoegde autoriteiten als bedoeld in lid 2 mee aan de Commissie en de digitaledienstenraad.

De in de artikelen 50, 51 en 56 bis uiteengezette bepalingen die gelden voor digitaledienstencoördinatoren zijn ook van toepassing op eventuele andere bevoegde autoriteiten die de lidstaten krachtens lid 1 van dit artikel aanwijzen.

Open Article 49
Art 50 Vereisten voor digitaledienstencoördinatoren OverheidPublieke SectorAanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

De lidstaten zorgen ervoor dat hun digitaledienstencoördinatoren hun taken uit hoofde van deze verordening op een onpartijdige, transparante en tijdige wijze uitvoeren. De lidstaten zorgen ervoor dat hun digitaledienstencoördinatoren over alle nodige middelen beschikken om hun taken uit te voeren, met inbegrip van toereikende technische, financiële en personele middelen om adequaat toezicht uit te oefenen op alle aanbieders van tussenhandeldiensten die onder hun bevoegdheid vallen. Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn digitaledienstencoördinator voldoende autonomie heeft bij het beheer van zijn begroting binnen de algemene grenzen van de begroting, teneinde de onafhankelijkheid van de digitaledienstencoördinator niet in het gedrang te brengen.

Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden overeenkomstig deze verordening handelen de digitaledienstencoördinatoren volledig onafhankelijk. Zij blijven vrij van eender welke directe dan wel indirecte externe invloed en vragen of aanvaarden geen instructies van enige andere overheidsinstantie of particulier.

Lid 2 van dit artikel doet geen afbreuk aan de taken van digitaledienstencoördinatoren binnen het systeem van toezicht en handhaving waarin deze verordening voorziet, noch aan de samenwerking met andere bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 49, lid 2. Lid 2 van dit artikel vormt geen beletsel voor de uitoefening van rechterlijke toetsing, noch voor evenredige verantwoordingsverplichtingen met betrekking tot de algemene activiteiten van de digitaledienstencoördinatoren, zoals financiële uitgaven of rapportering aan de nationale parlementen, voor zover die vereisten geen afbreuk doen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.

Open Article 50
Art 51 Bevoegdheden van digitaledienstencoördinatoren Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSAGerechtvaardigd belangToestemming

Indien dit nodig is om hun taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, beschikken digitaledienstencoördinatoren over de volgende onderzoeksbevoegdheden met betrekking tot het gedrag van aanbieders van tussenhandeldiensten die onder de bevoegdheid van hun lidstaat vallen:

(a) de bevoegdheid om van deze aanbieders, alsook van andere personen die handelen voor met hun handel, bedrijf, ambacht of beroep verband houdende doeleinden en die redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van informatie die verband houdt met een vermeende inbreuk op deze verordening, met inbegrip van organisaties die de in artikel 37 en artikel 75, lid 2, bedoelde controles uitvoeren, te verzoeken om die informatie onverwijld te verstrekken;

(b) de bevoegdheid om inspecties uit te voeren, of om een gerechtelijke autoriteit in hun lidstaat te verzoeken inspecties te gelasten, in gebouwen die deze aanbieders of personen gebruiken voor met hun handel, bedrijf, ambacht of beroep verband houdende doeleinden, of om andere openbare instanties te vragen dit te doen, teneinde informatie met betrekking tot een vermeende inbreuk in enige vorm te onderzoeken, in beslag te nemen, te kopiëren of er kopieën van te krijgen, ongeacht het opslagmedium;

(c) de bevoegdheid om werknemers of vertegenwoordigers van die aanbieders of personen te vragen uitleg te geven bij informatie die verband houdt met een vermeende inbreuk en om de antwoorden met hun toestemming met technische middelen vast te leggen.

Indien dit nodig is om hun taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, beschikken digitaledienstencoördinatoren over de volgende handhavingsbevoegdheden met betrekking tot aanbieders van tussenhandeldiensten die onder de bevoegdheid van hun lidstaat vallen:

(a) de bevoegdheid om de door die aanbieders gedane toezeggingen in verband met hun naleving van deze verordening te aanvaarden en om deze toezeggingen verbindend te maken;

(b) de bevoegdheid om de stopzetting van inbreuken te bevelen en, waar passend, remedies op te leggen die in verhouding staan tot de inbreuk en die noodzakelijk zijn om de inbreuk daadwerkelijk te beëindigen, of een gerechtelijke autoriteit in hun lidstaat te verzoeken dit te doen;

(c) de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 52 geldboeten op te leggen, of een gerechtelijke autoriteit in hun lidstaat te verzoeken dit te doen, wegens niet-naleving van deze verordening, onder meer van de krachtens lid 1 van dit artikel uitgevaardigde onderzoeksbevelen;

(d) de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 52 een dwangsom op te leggen, of een gerechtelijke autoriteit in hun lidstaat te verzoeken dit te doen, om ervoor te zorgen dat een inbreuk wordt beëindigd in overeenstemming met een krachtens punt b) van deze alinea uitgevaardigd bevel of wegens niet-naleving van de krachtens lid 1 van dit artikel uitgevaardigde onderzoeksbevelen;

(e) de bevoegdheid om voorlopige maatregelen te nemen of om de bevoegde nationale gerechtelijke autoriteit in hun lidstaat te verzoeken dit te doen, teneinde het gevaar van ernstige schade te voorkomen.

Wat de punten c) en d) van de eerste alinea betreft, hebben de digitaledienstencoördinatoren de in deze punten vermelde handhavingsbevoegdheden ook ten opzichte van de andere in lid 1 genoemde personen voor niet-naleving van een van de bevelen die hen krachtens dat lid zijn gegeven. Zij oefenen deze handhavingsbevoegdheden pas uit nadat zij deze andere personen tijdelijk alle relevante informatie met betrekking tot die bevelen hebben bezorgd, waaronder de toepasselijke termijn, de boeten of dwangsommen die kunnen worden opgelegd voor niet-naleving en de verhaalmogelijkheden.

Indien dit nodig is voor de uitvoering van hun taken uit hoofde van deze verordening, hebben digitaledienstencoördinatoren, ten aanzien van aanbieders van tussenhandeldiensten die onder de bevoegdheid van hun lidstaat vallen, wanneer alle andere bevoegdheden krachtens dit artikel om de inbreuk te beëindigen zijn uitgeput en de inbreuk niet is verholpen of blijft bestaan en ernstige schade veroorzaakt die niet kan worden vermeden door de uitoefening van andere bevoegdheden die beschikbaar zijn uit hoofde van het Unierecht of het nationale recht, de bevoegdheid om de volgende maatregelen te nemen:

(a) van het leidinggevende orgaan van die aanbieders, onverwijld, eisen dat zij de situatie onderzoeken, een actieplan vaststellen en indienen met de nodige maatregelen om de inbreuk te beëindigen, ervoor zorgen dat de aanbieder die maatregelen neemt en rapporteren over de genomen maatregelen;

(b) indien de digitaledienstencoördinator van mening is dat een aanbieder van tussenhandeldiensten de vereisten van punt a) niet voldoende heeft nageleefd, dat de inbreuk niet is verholpen of blijft bestaan en ernstige schade veroorzaakt, en dat die inbreuk neerkomt op een strafbaar feit waarbij het leven of de veiligheid van personen wordt bedreigd, de bevoegde gerechtelijke autoriteit van zijn lidstaat verzoeken de toegang van afnemers van de bij de inbreuk betrokken dienst of, uitsluitend indien dit technisch niet haalbaar is, de toegang tot de online-interface van de aanbieder van tussenhandeldiensten waarop de inbreuk plaatsvindt, tijdelijk te beperken.

(a) de aanbieder van tussenhandeldiensten heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk te beëindigen;

(b) de tijdelijke beperking beperkt de toegang tot wettige informatie door afnemers van de dienst niet onnodig, rekening houdend met het aantal getroffen afnemers en met de vraag of er geschikte en gemakkelijk toegankelijke alternatieven zijn.

Behalve wanneer hij handelt op verzoek van de Commissie als bedoeld in artikel 82, verzoekt de digitaledienstencoördinator alvorens het in punt b) van dit lid bedoelde verzoek in te dienen, belanghebbenden om schriftelijke opmerkingen in te dienen binnen een termijn van ten minste twee weken, waarin hij beschrijft welke maatregelen hij wil opleggen en wie de geadresseerde of geadresseerden van die maatregelen is of zijn. De aanbieder van tussenhandeldiensten, de bedoelde geadresseerde of geadresseerden en eventuele derden met een legitiem belang mogen aan de procedures voor de bevoegde gerechtelijke autoriteit deelnemen. Opgelegde maatregelen staan in verhouding tot de aard, de ernst, de herhaling en de duur van de inbreuk, zonder onnodige beperking van toegang tot wettelijke informatie door afnemers van de betrokken dienst.

De toegangsbeperking geldt voor een periode van vier weken, onder voorbehoud van de mogelijkheid voor de bevoegde gerechtelijke autoriteit om in haar bevel de digitaledienstencoördinator toe te staan die termijn met even lange termijnen te verlengen, met een maximaal aantal verlengingen zoals bepaald door die gerechtelijke autoriteit. De digitaledienstencoördinator mag de termijn uitsluitend verlengen wanneer hij, rekening houdend met de rechten en belangen van alle partijen die door die beperking zijn getroffen en met alle relevante omstandigheden, met inbegrip van informatie die is verstrekt door de aanbieder van tussenhandeldiensten, door de geadresseerde of geadresseerden of door een derde met een legitiem belang, van mening is dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

Indien de digitaledienstencoördinator van mening is dat aan de voorwaarden van de punten a) en b) van de derde alinea is voldaan maar hij de termijn krachtens de derde alinea niet verder kan verlengen, dient hij een nieuw verzoek in bij de bevoegde gerechtelijke autoriteit als bedoeld in punt b) van de eerste alinea.

De in de leden 1, 2 en 3 genoemde bevoegdheden gelden onverminderd afdeling 3.

De maatregelen die de digitaledienstencoördinatoren hebben genomen bij de uitoefening van hun bevoegdheden zoals vermeld in de leden 1, 2 en 3, zijn doeltreffend, ontradend en evenredig, met name rekening houdend met de aard, de ernst, de herhaling en de duur van de inbreuk of vermeende inbreuk waarop deze maatregelen betrekking hebben, alsook met de economische, technische en operationele capaciteit van de betrokken aanbieder van tussenhandeldiensten, indien van toepassing.

De lidstaten leggen specifieke regels en procedures vast voor de uitoefening van de bevoegdheden krachtens de leden 1, 2 en 3 en zorgen ervoor dat elke uitoefening van die bevoegdheden onderworpen is aan gepaste vrijwaringsmaatregelen die zijn vastgelegd in het toepasselijke nationale recht, met inachtneming van het Handvest en met de algemene beginselen van het Unierecht. Deze maatregelen worden met name alleen genomen overeenkomstig het recht op eerbiediging van het privéleven en de rechten van verdediging, waaronder het recht om te worden gehoord en het recht op toegang tot het dossier, en zijn onderworpen aan een doeltreffende voorziening in rechte van alle betrokkenen.

Open Article 51
Art 52 Sancties

De lidstaten voorzien in de voorschriften inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening door binnen hun bevoegdheid vallende aanbieders van tussenhandeldiensten en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de sancties in overeenstemming met artikel 51 worden toegepast.

De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie van die voorschriften en maatregelen in kennis en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen daarvan.

De lidstaten zorgen ervoor dat het maximumbedrag van de geldboeten die kunnen worden opgelegd wegens niet-naleving van een verplichting die in deze verordening is vastgelegd, 6 % bedraagt van de wereldwijde omzet van de betrokken aanbieder van de tussenhandeldiensten in het voorgaande boekjaar. De lidstaten zorgen ervoor dat het maximumbedrag van de geldboete die kan worden opgelegd wegens het verstrekken van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie, het niet beantwoorden of niet corrigeren van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie en het niet onderwerpen aan een inspectie 1 % bedraagt van de inkomsten of de wereldwijde omzet van de aanbieder van de tussenhandeldiensten of de betrokken persoon in het voorgaande boekjaar.

De lidstaten zorgen ervoor dat het maximumbedrag van een dwangsom per dag 5 % bedraagt van de gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet of inkomsten van de betrokken aanbieder van tussenhandeldiensten in het voorgaande boekjaar, berekend vanaf de in het desbetreffende besluit vermelde datum.

