Case Law
Court decisions and jurisprudence from EU and national courts
Browse by Topic
Hoge Raad (56)
ECLI:NL:HR:2026:201 Hoge Raad , 06-02-2026 / 25/02135
Hoge Raad
Procesrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; overgangsrecht. Art. 200 Rv van toepassing op het instellen van een rechtsmiddel tegen de uitspraak op een inzageverzoek (of verzoek om andere voorlopige bewijsverrichtingen) indien het verzoek is gedaan vóór 1 januari 2025 en de uitspraak na die datum is gedaan? Art. XIIA Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; art. 74 lid 1 Overgangswet NBW. Ontvankelijkheid cassatieberoep.
Klacht over verwerking persoonsgegevens via gepubliceerd nieuwsbericht over een vonnis waarin de persoonsgegevens van...
Hoge Raad
Klacht over verwerking persoonsgegevens via gepubliceerd nieuwsbericht over een vonnis waarin de persoonsgegevens van verzoekster en haar jongste dochter in het nieuwsbericht zijn verwerkt. “De klacht van verzoekster over het nieuwsbericht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel klaagt ...
Inzage transactiegegevens. Overwegingen inzake toepassing Maltese uitzondering op inzagerecht.
Hoge Raad
Unibet/Risepoint/Kindred-zaak. Geen misbruik van recht. Wordt verzocht om een overzicht met zijn transactiegegevens. “De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat [eiser] inzage verzoekt om zijn persoonsgegevens te controleren. Hij stelt dit weliswaar in de dagvaarding, maar heeft hier op...
Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald...
Hoge Raad
Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald zijn van bescheiden waarin inzage wordt gevorderd. Begrip rechtsbetrekking. Afgifte bemiddelingsdossier door advocaat. Aanvullen rechtsgronden (art. 25 Rv). Opheffing en verval van bewijsbeslag. Eis in hoofdzaak als bedoeld in art. 704 lid 2 Rv.
Artikel 8:41 lid 6 Awb; actualisering richtlijnen uit ECLI:NL:HR:2015:354; betalingsonmacht ten aanzien van de...
Hoge Raad
Artikel 8:41 lid 6 Awb; actualisering richtlijnen uit ECLI:NL:HR:2015:354; betalingsonmacht ten aanzien van de verplichting tot het betalen van griffierecht; Werkwijze bij beroep op betalingsonmacht griffierecht; BOBOG
Uitgebreide bespreking afluisteren telefoongesprekken in relatie tot HvJ EU en HR uitspraken (Landeck en Prokuratuur)
Hoge Raad
Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar voor zijn rol bij het op grote schaal organiseren en faciliteren van illegaal online gokken (overtreding van de Wet op de Kansspelen) in de periode 2011 tot en met 2016. Het hof bespreekt het verweer dat afgeluisterde telefoongesprekken moeten worden uitgesloten van het bewijs omdat de machtigingen van de rechter-commissaris niet zouden voldoen aan eisen die daaraan volgens de verdediging in het licht van de Landeck-jurisprudentie moeten worden gesteld. Het verweer kan niet slagen.
Geen aanleiding aan te nemen dat Privacyreglement verkeersregistratiesysteem Rijkswaterstaat niet zou zijn gevolgd.
Hoge Raad
Conclusie AG. Het voeren van een schip onder invloed van alcohol (art. 27 Scheepvaartverkeerswet) en het in strijd met bereikbaarheidsplicht niet goed uitluisteren van de marifoon (art. 54 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990). M1: klacht over oordeel van het hof dat de aanhouding van de verdachte rechtmatig is geweest omdat sprake was van ontdekking op heterdaad ex art. 128 Sv. M2 en M3: falende bewijsklachten over feit 1 en 3. M4: klachten over strafoplegging en -motivering, onder meer over oplegging van een vaarontzegging ex art. 35b lid 1 Scheepvaartverkeerswet. De conclusie strekt tot strafvermindering vanwege overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
ECLI:NL:HR:2025:1247 Hoge Raad , 09-09-2025 / 24/01192
Hoge Raad
Deelname aan criminele drugsorganisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr). Post-Landeck, onderzoek aan smartphones. Verweer dat strekt tot uitsluiting van bewijs van resultaten van onderzoek aan smartphones van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:409 over eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Hof heeft vastgesteld dat door politie bij verdachte smartphones zijn aangetroffen. Deze zijn met toestemming van OvJ “doorzocht”. Daarbij is gezocht op voor strafrechtelijk onderzoek relevante informatie. Zo is gekeken naar zaken die te maken hebben met handel in verdovende middelen, crimineel samenwerkingsverband, witwassen en zaken die gebruiker van betreffende telefoons konden aantonen. Doel van “uitlezen” van telefoons van verdachte was verzamelen van informatie over wie gebruiker was van deze telefoons en het doen van onderzoek naar strafbare feiten, eventuele medeverdachten en mogelijk witwassen. Bij zoeken in telefoons zijn door politie zoektermen gebruikt die te maken hadden met aard van dit onderzoek. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, voldoende legitimatie bood voor dit onderzoek aan smartphones van verdachte en dat geen toestemming van RC nodig was voor uitvoeren van dit onderzoek “nu er geen min of meer compleet beeld is verkregen van zijn privéleven”, is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat door verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht, niet toereikend gemotiveerd. Uit die vaststellingen volgt immers niet dat onderzoek aan smartphones beperkt is gebleven tot onderzoek dat slechts strekte tot identificeren van gebruiker, of tot bijvoorbeeld onderzoek dat opsporings
Relaas partner slachtoffer schietpartij over verlies van privacy. Nieuwswaarde en persoonlijke levenssfeer
Hoge Raad
Conclusie A-G. Aanslag op Nederlandse advocaat/curator in Gronau. Twee middelen. Middel 1 bevat bewijsklachten tegen de bewezenverklaring van feit 1 primair (medeplegen poging moord). In middel 2 wordt geklaagd over de straf(motivering). Beide middelen falen: het hof heeft kunnen oordelen dat de verdachte een van de inzittenden was van het voertuig van waaruit de advocaat is beschoten en het hof heeft bij de strafoplegging dit schieten kunnen beschouwen als een aanslag op de rechtstaat. Drie namens de benadeelde partijen van feit 1 (de beschoten advocaat en diens echtgenote) ingediende middelen over de beoordeling van de civiele vorderingen falen. Het hof heeft de advocaat niet ontvankelijk kunnen verklaren in diens vordering tot schadevergoeding voor het verlies aan dividend uit aanmerkelijk belang en het hof heeft de vordering van de echtgenote tot vergoeding van schokschade kunnen afwijzen omdat niet is voldaan aan het confrontatievereiste. Conclusie strekt tot vernietiging maar uitsluitend wegens schending van de redelijke termijn in cassatie.
Vormverzuim door zonder r-c toestemming afbeeldingen op telefoon van verdachte te bekijken.
Hoge Raad
Verdachte wordt veroordeeld voor het op een gruwelijke manier mishandelen, martelen en doden van dieren over een periode van ruim een jaar. Ook wordt zij veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen en munitie. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarnaast wordt aan verdachte de TBS maatregel met voorwaarden opgelegd.
Weigering van verdachte tot het (laten) delen van (medische) gegevens die mogelijk de privacy van ex-vriending zou schenden. Artikel 37a(7) Sr.
Hoge Raad
De zaak betreft een beschikking van de Hoge Raad over de machtiging tot het gebruik van gegevens door het openbaar ministerie in het kader van een strafzaak tegen de verdachte, die ervan beschuldigd wordt verschillende ernstige misdrijven te hebben gepleegd, waaronder poging tot verkrachting. De ...
Weigerende observandus, doorbreking bereoepsgeheim op grond van advies Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi
Hoge Raad
Verwijzing ook naar ECLI:NL:HR:2022:1200. De "Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi; hierna: AGWO) heeft toegelicht dat de in het advies van de AGWO genoemde persoonsgegevens “uitermate bruikbaar” zijn voor de rapporteurs van het PBC “als aanvulling op de informatie die al be...