Open Article 52
Art 53 Het recht om een klacht in te dienen Afnemers van de dienst, alsmede alle organen, organisaties of verenigingen die gemachtigd zijn om namens hen de door deze verordening verleende rechten uit te oefenen, hebben het recht om een klacht in te dienen tegen aanbieders van tussenhandeldiensten wegens vermeende inbreuk op deze verordening bij de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waar de afnemer van de dienst zich bevindt of gevestigd is. De digitaledienstencoördinator beoordeelt de klacht en stuurt deze, waar passend, door naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging, samen met een advies indien dit passend wordt geacht. Indien de klacht onder de verantwoordelijkheid van een andere bevoegde autoriteit in haar lidstaat valt, stuurt de digitaledienstencoördinator die de klacht ontvangt, deze door naar die autoriteit. Tijdens deze procedure hebben beide partijen het recht om te worden gehoord en passende informatie te ontvangen over de stand van zaken in verband met de klacht, in overeenstemming met het nationaal recht. RechtshandhavingPublieke SectorOverheid

Afnemers van de dienst, alsmede alle organen, organisaties of verenigingen die gemachtigd zijn om namens hen de door deze verordening verleende rechten uit te oefenen, hebben het recht om een klacht in te dienen tegen aanbieders van tussenhandeldiensten wegens vermeende inbreuk op deze verordening bij de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waar de afnemer van de dienst zich bevindt of gevestigd is. De digitaledienstencoördinator beoordeelt de klacht en stuurt deze, waar passend, door naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging, samen met een advies indien dit passend wordt geacht. Indien de klacht onder de verantwoordelijkheid van een andere bevoegde autoriteit in haar lidstaat valt, stuurt de digitaledienstencoördinator die de klacht ontvangt, deze door naar die autoriteit. Tijdens deze procedure hebben beide partijen het recht om te worden gehoord en passende informatie te ontvangen over de stand van zaken in verband met de klacht, in overeenstemming met het nationaal recht.

Open Article 53
Art 54 Schadevergoeding Op grond van het Unierecht en het nationale recht hebben afnemers van de dienst het recht om aanbieders van tussenhandeldiensten te verzoeken om schadevergoeding voor alle schade of verliezen geleden als gevolg van een schending door die aanbieders van tussenhandeldiensten van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening. Compensatiemechanismen en Rechtsmiddelen onder de DSA

Op grond van het Unierecht en het nationale recht hebben afnemers van de dienst het recht om aanbieders van tussenhandeldiensten te verzoeken om schadevergoeding voor alle schade of verliezen geleden als gevolg van een schending door die aanbieders van tussenhandeldiensten van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.

Open Article 54
Art 55 Activiteitenverslagen Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

Digitaledienstencoördinatoren stellen jaarverslagen op over hun activiteiten uit hoofde van deze verordening, met daarin onder meer het aantal krachtens artikel 53 ontvangen klachten en een overzicht van het daaraan gegeven gevolg. De digitaledienstencoördinatoren stellen de jaarverslagen in een machineleesbaar formaat ter beschikking van het publiek, met inachtneming van de toepasselijke regels inzake vertrouwelijke informatie krachtens artikel 84, en delen deze mee aan de Commissie en de raad.

Het jaarverslag bevat daarnaast de volgende gegevens:

(a) het aantal en het onderwerp van de bevelen om op te treden tegen illegale inhoud en de bevelen om informatie te verstrekken die zijn uitgevaardigd in overeenstemming met de artikelen 9 en 10 door een nationale gerechtelijke of administratieve autoriteit van de lidstaat van de betrokken digitaledienstencoördinator;

(b) de gevolgen die aan deze bevelen zijn gegeven, zoals meegedeeld aan de digitaledienstencoördinator krachtens de artikelen 9 en 10.

Indien een lidstaat krachtens artikel 49 meerdere bevoegde autoriteiten heeft aangewezen, zorgt hij ervoor dat de digitaledienstencoördinator één verslag opstelt over de activiteiten van alle bevoegde autoriteiten en dat de digitaledienstencoördinator van de andere betrokken bevoegde autoriteiten alle relevante informatie en ondersteuning ontvangt die daarvoor nodig is.

Open Article 55
Art 56 Bevoegdheden ToezichtVertegenwoordigersTerritoriale werkingssfeer (AVG)

De lidstaat waarin de hoofdvestiging van de aanbieder van tussenhandeldiensten is gevestigd, is exclusief bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van deze verordening, met uitzondering van de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde bevoegdheden.

De Commissie is exclusief bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van afdeling 5 van hoofdstuk III vervatte verplichtingen.

De Commissie is bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van die van afdeling 5 van hoofdstuk III, ten aanzien van aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines.

Wanneer de Commissie geen procedure voor dezelfde inbreuk heeft ingeleid, is de lidstaat waar de hoofdvestiging van een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine zich bevindt ten aanzien van die aanbieders bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van die van afdeling 5 van hoofdstuk III.

De lidstaten en de Commissie werken nauw samen bij het toezicht op en de handhaving van de bepalingen van deze verordening.

Indien een aanbieder van tussenhandeldiensten geen vestiging in de Unie heeft, is de lidstaat waar zijn wettelijke vertegenwoordiger verblijft of is gevestigd dan wel de Commissie, naargelang het geval, overeenkomstig lid 1 en lid 4 van dit artikel bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.

Indien een aanbieder van tussenhandeldiensten geen wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 13 aanduidt, beschikken alle lidstaten en, in het geval van een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine, de Commissie, over de bevoegdheid tot toezicht en handhaving overeenkomstig dit artikel.

Indien een digitaledienstencoördinator voornemens is zijn bevoegdheden uit hoofde van dit lid uit te oefenen, stelt hij alle andere digitaledienstencoördinatoren en de Commissie hiervan in kennis en zorgt hij ervoor dat de toepasselijke waarborgen waarin het Handvest voorziet, in acht worden genomen, met name om te voorkomen dat hetzelfde gedrag meer dan één keer wordt bestraft met betrekking tot de schending van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen. Indien de Commissie voornemens is haar bevoegdheden uit hoofde van dit lid uit te oefenen, stelt zij alle andere digitaledienstencoördinatoren in kennis van dat voornemen. Na de kennisgeving krachtens dit lid leiden andere lidstaten geen procedure in voor dezelfde inbreuk als die welke in de kennisgeving wordt genoemd.

Open Article 56
Art 57 Wederzijdse bijstand Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

De digitaledienstencoördinatoren en de Commissie werken nauw samen en verstrekken elkaar wederzijdse bijstand teneinde deze verordening op een consistente en efficiënte wijze toe te passen. Wederzijdse bijstand bestaat met name in, onder meer, informatie-uitwisseling overeenkomstig dit artikel en in de verplichting van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging om alle digitaledienstencoördinatoren van de plaats van bestemming, de digitaledienstenraad en de Commissie in kennis te stellen van de instelling van een onderzoek en het voornemen om een definitief besluit, met inbegrip van de beoordeling ervan, te nemen ten aanzien van een specifieke aanbieder van tussenhandeldiensten.

Indien dit nodig is voor een onderzoek kan de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging andere digitaledienstencoördinatoren verzoeken de specifieke informatie over een specifieke aanbieder van tussenhandeldiensten te verstrekken waarover zij beschikken, of hun onderzoeksbevoegdheden overeenkomstig artikel 51, lid 1, uit te oefenen met betrekking tot specifieke informatie die zich in hun lidstaat bevindt. Waar passend kan de digitaledienstencoördinator die het verzoek ontvangt daarbij andere bevoegde autoriteiten of andere overheidsinstellingen van de betrokken lidstaat betrekken.

De digitaledienstencoördinator die een verzoek overeenkomstig lid 2 ontvangt, geeft gevolg aan een dergelijk verzoek en stelt de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging onverwijld en niet later dan twee maanden na ontvangst van het verzoek in kennis van de ondernomen actie, tenzij:

(a) de reikwijdte of het voorwerp van het verzoek onvoldoende is beschreven, niet gerechtvaardigd of niet evenredig is ten aanzien van de onderzoeksdoelen; of

(b) noch de aangezochte digitaledienstencoördinator, noch andere bevoegde autoriteiten of overheidsinstanties van die lidstaat over de aangevraagde informatie beschikken of daar toegang toe kunnen krijgen; of

(c) niet aan het verzoek kan worden voldaan zonder inbreuk te maken op het Unierecht of het nationale recht.

De digitaledienstencoördinator die het verzoek ontvangt rechtvaardigt zijn weigering door binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn een met redenen omkleed antwoord in te dienen.

Open Article 57
Art 58 Grensoverschrijdende samenwerking tussen digitaledienstencoördinatoren

Tenzij de Commissie een onderzoek naar dezelfde vermeende inbreuk heeft ingesteld, kan een digitaledienstencoördinator van de plaats van bestemming die redenen heeft om te vermoeden dat een aanbieder van een tussenhandeldienst deze verordening heeft geschonden op een manier die negatieve gevolgen heeft voor de afnemers van de dienst in de lidstaat van die digitaledienstencoördinator, de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging verzoeken de zaak te beoordelen en de nodige onderzoeks- en handhavingsmaatregelen te nemen om de naleving van deze verordening te waarborgen.

Tenzij de Commissie een onderzoek naar dezelfde vermeende inbreuk heeft ingesteld en op verzoek van ten minste drie digitaledienstencoördinatoren van de plaats van bestemming die redenen hebben om te vermoeden dat een bepaalde aanbieder van tussenhandeldiensten deze verordening heeft geschonden op een wijze die negatieve gevolgen heeft voor afnemers van de dienst in hun lidstaten, kan de digitaledienstenraad de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging verzoeken de zaak te beoordelen en de nodige onderzoeks- en handhavingsmaatregelen te nemen om de naleving van deze verordening te waarborgen.

Een verzoek krachtens de leden 1 of 2 wordt naar behoren gemotiveerd en vermeldt ten minste:

(a) het contactpunt van de betrokken aanbieder van de tussenhandeldiensten, zoals bedoeld in artikel 11;

(b) een beschrijving van de relevante feiten, de betrokken bepalingen van deze verordening en de redenen waarom de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden, of de raad, vermoedt dat de aanbieder deze verordening heeft geschonden, met inbegrip van een beschrijving van de negatieve gevolgen van de vermeende inbreuk;

(c) alle andere informatie die de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden, of de raad, relevant acht, met inbegrip van, waar passend, informatie die op eigen initiatief is verzameld of suggesties voor specifieke onderzoeks- of handhavingsmaatregelen die moeten worden genomen, waaronder voorlopige maatregelen.

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging houdt zoveel mogelijk rekening met het verzoek krachtens lid 1 of lid 2 van dit artikel. Indien hij van mening is dat hij over onvoldoende informatie beschikt om gevolg te geven aan het verzoek en redenen heeft om aan te nemen dat de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden, of de raad, aanvullende informatie zou kunnen verstrekken, kan de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging om deze informatie verzoeken overeenkomstig artikel 57, dan wel een gezamenlijk onderzoek starten krachtens artikel 60, lid 1, waarbij ten minste de verzoekende digitaledienstencoördinator wordt betrokken. De in lid 5 van dit artikel vastgelegde termijn wordt geschorst totdat deze aanvullende informatie is verstrekt of totdat de uitnodiging om deel te nemen aan het gezamenlijke onderzoek wordt geweigerd.

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging deelt, onverwijld en in elk geval niet later dan twee maanden na ontvangst van het verzoek krachtens de lid 1 of lid 2, de beoordeling van de vermeende inbreuk mee aan de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden en aan de raad, samen met een toelichting van eventuele onderzoeks- of handhavingsmaatregelen die in verband daarmee zijn genomen of overwogen om de naleving van deze verordening te waarborgen.

Open Article 58
Art 59 Verwijzing naar de Commissie Toezicht

Bij gebreke van een mededeling binnen de in artikel 58, lid 5, vastgestelde termijn of indien de digitaledienstenraad het niet eens is met de beoordeling of de krachtens artikel 58, lid 5, genomen of overwogen maatregelen dan wel in de in artikel 60, lid 3, bedoelde gevallen, kan de digitaledienstenraad de zaak te verwijzen naar de Commissie en alle relevante informatie verstrekken. Die informatie omvat ten minste het verzoek dat of de aanbeveling die naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging is gestuurd, de beoordeling ervan door die digitaledienstencoördinator, de redenen van het meningsverschil en alle aanvullende informatie ter ondersteuning van de verwijzing.