Reikwijdte art. 3 lid 1 IVRK en 'het belang van het kind' bij ontruimingsvorderingen van huurwoningen in relatie tot onderzoeksmogelijkheden rechter en inwinnen informatie.
Hoge Raad
Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij betrokken zijn: vragen over toetsing, onderzoek, beslissing en motivering.
Geconstateerd vormverzuim door uitlezen telefoons van verdachte zonder voorafgaande toestemming van r-c.
Hoge Raad
Veroordeling medeplegen invoer en verkoop van harddrugs en voorbereidingshandelingen. GS 4 jaar. Voorwaardelijk verzoek m.b.t. SkyECC afgewezen o.v.n. ECLI:NL:GHAMS:2025:1472. Vrijspraak medeplegen poging moord/zware mishandeling, medeplegen van poging uitlokking moord/doodslag/zware mishandeling en voorbereidingshandelingen. Constatering vormverzuim inbeslaggenomen telefoons, nu toestemming van rechter-commissaris ontbrak.
Uitgebreide toetsing Hof van registratie in IVR en aantekening in Gebeurtenissenadministratie, ook aan vereisten rechtmatigheids- en juistheidsbeginse en de verantwoordingsplicht van de AVG. Verhouding bepaling Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens e...
Hoge Raad
Is de aantekening in Gebeurtenissenadministratie een verwerking van strafrechtelijke gegevens? In dit geval het doen van 'grote cashuitgaven zonder verantwoordeing' en het niet bijhouden van een adequate boekhouding van cashinkopen en het nemen van te weinig maatregelen om betrokkenheid bij een a...
Belastingrechter kan over gevolg van een schending van de AVG niet oordelen, anders dan wanneer dit tevens de aanslagen betreft.
Hoge Raad
Omzetbelasting / terechte correcties.
Opzettelijk misbruik maken van identificerende persoonsgegevens van een ander.
Hoge Raad
Conclusie AG. Opzettelijk misbruik maken van identificerende persoonsgegevens van een ander. De afwijzing van de verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Middel faalt en kan worden afgedaan met art. 81.1 RO.
Inzage in breed perspectief (AVG, 8 EVRM, maar ook 29, 290, 811 en 843a Rv.
Hoge Raad
"Deze prejudiciële beslissing gaat over de vraag of een gerecht op verzoek inzage moet geven in of afschriften moet verstrekken van stukken uit het dossier van afgesloten civiele familie- en jeugdprocedures, in het bijzonder afgesloten procedures waarin ten aanzien van de verzoeker kinderbescherm...
Interne notities (opgenomen in een bestand) vallen niet per definitie buiten het inzagerecht.
Hoge Raad
Inzageverzoek werd geweigerd omdat het o.m. zag op interne stukken. Rb. overweegt met verwijzing naar ECLI:NL:GHDHA:2019:2398 dat het recht op inzage niet op voorhand zonder meer wordt geblokkeerd omdat in de desbetreffende documenten sprake zou (kunnen) zijn van vertrouwelijke (interne) correspo...
Onherstelbaar vormverzuim bij uitlezen telefoon van verdachte, die bestond uit meer dan een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maar zonder voorafgaande toestemming rechter-commissaris.
Hoge Raad
Mensenhandelzaak waarin ook elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken zijn uitgelezen door de opsporingsambtenaren. Toepassing kader ECLI:NL:HR:2025:409. "Het hof stelt vast dat in onderhavige zaak de zaaksofficier van justitie toestemming heeft gegeven voor het onderzoek aan de te...
Misbruik maken van identificerende persoonsgegevens door e-mails onder naam van ander te versturen. Art. 81 RO
Hoge Raad
Misbruik maken van identificerende persoonsgegevens door e-mails onder naam van ander te versturen, art. 231b Sr. Afwijzing van bij appelschriftuur gedane en ttz. in hoger beroep gehandhaafde verzoeken (voorwaardelijke) tot het horen van getuige en het doen van nader onderzoek, op de grond dat niet noodzakelijk is dat nader onderzoek wordt verricht en hof zich op basis van voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht acht om te kunnen oordelen op het door verdachte ingestelde hoger beroep. HR: art. 81.1 RO.
De uitspraken van het HvJ EU in de zaken HvJ EU 30 april 2024, C‑470/21 (La Quadrature du Net and Others () and lutte...
Hoge Raad
De uitspraken van het HvJ EU in de zaken HvJ EU 30 april 2024, C‑470/21 (La Quadrature du Net and Others () and lutte contre la contrefaçon)) en HvJ EU 30 april 2024, C‑178/22 (Procura della Repubblica presso il Tribunale di Bolzano) geven aanleiding tot het intrekken van het verzoek om een preju...
Misbruik van identificerende persoonsgegevens. Bewezenverklaring onvoldoende.
Hoge Raad
Misbruik maken van identificerende persoonsgegevens door als medewerker van postbedrijf pakketje op naam van ander te bestellen en vervolgens voor ontvangst daarvan te tekenen, art. 231b Sr. Bewijsklacht. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat persoonsgegevens van ander zijn misbruikt bij het bestellen van pakketje en het afleveren daarvan. Dat het verdachte is geweest die (zoals bewezenverklaard) pakketje heeft besteld en voor ontvangst heeft getekend volgt daar niet (zonder meer) uit. Bewezenverklaring is in zoverre onvoldoende met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.
OM-cassatie en cassatie verdachte.
Hoge Raad
OM-cassatie en cassatie verdachte. Phishing-fraude met behulp van valse betaalverzoeken. Medeplegen computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab.1 Sr), medeplegen voorhanden hebben van toegangscodes (art. 139d.2.b Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). Onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. In dit arrest gaat de Hoge Raad in op de betekenis van recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie – in het bijzonder de uitspraak in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck – voor de eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Deze recente rechtspraak brengt mee dat dit onderzoek op een enigszins andere manier moet worden genormeerd dan uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad voortvloeit. Het is aan de wetgever om een wettelijke regeling op te stellen die in haar algemeenheid voldoet aan alle in de rechtspraak van het Hof van Justitie gestelde vereisten. In afwachting van zo’n regeling ziet de Hoge Raad aanleiding om zijn eerdere rechtspraak bij te stellen. In dit arrest wordt in rechtsoverweging 5 uiteengezet wat deze bijstelling inhoudt. Vervolgens worden de cassatiemiddelen van het openbaar ministerie en van de verdachte beoordeeld (rechtsoverweging 6 en 7). In rechtsoverweging 9 geeft de Hoge Raad een samenvatting van zijn oordeel in deze zaak. Volgt verwerping. Samenhang met 22/03872 en 22/03913.
Toetsing kentekenparkeersysteem gemeente Den Haag aan 8 EVRM; geen schending
Hoge Raad
Kentekenparkeersysteem gemeente Den Haag is geen ongeoorloofde inmenging in het recht van belanghebbende op respect voor haar privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM.
In deze zaak heeft een persoon, aangeduid als [eiser], een creditcardovereenkomst met International Card Services B.
Hoge Raad
In deze zaak heeft een persoon, aangeduid als [eiser], een creditcardovereenkomst met International Card Services B.V. (ICS). Toen ICS [eiser] verzocht om zich te identificeren en zijn identiteit te verifiëren in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwf...
In de CAO Primair Onderwijs is opgenomen dat schoolleiders zich moeten registreren in het Schoolleidersregister PO.
Hoge Raad
In de CAO Primair Onderwijs is opgenomen dat schoolleiders zich moeten registreren in het Schoolleidersregister PO. Verzoekster, een geregistreerde schoolleider, heeft herhaaldelijk gevraagd om haar registratie te beëindigen omdat zij van mening is dat zij zelf met haar werkgever zorgt voor haar ...
Megazaak Eris. Het hof constateert dat uit de procestukken niet ten aanzien van elke gegevensdrager duidelijk wordt of de rechter-commissaris, de officier van justitie of een andere opsporingsambtenaar deze in beslag heeft genomen en is voldaan aan het...