De Commissie beoordeelt de zaak binnen twee maanden na de verwijzing van de zaak krachtens lid 1, na raadpleging van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging.

Indien de Commissie krachtens lid 2 van dit artikel van mening is dat de beoordeling of de krachtens artikel 58, lid 5, genomen of overwogen onderzoeks- of handhavingsmaatregelen niet volstaan om de doeltreffende handhaving ervan te waarborgen of anderszins onverenigbaar zijn met deze verordening, stelt zij de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de digitaledienstenraad in kennis van haar standpunt en verzoekt zij de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging de zaak te herzien.

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging neemt de nodige onderzoeks- of handhavingsmaatregelen om de naleving van deze verordening te waarborgen, en houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met het standpunt en het verzoek om herziening van de Commissie. De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging stelt de Commissie en de verzoekende digitaledienstencoördinator of de digitaledienstenraad die actie heeft ondernomen krachtens artikel 58, lid 1, of lid 2, in kennis van de maatregelen die binnen twee maanden na dat verzoek om herziening zijn genomen.

Open Article 59
Art 60 Gezamenlijke onderzoeken Gerechtvaardigd belang

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging kan gezamenlijke onderzoeken starten en leiden, met deelname van een of meer andere betrokken digitaledienstencoördinatoren:

(a) op eigen initiatief, om een vermeende inbreuk op deze verordening door een bepaalde aanbieder van tussenhandeldiensten in verscheidene lidstaten te onderzoeken; of

(b) op aanbeveling van de digitaledienstenraad naar aanleiding van een verzoek van ten minste drie digitaledienstencoördinatoren die op basis van een redelijk vermoeden beweren dat een bepaalde aanbieder van tussenhandeldiensten een inbreuk heeft begaan die nadelige gevolgen heeft voor afnemers van de dienst in hun lidstaten.

Een digitaledienstencoördinator die aantoont een legitiem belang te hebben bij deelname aan een gezamenlijk onderzoek krachtens lid 1, kan daarom verzoeken. Het gezamenlijk onderzoek wordt afgesloten binnen drie maanden na de instelling ervan, tenzij anders overeengekomen tussen de deelnemers.

De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging deelt zijn voorlopige standpunt over de vermeende inbreuk uiterlijk een maand na afloop van de in de eerste alinea bedoelde termijn mee aan alle digitaledienstencoördinatoren, de Commissie en de raad. In zijn voorlopige standpunt houdt hij rekening met de inzichten van alle overige digitaledienstencoördinatoren die aan het gezamenlijke onderzoek hebben deelgenomen. Indien van toepassing bevat het voorlopige standpunt tevens de overwogen handhavingsmaatregelen.

De digitaledienstenraad kan de zaak verwijzen naar de Commissie krachtens artikel 59, indien:

(a) de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging zijn voorlopige standpunt niet binnen de in lid 2 vastgelegde termijn heeft meegedeeld;

(b) de digitaledienstenraad het wezenlijk oneens is met het door de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging meegedeelde voorlopig standpunt; of

(c) de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging niet onverwijld na de aanbeveling van de digitaledienstenraad krachtens lid 1, punt b een gezamenlijk onderzoek heeft gestart.

Tijdens het gezamenlijke onderzoek werken de digitaledienstencoördinatoren te goeder trouw samen, en houden zij waar van toepassing rekening met de aanwijzingen van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de aanbeveling van de raad. De digitaledienstencoördinatoren van de plaats van bestemming die deelnemen aan het gezamenlijk onderzoek kunnen, op verzoek of na raadpleging van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging, hun in artikel 51, lid 1, bedoelde onderzoeksbevoegdheden uitoefenen ten aanzien van de aanbieders van tussenhandeldiensten die betrokken zijn bij de vermeende inbreuk, wat betreft informatie en gebouwen die zich op hun grondgebied bevinden.

Open Article 60
Art 61 Europese Raad voor digitale diensten Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

Een onafhankelijke adviesgroep van digitaledienstencoördinatoren wordt opgericht voor het toezicht op aanbieders van tussenhandeldiensten, genaamd de “Europese Raad voor digitale diensten” (de “digitaledienstenraad”).

De digitaledienstenraad adviseert de digitaledienstencoördinatoren en de Commissie overeenkomstig deze verordening om de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

(a) bijdragen aan de consistente toepassing van deze verordening en effectieve samenwerking tussen de digitaledienstencoördinatoren en de Commissie met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden;

(b) het coördineren van en bijdragen aan de richtsnoeren en analyse van de Commissie en de digitaledienstencoördinatoren en andere bevoegde autoriteiten over opkomende kwesties op de interne markt met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden;

(c) het bijstaan van de digitaledienstencoördinatoren en de Commissie bij het toezicht op zeer grote onlineplatforms.

Open Article 61
Art 62 Structuur van de digitaledienstenraad Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSAToezicht

De digitaledienstenraad is samengesteld uit de digitaledienstencoördinatoren, die worden vertegenwoordigd door hoge ambtenaren. Indien een of meer lidstaten geen digitaledienstencoördinator hebben aangesteld, is dit geen reden voor de digitaledienstenraad om zijn taken uit hoofde van deze verordening niet te kunnen uitvoeren. Indien het nationale recht hierin voorziet, kunnen andere bevoegde autoriteiten die naast de digitaledienstencoördinator met specifieke operationele verantwoordelijkheden voor de toepassing en handhaving van deze verordening zijn belast, deelnemen aan de raad. Andere nationale autoriteiten kunnen voor de bijeenkomsten worden uitgenodigd wanneer de besproken onderwerpen relevant zijn voor hen.

De digitaledienstenraad wordt voorgezeten door de Commissie. De Commissie roept de vergaderingen bijeen en stelt de agenda op in overeenstemming met de taken van de digitaledienstenraad krachtens deze verordening conform het reglement van orde ervan. Indien de digitaledienstenraad wordt verzocht een aanbeveling krachtens deze verordening vast te stellen, stelt hij het verzoek onmiddellijk ter beschikking van de andere digitaledienstencoördinatoren via het in artikel 85 uiteengezette informatie-uitwisselingssysteem.

Elke lidstaat heeft één stem. De Commissie heeft geen stemrecht.

De digitaledienstenraad stelt zijn besluiten vast bij gewone meerderheid. Bij de vaststelling van een aanbeveling voor de Commissie als bedoeld in artikel 36, lid 1, eerste alinea, stemt de digitaledienstenraad binnen 48 uur na het verzoek van de voorzitter van de raad.

De Commissie biedt administratieve en analytische ondersteuning voor de activiteiten van de digitaledienstenraad krachtens deze verordening.

De digitaledienstenraad kan deskundigen en waarnemers uitnodigen om zijn vergaderingen bij te wonen, en kan samenwerken met andere organen, bureaus, agentschappen en adviesgroepen van de Unie, en waar passend met externe deskundigen. De digitaledienstenraad maakt de resultaten van deze samenwerking openbaar.

De digitaledienstenraad kan in voorkomend geval belanghebbenden raadplegen en maakt de resultaten van een dergelijke raadpleging openbaar.

De digitaledienstenraad stelt zijn reglement van orde vast na goedkeuring door de Commissie.

Open Article 62
Art 63 Taken van de digitaledienstenraad Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

Wanneer dit noodzakelijk is om de in artikel 61, lid 2, uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken, verricht de digitaledienstenraad met name de volgende taken:

(a) het ondersteunen van de coördinatie van gezamenlijke onderzoeken;

(b) het ondersteunen van de bevoegde autoriteiten bij de analyse van verslagen en resultaten van controles van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines, die krachtens deze verordening moeten worden doorgegeven;

(c) het overeenkomstig deze verordening uitbrengen van standpunten, aanbevelingen of adviezen aan digitaledienstencoördinatoren, met name rekening houdend met de vrijheid van aanbieders van tussenhandeldiensten om diensten aan te bieden;

(d) het adviseren van de Commissie over de in artikel 66 bedoelde maatregelen en het aannemen van adviezen betreffende zeer grote onlineplatforms of zeer grote onlinezoekmachines overeenkomstig deze verordening;

(e) het ondersteunen en bevorderen van de ontwikkeling en uitvoering van Europese normen, richtsnoeren, verslagen, sjablonen en gedragscodes, in nauwe samenwerking met de relevante belanghebbenden, zoals bepaald in deze verordening, onder meer door standpunten, aanbevelingen of adviezen uit te brengen over met artikel 44 verband houdende aangelegenheden, en het signaleren van opkomende kwesties met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden.

Digitaledienstencoördinatoren en, indien van toepassing, andere bevoegde autoriteiten die de aan hen gerichte adviezen, verzoeken of aanbevelingen die door de digitaledienstenraad zijn goedgekeurd, niet opvolgen, vermelden bij de rapportage krachtens deze verordening of bij het nemen van hun relevante besluiten, naargelang het geval, de redenen voor deze keuze, met inbegrip van een verklaring over de onderzoeken, acties en maatregelen die zij hebben uitgevoerd.

Open Article 63
Art 64 Ontwikkelen van deskundigheid en capaciteiten Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

De Commissie ontwikkelt, in samenwerking met de digitaledienstencoördinatoren en de raad, deskundigheid en capaciteiten op Unieniveau, onder meer door waar toepasselijk personeel uit de lidstaten te detacheren.

Bovendien coördineert de Commissie, in samenwerking met de digitaledienstencoördinatoren en de raad, de beoordeling van systemische en opkomende kwesties in de hele Unie betreffende zeer grote onlineplatforms of zeer grote onlinezoekmachines die verband houden met onder deze verordening vallende aangelegenheden.

De Commissie kan de digitaledienstencoördinator, de digitaledienstenraad en andere organen, bureaus en agentschappen van de Unie met relevante deskundigheid vragen de beoordeling van systemische en opkomende kwesties in de hele Unie uit hoofde van deze verordening te staven.

De lidstaten werken samen met de Commissie, met name via hun respectieve digitaledienstencoördinatoren en, in voorkomend geval, via andere bevoegde autoriteiten, onder meer door hun deskundigheid en capaciteiten ter beschikking te stellen.

Open Article 64
Art 65 Handhaving van verplichtingen van aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines Toezicht

Teneinde te kunnen onderzoeken of de in deze verordening vastgelegde verplichtingen worden nageleefd door aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines, kan de Commissie de in deze afdeling vastgelegde onderzoeksbevoegdheden uitoefenen, zelfs voordat zij een procedure krachtens artikel 66, lid 2, inleidt. Zij kan deze bevoegdheden uitoefenen op eigen initiatief dan wel naar aanleiding van een verzoek krachtens lid 2 van dit artikel.

Wanneer een digitaledienstencoördinator een reden heeft om te vermoeden dat een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine de bepalingen van afdeling 5 van hoofdstuk III, of systematisch eender welke bepalingen van deze verordening heeft geschonden op een wijze die ernstige gevolgen heeft voor de afnemers van de dienst in zijn lidstaat, kan hij bij de Commissie een verzoek indienen om de zaak te beoordelen via het in artikel 85 bedoelde informatie-uitwisselingssysteem.

Een verzoek krachtens lid 2 wordt naar behoren gemotiveerd en vermeldt ten minste:

(a) het contactpunt van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, zoals bedoeld in artikel 11;

(b) een beschrijving van de relevante feiten, de betrokken bepalingen van deze verordening en de redenen waarom de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden vermoedt dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatforms of van de zeer grote onlinezoekmachine deze verordening heeft geschonden, met inbegrip van een beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat de vermeende inbreuk van systemische aard is;

(c) alle overige informatie die de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden relevant acht, in voorkomend geval ook op eigen initiatief verzamelde informatie.

Open Article 65
Art 66 De inleiding van procedures door de Commissie en samenwerking bij onderzoeken OverheidPublieke SectorRechtshandhaving

De Commissie kan een procedure inleiden met het oog op de mogelijke vaststelling van besluiten krachtens de artikelen 73 en 74 met betrekking tot het relevante gedrag van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine die er door de Commissie van wordt verdacht inbreuk te hebben gemaakt op bepalingen van deze verordening.

Indien de Commissie besluit een procedure krachtens lid 1 van dit artikel in te leiden, stelt zij alle digitaledienstencoördinatoren en de digitaledienstenraad via het in artikel 85 bedoelde informatie-uitwisselingssysteem daarvan in kennis, alsook de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine.