Hoge Raad
In deze reeks uitspraken inzake Megazaak Eris komt het hof tot de conclusie dat niet voor iedere gegevensdrager uit de processtukken duidelijk wordt door wie deze in beslag is genomen. "Daarnaast moet het hof op grond van de processtukken ervan uitgaan dat de politie zonder voorafgaand toezicht d...
Reikwijdte u
Hoge Raad
Procesrecht. Verschoningsrechtincident. Beslissing gegeven door meervoudige kamer hof. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 165 Rv. Functioneel verschoningsrecht bedrijfsarts. Uitzondering van art. 14 Arbeidsomstandighedenwet op beroepsgeheim. Belangenafweging?
Bezit en vervaardigen van kinderporno (meermalen gepleegd), art.
Hoge Raad
Bezit en vervaardigen van kinderporno (meermalen gepleegd), art. 240b.1 (oud) Sr. Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde m.b.t. het verlenen van medewerking aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, art. 14c.2.14 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:807 m.b.t. uitleg van gedragsvoorwaarde en vereisten voor het stellen daarvan en uit HR:2021:1403, inhoudende dat regelingen van art. 14c.3.b Sr en art. 6:3:14 Sv er niet aan in de weg staan dat bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2.14 Sr wordt gesteld die ertoe strekt toezicht op andere door rechter o.g.v. art. 14c.2 Sr gestelde bijzondere voorwaarde(n) mogelijk te maken of te bevorderen. Bij het stellen van zo’n gedragsvoorwaarde moet zijn gewaarborgd dat toezicht niet leidt tot meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer van veroordeelde. Daarbij komt betekenis toe aan vraag met welke frequentie en hoe controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd en welke (politie)functionarissen daarbij betrokken mogen zijn (vgl. HR:2021:248). Hof heeft gedragsvoorwaarden gesteld die inhouden dat verdachte zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen of waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Daarnaast heeft hof, om toezicht op naleving van deze bijzondere voorwaarde mogelijk te maken, bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte meewerkt aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, waarbij aan reclassering onder meer is overgelaten “op welke manier en door wie” deze controles worden uitgevoerd. Deze voorwaarde voldoet niet aan hiervoor genoemde eisen en is daarom in strijd met art. 14c.2.14 (oud) Sr, omdat daaruit niet blijkt op welke manier controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd, welke functionarissen daarbij betrokken mogen zijn en hoe is gewaarborgd dat persoonlijke levenssfeer van verdachte daarbij
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt?
Hoge Raad
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt? De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 en ECLI:NL:HR:2002:AE1195. Het Hof heeft een in een bewijsmiddel weergegeven verklaring kennelijk niet opgevat als een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt doch als een verklaring afgelegd door een bewoonster van de portiekgalerij behorende bij het perceel. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen hetgeen het pv waaraan het bewijsmiddel is ontleend inhoudt.
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding bij...
Hoge Raad
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding bij indiening incidentele memorie tot aanhouding via Veilig mailen-voorziening (art. 8 Besluit elektronisch procederen)? Beoordeling of incidentele vordering eerst en vooraf zal worden beslist (art. 209 Rv).
Hoge Raad - grondslag - 21/00241
Hoge Raad - Civiel recht
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens in het kredietregistratiestelsel van het BKR; art. 6 lid 1, onder c, AVG (wettelijke grondslag) of art. 6 lid 1, onder f, AVG (ter behartiging van gerechtvaardigde belangen van de verwerker)? Recht op gegevenswissing (art. 17 AVG); recht van bezwaar (art. 21 AVG)?
Hoge Raad - grondslag - 15/05826
Hoge Raad - Belastingrecht
Automatic Numberplate Recognition (ANPR); inmenging in door art. 8 EVRM beschermd privéleven; ten onrechte aangenomen dat algemene taakomschrijving Belastingdienst of enige (andere) wettelijke bepaling hiervoor een toereikende grondslag biedt.