De digitaledienstencoördinatoren verstrekken aan de Commissie, onverwijld nadat zij in kennis zijn gesteld van het inleiden van de procedure, alle informatie waarover zij beschikken over de aan de orde zijnde inbreuk.

De inleiding van een procedure door de Commissie krachtens lid 1 van dit artikel ontslaat de digitaledienstencoördinator of waar toepasselijk elke bevoegde autoriteit van zijn of haar bevoegdheid tot toezicht op en handhaving van deze verordening krachtens artikel 56, lid 4.

Bij de uitoefening van haar onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van deze verordening kan de Commissie verzoeken om de individuele of gezamenlijke steun van de bij de vermeende inbreuk betrokken digitaledienstencoördinatoren, met inbegrip van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging. De digitaledienstencoördinator die een dergelijk verzoek heeft ontvangen en elke andere bevoegde autoriteit die er door de digitaledienstencoördinator bij betrokken is, werken loyaal en tijdig samen met de Commissie en hebben het recht om hun in artikel 51, lid 1, bedoelde onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de betrokken aanbieder het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, wat betreft informatie, personen en bedrijfsruimten die zich op het grondgebied van hun lidstaat bevinden en in overeenstemming met het verzoek.

De Commissie verstrekt de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de digitaledienstenraad alle relevante informatie over de uitoefening van de in de artikelen 67 tot en met 72 bedoelde bevoegdheden, evenals haar voorlopige bevindingen zoals bedoeld in artikel 79, lid 1. De digitaledienstenraad deelt zijn standpunt over die voorlopige bevindingen met de Commissie binnen de in artikel 79, lid 2, vastgestelde termijn. De Commissie houdt in haar besluit zoveel mogelijk rekening met de eventuele standpunten van de raad.

Open Article 66
Art 67 Verzoeken om inlichtingen Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

Ter uitvoering van de taken die haar krachtens deze afdeling zijn toegewezen, kan de Commissie met een eenvoudig verzoek of bij besluit eisen dat de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, evenals alle andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen voor met hun handel, bedrijf, ambacht of beroep verband houdende doeleinden en die redelijkerwijs kennis kunnen hebben van informatie met betrekking tot de vermeende inbreuk, met inbegrip van organisaties die de in artikel 37 en artikel 75, lid 2, bedoelde controles uitvoeren, dergelijke informatie binnen een redelijke termijn verstrekken.

Bij het toezenden van een eenvoudig verzoek om informatie aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine dan wel aan een andere persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel, vermeldt de Commissie de rechtsgrond voor en het doel van het verzoek, geeft zij aan om welke informatie wordt verzocht, bepaalt zij de termijn waarbinnen de informatie moet worden verstrekt en stelt zij de in artikel 74 bedoelde geldboeten voor het aanleveren van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie vast.

Indien de Commissie van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine dan wel van een andere persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel, informatie verlangt door middel van een besluit, vermeldt zij de rechtsgrond voor en het doel van het verzoek, geeft zij aan om welke informatie wordt verzocht en bepaalt zij de termijn waarbinnen de informatie moet worden verstrekt. Zij vermeldt ook de in artikel 74 bedoelde geldboeten en vermeldt de in artikel 76 bedoelde dwangsommen of legt deze dwangsommen op. Het besluit wijst voorts op het recht om tegen het besluit beroep in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De betrokken aanbieders van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine dan wel een andere persoon als bedoeld in lid 1, of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen, vennootschappen of bedrijven, of indien ze geen rechtspersoonlijkheid hebben, de personen die gemachtigd zijn om hen krachtens de wet of hun statuten te vertegenwoordigen, verstrekken de gevraagde informatie namens de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine dan wel namens een andere persoon als bedoeld in lid 1. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen de verlangde informatie verstrekken namens hun cliënten. De cliënten blijven volledig aansprakelijk indien de verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is.

Op verzoek van de Commissie verstrekken de digitaledienstencoördinatoren en andere bevoegde autoriteiten de Commissie alle inlichtingen die zij nodig heeft om de haar op grond van deze afdeling opgedragen taken te vervullen.

Na het versturen van het eenvoudige verzoek of het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit, zendt de Commissie onverwijld een afschrift daarvan toe aan de digitaledienstencoördinatoren, via het in artikel 85 bedoelde informatie-uitwisselingssysteem.

Open Article 67
Art 68 Bevoegdheid om te horen en verklaringen af te nemen

Ter uitvoering van de taken die haar uit hoofde van deze afdeling zijn toegewezen, kan de Commissie een natuurlijke of rechtspersoon horen die ermee instemt te worden gehoord om informatie te verzamelen over het onderwerp van een onderzoek met betrekking tot de vermeende inbreuk. De Commissie heeft het recht om dit gesprek met passende technische middelen vast te leggen.

Indien het in lid 1 bedoelde gesprek plaatsvindt in andere gebouwen dan die van de Commissie, stelt zij de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waar het gesprek plaatsvindt daarvan in kennis. Indien de digitaledienstencoördinator hierom verzoekt, mogen zijn functionarissen bijstand verlenen aan de functionarissen en andere begeleidende personen die door de Commissie zijn gemachtigd om het gesprek te voeren.

Open Article 68
Art 69 Bevoegdheid om inspecties uit te voeren PersoonsgegevensToestemmingAanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

Ter uitvoering van de taken uit te voeren die haar uit hoofde van deze afdeling zijn toegewezen, kan de Commissie alle nodige inspecties uitvoeren in de gebouwen van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of van een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1.

De functionarissen en andere begeleidende personen die door de Commissie gemachtigd zijn om een inspectie uit te voeren, zijn bevoegd om:

(a) alle gebouwen, terreinen en vervoermiddelen van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of van de andere betrokkene te betreden;

(b) de boeken en alle andere registers betreffende de aanbieding van de betrokken dienst, ongeacht de drager waarop zij opgeslagen, te controleren;

(c) in eender welke vorm afschriften of uittreksels van die boeken en andere registers te maken of te verkrijgen;

(d) te verlangen dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of de andere betrokkene toegang verschaft tot en uitleg geeft over zijn organisatie, werking, IT-systemen, algoritmen, gegevensverwerking en handelspraktijken, en de gegeven toelichtingen te registreren of te documenteren;

(e) gebouwen die worden gebruikt voor doeleinden die verband houden met de handel, het bedrijf, de ambacht of het beroep van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of van de andere betrokkene, evenals boeken of andere registers, voor de duur van en zover vereist voor de inspectie te verzegelen;

(f) vertegenwoordigers of personeelsleden van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of de andere betrokkene te verzoeken om toelichting bij feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van de inspectie, en om hun antwoorden vast te leggen;

(g) vragen te richten tot vertegenwoordigers of personeelsleden in verband met het voorwerp en het doel van de inspectie, en om hun antwoorden vast te leggen.

Inspecties kunnen worden uitgevoerd met de hulp van controleurs of deskundigen die krachtens artikel 72, lid 2, door de Commissie zijn aangewezen, en van de digitaledienstencoördinator of andere bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie wordt verricht.

Indien de gevraagde boeken of andere registers in verband met de aanbieding van de betrokken dienst niet volledig worden getoond of de antwoorden op de uit hoofde van lid 2 van dit artikel gestelde vragen onjuist, onvolledig of misleidend zijn, oefenen de door de Commissie tot het uitvoeren van een inspectie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie en de in de artikelen 74 en 76 bedoelde sancties zijn vermeld. De Commissie stelt de digitaledienstencoördinator van de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie zal worden uitgevoerd, geruime tijd vóór de inspectie hiervan in kennis.

Tijdens inspecties kunnen door de Commissie gemachtigde functionarissen of andere begeleidende personen, de door de Commissie aangewezen controleurs en deskundigen, evenals de digitaledienstencoördinator of andere bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie wordt uitgevoerd, eisen dat de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine dan wel een andere betrokkene uitleg geven over de organisatie, de werking, het IT-systeem, de algoritmen, de gegevensverwerking en de handelspraktijken ervan, en kunnen zij vragen stellen aan haar belangrijkste personeelsleden.

De aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, dan wel een andere betrokken natuurlijke of rechtspersoon moet zich onderwerpen aan een inspectie die bij besluit van de Commissie is gelast. In het besluit wordt vermeld wat het voorwerp en het doel van de inspectie zijn en op welke datum de inspectie aanvangt, en wordt gewezen op de in de artikelen 74 en 76 vastgestelde sancties alsook op het recht om tegen het besluit beroep in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Alvorens een dergelijk besluit te nemen, raadpleegt de Commissie de digitaledienstencoördinator van de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie zal worden uitgevoerd.

De functionarissen van de digitaledienstencoördinator van de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie moet worden uitgevoerd en andere door hem gemachtigde of benoemde personen verlenen op verzoek van die digitaledienstencoördinator of van de Commissie actief bijstand aan de functionarissen en andere begeleidende personen die door de Commissie in verband met de inspectie zijn gemachtigd. Daartoe beschikken zij over de in lid 2 genoemde bevoegdheden.

Indien de functionarissen en andere door de Commissie gemachtigde begeleidende personen vaststellen dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of de andere betrokkene zich verzet tegen een krachtens dit artikel gelaste inspectie, verleent de lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie moet worden uitgevoerd de functionarissen of andere begeleidende personen, op hun verzoek en overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat, de nodige bijstand, waaronder in de vorm van door een bevoegde rechtshandhavingsinstantie genomen dwangmaatregelen, indien toepasselijk uit hoofde van dat nationale recht, om hen in staat te stellen de inspectie uit te voeren.

Indien het nationale recht van de betrokken lidstaat voorschrijft dat voor de in lid 8 bedoelde bijstand de toestemming van een nationale rechterlijke instantie vereist is, wordt die toestemming gevraagd door de digitaledienstencoördinator van die lidstaat, op verzoek van de functionarissen en andere door de Commissie gemachtigde begeleidende personen. Die toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

Indien om toestemming als bedoeld in lid 9 wordt verzocht, toetst de nationale rechterlijke instantie waarbij de zaak aanhangig is het besluit van de Commissie op zijn authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot het voorwerp van de inspectie. Bij het uitvoeren van dergelijke controles kan de nationale rechterlijke instantie de Commissie rechtstreeks of via de digitaledienstencoördinator van de betrokken lidstaat om nadere uitleg verzoeken, met name over de redenen die de Commissie heeft om te vermoeden dat een inbreuk is gepleegd op deze verordening, alsook over de ernst van de vermeende inbreuk en over de aard van de betrokkenheid van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, dan wel de andere betrokkene. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van de inspectie in twijfel trekken, noch gegevens uit het Commissiedossier verlangen. De rechtsgeldigheid van het besluit van de Commissie kan enkel worden getoetst door het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Open Article 69
Art 70 Voorlopige maatregelen

In het kader van procedures die kunnen leiden tot de aanneming van een besluit van niet-naleving krachtens artikel 73, lid 1, kan de Commissie, indien er sprake is van urgentie vanwege het risico van ernstige schade voor de afnemers van de dienst, bij besluit voorlopige maatregelen gelasten tegen de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine op basis van een eerste vaststelling van een inbreuk.

Een uit hoofde van lid 1 gegeven besluit is gedurende een bepaalde periode van toepassing en kan worden verlengd voor zover dit nodig en dienstig is.

Open Article 70
Art 71 Toezeggingen

Indien de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine tijdens de procedure uit hoofde van deze afdeling toezeggingen doet om de naleving van de desbetreffende bepalingen van deze verordening te waarborgen, kan de Commissie deze toezeggingen bij besluit bindend maken voor de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine en verklaren dat er geen redenen zijn om verder op te treden.

De Commissie kan, op verzoek of op eigen initiatief, de procedure heropenen:

(a) indien er een wezenlijke verandering optreedt in de feiten waarop het besluit was gebaseerd;

(b) indien de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine in strijd met zijn toezeggingen handelt; of

(c) indien het besluit was gebaseerd op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie die werd verstrekt door de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1.

Indien de Commissie van oordeel is dat de toezeggingen die door de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine zijn gedaan, niet volstaan om de daadwerkelijke naleving van de desbetreffende bepalingen van deze verordening te waarborgen, wijst zij die toezeggingen bij het afsluiten van de procedure in een met redenen omkleed besluit af.

Open Article 71
Art 72 Toezichtsmaatregelen

Voor de uitvoering van de taken die haar uit hoofde van deze afdeling zijn toegewezen, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen om toezicht te houden op de daadwerkelijke uitvoering en naleving van deze verordening door aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines. De Commissie kan hen gelasten toegang te verlenen tot en uitleg te geven over hun databanken en algoritmen. Dergelijke maatregelen kunnen inhouden dat aan de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine de verplichting wordt opgelegd alle documenten te bewaren die noodzakelijk worden geacht voor de beoordeling van de uitvoering en naleving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.

De maatregelen krachtens lid 1 kunnen de aanstelling omvatten van onafhankelijke externe deskundigen en controleurs, en met goedkeuring van de betrokken autoriteit door deskundigen en controleurs van bevoegde nationale autoriteiten, om de Commissie bij te staan bij het toezicht op de daadwerkelijke uitvoering en naleving van de desbetreffende bepalingen van deze verordening en om de Commissie specifieke deskundigheid of kennis te verschaffen.

Open Article 72
Art 73 Niet-naleving

De Commissie stelt een niet-nalevingsbesluit vast wanneer zij constateert dat de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine niet voldoet aan een of meer van de volgende punten:

(a) de desbetreffende bepalingen van deze verordening;

(b) alle krachtens artikel 70 gelaste voorlopige maatregelen;

(c) de toezeggingen waaraan krachtens artikel 71 een bindend karakter is verleend.

Alvorens het besluit krachtens lid 1 vast te stellen, deelt de Commissie haar voorlopige bevindingen mee aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine. In de voorlopige bevindingen licht de Commissie de maatregelen toe die zij overweegt te nemen of die de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine volgens haar moet nemen om doeltreffend gevolg te geven aan de voorlopige bevindingen.

In het krachtens lid 1 vastgestelde besluit gelast de Commissie de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het besluit krachtens lid 1 binnen een daarin genoemde redelijke termijn wordt nageleefd en om informatie te verstrekken over de maatregelen die die aanbieder voornemens is te nemen om aan het besluit te voldoen.

De betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine verstrekt de Commissie een beschrijving van de maatregelen die hij heeft genomen om ervoor te zorgen dat het besluit krachtens lid 1 wordt nageleefd wanneer zij ten uitvoer worden gelegd.

Indien de Commissie vaststelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van lid 1, sluit zij het onderzoek bij besluit af. Het besluit is onmiddellijk van toepassing.

Open Article 73
Art 74 Geldboeten

In het in artikel 73 bedoelde besluit kan de Commissie aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine geldboeten opleggen die niet meer bedragen dan 6 % van zijn totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien zij vaststelt dat de aanbieder opzettelijk of uit onachtzaamheid:

(a) inbreuk pleegt op de desbetreffende bepalingen van deze verordening;

(b) nalaat een besluit waarbij uit hoofde van artikel 70 voorlopige maatregelen worden gelast, na te leven; of

(c) nalaat een toezegging waaraan krachtens artikel 71 bij besluit een bindend karakter is verleend, na te komen.

De Commissie kan een besluit vaststellen waarbij aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of aan een andere natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in artikel 67, lid 1, geldboeten worden opgelegd die niet meer bedragen dan 1 % van de totale jaarlijkse inkomsten of wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar, indien de hij opzettelijk of uit onachtzaamheid:

(a) onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekt in antwoord op een eenvoudig verzoek of een verzoek bij een besluit krachtens artikel 67;

(b) nalaat het bij besluit gedane verzoek om informatie binnen de gestelde termijn te beantwoorden;

(c) door een personeelslid verstrekte onjuiste, onvolledige of misleidende informatie niet binnen de door de Commissie gestelde termijn corrigeert, of verzuimt of weigert volledige informatie te verstrekken;

(d) weigert zich aan een inspectie krachtens artikel 69 te onderwerpen;

(e) nalaat de door de Commissie krachtens artikel 72 vastgestelde maatregelen na te leven; of

(f) nalaat de voorwaarden voor inzage in het dossier van de Commissie krachtens artikel 79, lid 4, na te leven.

Alvorens het besluit krachtens lid 2 van dit artikel vast te stellen, deelt de Commissie haar voorlopige bevindingen mee aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of aan een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1.

Bij de bepaling van het bedrag van de geldboete houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en de herhaling van de inbreuk en, voor de krachtens lid 2 opgelegde geldboeten, met de vertraging die in de procedure is ontstaan.

Open Article 74
Art 75 Verscherpt toezicht op remedies ter bestrijding van inbreuken op in hoofdstuk III, afdeling 5 vastgelegde verplichtingen GedragscodesMonitoring

Indien de Commissie krachtens artikel 73 een besluit neemt over een inbreuk op een van de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling 5, door een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine, maakt zij gebruik van het in dit artikel vastgestelde systeem voor verscherpt toezicht. Daarbij houdt zij zoveel mogelijk rekening met alle adviezen van de digitaledienstenraad krachtens dit artikel.

In het in artikel 73 genoemde besluit eist de Commissie van de betrokken aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine dat hij binnen een in het besluit vastgestelde redelijke termijn een actieplan opstelt met de nodige maatregelen die volstaan om de inbreuk te beëindigen of te verhelpen, en dit meedeelt aan de digitaledienstencoördinator, de Commissie en de raad. Die maatregelen omvatten de toezegging om een onafhankelijke controle uit te voeren in overeenstemming met artikel 37, leden 3 en 4, met betrekking tot de uitvoering van de overige maatregelen, en vermelden de identiteit van de controleurs, alsook de controlemethode, het tijdschema en de opvolging van de controle. De maatregelen kunnen in voorkomend geval ook een toezegging bevatten om een toepasselijke gedragscode overeenkomstig artikel 45 te hanteren.

Binnen een maand na ontvangst van het actieplan deelt de digitaledienstenraad zijn advies over het actieplan mee aan de Commissie. Binnen een maand na ontvangst van dat advies beslist de Commissie of de in het actieplan vervatte maatregelen volstaan om de inbreuk te beëindigen of te verhelpen, en stelt zij een redelijke termijn vast voor de uitvoering daarvan. In dat besluit wordt rekening gehouden met de eventuele toezegging om toepasselijke gedragscodes na te leven. De Commissie monitort vervolgens de uitvoering van het actieplan. Daartoe deelt de betrokken aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine het controlerapport nadat het beschikbaar wordt onverwijld met de Commissie en houdt hij de Commissie op de hoogte van de stappen die worden ondernomen om het actieplan uit te voeren. Indien dit voor dergelijke monitoring noodzakelijk is, kan de Commissie van de betrokken aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine eisen dat hij binnen een door de Commissie vastgestelde redelijke termijn aanvullende informatie verstrekt.

De Commissie houdt de digitaledienstenraad en de digitaledienstencoördinator op de hoogte van de uitvoering van het actieplan en het toezicht daarop.

De Commissie kan de nodige maatregelen nemen overeenkomstig deze verordening, en met name artikel 76, lid 1, punt e), en artikel 82, lid 1, indien:

(a) de betrokken aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine geen actieplan, controlerapport, noodzakelijke actualiseringen of andere vereiste aanvullende informatie verstrekt binnen de toepasselijke termijn;

(b) de Commissie het voorgestelde actieplan afwijst omdat het van mening is dat de daarin vervatte maatregelen niet volstaan om de inbreuk te beëindigen of te verhelpen; of

(c) de Commissie op grond van het controlerapport, actualiseringen of aanvullende gegevens die haar zijn verstrekt of andere haar ter beschikking staande relevante informatie van oordeel is dat de uitvoering van het actieplan niet volstaat om de inbreuk te beëindigen of te verhelpen.

Open Article 75
Art 76 Dwangsommen

De Commissie kan een besluit vaststellen waarbij aan de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of aan een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1, naargelang het geval, dwangsommen worden opgelegd die niet meer bedragen dan 5 % van de gemiddelde dagelijkse inkomsten of de wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar per dag, berekend vanaf de in het besluit gestelde datum om hen te verplichten om:

(a) correcte en volledige informatie te verstrekken naar aanleiding van een besluit waarbij informatie wordt gevraagd krachtens artikel 67;

(b) zich te onderwerpen aan een inspectie die de Commissie bij een besluit krachtens artikel 69 heeft gelast;

(c) een krachtens artikel 70, lid 1, gelast besluit houdende voorlopige maatregelen na te leven;

(d) toezeggingen waaraan krachtens artikel 71, lid 1, bij besluit een verbindend karakter is verleend, na te komen;

(e) een krachtens artikel 73, lid 1, gelast besluit na te leven, indien toepasselijk met inbegrip van de daarin vervatte vereisten met betrekking tot het in artikel 75 bedoelde actieplan.

Wanneer de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1, de verplichting is nagekomen waarvoor de dwangsom was opgelegd, kan de Commissie de definitieve dwangsom vaststellen op een bedrag dat lager is dan het bedrag dat uit het oorspronkelijke besluit zou voortvloeien.

Open Article 76
Art 77 Verjaringstermijn voor het opleggen van sancties

Voor de bij de artikelen 74 en 76 aan de Commissie verleende bevoegdheden geldt een verjaringstermijn van vijf jaar.

De verjaringstermijn gaat in op de dag waarop de inbreuk is gepleegd. Bij voortdurende of voortgezette inbreuken gaat de verjaringstermijn echter pas in op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

De verjaringstermijn voor de oplegging van geldboeten of dwangsommen wordt gestuit door elke handeling van de Commissie of de digitaledienstencoördinator ten behoeve van het onderzoek of de procedure met betrekking tot de inbreuk. Handelingen die de verjaringstermijn stuiten, zijn met name:

(a) verzoeken om informatie door de Commissie of door een digitaledienstencoördinator;

(b) inspectie;

(c) de inleiding van een procedure door de Commissie krachtens artikel 66, lid 1.

Na elke stuiting gaat een nieuwe verjaringstermijn in. De verjaring voor de oplegging van geldboeten of dwangsommen treedt echter uiterlijk in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat de Commissie een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met de periode gedurende welke de verjaringstermijn krachtens lid 5 werd gestuit.

De verjaringstermijn voor de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt geschorst zolang over het besluit van de Commissie een procedure aanhangig is bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Open Article 77
Art 78 Verjaringsperiode voor de uitvoering van sancties

De bevoegdheid van de Commissie om krachtens de artikelen 74 en 76 genomen besluiten ten uitvoer te leggen, verstrijkt na vijf jaar.

Deze periode gaat in op de dag waarop het besluit definitief wordt.

De verjaringstermijn voor de uitvoering van sancties wordt gestuit:

(a) door de kennisgeving van een besluit waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd of waarbij een daartoe strekkend verzoek wordt afgewezen;

(b) door elke handeling van de Commissie of van een lidstaat op verzoek van de Commissie tot inning van de geldboete of de dwangsom.

Na elke stuiting gaat een nieuwe verjaringstermijn in.

De verjaringstermijn voor de uitvoering van sancties wordt geschorst zolang:

(a) betalingsfaciliteiten zijn toegestaan;

(b) de invordering van de betaling werd geschorst krachtens een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie of van een nationale rechterlijke instantie.

Open Article 78
Art 79 Recht om te worden gehoord en toegang tot het dossier Persoonsgegevens

Alvorens een besluit te nemen krachtens artikel 73, lid 1, artikel 74 of artikel 76, stelt de Commissie de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1, in de gelegenheid te worden gehoord over:

(a) voorlopige bevindingen van de Commissie, met inbegrip van alle zaken waartegen de Commissie bezwaren heeft gemaakt; en

(b) maatregelen die de Commissie eventueel voornemens is te nemen in het licht van de in punt a) bedoelde voorlopige bevindingen.

De betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of de zeer grote onlinezoekmachine of een andere persoon als bedoeld in artikel 67, lid 1, kan zijn opmerkingen over de voorlopige bevindingen van de Commissie indienen binnen een redelijke termijn die de Commissie in haar voorlopige bevindingen heeft vastgesteld en die niet minder dan 14 dagen mag zijn.

De Commissie baseert haar besluiten slechts op de bezwaren waarover de betrokkenen opmerkingen hebben kunnen maken.