Hoge Raad - grondslag - 15/02068
Hoge Raad - Belastingrecht
Automatic Numberplate Recognition (ANPR); inmenging in door art. 8 EVRM beschermd privéleven; ten onrechte aangenomen dat algemene taakomschrijving Belastingdienst of enige (andere) wettelijke bepaling hiervoor een toereikende grondslag biedt.
Hoge Raad - rechten van betrokkenen - 15/03380
Hoge Raad - Civiel recht
Privacybescherming. Art. 36 en 40 Wet bescherming persoonsgegevens. Richtlijn persoonsgegevens (Richtlijn 95/46/EG). Vordering tot verwijdering zoekresultaten bij gebruik internetzoekmachine. Maatstaven HvJEU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317, NJ 2014/385 (Google/Costeja). Zoeken op volledige naam; geanonimiseerde berichten over niet-onherroepelijke stafrechtelijke veroordeling. Te verrichten afweging; belang van het publiek; belang bij verwijdering.
Hoge Raad - grondslag - 15/02069
Hoge Raad - Belastingrecht
Automatic Numberplate Recognition (ANPR); inmenging in door art. 8 EVRM beschermd privéleven; ten onrechte aangenomen dat algemene taakomschrijving Belastingdienst of enige (andere) wettelijke bepaling hiervoor een toereikende grondslag biedt.
Hoge Raad - administratieve geldboeten - 14/06513
Hoge Raad - Strafrecht
Bedrieglijke bankbreuk bij rechtspersonen. Art. 343 onder 1 Sr. Het als bestuurder van een rechtspersoon onttrekken van goederen aan de boedel. Voor een bewezenverklaring van het onttrekken van goederen aan de boedel is niet vereist dat vast staat dat sprake is van “enig zelfstandig handelen” door verdachte “waarmee de goederen buiten het bereik en beheer van de curator zijn gebracht”. Een (verboden) gedraging kan in redelijkheid aan verdachte als (functioneel) dader worden toegerekend indien de
ECLI:NL:HR:2014:1032 Hoge Raad , 02-05-2014 / 13/04723
Hoge Raad
Project Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR; art. 63 VWEU. Verlengde navorderingstermijn. Voortvarendheidseis. Onjuistheid in dictum Hofuitspraak i.v.m. vermindering boeten.
ECLI:NL:HR:2014:938 Hoge Raad , 18-04-2014 / 13/00469
Hoge Raad
Art. 229b, lid 1, Gemeentewet. Opbrengstlimiet. Hof is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten bij beoordeling van stelplicht en bewijslast.
ECLI:NL:HR:2014:447 Hoge Raad , 07-03-2014 / 13/02216
Hoge Raad
Art. 8:38, lid 1, Awb; Terugontvangen aangetekende brief nagelaten bij gewone brief opnieuw te verzenden.
ECLI:NL:HR:2013:1015 Hoge Raad , 01-11-2013 / 11/04540
Hoge Raad
Omzetbelasting. Art. 11, lid 1, aanhef en letter i, onderdeel 3°, Wet OB 1968. Art. 13, B, letter d, onderdeel 6°, Zesde Richtlijn. Beheer door derde van in een vastgoedvennootschap bijeengebracht vermogen. Prejudiciële vragen over de begrippen ‘gemeenschappelijk beleggingsfonds’ en ‘beheer’.
ECLI:NL:HR:2012:BY6905 Hoge Raad , 21-12-2012 / 11/00180
Hoge Raad
Inkomstenbelasting. Art. 4 AWR. Belastingverdrag Nederland Spanje. Dubbele woonplaats. Aangiftebiljet voor binnenlandse belastingplichtige oningevuld geretourneerd; kwade trouw?
ECLI:NL:HR:2011:BN6324 Hoge Raad , 15-04-2011 / 09/03075
Hoge Raad
KB-Lux. Aanvaardbaarheid modelmatige berekening van inkomsten uit vermogen. Omkering van de bewijslast. Bewijslast beboetbaar feit: waarborgen EVRM. Boete passend en geboden?
Hoge Raad - 42763
Hoge Raad - Belastingrecht
Aanpassing algemene uitgangspunten en regels voor gevallen waarin een fiscale bestuurlijke boete in het geding is en de berechting in de cassatieprocedure niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden.