Het recht van verdediging van de betrokkenen wordt in de loop van de procedure ten volle geëerbiedigd. Zij zijn gerechtigd inzage in het dossier van de Commissie te krijgen onder de voorwaarden van een overeengekomen openbaarmaking, met inachtneming van het legitieme belang van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine of een andere betrokkene bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Bij onenigheid tussen de partijen is de Commissie bevoegd om besluiten te nemen tot vaststelling van de voorwaarden van openbaarmaking. Het recht tot inzage in het dossier van de Commissie geldt niet voor vertrouwelijke informatie en interne documenten van de Commissie, de raad, digitaledienstencoördinatoren, andere bevoegde instellingen of andere lidstatelijke autoriteiten. Het recht van toegang geldt met name niet voor correspondentie tussen de Commissie en die autoriteiten. Niets in dit lid belet de Commissie om voor het bewijs van een inbreuk noodzakelijke informatie bekend te maken of te gebruiken.

De krachtens de artikelen 67, 68 en 69 verzamelde informatie wordt alleen voor de toepassing van deze verordening gebruikt.

Open Article 79
Art 80 Bekendmaking van besluiten

De Commissie maakt de besluiten die zij krachtens artikel 70, lid 1, artikel 71, lid 1, en de artikelen 73, 74, 75 en 76 neemt, bekend. In de bekendmaking worden de namen van de partijen en de belangrijkste inhoud van het besluit, waaronder de opgelegde sancties, vermeld.

Bij de bekendmaking wordt met het oog op de bescherming van hun vertrouwelijke informatie rekening gehouden met de rechten en legitieme belangen van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, van elke andere persoon zoals bedoeld in artikel 67, lid 1, en van eventuele derden.

Open Article 80
Art 81 Beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie Overeenkomstig artikel 261 VWEU heeft het Europees Hof van Justitie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten van de Commissie waarbij geldboeten of dwangsommen zijn opgelegd. Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Overeenkomstig artikel 261 VWEU heeft het Europees Hof van Justitie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten van de Commissie waarbij geldboeten of dwangsommen zijn opgelegd. Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Open Article 81
Art 82 Verzoeken om toegangsbeperkingen en samenwerking met nationale rechterlijke instanties ToestemmingInspectietoegangrechten en Samenwerkingsverplichtingen

Indien alle bevoegdheden krachtens deze afdeling om een einde te maken aan een inbreuk op deze verordening zijn uitgeput, de inbreuk voortduurt en ernstige schade veroorzaakt die niet kan worden vermeden door de uitoefening van andere uit hoofde van het Unierecht of het nationale recht beschikbare bevoegdheden, kan de Commissie de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine verzoeken om op te treden krachtens artikel 51, lid 3.

Alvorens een dergelijk verzoek in te dienen bij de digitaledienstencoördinator, nodigt de Commissie belanghebbenden uit om binnen een termijn van niet minder dan 14 werkdagen schriftelijke opmerkingen in te dienen, waarin de maatregelen worden beschreven die zij voornemens zijn om aan te vragen en de beoogde geadresseerde of geadresseerden daarvan te identificeren.

Indien de coherente toepassing van deze verordening dit vereist, kan de Commissie, op eigen initiatief, schriftelijke opmerkingen indienen bij de in artikel 51, lid 3, bedoelde bevoegde gerechtelijke autoriteit. Met toestemming van de gerechtelijke autoriteit in kwestie kan zij ook mondelinge opmerkingen maken.

Uitsluitend ter voorbereiding van haar opmerkingen kan de Commissie die gerechtelijke autoriteit verzoeken alle documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de zaak, toe te zenden of te doen toezenden.

Wanneer een nationale rechterlijke instantie uitspraak doet over een zaak waarover de Commissie reeds een besluit heeft genomen uit hoofde van deze verordening, mag die nationale rechterlijke instantie geen beslissing nemen die in strijd is met dat besluit van de Commissie. Ook moeten nationale rechterlijke instanties vermijden beslissingen te nemen die in strijd zouden kunnen zijn met een door de Commissie overwogen besluit in een uit hoofde van deze verordening door haar ingeleide procedure. Daartoe kan een nationale rechterlijke instantie beoordelen of het noodzakelijk is haar procedure op te schorten. Dit doet geen afbreuk aan artikel 267 VWEU.

Open Article 82
Art 83 Uitvoeringshandelingen met betrekking tot tussenkomst van de Commissie Met betrekking tot de tussenkomst van de Commissie waarop deze afdeling betrekking heeft, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot de praktische regelingen voor: Alvorens bepalingen krachtens de eerste alinea van dit artikel vast te stellen, maakt de Commissie het ontwerp daarvan bekend en verzoekt zij alle belanghebbenden haar hun opmerkingen te doen toekomen binnen de termijn die zij daarin vaststelt en die niet korter mag zijn dan een maand. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 88 bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Met betrekking tot de tussenkomst van de Commissie waarop deze afdeling betrekking heeft, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot de praktische regelingen voor: Alvorens bepalingen krachtens de eerste alinea van dit artikel vast te stellen, maakt de Commissie het ontwerp daarvan bekend en verzoekt zij alle belanghebbenden haar hun opmerkingen te doen toekomen binnen de termijn die zij daarin vaststelt en die niet korter mag zijn dan een maand. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 88 bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

de procedure krachtens de artikelen 69 en 72;

de in artikel 79 bedoelde hoorzittingen;

de in artikel 79 bedoelde overeengekomen openbaarmaking van informatie.

Open Article 83
Art 84 Beroepsgeheim Onverminderd de uitwisseling en het gebruik van informatie als bedoeld in dit hoofdstuk, maken de Commissie, de digitaledienstenraad, de bevoegde lidstatelijke autoriteiten en hun respectieve ambtenaren, personeelsleden en andere personen die onder hun toezicht werken, en alle andere betrokken natuurlijke of rechtspersonen, met inbegrip van de controleurs en deskundigen die krachtens artikel 72, lid 2, zijn aangesteld, geen informatie openbaar die zij krachtens deze verordening hebben verkregen of uitgewisseld en die onder het beroepsgeheim vallen. Beroepsgeheim

Onverminderd de uitwisseling en het gebruik van informatie als bedoeld in dit hoofdstuk, maken de Commissie, de digitaledienstenraad, de bevoegde lidstatelijke autoriteiten en hun respectieve ambtenaren, personeelsleden en andere personen die onder hun toezicht werken, en alle andere betrokken natuurlijke of rechtspersonen, met inbegrip van de controleurs en deskundigen die krachtens artikel 72, lid 2, zijn aangesteld, geen informatie openbaar die zij krachtens deze verordening hebben verkregen of uitgewisseld en die onder het beroepsgeheim vallen.

Open Article 84
Art 85 Informatie-uitwisselingssysteem Aanwijzing en Bevoegdheden van Bevoegde Autoriteiten onder de DSA

De Commissie voorziet en onderhoudt een betrouwbaar en veilig informatie-uitwisselingssysteem ter ondersteuning van de communicatie tussen digitaledienstencoördinatoren, de Commissie en de digitaledienstenraad. Andere bevoegde autoriteiten kunnen toegang tot dit systeem krijgen, indien dit voor hen noodzakelijk is voor de uitvoering van de hun overeenkomstig deze verordening opgedragen taken.

De digitaledienstencoördinatoren, de Commissie en de digitaledienstenraad maken krachtens deze verordening voor alle communicatie gebruik van het informatie-uitwisselingssysteem.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter bepaling van de praktische en operationele regelingen voor de werking van het informatie-uitwisselingssysteem en de interoperabiliteit met andere relevante systemen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 88 bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Open Article 85
Art 86 Vertegenwoordiging Gerechtvaardigd belangBeveiliging

Onverminderd Richtlijn (EU) 2020/1828 of alle andere vormen van vertegenwoordiging uit hoofde van het nationale recht, hebben afnemers van tussenhandeldiensten ten minste het recht een orgaan, organisatie of vereniging te machtigen namens hen de door deze verordening verleende rechten uit te oefenen, op voorwaarde dat het orgaan, de organisatie of vereniging aan al de volgende voorwaarden voldoet:

(a) zij werken zonder winstoogmerk;

(b) zij zijn rechtsgeldig opgericht overeenkomstig het recht van een lidstaat;

(c) hun statutaire doelstellingen omvatten een legitiem belang om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd.

Aanbieders van onlineplatforms nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om te verzekeren dat klachten die namens afnemers van de dienst via de in artikel 20, lid 1, genoemde mechanismen zijn ingediend door de in lid 1 van dit artikel bedoelde organen, organisaties of verenigingen, prioritair en onverwijld worden verwerkt en afgehandeld.

Open Article 86
Art 87 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

De in de artikelen 24, 33, 37, 40 en 43 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor vijf jaar met ingang van 16 november 2022. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 24, 33, 37, 40 en 43 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

Een krachtens de artikelen 24, 33, 37, 40 en 43 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met drie maanden verlengd.

Open Article 87
Art 88 Comitéprocedure

De Commissie wordt bijgestaan door een comité (“het Comité inzake digitale diensten”). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Open Article 88
Art 89 Wijzigingen van Richtlijn 2000/31/EG

De artikelen 12 tot en met 15 van Richtlijn 2000/31/EG worden geschrapt.

Verwijzingen naar de artikelen 12 tot en met 15 van Richtlijn 2000/31/EG gelden als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 4, 5, 6 en 8 van deze verordening.

Open Article 89
Art 90 Wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 Aan bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/1828, wordt het volgende punt toegevoegd:“68)Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een interne markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1).”.

Aan bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/1828, wordt het volgende punt toegevoegd:“68)Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een interne markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1).”.

Open Article 90
Art 91 Herziening

Uiterlijk op 18 februari 2027 evalueert de Commissie het mogelijke effect van deze verordening op de ontwikkeling en economische groei van kleine en middelgrote ondernemingen, en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

(a) de toepassing van artikel 33, met inbegrip van de reikwijdte van aanbieders van tussenhandeldiensten die onder de in afdeling 5 van hoofdstuk III van deze verordening uiteengezette verplichtingen vallen;

(b) de wisselwerking van deze verordening met andere rechtshandelingen, met name de in artikel 2, lid 3 en lid 4, genoemde handelingen.

Uiterlijk op 17 november 2025 evalueert de Commissie de volgende punten en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité:

Uiterlijk op 17 november 2027 en vervolgens om de vijf jaar evalueert de Commissie deze Verordening en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

(a) de toepassing van lid 1, tweede alinea, punten a) en b);

(b) de bijdrage van deze verordening aan de verdieping en efficiënte werking van de interne markt voor tussenhandeldiensten, met name met betrekking tot de grensoverschrijdende aanbieding van digitale diensten;

(c) de toepassing van de artikelen 13, 16, 20, 21, 45 en 46;

(d) de reikwijdte van de verplichtingen voor kleine en micro-ondernemingen;

(e) de doeltreffendheid van de toezichts- en handhavingsmechanismen;

(f) de gevolgen voor de eerbiediging van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie.

In dit verslag wordt meer met name ingegaan op:

Het in de leden 1 en 2 bedoelde verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.

In het in lid 2 van dit artikel bedoelde verslag evalueert de Commissie eveneens de jaarverslagen over de activiteiten van de digitaledienstencoördinatoren die krachtens artikel 55, lid 1, aan de Commissie en de digitaledienstenraad worden verstrekt, en brengt zij daarover verslag uit.

Voor de toepassing van lid 2 sturen de lidstaten en de digitaledienstenraad informatie op verzoek van de Commissie.

Bij de uitvoering van de in de lid 2 bedoelde evaluaties houdt de Commissie rekening met de standpunten en bevindingen van het Europees Parlement, de Raad, en van andere relevante instanties of bronnen, en besteedt zij specifiek aandacht aan kleine en middelgrote ondernemingen en de positie van nieuwe concurrenten.

Uiterlijk op 18 februari 2027 voert de Commissie, na raadpleging van de digitaledienstenraad, een beoordeling uit van de werking van de digitaledienstenraad en van de toepassing van artikel 43, en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, waarbij rekening wordt gehouden met de eerste jaren van toepassing van de verordening. Op basis van de bevindingen en zoveel mogelijk rekening houdend met het advies van de digitaledienstenraad, gaat dat verslag, waar passend, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening met betrekking tot de structuur van de digitaledienstenraad.

Open Article 91
Art 92 Vervroegde toepassing op aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines Deze verordening is van toepassing op aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines zoals aangewezen krachtens artikel 33, lid 4, vanaf vier maanden na de kennisgeving aan de in artikel 33, lid 6, bedoelde betrokken aanbieder indien die datum eerder valt dan 17 februari 2024.