ECLI:NL:HR:2008:BF9110 Hoge Raad , 17-10-2008 / 42753
Hoge Raad
Afvalstoffenheffing studentenpand. Eén aanslag aan langstwonende student. Belastingrechter kan problemen bij verhaal op medebewoners niet oplossen.
Hoge Raad - bestand - R06/046HR
Hoge Raad - Civiel recht
Bescherming persoonsgegevens. Vordering op de voet van art. 46 lid 1 Wbp tot bevel aan bank inzage te verlenen in en afschriften te verstrekken van alle op een voormalige cliënt betrekking hebbende persoonsgegevens en volledige informatie te verstrekken over hun herkomst en het doel van de verwerking van deze gegevens door de bank. Ruime uitleg art. 35 Wbp, verplichting bank kopieën bescheiden en transcripties van telefoongesprekken te verstrekken; misbruik van bevoegdheid?; doorkruising van art
Hoge Raad - bestand - R06/045HR
Hoge Raad - Civiel recht
Bescherming persoonsgegevens. Vordering op de voet van art. 46 lid 1 Wbp tot bevel aan bank inzage te verlenen in en afschriften te verstrekken van alle op een voormalige cliënt betrekking hebbende persoonsgegevens en volledige informatie te verstrekken over hun herkomst en het doel van de verwerking van deze gegevens door de bank. Ruime uitleg art. 35 Wbp, verplichting bank kopieën bescheiden en transcripties van telefoongesprekken te verstrekken; misbruik van bevoegdheid?; doorkruising van art
ECLI:NL:HR:2005:AT7214 Hoge Raad , 10-06-2005 / 39814
Hoge Raad
Leges ter zake van inlichtingen uit GBA? WUV; WUBO.
Hoge Raad - bestand - R04/072HR
Hoge Raad - Civiel recht
3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/072HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. I. de Vink, t e g e n STICHTING SINT JANS GASTHUIS, gevestigd te Weert, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Hoge Raad - schorsing van de procedure - 37984
Hoge Raad - Belastingrecht
Art. 6, lid 1, EVRM. Navorderingsaanslag met verhoging. Vuistregels inzake overschrijding van de redelijke termijn.
ECLI:NL:HR:2004:AO5070 Hoge Raad , 29-06-2004 / 02951/03 B
Hoge Raad
1. Afgeleid verschoningsrecht stichting. 2. Afweging verschoningsrecht tegen belang waarheidsvinding. 3. Gegevens werknemers en Wet bescherming persoonsgegevens. Beklag tegen inbeslagneming onder stichting (academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie) en haar directeur van envelop met persoonsgegevens van verdachten (oud-patiënten) van seksueel delict in dat centrum en envelop met persoonsgegevens van getuigen (werknemers). Ad 1. Aan de stichting als rechtspersoon komt geen zelfstandig verschoningsrecht toe. Oordeel rb dat aan de stichting ook geen afgeleid verschoningsrecht toekomt, is in zijn algemeenheid onjuist. Ad 2. Onder zeer uitzonderlijke omstandigheden prevaleert het belang van de waarheidsvinding boven het verschoningsrecht van de arts. Oordeel rb dat daarvan in casu sprake is, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 3. Oordeel rb dat persoonsgegevens van de werknemers vatbaar zijn voor inbeslagneming, is onjuist noch onbegrijpelijk en niet onverenigbaar met de Wet bescherming persoonsgegevens.
Hoge Raad - administratieve geldboeten - 02229/02 E
Hoge Raad - Strafrecht
Daderschap van een rechtspersoon. HR geeft invulling aan eisen waaraan moet zijn voldaan om een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit aan te kunnen merken.
ECLI:NL:HR:2003:AF0148 Hoge Raad , 24-01-2003 / C01/143HR
Hoge Raad
-
ECLI:NL:HR:2001:AB2623 Hoge Raad , 13-07-2001 / R01/044HR
Hoge Raad
-
Hoge Raad - administratieve geldboeten - 25469
Hoge Raad - Belastingrecht