Deze verordening is van toepassing op aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines zoals aangewezen krachtens artikel 33, lid 4, vanaf vier maanden na de kennisgeving aan de in artikel 33, lid 6, bedoelde betrokken aanbieder indien die datum eerder valt dan 17 februari 2024.

Open Article 92
Art 93 Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 17 februari 2024.

De artikelen 24, leden 2, 3 en 6, artikel 33, leden 3 tot en met 6, artikel 37, lid 7, artikel 40, lid 13, artikel 43 en de afdelingen 4, 5 en 6 van hoofdstuk IV zijn evenwel van toepassing met ingang van 16 november 2022.

Open Article 93
Recitals 156
1 Diensten van de informatiemaatschappij en met name tussenhandeldiensten zijn een belangrijk onderdeel geworden van de economie van de Unie en het dagelijks leve 2 De lidstaten voeren in toenemende mate nationale wetten in, of overwegen deze in te voeren, over onder deze verordening vallende aangelegenheden, waarbij met na 3 Verantwoordelijk en zorgvuldig gedrag van de aanbieders van tussenhandeldiensten is essentieel voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving en o 4 Om de werking van de interne markt veilig te stellen en te verbeteren, moet daarom op Unieniveau een gerichte reeks uniforme, doeltreffende en evenredige dwinge 5 Deze verordening moet van toepassing zijn op aanbieders van bepaalde diensten van de informatiemaatschappij zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2015/1535 van h 6 In de praktijk treden sommige aanbieders van tussenhandeldiensten op als tussenpersoon met betrekking tot diensten die al dan niet langs elektronische weg kunne 7 Om de doeltreffendheid van de in deze verordening vastgestelde regels en een gelijk speelveld op de interne markt te waarborgen, zouden die regels van toepassin 8 Een dergelijke wezenlijke band met de Unie moet worden geacht te bestaan wanneer de aanbieder van de dienst een vestiging in de Unie heeft of, indien een dergel 9 Deze verordening harmoniseert de regels die van toepassing zijn op tussenhandeldiensten op de interne markt volledig, met als doel te zorgen voor een veilige, v 10 Deze verordening mag geen afbreuk doen aan andere Unierechtelijke handelingen die het aanbieden van diensten van de informatiemaatschappij in het algemeen regel 11 Er moet worden verduidelijkt dat deze verordening geen afbreuk doet aan het Unierecht inzake het auteursrecht en de daaraan verbonden rechten, waaronder de Rich 12 Om de doelstelling van een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving te waarborgen, moet het begrip “illegale inhoud” voor de toepassing van deze vero 13 Gezien de bijzondere kenmerken van de betrokken diensten en de overeenkomstige noodzaak om de aanbieders van deze diensten aan bepaalde specifieke verplichtinge 14 Het begrip “verspreiding onder het publiek”, zoals gebruikt in deze verordening, moet inhouden dat informatie beschikbaar wordt gesteld aan een potentieel onbep 15 Wanneer sommige diensten van een aanbieder wel onder deze verordening vallen maar andere niet, of wanneer de door een aanbieder aangeboden diensten onder versch 16 De rechtszekerheid die wordt geboden door het horizontale kader van voorwaardelijke aansprakelijkheidsvrijstellingen voor aanbieders van tussenhandeldiensten, z 17 De in deze verordening uiteengezette regels betreffende de aansprakelijkheid van aanbieders van tussenhandeldiensten mogen alleen bepalen wanneer de betrokken a 18 De in deze verordening vastgestelde aansprakelijkheidsvrijstellingen mogen niet van toepassing zijn wanneer de aanbieder van tussenhandeldiensten, in plaats van 19 Gezien de uiteenlopende aard van de activiteiten van “mere conduit”, “caching” en “hosting” en de verschillende posities en mogelijkheden van de aanbieders van 20 Wanneer een aanbieder van tussenhandeldiensten opzettelijk met een afnemer van de diensten samenwerkt om illegale activiteiten te ontplooien, moet de dienst wor 21 Een aanbieder moet gebruik kunnen maken van de aansprakelijkheidsvrijstellingen voor “mere conduit”- en “caching”-diensten wanneer hij op geen enkele wijze betr 22 Om in aanmerking te komen voor de aansprakelijkheidsvrijstelling voor hostingdiensten moet de aanbieder, wanneer hij daadwerkelijk kennis of besef heeft van ill 23 De aansprakelijkheidsvrijstelling mag niet van toepassing zijn wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de aanbieder van een hostingdiens 24 Om ervoor te zorgen dat de consumenten doeltreffend worden beschermd wanneer zij online handelstransacties via tussenpersonen verrichten, mogen bepaalde aanbied 25 De in deze verordening vastgestelde aansprakelijkheidsvrijstellingen mogen geen afbreuk doen aan de mogelijkheid om verschillende soorten verbodsmaatregelen te 26 Om rechtszekerheid te creëren en de activiteiten die gericht zijn op het opsporen en identificeren van en het optreden tegen illegale inhoud, die de aanbieders 27 Hoewel de in deze verordening uiteengezette regels inzake aansprakelijkheid van aanbieders van tussenhandeldiensten gericht zijn op de aansprakelijkheidsvrijste 28 Sinds 2000 zijn er nieuwe technologieën ontstaan die de beschikbaarheid, efficiëntie, snelheid, betrouwbaarheid, capaciteit en veiligheid van systemen voor de d 29 Onder tussenhandeldiensten valt een breed scala aan economische activiteiten die online plaatsvinden en die voortdurend evolueren om voor snelle, veilige en bev 30 Aanbieders van tussenhandeldiensten, mogen rechtens noch feitelijk worden onderworpen aan een monitoringsverplichting met betrekking tot verplichtingen van alge 31 Afhankelijk van het rechtsstelsel van elke lidstaat en het betrokken rechtsgebied kunnen de nationale gerechtelijke of administratieve autoriteiten, met inbegri 32 Het toepasselijke Unierecht of nationale recht op basis waarvan de bevelen worden uitgevaardigd, kan voorzien in aanvullende voorwaarden en moet de basis vormen 33 De aanbieder van tussenhandeldiensten moet de uitvaardigende autoriteit onverwijld in kennis stellen van het gevolg dat aan dergelijke bevelen is gegeven, met i 34 De desbetreffende nationale autoriteiten moeten dergelijke bevelen tegen als illegaal beschouwde inhoud of bevelen om informatie te verstrekken kunnen uitvaardi 35 Aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en vereisten moet uiterlijk bij de toezending van het bevel aan de betrokken dienstaanbieder zijn voldaan. B 36 De territoriale reikwijdte van dergelijke bevelen om op te treden tegen illegale inhoud moet duidelijk worden vastgesteld op basis van het toepasselijke Unierec 37 De bij deze verordening geregelde bevelen tot het verstrekken van informatie hebben betrekking op de overlegging van specifieke informatie over individuele afne 38 Bevelen om op te treden tegen illegale inhoud en om informatie te verstrekken zijn alleen onderworpen aan de regels die de bevoegdheid van de lidstaat waarin de 39 Een van de eisen inzake informatieverstrekking over de verhaalmechanismen waarover de aanbieder van de tussenhandeldienst en de afnemer van de dienst die de inh 40 Om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, en met name om de werking van de interne markt te verbeteren en te zorgen voor een veilige en trans 41 In dat verband is het belangrijk dat de zorgvuldigheidsverplichtingen worden aangepast aan het type, de omvang en de aard van de betrokken tussenhandelsdienst. 42 Om soepele en efficiënte communicatie in beide richtingen, zo nodig met ontvangstbevestiging, over onder deze verordening vallende aangelegenheden te vergemakke 43 Aanbieders van tussenhandeldiensten moeten ook worden verplicht een centraal contactpunt voor afnemers van diensten aan te wijzen dat een snelle, rechtstreekse 44 Aanbieders van tussenhandeldiensten die in een derde land zijn gevestigd en die diensten in de Unie aanbieden, moeten een voldoende gemachtigde wettelijke verte 45 Hoewel de contractvrijheid van de aanbieders van tussenhandeldiensten in beginsel moet worden geëerbiedigd, zouden bepaalde regels moeten worden vastgesteld met 46 Aanbieders van tussenhandeldiensten die zich voornamelijk op minderjarigen richten, bijvoorbeeld door het ontwerp of de marketing van de dienst, of die overwege 47 Bij het ontwerpen, toepassen en handhaven van deze beperkingen moeten aanbieders van tussenhandeldiensten op niet-willekeurige en niet-discriminerende wijze te 48 Gezien hun bijzondere rol en bereik is het passend om aan zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines aanvullende vereisten op te leggen met bet 49 Om een passend niveau van transparantie en verantwoording te waarborgen, moeten aanbieders van tussenhandeldiensten, overeenkomstig de geharmoniseerde voorschri 50 Aanbieders van hostingdiensten spelen een bijzonder belangrijke rol bij de bestrijding van illegale online-inhoud, aangezien zij informatie die door en op verzo 51 Gezien de noodzaak om naar behoren rekening te houden met de uit hoofde van het Handvest gewaarborgde grondrechten van alle betrokkenen, moet elke actie die een 52 De regels inzake dergelijke meldings- en actiemechanismen moeten op Unieniveau worden geharmoniseerd om te zorgen voor een tijdige, zorgvuldige en niet-willekeu 53 De meldings- en actiemechanismen moeten het mogelijk maken meldingen te doen die voldoende nauwkeurig en afdoende onderbouwd zijn om de betrokken aanbieder van 54 Wanneer een aanbieder van hostingdiensten op grond van het feit dat de door de afnemers verstrekte informatie illegale inhoud vormt of onverenigbaar is met zijn 55 Het beperken van de zichtbaarheid kan erin bestaan dat de positie in rankings- of aanbevelingssystemen wordt verlaagd, dat de toegankelijkheid voor een of meer 56 Een aanbieder van hostingdiensten kan in sommige gevallen, bijvoorbeeld door een melding door een melder of door eigen vrijwillige maatregelen, kennis krijgen v 57 Om onevenredige lasten te voorkomen, mogen de aanvullende verplichtingen die uit hoofde van deze verordening worden opgelegd aan aanbieders van onlineplatforms, 58 Afnemers van de dienst moeten bepaalde besluiten van aanbieders van onlineplatforms betreffende de illegaliteit van inhoud of de onverenigbaarheid ervan met de 59 Daarnaast moet worden voorzien in de mogelijkheid om dergelijke geschillen te goeder trouw buitengerechtelijk te laten beslechten, met inbegrip van die geschill 60 Wat contractuele geschillen tussen consumenten en ondernemingen over de aankoop van goederen of diensten betreft, waarborgt Richtlijn 2013/11/EU dat consumenten 61 Tegen illegale inhoud kan sneller en betrouwbaarder worden opgetreden wanneer aanbieders van onlineplatforms de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat 62 Betrouwbare flaggers moeten eenvoudig te begrijpen en gedetailleerde verslagen publiceren over de meldingen die overeenkomstig deze verordening zijn gedaan. Die 63 Het misbruik van onlineplatforms door het vaak aanbieden van kennelijk illegale inhoud of door het vaak indienen van kennelijk ongegronde meldingen of klachten 64 Onder bepaalde voorwaarden moeten aanbieders van onlineplatforms hun relevante activiteiten ten aanzien van de persoon die zich schuldig maakt aan misbruik, sch 65 Gezien de bijzondere verantwoordelijkheden en verplichtingen van aanbieders van onlineplatforms moeten zij worden onderworpen aan transparantierapportageverplic 66 Om transparantie te waarborgen en toezicht op de inhoudsmoderatiebesluiten van de aanbieders van onlineplatforms en monitoring van de verspreiding van illegale 67 Donkere patronen op online-interfaces van onlineplatforms zijn praktijken die, doelbewust of feitelijk, het vermogen van afnemers van de dienst om autonome en w 68 Onlinereclame speelt een belangrijke rol in de onlineomgeving, onder meer met betrekking tot het aanbieden van onlineplatforms, waarbij de aanbieding van de die 69 Wanneer aan afnemers van de dienst reclame wordt getoond op basis van targetingtechnieken die zijn geoptimaliseerd om aan te sluiten bij hun interesses en mogel 70 Een kernonderdeel van de activiteiten van het onlineplatform is de wijze waarop informatie wordt geprioriteerd en op de online-interface daarvan wordt gepresent 71 De bescherming van minderjarigen is een belangrijke beleidsdoelstelling van de Unie. Een onlineplatform kan worden geacht toegankelijk te zijn voor minderjarige 72 Om bij te dragen tot een veilige, betrouwbare en transparante onlineomgeving voor de consument en voor andere belanghebbenden zoals concurrerende handelaren en 73 Om te zorgen voor een efficiënte en passende toepassing van die verplichting, zonder onevenredige lasten op te leggen, moeten de betrokken aanbieders van online 74 Aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren, moeten hun online-interface zodanig o 75 Gezien het belang van zeer grote onlineplatforms vanwege hun bereik, dat met name wordt uitgedrukt in het aantal afnemers van de dienst, voor het bevorderen van 76 Zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines kunnen risico’s voor de samenleving met zich brengen, die qua reikwijdte en impact verschillen van d 77 Om het bereik van een bepaald onlineplatform of een bepaalde onlinezoekmachine te bepalen, moet het gemiddelde aantal actieve afnemers van elke dienst afzonderl 78 Gezien de netwerkeffecten die kenmerkend zijn voor de platformeconomie, kan de gebruikersbasis van een onlineplatform of een onlinezoekmachine zich snel uitbrei 79 Zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines kunnen worden gebruikt op een manier die een sterke invloed heeft op de onlineveiligheid, de vorming 80 Vier categorieën systeemrisico’s moeten grondig worden beoordeeld door de aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines. Een ee 81 Een tweede categorie betreft de werkelijke of voorzienbare impact van de dienst op de uitoefening van de grondrechten, zoals die zijn beschermd door het Handves 82 Een derde categorie risico’s betreft de werkelijke of voorzienbare negatieve effecten op democratische processen, het maatschappelijk debat en verkiezingsproces 83 Een vierde categorie risico’s vloeit voort uit soortgelijke zorgen over het ontwerp, de werking of het gebruik, onder meer door manipulatie, van zeer grote onli 84 Bij de beoordeling van dergelijke systeemrisico’s moeten aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines focussen op de systemen 85 Om het mogelijk te maken dat latere risicobeoordelingen op elkaar voortbouwen en de evolutie van de vastgestelde risico’s laten zien, en om onderzoeken en handh 86 Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines moeten de nodige middelen inzetten om de bij de risicobeoordelingen vastgestelde 87 Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines moeten in het kader van dergelijke risicobeperkende maatregelen bijvoorbeeld over 88 Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines moeten ook zorgvuldig zijn wat betreft de maatregelen die zij nemen om hun algori 89 Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines moeten bij het nemen van maatregelen zoals het aanpassen van het ontwerp van hun 90 Aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines moeten ervoor zorgen dat hun benadering van risicobeoordeling en -beperking gebas 91 In crisistijden kan het gebeuren dat aanbieders van zeer grote onlineplatforms dringend bepaalde specifieke maatregelen moeten nemen, bovenop de maatregelen die 92 Gezien de noodzaak om te zorgen voor een controle door onafhankelijke deskundigen, moeten aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoek 93 Het controlerapport moet worden onderbouwd, zodat het een zinvol verslag geeft van de ondernomen activiteiten en de bereikte conclusies. Het moet helpen om info 94 De verplichtingen inzake risicobeoordeling en -beperking moeten er per geval toe leiden dat aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezo 95 Reclamesystemen die door zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines worden gebruikt, brengen bijzondere risico's met zich mee en vereisen verde 96 Om op passende wijze te monitoren en te beoordelen of de in deze verordening vastgestelde verplichtingen door zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlin 97 Deze verordening biedt daarom een kader voor dwingende toegang tot gegevens van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines voor erkende onderzo 98 Daarnaast mogen dergelijke aanbieders onderzoekers die aan een passende reeks criteria voldoen, niet beletten openbaar toegankelijke gegevens te gebruiken voor 99 Gezien de complexiteit van de werking van de gebruikte systemen en de systeemrisico's die zij voor de samenleving inhouden, moeten aanbieders van zeer grote onl 100 Gezien de bijkomende risico’s in verband met hun activiteiten en hun bijkomende verplichtingen uit hoofde van deze verordening moeten aanvullende transparantiev 101 De Commissie moet over de nodige middelen (personeel, expertise en geldelijke middelen) beschikken om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen uitvo 102 Om de doeltreffende en consistente toepassing te vergemakkelijken van de verplichtingen in deze verordening, die mogelijkerwijs met technologische middelen moet 103 De Commissie en de digitaledienstenraad moeten de opstelling van vrijwillige gedragscodes alsook de naleving van de bepalingen van die codes aanmoedigen om bij 104 Deze verordening zou bepaalde aandachtsgebieden voor dergelijke gedragscodes moeten vaststellen. Met name moeten risicobeperkende maatregelen met betrekking tot 105 De gedragscodes moeten de toegankelijkheid van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines vergemakkelijken, in overeenstemming met het Unierech 106 De regels inzake gedragscodes uit hoofde van deze verordening zouden als basis kunnen dienen voor de reeds bestaande inspanningen op het gebied van zelfreguleri 107 Bij het aanbieden van onlinereclame zijn over het algemeen verschillende actoren betrokken, waaronder tussenhandeldiensten die reclame-uitgevers in contact bren 108 In aanvulling op het crisisresponsmechanisme voor zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines kan de Commissie het initiatief nemen tot het opst 109 Om een passend toezicht op en de handhaving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen te waarborgen, moeten de lidstaten ten minste één autoriteit 110 Gezien het grensoverschrijdende karakter van de betrokken diensten en de horizontale reeks verplichtingen die bij deze verordening wordt ingevoerd, moet in elke 111 De digitaledienstencoördinator en de andere bevoegde autoriteiten die uit hoofde van deze verordening zijn aangewezen, spelen een cruciale rol bij het waarborge 112 De uit hoofde van deze verordening aangewezen bevoegde autoriteiten moeten eveneens volledig onafhankelijk van particuliere en openbare instanties handelen, zon 113 De lidstaten kunnen een bestaande nationale autoriteit aanwijzen die de functie van digitaledienstencoördinator vervult, of die specifieke taken heeft om toezic 114 De lidstaten moeten de digitaledienstencoördinator en alle andere bevoegde autoriteiten die uit hoofde van deze verordening zijn aangewezen, voldoende bevoegdhe 115 De lidstaten moeten in hun nationale recht, overeenkomstig het Unierecht en met name deze verordening en het Handvest, de gedetailleerde voorwaarden en beperkin 116 Bij de uitoefening van die bevoegdheden moeten de bevoegde autoriteiten zich houden aan de toepasselijke nationale voorschriften inzake procedures en aangelegen 117 De lidstaten moeten ervoor zorgen dat schendingen van de in deze verordening neergelegde verplichtingen kunnen worden bestraft op een wijze die doeltreffend, ev 118 Met het oog op een doeltreffende handhaving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen moeten personen of vertegenwoordigende organisaties een klach 119 De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de digitaledienstencoördinatoren maatregelen kunnen nemen die doeltreffend zijn en evenredig aan bepaalde bijzonder ernsti 120 Een dergelijk bevel om de toegang te beperken mag niet verder gaan dan nodig is om de doelstelling ervan te verwezenlijken. Daartoe moet het bevel tijdelijk zij 121 Onverminderd de in deze verordening vastgestelde bepalingen inzake de aansprakelijkheidsvrijstelling wat de informatie betreft die op verzoek van een afnemer va 122 De digitaledienstencoördinator moet regelmatig een verslag publiceren, bijvoorbeeld op zijn website, over de activiteiten die uit hoofde van deze verordening wo 123 Ter wille van de duidelijkheid, eenvoud en efficiëntie moet de bevoegdheid om de verplichtingen uit hoofde van deze verordening te controleren en te handhaven, 124 Gezien de potentiële impact van deze platforms en de uitdagingen die gepaard gaan met een doeltreffend toezicht op deze platforms, zijn er speciale regels nodig 125 De bevoegdheden van toezicht op en handhaving van zorgvuldigheidsverplichtingen, andere dan de aanvullende verplichting om systeemrisico’s te beheren die door d 126 De regels van deze verordening betreffende de bevoegdheidstoewijzing mogen geen afbreuk doen aan de Unie- en nationaalrechtelijke bepalingen inzake internationa 127 Gezien de grensoverschrijdende en sectoroverschrijdende relevantie van tussenhandeldiensten is een hoog niveau van samenwerking noodzakelijk om te zorgen voor d 128 De digitaledienstencoördinator van de plaats van bestemming moet de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging – met name op basis van ontvangen kl 129 De digitaledienstenraad moet de zaak aan de Commissie kunnen voorleggen in geval van een meningsverschil over de beoordelingen of de genomen of voorgestelde maa 130 Om grensoverschrijdend toezicht op en onderzoek van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn, te bevorderen, 131 Om te zorgen voor een consistente toepassing van deze verordening moet op Unieniveau een onafhankelijke adviesgroep worden opgericht, een Europese raad voor dig 132 De digitaledienstenraad moet bijdragen tot het nastreven van een gezamenlijk Unieperspectief over de consistente toepassing van deze verordening en tot de samen 133 Hiertoe moet de digitaledienstenraad adviezen, verzoeken en aanbevelingen aan digitaledienstencoördinatoren of andere bevoegde nationale autoriteiten kunnen vas 134 De digitaledienstenraad moet de vertegenwoordigers van de digitaledienstencoördinatoren en mogelijke andere bevoegde autoriteiten samenbrengen onder het voorzit 135 Via de voorzitter moet de Commissie deelnemen aan de digitaledienstenraad zonder stemrecht. Via de voorzitter moet de Commissie ervoor zorgen dat de agenda van 136 Gezien de noodzaak om de activiteiten van de digitaledienstenraad te ondersteunen, moet de digitaledienstenraad kunnen vertrouwen op de deskundigheid en persone 137 Gezien het belang van zeer grote onlineplatforms of van zeer grote onlinezoekmachines, gelet op hun bereik en impact, kan de niet-naleving van de op hen toepass 138 De Commissie moet op eigen initiatief inbreuken kunnen onderzoeken in overeenstemming met de in deze verordening vastgestelde bevoegdheden, onder meer door toeg 139 Om haar taken doeltreffend te kunnen uitvoeren, moet de Commissie een beoordelingsmarge behouden ten aanzien van het besluit om een procedure in te leiden tegen 140 Met het oog op zowel de bijzondere uitdagingen die kunnen voortvloeien uit het streven naar naleving door aanbieders van zeer grote onlineplatforms of van zeer 141 De Commissie moet de informatie kunnen opvragen die nodig is om de doeltreffende uitvoering en de naleving van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen 142 Voorlopige maatregelen kunnen een belangrijk hulpmiddel vormen om er tijdens een onderzoek voor te zorgen dat de inbreuk die wordt onderzocht geen aanleiding ge 143 De Commissie moet de nodige acties kunnen ondernemen om toezicht te houden op de daadwerkelijke uitvoering en naleving van de in deze verordening vastgelegde ve 144 Naleving van de uit hoofde van deze verordening opgelegde relevante verplichtingen moet kunnen worden gehandhaafd door boetes en dwangsommen. Hiertoe moeten gep 145 Gezien de mogelijke aanzienlijke maatschappelijke gevolgen van een inbreuk op de aanvullende systeemrisicobeheersingsverplichtingen die uitsluitend van toepassi 146 De betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine en andere personen die zijn onderworpen aan de uitoefening van d 147 Voor een geharmoniseerde toepassing en handhaving van deze verordening is het belangrijk dat de nationale autoriteiten, waaronder nationale rechterlijke instant 148 De doeltreffende handhaving en monitoring van deze verordening vereist een naadloze en realtime-uitwisseling van informatie tussen de digitaledienstencoördinato 149 Onverminderd het recht van afnemers van diensten om zich te wenden tot een vertegenwoordiger overeenkomstig Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement 150 Ter wille van doeltreffendheid en efficiëntie moet de Commissie een algemene evaluatie van de verordening uitvoeren. Die algemene evaluatie moet met name betrek 151 Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om modellen va 152 Teneinde aan de doelstellingen van deze verordening te voldoen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU hand 153 Deze verordening eerbiedigt de door het Handvest erkende grondrechten alsook de grondrechten die de algemene beginselen van het Unierecht vormen. Derhalve moet 154 Gezien de reikwijdte en de impact van de maatschappelijke risico's die kunnen worden veroorzaakt door zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachine 155 Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk bij te dragen tot de goede werking van de interne markt en het verzekeren van een veilige, voorspelbare en 156 De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (3